Strafrecht overig

Veroordeling voor het in het bezit hebben van kinderporno tot een taakstraf van 180 uren, te vervangen door…

Rechtbank Oost-Brabant, 19 juni 2026

Zaakgegevens

Op 19 juni 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19 juni 2026
Datum publicatie
18 juni 2026
Zaaknummer
01.229665.25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:4399
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling voor het in het bezit hebben van kinderporno tot een taakstraf van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.229665.25

Datum uitspraak: 19 juni 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1992] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 juni 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 19 mei 2026.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 september 2025 te Deurne, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking

waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken

in bezit heeft gehad,

te weten een GSM (Samsung S21+) en/of een GSM (Samsung S23+) bevattende een aantal fotobestanden en/of videobestanden, in elk geval visuele weergaven,

waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of een vinger/hand

en/of

het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een voorwerp, door die persoon

(afbeeldingsnummer(s) 01, 02 en 03, te vinden op pagina's 105 en 106 van het einddossier, en zoals opgenomen in de toonmap)

en/of

het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een penis en/of een vinger/hand en/of een mond/tong wordt/worden aangeraakt

en/of

de billen en/of de borsten van een ander kind/persoon met een vinger/hand en/of een mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon

en/of

die persoon de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt

(afbeeldingsnummer 04, te vinden op pag. 106 van het einddossier, en zoals opgenomen in de toonmap)

en/of

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past

en/of

- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn kleding ontdoet

en/of

- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht

(afbeeldingsnummer(s) 09, 11 en 14, te vinden op pagina's 109, 110 en 111 van het einddossier, en zoals opgenomen in de toonmap)

(art. 252 Wetboek van Strafrecht)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte heeft het feit bekend. Zijn raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft duidelijk en ondubbelzinnig bekend dat hij kinderporno heeft gedownload, heeft opgeslagen, heeft geüpload en heeft gedeeld. De rechtbank volstaat om die reden ten aanzien van het bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsmiddelen.

  • De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 5 juni 2026;

  • Het proces-verbaal ‘Beschrijving kinderpornografisch materiaal (240b/252 Sr’ van verbalisant [verbalisant] van 30 september 2025, p. 95-100 van het einddossier.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven opgesomde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

op 11 september 2025 te Deurne,

meermalen

visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking

waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken

in bezit heeft gehad,

te weten een GSM (Samsung S21+) en een GSM (Samsung S23+) bevattende een aantal fotobestanden en videobestanden, waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of een vinger/hand

en

het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een voorwerp, door die persoon

(afbeeldingsnummer(s) 01, 02 en 03, te vinden op pagina's 105 en 106 van het einddossier, en zoals opgenomen in de toonmap)

en

het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een penis en/of een vinger/hand en/of een mond/tong wordt/worden aangeraakt

en

de billen en/of de borsten van een ander kind/persoon met een vinger/hand en/of een mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon

en

die persoon de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt

(afbeeldingsnummer 04, te vinden op pag. 106 van het einddossier, en zoals opgenomen in de toonmap)

en

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past

en

- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn kleding ontdoet

en

- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht

(afbeeldingsnummer(s) 09, 11 en 14, te vinden op pagina's 109, 110 en 111 van het einddossier, en zoals opgenomen in de toonmap).

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, waarvan 119 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd;

- een taakstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 uren vervangende hechtenis bij niet verrichten.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft verzocht aan verdachte een (geheel) voorwaardelijke (gevangenis)straf op te leggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Verder heeft hij aangevoerd zich te kunnen vinden in een taakstraf zoals is geëist.

Het oordeel van de rechtbank.

Algemeen

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor min of meer soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezitten van kinderporno. Uit het dossier blijkt verder dat hij zich ook schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden daarvan in de periode van juni 2022 tot en met maart 2025, hetgeen niet is tenlastegelegd.

