Civiel recht overig
Vervallenverklaring eerder gewezen vonnis; rechter niet bekend met ingediend wrakingsverzoek; vonnis had niet…
Rechtbank Oost-Brabant, 19 mei 2022
ECLI:NL:RBOBR:2022:1996 · Rechtbank Oost-Brabant · 19 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbobr-2022-1996
Zaakgegevens
Op 19 mei 2022 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 19 mei 2022
- Datum publicatie
- 19 mei 2022
- Zaaknummer
- 9397914 \ CV EXPL 21-3917
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2022:1996
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervallenverklaring eerder gewezen vonnis; rechter niet bekend met ingediend wrakingsverzoek; vonnis had niet mogen worden gewezen.
Procesgang
Rechtbank Oost-Brabant · 19 mei 2022deze uitspraak
ECLI:NL:RBOBR:2022:1996
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 februari 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:446
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: 9397914 \ CV EXPL 21-3917
Vonnis van 19 mei 2022, strekkend tot het vervallen verklaren van het tussen partijen gewezen vonnis van 28 april 2022
in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ( [land] ),
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. P.L.M.F. Roosendaal.
tegen:
1 de commanditaire vennootschap Chinchilla,
gevestigd te Oss,
2. [gedaagde sub 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna “ [eiser] ” en “ [gedaagde sub 2] .” genoemd.
1 Grond voor de vervallenverklaring
Op 31 maart 2022 heeft in deze zaak een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Tot slot van de mondelinge behandeling heeft de rechter bepaald dat op 28 april 2022 vonnis zal worden gewezen.
Na afloop van de mondelinge behandeling, eveneens op 31 maart 2022, heeft [gedaagde sub 2] . een verzoek tot wraking van de kantonrechter afgegeven bij de Centrale Informatiebalie van het Paleis van Justitie en aldus een wrakingsverzoek in deze zaak ingediend. Dit verzoek is tijdig ingediend.
Op grond van artikel 37 lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering had de zaak aanstonds na indiening van het wrakingsverzoek moeten worden geschorst en moeten worden aangehouden totdat op het wrakingsverzoek is beslist. Dat is ten onrechte niet gebeurd. Omdat noch de kantonrechter, noch de griffie van Team Civiel van de rechtbank, noch de wrakingskamer op 28 april 2022 bekend waren met het ingediende wrakingsverzoek, is op die datum vonnis in deze zaak gewezen (terwijl nog niet op het wrakingsverzoek was beslist).
Vanwege deze tekortkoming moet het tussen partijen gewezen vonnis van 28 april 2022 vervallen. (Zie ook HR 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:450)
De zaak is geschorst en wordt aangehouden totdat de wrakingskamer op het wrakingsverzoek heeft beslist.
2 De beslissing
De kantonrechter:
verklaart het tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gewezen vonnis van 28 april 2022 vervallen;
houdt de zaak aan totdat op het wrakingsverzoek is beslist.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2022.