Civiel recht overig
Vonnis in incident. Zekerheidsstelling buitenlandse partij art. 224 Rv. Artikel 17 Haags…
Rechtbank Oost-Brabant, 1 juli 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:4939 · Rechtbank Oost-Brabant · 1 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbobr-2026-4939
Zaakgegevens
Op 1 juli 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 1 juli 2026
- Datum publicatie
- 13 juli 2026
- Zaaknummer
- C/01/424605 / HA ZA 26-175
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. N.P.O Ruysch, mr. J.F.M. Heuvelmans
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2026:4939
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vonnis in incident. Zekerheidsstelling buitenlandse partij art. 224 Rv. Artikel 17 Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954: geen verplichting tot zekerheidsstelling.
Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/424605 / HA ZA 26-175
Vonnis in incident van 1 juli 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
MSH GROUP D.O.O.,
te Serajevo (Bosnië en Herzegovina),
eisende partij in conventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: MSH Group,
advocaat: mr. N.P.O. Ruysch,
tegen
NANA BIO B.V.,
te Helmond,
gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,
eisende partij in reconventie in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: NaNa Bio,
advocaat: mr. J.F.M. Heuvelmans.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding
-
de incidentele conclusie tot zekerheidsstelling, tevens conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie
-
de conclusie van antwoord in het incident.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2 De beoordeling in het incident
Het geschil
In de hoofdzaak is, samengevat en alleen voor zover van belang voor de beoordeling van het incident, het volgende aan de hand. MSH Group stelt dat zij met NaNa Bio een koopovereenkomst heeft gesloten, waarbij partijen hebben afgesproken dat MSH Group biologische aardbeien aan NaNa Bio zou leveren voor de in de overeenkomst genoemde prijs per kilogram. Volgens MSH Group heeft zij aan haar leveringsverplichting voldaan, maar weigert NaNa Bio de door MSH Group gezonden factuur voor de levering te betalen. MSH Group vordert daarom in de hoofdzaak dat de rechtbank NaNa Bio veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 88.064,00 in hoofdsom, te vermeerderen met rente en buitengerechtelijke kosten.
NaNa Bio vordert in het incident dat de rechtbank MSH Group veroordeelt tot het stellen van zekerheid op grond van artikel 224 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voor een bedrag van € 13.000,00 (of een door de rechtbank te bepalen bedrag) in de vorm van een bankgarantie van een in Nederland te goeder naam en faam bekend staande bankrekening, binnen vier weken na het vonnis.
Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat MSH Group is gevestigd in Bosnië en Herzegovina. De rechtbank moet daarom ambtshalve beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en welk recht van toepassing is.
De rechtbank oordeelt hierover als volgt. Voor de vraag naar de rechtsmacht moet worden gekeken naar Verordening Brussel I-Bis. Op grond van artikel 4 lid 1 van deze verordening moet een gedaagde (in beginsel) worden opgeroepen voor een gerecht van de lidstaat waar hij woonplaats heeft. Een grondslag voor afwijking van deze hoofdregel is niet gesteld of gebleken. NaNa Bio is gevestigd in Nederland. De Nederlandse rechter is dus in deze procedure bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen.
In dit incident moet worden beoordeeld of er grond bestaat om MSH Group te verplichten zekerheid te stellen voor proceskosten ten behoeve van NaNa Bio zoals bedoeld in artikel 224 Rv. Dit is een beoordeling die uitsluitend is gebaseerd op procesrecht. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen, is het Nederlands procesrecht van toepassing op de onderhavige procedure.
Inhoudelijke beoordeling
De incidentele vordering zal worden afgewezen. Op grond van artikel 17 van het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954 kan een partij uit een verdragsluitende staat, niet verplicht worden om zekerheid te stellen voor proceskosten. Bosnië en Herzegovina en Nederland zijn lid van dit verdrag. MSH Group voert daarom terecht als verweer aan dat op grond van het Haags Rechtsvorderingsverdrag aan haar geen verplichting tot zekerheidsstelling kan worden opgelegd.
Proceskosten
NaNa Bio is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van MSH Group worden begroot op € 842,00 (€ 653,00 aan salaris advocaat (1 punt × € 653,00) en € 189,00 aan nakosten), plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3 De beslissing
De rechtbank
in het incident
wijst de incidentele vordering af,
veroordeelt NaNa Bio in de proceskosten van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als NaNa Bio niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt NaNa Bio tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verwijst de zaak naar de rol van 15 juli 2026 voor beraad over het vervolg van de procedure,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.