Civiel recht overig
Vordering tot betaling van facturen; advertentiewerkzaamheden; niet is komen vast te staan dat tussen…
Rechtbank Oost-Brabant, 8 oktober 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:7416 · Rechtbank Oost-Brabant · 8 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbobr-2026-7416
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2026
- Datum publicatie
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- K/4801/11969029
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2026:7416
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vordering tot betaling van facturen; advertentiewerkzaamheden; niet is komen vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen; volgens gedaagden is sprake van oplichting en fraude.
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: 11969029 \ CV EXPL 25-6638
Vonnis van 8 oktober 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: H.G. Zeiger,
tegen
1 V.O.F. [gedaagde 1] ,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
2. [gedaagde 2],
vennoot van gedaagde sub 1,
wonend in [woonplaats] ,
3. [gedaagde 3],
vennoot van gedaagde sub 1,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagden,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
gemachtigde: [A] .
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 november 2025 met 3 bijlagen,
- de conclusie van antwoord (genoemd ‘verweerschrift’), met als bijlagen de dagvaarding in de andere zaak van 8 december 2025 en een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel,
- de brief waarin aan partijen is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de uitnodiging voor de mondelinge behandeling van 24 juni 2026 (verplaatst),
- de uitnodiging voor de verplaatste mondelinge behandeling van 21 september 2026,
- de e-mail van (de gemachtigde van) [gedaagden] waarin is gevraagd om de zaken met de zaaknummers 11969029, 12045242 en 12020277 gelijktijdig te behandelen,
- de e-mail van de rechtbank aan (de gemachtigden van) partijen waarin is meegedeeld dat deze zaak gezamenlijk (doch niet gevoegd) zal worden behandeld met de zaak met zaaknummer 12045242 CV EXPL 26-169.
Op 21 september 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [eiseres] is, hoewel zij goed is opgeroepen, zonder bericht van verhindering niet verschenen. Namens [gedaagden] zijn [gedaagde 2] en [gedaagde 3] verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde.
Deze zaak is op de mondelinge behandeling gelijktijdig behandeld met de zaak met zaaknummer 12045242 CV EXPL 26-169.
Aan het einde van de mondelinge behandeling is aan partijen meegedeeld dat uiterlijk op 22 oktober 2026 of zoveel eerder als mogelijk het vonnis zal worden gewezen.
2 De vordering en het verweer
[eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagden] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk veroordeelt om aan [eiseres] te betalen het bedrag van € 1.952,18, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.645,60, vanaf dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, kosten rechtens, waaronder begrepen een bedrag aan salaris voor de gemachtigde van [eiseres] .
[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag dat tussen partijen één of meerdere zakelijke overeenkomst(en) van opdracht zijn aangegaan. Op grond van deze overeenkomst(en) heeft [eiseres] (onder bijlevering van materiaal) diverse diensten verleend of laten verlenen en/of diverse werkzaamheden verricht of laten verrichten. Uit hoofde van deze overeenkomst(en) heeft [eiseres] van [gedaagden] een bedrag van € 1.645,60 te vorderen. Dit bedrag is per factuur van 23 juni 2025 aan [gedaagden] in rekening gebracht door [handelsnaam eiseres] , zijnde een handelsnaam van [eiseres] . Verder maakt [eiseres] aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 246,84 en de wettelijke rente, die tot 10 november 2025 € 59,74 bedraagt.
[gedaagden] voert verweer. Zij voert aan dat geen opdracht is verstrekt, dat de werkzaamheden niet zijn uitgevoerd en dat geen overeenkomst tot stand is gekomen omdat geen sprake is van een aanbod en de aanvaarding daarvan. Voor het geval wel een overeenkomst tot stand is gekomen, stelt [gedaagden] dat [eiseres] in schuldeisersverzuim verkeert omdat zij niet kan aantonen en heeft aangetoond dat de actie ook daadwerkelijk is uitgevoerd, nu geen enkel verslag is gegeven van wie, wat, waar en hoe de actie verder is uitgevoerd. Verder doet [gedaagden] , voor zover nodig, een beroep op dwaling dan wel misbruik van omstandigheden.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, verder ingegaan.
3 De beoordeling
Vooraf
Door [eiseres] is in de dagvaarding gesteld dat tussen partijen (een) zakelijke overeenkomst(en) tot stand is gekomen en dat zij op grond van die overeenkomst(en) diverse diensten heeft verleend of laten verlenen en/of diverse werkzaamheden heeft verricht of laten verrichten. De kantonrechter is van oordeel dat de inhoud van de dagvaarding zo summier is dat daaruit niet valt op te maken wat aan [gedaagden] is aangeboden en wat door [gedaagden] aanvaard zou zijn. In de dagvaarding is gebruik gemaakt van een generieke tekst waaruit niet blijkt wat de gestelde overeenkomst inhoudt, waarover wilsovereenstemming zou zijn bereikt of hoe de gestelde wilsovereenstemming tot stand zou zijn gekomen. Hierdoor is artikel 21 Rv door [eiseres] geschonden. Dit artikel bepaalt dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekkingen maken die hij geraden acht. Gelet op het verweer dat door [gedaagden] is gevoerd, zal de kantonrechter toch inhoudelijk beoordelen of er een overeenkomst tot stand is gekomen.
