Civiel recht overig
kredietovereenkomst - consument - internationaal privaatrecht - tussenvonnis
Rechtbank Oost-Brabant, 9 juli 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:5504 · Rechtbank Oost-Brabant · 9 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbobr-2026-5504
Zaakgegevens
Op 9 juli 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Eindhoven
- Datum uitspraak
- 9 juli 2026
- Datum publicatie
- 29 juli 2026
- Zaaknummer
- K/4802/11928940
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2026:5504
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
kredietovereenkomst - consument - internationaal privaatrecht - tussenvonnis
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11928940 \ CV EXPL 25-7960
Vonnis van 9 juli 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ESTLAND BONDORA AS,
gevestigd in Tallinn (Estland) ,
eisende partij,
hierna te noemen: Bondora ,
gemachtigde: M.W.F. Heebing en N.G.J. Jansen (Inkassier Incasso),
tegen
[gedaagde] ,
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon en bijgestaan door [naam gemachtigde] .
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 oktober 2025 met producties (genummerd 1 tot en met 11),
- de aantekeningen van de rolzitting van 30 oktober 2025,
- de mondelinge behandeling van 3 februari 2026.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter Bondora in de gelegenheid gesteld om haar vordering nader te specificeren met een overzicht waaruit blijkt welke betalingen door [gedaagde] zijn verricht. Bondora heeft op de rol van 5 maart 2026 een akte genomen. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om bij antwoordakte hierop te reageren, maar hij heeft hier geen gebruik van gemaakt. Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
Bondora is een in Estland gevestigde online kredietverstrekker. Op 21 mei 2023 is op naam van [gedaagde] een persoonlijke lening van € 6.060,00 afgesloten. De lening is niet conform het betalingsschema afbetaald. Op 5 januari 2024 heeft Bondora de overeenkomst opgezegd en het openstaande deel van de lening bij [gedaagde] gevorderd. De betaling is uitgebleven en Bondora is deze procedure bij de kantonrechter aangevangen.
Wat wordt gevorderd?
Bondora vordert in deze procedure betaling van een bedrag van € 6.645,30 te vermeerderen met vertragingsrente vanaf 30 september 2024 over een bedrag van
€ 5.470,67. Subsidiair vordert Bondora deze bedragen op grond van onverschuldigde betaling. Een en ander in een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.
[gedaagde] is het hier niet mee eens. Hij heeft uitgelegd dat hij zelf geen overeenkomst met Bondora heeft gesloten. In 2023 was [gedaagde] gehuwd en zijn voormalige partner beheerde zijn financiële zaken. Bij ontvangst van de dagvaarding is [gedaagde] bekend geworden met deze lening en heeft hij op zijn bankrekening gezien dat het geleende bedrag door zijn ex-partner is besteed ter bekostiging van een gokverslaving en deels is overgemaakt naar de voormalige partner en de rekening van zijn ex-schoonmoeder.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Wie krijgt gelijk?
De kantonrechter kan nog niet tot een eindoordeel komen, omdat in deze fase nog niet duidelijk is welk recht van toepassing is op deze zaak. Bondora wordt in de gelegenheid gesteld tot het nemen van een akte. Vervolgens krijgt [gedaagde] de gelegenheid om bij antwoordakte te reageren. Hieronder zal worden toegelicht hoe de kantonrechter tot dit oordeel komt en op welke wijze de procedure verder gaat.
De Nederlandse rechter is bevoegd
Bondora is in Estland gevestigd en de vordering draagt uit dien hoofde een internationaal karakter. Op de eerste plaats dient te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen.
Bondora heeft in dit kader een beroep gedaan op artikel 16.3. van de Algemene Voorwaarden waaruit volgt dat de rechtbanken in Estland een niet-exclusieve jurisdictie hebben. Bondora kiest – om haar moverende redenen – om de vordering voor te leggen aan de Nederlandse kantonrechter.
De kantonrechter is bevoegd in deze zaak en wel op grond van de in deze zaak toepasselijke verordening Brussel I-bis (Verordening (EU) nr. 1215/2012). [gedaagde] heeft immers zijn woonplaats in Nederland .
Het is onduidelijk welk recht van toepassing is
Vervolgens is de vraag welk recht van toepassing is op de overeenkomst tussen partijen en daarmee op de ingestelde vordering. Bondora heeft een beroep gedaan op artikel 16.1. uit de Algemene voorwaarden waarin staat omschreven: “(…)16.1 De Leningsovereenkomst wordt beheerst door de wetgeving van de Republiek Estland , tenzij anders vereist door Nederlands dwingend toepasselijk recht (…)”. Bondora voegt hieraan toe dat het Ests recht aan toewijzing van de vordering niet in de weg staat.
De kredietovereenkomst is een consumentenovereenkomst in de zin van artikel 6 Rome I (Verordening (EG) nr. 593/2008). In beginsel is het recht van het land van de gewone verblijfplaats van de consument van toepassing, in dit geval Nederlands recht (artikel 6 lid 1 Rome I). Partijen kunnen een rechtskeuze maken, maar deze keuze mag er niet toe leiden dat de consument de bescherming verliest welke hij geniet op grond van bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken volgens het recht dat overeenkomstig lid 1 toepasselijk zou zijn geweest bij gebreke van rechtskeuze (artikel 6 lid 2 Rome I).
Om de vordering van Bondora inhoudelijk te kunnen beoordelen, dient eerst te worden vastgesteld welk recht van toepassing is. Bondora beroept zich op het recht van Estland, maar in de dagvaarding ontbreekt iedere verwijzingen naar het Ests recht. Sterker nog, in de dagvaarding worden door Bondora enkel verwijzingen naar bepalingen in het Nederlands recht gemaakt. Omdat het op de in het geding zijnde overeenkomst toepasselijk recht tot dusver geen deel heeft uitgemaakt van het procesdebat en de vaststelling van het toepasselijk recht cruciaal is voor het verdere verloop van deze procedure, wordt Bondora in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten dat [gedaagde] – als consument – bij de toepassing van het Ests recht niet de bescherming verliest welke hij geniet, als het toepasselijk recht ( Nederlands recht) zoals omschreven in artikel 6 lid 1 Rome I van toepassing zou zijn. De enkele vermelding dat ‘geen enkele bepaling volgens het recht van Estland aan toewijzing in de weg staat’ volstaat in dit kader niet. Vervolgens wordt [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren.
Indien Bondora nalaat toe te lichten dat het Ests recht en het Nederlands recht dezelfde bescherming bieden aan [gedaagde] , dan is de kantonrechter voornemens is uit te gaan van het toepasselijk recht zoals omschreven in artikel 6 lid 1 Rome I, namelijk het Nederlands recht.
3 De beslissing
De kantonrechter
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van donderdag 6 augustus 2026 voor het nemen van een akte door Bondora over wat is vermeld onder rechtsoverweging 2.11 , waarna [gedaagde] op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.