Een deel van dit materiaal bevat seksuele handelingen met zeer jonge kinderen. Bij de vervaardiging van kinderpornografisch materiaal worden kinderen seksueel misbruikt. Het kan als algemeen bekend worden beschouwd dat kinderen daarvan grote psychische (en lichamelijke) schade kunnen ondervinden en dat zij nog geruime tijd zullen lijden onder de psychische en/of lichamelijke gevolgen van wat hen is aangedaan. Door zijn handelen heeft verdachte de industrie die deze kinderen misbruikt in stand gehouden.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsadvies van 29 mei 2026. Uit dit rapport blijkt – nadat in een vrijwillig kader contact is gezocht met De Rooyse Wissel – dat verdachte een hardnekkig patroon van liegen kent. Verdachte stelt een seksverslaving te hebben. Een behandeling van deze seksverslaving (met voorkeur voor meisjes in de tienerleeftijd) acht de reclassering noodzakelijk. Als verdachte zich niet intensief laat behandelen, acht de reclassering de kans op recidive aanwezig. Vanwege het patroon van manipuleren en liegen, acht de reclassering een kader zoals een reclasseringstoezicht nodig. Geadviseerd wordt aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandelverplichting op te leggen. Omdat verdachte in het verleden actief naar kinderporno zocht, wordt ook een voorwaarde die ziet op het vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik van belang geacht.

De reclassering staat niet negatief tegenover een gevangenisstraf, taakstraf of geldboete. Echter, zij achten hulpverlening passender en noodzakelijker, gezien de problematiek en het jonge gezin dat betrokkene heeft.

De rechtbank sluit zich aan bij dit advies van de reclassering.

De op te leggen straf

Verdachte heeft een ernstig feit gepleegd dat in beginsel een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt.
Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is in dit geval echter niet passend, gelet op het advies van de reclassering. De rechtbank acht het van groot belang dat verdachte wordt behandeld voor zijn problematiek. Verdachte staat aan de vooravond van deze behandeling. Hij staat op de wachtlijst en verwacht begin juli 2026 daarmee te kunnen starten. Een detentie zou ervoor zorgen dat dit traject wordt doorkruist of geblokkeerd terwijl een behandeling van groot belang is om recidive te voorkomen.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

De rechtbank zal deze straf geheel voorwaardelijk opleggen en hier een proeftijd van drie jaren aan koppelen. Ter voorkoming van herhaling van strafbare feiten en ter bevordering van stabiliteit in het leven van verdachte, zullen aan het voorwaardelijke strafdeel de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld. Gelet op verdachtes psychopathologie is een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van drie jaar belangrijk als stok achter de deur.

Daarnaast acht de rechtbank, gelet op de ernst van de feiten, een taakstraf van 180 uren passend en geboden.

De door de officier van justitie gevorderde - en door de raadsman genoemde - optie om één dag gevangenisstraf op te leggen om op deze wijze formeel te voldoen aan het taakstrafverbod is op zichzelf juist, maar het opleggen en executeren van deze ene dag gevangenisstraf leidt slechts tot administratieve rompslomp en onnodige kosten, terwijl een dergelijke straf, in het licht van de met de strafoplegging beoogde doelen, niets toevoegt. De rechtbank ziet daarom af van oplegging van deze gevorderde gevangenisstraf van één dag.

De rechtbank is van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen in overeenstemming is met de ernst van het bewezen verklaarde.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen: 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 252 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Bewezenverklaring.

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Strafbaarheid.

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende misdrijf oplevert:

een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben.

- verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Strafoplegging.

- veroordeelt verdachte tot:

  • een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.

  • een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

- stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

- stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich telefonisch (088 8041504) binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Polluxstraat 114, 5631 ES te Eindhoven;

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door de Rooyse Wissel (of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering), zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek en relatiedynamiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

- dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;

2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);

4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.

Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die veroordeelde in gebruik heeft.

Veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.

De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van veroordeelde.

- geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S.A.E.M. Rampaart, voorzitter,

mr. J.H.L.M. Snijders en T.C. Heijmerink, leden,

in tegenwoordigheid van mr. N.J.S. Doornbosch, griffier,

en is uitgesproken op 19 juni 2026.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal einddossier zaak Zambezi van de politie Eenheid Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche, Team Kinderporno, PL2100-2025179578, aantal doorgenummerde bladzijden: 135.