Inhoudelijk
[gedaagden] betwist dat tussen haar en [eiseres] een overeenkomst tot stand is gekomen. Ook betwist zij dat zij enige opdracht aan [eiseres] heeft verstrekt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagden] toegelicht dat zij al geruime tijd spookfacturen ontvangt van een groot aantal ondernemingen die gelinkt (lijken te) zijn aan [eiseres] . Zij heeft voorts verklaard dat zij regelmatig telefonisch wordt benaderd om te adverteren in bijvoorbeeld de Gouden Gids en wordt verzocht om goede doelen te sponsoren. Zij herinnert zich dat zij benaderd is met het verzoek om kinderen met kanker te helpen waarbij gerefereerd zou zijn aan een organisatie genaamd ‘ [naam organisatie] ’. Het zou gaan om een bijdrage voor zieke kinderen die graag naar de Efteling willen gaan. Een andere keer is zij benaderd voor een soortgelijk goed doel, maar daarbij zou het gaan om een bezoek van zieke kinderen aan een ander pretpark. Voorts heeft [gedaagden] verklaard dat de facturen waar in deze procedure betaling van wordt gevorderd eveneens spookfacturen betreffen en dat deze zien op opdrachten die nooit verstrekt zijn en waar geen enkele prestatie tegenover heeft gestaan. [gedaagden] geeft aan dat sprake is van oplichting en fraude. Zij heeft verwezen naar het televisieprogramma ‘Radar’ waarin de oplichtingspraktijken van de persoon achter [eiseres] (en achter soortgelijke B.V.’s), genaamd [B] , aan de orde zijn gekomen. Steeds lijkt gebruik te worden gemaakt van andere websites en andere bedrijfsnamen. De conclusie van Radar was, aldus [gedaagden] , dat kopieën worden gemaakt van bestaande advertenties van ondernemingen op andere websites en dat die advertenties worden gekopieerd en gratis (her)plaatsing hiervan wordt aangeboden. Vervolgens worden er facturen aan de betreffende ondernemingen gestuurd.
De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 6:217 BW een overeenkomst tot stand komt door aanbod en aanvaarding daarvan. Zowel het doen van een aanbod als het aanvaarden daarvan zijn rechtshandelingen waarvoor op grond van 3:33 BW een op het rechtsgevolg gerichte wil vereist is die zich door een verklaring heeft geopenbaard.
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Niet is gebleken van enige wilsovereenstemming op grond waarvan enig bedrag verschuldigd is. Door [eiseres] is weliswaar gesteld dat sprake is van een aanbod en de aanvaarding daarvan, maar die stelling is gemotiveerd door [gedaagden] betwist en op geen enkele wijze door [eiseres] onderbouwd. Zoals hiervoor in r.o. 3.1 reeds is overwogen, is door [eiseres] in de dagvaarding niet gesteld welk aanbod zij aan [gedaagden] heeft gedaan noch is gesteld op welke wijze dat aanbod zou zijn aanvaard. Nu [eiseres] ook niet op de mondelinge behandeling is verschenen, heeft zij dit ook niet nader toegelicht.
Het enkele feit dat door [eiseres] bij dagvaarding producties over zijn gelegd, waaronder een formulier met de tekst: ‘Hartelijk dank voor jullie interesse in de actie [naam actie] . Deze actie is speciaal bedoeld voor kinderen die het even lastig hebben. De actie bestaat uit het verspreiden van een leuke grabbelton waaruit de kinderen de leukste dingetjes kunnen grabbelen. (…)’, maakt de conclusie van de kantonrechter niet anders. Nergens blijkt immers uit dat [gedaagden] dit formulier heeft ontvangen en akkoord is gegaan met de inhoud daarvan. Uit de e-mail die door ‘ [handelsnaam eiseres] ’ aan het e-mailadres [e-mailadres] is gestuurd blijkt immers niet dat dat formulier bij die e-mail heeft gezeten. Daarnaast blijkt niet dat [gedaagden] , althans [gedaagde 2] , akkoord is gegaan met deelname aan deze ‘grabbelton’ en alle daaraan vastzittende verplichtingen. De enige vraag die in de e-mail wordt gesteld is: “Naar aanleiding van ons onderhoud is in de bijlage is de vermelding van [naam] te zien. Wij verzoeken u deze nog even na te lopen en mocht er een wijzigingen noodzakelijk zijn, vernemen wij dat graag. Zodra wij uw antwoord ontvangen, verwerken wij alles netjes voor u. (…)”, waarna [gedaagde 2] heeft geantwoord: “Akort stelios”. Daaruit blijkt niet dát [gedaagde 2] akkoord is gegaan met hetgeen nu gevorderd wordt.
Nu geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, is [gedaagden] niet gehouden tot betaling van het op de factuur van 23 juni 2025 genoemde bedrag. Daarom wijst de kantonrechter de vordering af. Dat geldt ook voor de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de daarover (en over de hoofdsom) gevorderde rente.
Proceskosten
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
|
- salaris gemachtigde |
€ |
434,00 |
(2 punten × € 217,00) |
|
- nakosten |
€ |
108,50 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
542,50. |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Voor zover door [gedaagden] is bedoeld om de werkelijke proceskosten te vorderen, heeft zij niet gesteld noch onderbouwd welke kosten zij heeft moeten maken voor het voeren van verweer in deze procedure. Reeds daarom is deze vordering niet toewijsbaar.
4 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 542,50, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Xanthopoulos, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.J.A. Donkersloot op 8 oktober 2026.