Civiel recht overig
Rechtbank Oost-Brabant · Bodemzaak · Civiel recht overig
Rechtbank Oost-Brabant, 27 februari 2025
ECLI:NL:RBOBR:2025:7786 · Rechtbank Oost-Brabant · 27 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbobr-2025-7786
Zaakgegevens
Op 27 februari 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Eindhoven
- Datum uitspraak
- 27 februari 2025
- Datum publicatie
- 28 november 2025
- Zaaknummer
- 11376580 CV EXPL 24-7702
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2025:7786
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstek.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats Eindhoven
Uitspraakdatum: 27 februari 2025
11376580 CV EXPL 24-7702
In de zaak van :
[eiser] ,wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde [eiser] , [adres] [plaats] ,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij, niet verschenen,
heeft de kantonrechter het volgende verstekvonnis gewezen.
Het procesverloop
Eisende partij heeft een dagvaarding aangebracht, waarvan een afschrift aan dit vonnis is gehecht.
Gedaagde partij is op de daartoe bepaalde zitting niet verschenen.
Het vonnis is bepaald op heden.
De beoordeling
Tegen de niet verschenen gedaagde partij wordt verstek verleend.
De vordering behoort als niet onrechtmatig of ongegrond te worden toegewezen, behoudens het volgende.
Aan eisende partij zal geen gemachtigdensalaris worden toegekend, aangezien geen sprake is van bijstand door een professionele gemachtigde. Om diezelfde reden wordt ook geen vergoeding van nakosten, voor zover deze betrekking hebben op gemachtigdensalaris, toegekend.
De beslissing
wijst de vordering toe zoals door eisende partij is gevorderd, met inachtneming van het bovenstaande;
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten, aan de kant van eisende partij vastgesteld op:
- dagvaarding € 136,72
- griffierecht € 87,00
vermeerderd met de eventuele explootkosten van betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter en uitgesproken ter openbare zitting van 27 februari 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.