Civiel recht overig

subjectieve cumulatie van vorderingen

Rechtbank Oost-Brabant, 6 juli 2023

Zaakgegevens

Op 6 juli 2023 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
Eindhoven
Datum uitspraak
6 juli 2023
Datum publicatie
7 februari 2024
Zaaknummer
10358912 CV EXPL 23-1175
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2023:6117
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

subjectieve cumulatie van vorderingen

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht Eindhoven

Zaaknummer : 10358912

Rolnummer : 23-1175

Uitspraak : 6 juli 2023

in de zaak van:

1 [eiser 1] , h.o.d.n. [bedrijfsnaam eiser 1] , en als zodanig

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. The Wrap Group Europe B.V. h.o.d.n. Wrap my Ride,

statutair gevestigd te Oud Gastel,

3. [eiser 3] , h.o.d.n. [bedrijfsnaam eiser 3] ,

en als zodanig gevestigd te [vestigingsplaats] ,

4. [eiser 4] , h.o.d.n. [bedrijfsnaam eiser 4] , en als zodanig gevestigd te [vestigingsplaats] .

eisers,

gemachtigde: mr. D. Kohelet,

t e g e n :

[gedaagde] , in casu m.h.o.d.n. [bedrijfsnaam gedaagde] ,

wonende en zaakdoende te [plaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: aanvankelijk mr. B.A.P. Sijben, thans geen.

1 Het verloop van het geding

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 17 februari 2023 met producties;

  2. de e-mail van eisers van 8 maart 2023 met producties waarbij zij hun eis hebben vermeerderd met beslagkosten;

  3. de stelbrief van mr. Sijben van 15 maart 2023, met het verzoek om uitstel;

  4. e brief van mr. Sijben van 16 maart 2023 met het verzoek om verstek te zuiveren, welk verzoek door de kantonrechter is ingewilligd.

  5. de brief van 30 maart 2023 van mr. Sijben met de mededeling dat hij zich onttrekt.

1.2.

Tenslotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1.

Voor de vordering en de gronden daarvoor wordt verwezen naar de dagvaarding en de

e-mail van eisers van 8 maart 2023.

2.2.

Nadat gedaagde in rechte was verschenen, is desgevraagd uitstel verleend voor antwoord. Vervolgens heeft mr. Sijben zich onttrokken als gemachtigde, waarna aan gedaagde ambtshalve twee weken uitstel is verleend om te antwoorden. Dat heeft hij op de daartoe bepaalde terechtzitting niet gedaan.

2.3

De vorderingen van eisers zijn door gedaagde niet weersproken. De vorderingen zullen daarom worden toegewezen, met dien verstande dat de kantonrechter de gevorderde beslagkosten, gelet op de onderbouwing daarvan door eisers, zal toewijzen tot de bedragen zoals onder de beslissing is vermeld.

2.4.

Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

2.5.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in deze procedure toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De nakosten zullen worden toegewezen zoals in de beslissing is vermeld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

I. veroordeelt gedaagde, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, tot:

i. betaling aan eiser sub 1 een bedrag van € 578,30, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het intreden van het verzuim tot de dag der algehele voldoening;

ii. betaling aan eiser sub 2 een bedrag van € 11.912,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het intreden van het verzuim tot dag der algehele voldoening;

iii. betaling aan eiser sub 3 een bedrag van € 4.879,93, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het intreden van het verzuim tot dag der algehele voldoening;

iv. betaling aan eiser sub 4 en bedrag van € 8.421,60 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het intreden van het verzuim tot dag der algehele voldoening;

II. verklaart voor recht:

i. ten aanzien van eiser sub 1, dat gedaagde door niet te betalen toerekenbaar

tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen bestaande overeenkomst en aansprakelijk is voor de daardoor door eiser sub 1 geleden schade;

ii. ten aanzien van eiser sub 2, dat gedaagde door niet te betalen respectievelijk niet te leveren toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de desbetreffende tussen partijen bestaande overeenkomsten en aansprakelijk is voor de daardoor door eiser sub 2 geleden schade;

iii. ten aanzien van eiser sub 3, dat gedaagde door niet te betalen respectievelijk niet te leveren toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen bestaande huur/dienstverleningsovereenkomst respectievelijk koopovereenkomst en aansprakelijk is voor de daardoor door eiser sub 3 geleden schade;

iv. ten aanzien van eiser sub 4, dag gedaagde door niet te leveren toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming (te weten levering) van de tussen partijen bestaande koopovereenkomst en aansprakelijk is voor de daardoor door eiser sub 4 geleden schade.

III. verklaart voor recht:

i. ten aanzien van eiser sub 2, dat eiser sub 2 de koopovereenkomst op grond waarvan gedaagde gehouden was te leveren heeft ontbonden;

ii. ten aanzien van eiser sub 3, dat eiser sub 3 de koopovereenkomst op grond waarvan gedaagde gehouden was te leveren heeft ontbonden;

iii. ten aanzien van eiser sub 4, dat eiser sub 4 de koopovereenkomst op grond waarvan gedaagde gehouden was te leveren heeft ontbonden;

IV. veroordeelt gedaagde, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, in de kosten van

de conservatoire beslagprocedures ex art. 706 Rv aan de zijde van eisers tot op heden vastgesteld op € 990,00 aan griffierecht in verband met conservatoire beslagen, € 425,18 aan deurwaarderskosten, en € 540,00 aan salaris advocaat, met dien verstande dat deze bedragen eisers hoofdelijk toekomen en dat betaling aan de één bevrijdend werkt ten opzichte van de andere drie eisers;

V. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden vastgesteld op € 111,35 wegens dagvaardingskosten, € 394,00 wegens griffierecht en € 529,00 wegens salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);

veroordeelt gedaagde in de kosten die na dit vonnis ontstaan, begroot op

€ 132,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast).

verklaart dit vonnis waar het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 juli 2023.