Civiel recht overig
Verstekzaak. Standaard toewijzing.
Rechtbank Oost-Brabant, 1 april 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:2331 · Rechtbank Oost-Brabant · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbobr-2026-2331
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 13 april 2026
- Zaaknummer
- C/01/423805 / HA ZA 26-121
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.M. Reinders
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2026:2331
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstekzaak. Standaard toewijzing.
Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/423805 / HA ZA 26-121
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
GEMEENTE HELMOND,
te Helmond,
eisende partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. B.M. Reinders,
tegen
INVENTARIS MAGAZIJN EINDHOVEN B.V.,
te Eindhoven,
gedaagde partij,
hierna te noemen: IME,
niet verschenen.
2 De beoordeling
De Gemeente heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
IME is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Gemeente worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
155,02 |
|
|
- griffierecht |
€ |
10.487,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
4.631,00 |
(1 punt × € 4.631,00) |
|
- nakosten |
€ |
178,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
15.451,02 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3 De beslissing
De rechtbank
veroordeelt IME om aan de Gemeente te betalen een bedrag in hoofdsom van € 962.496,51, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 1 januari 2017, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt IME om aan de Gemeente te betalen een bedrag van € 75.697,00 voor kosten van het onder leiding van [A] uitgevoerde onderzoek, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 1 januari 2018, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt IME om aan de Gemeente te betalen een bedrag van € 17.500,00 voor kosten van het vervolgonderzoek door I-TEK, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 januari 2019, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt IME om aan de Gemeente te betalen een bedrag van € 6.587,48 wegens buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van de dag van de dagvaarding (19 februari 2026), tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt IME in de proceskosten van € 15.451,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als IME niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt IME tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.