Strafrecht overig
Bewezenverklaring zes bedreigingen, van onder meer zijn ouders, zus, nicht en reclasseringswerker…
Rechtbank Oost-Brabant, 2 november 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:7760 · Rechtbank Oost-Brabant · 2 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbobr-2026-7760
Zaakgegevens
Op 2 november 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 2 november 2026
- Datum publicatie
- 2 november 2026
- Zaaknummer
- 01/311919-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2026:7760
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewezenverklaring zes bedreigingen, van onder meer zijn ouders, zus, nicht en reclasseringswerker.
Psychiatrische stoornis. Feiten zijn tenminste verminderd toe te rekenen. Hoog recidiverisico.
Gevangenisstraf gelijk aan voorarrest. TBS met bevel tot verpleging van overheidswege. Gemaximeerd. De bewezenverklaarde feiten kunnen niet worden aangemerkt als misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De feiten zijn beperkt gebleven tot woordelijke bedreigingen en zijn niet voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door niet-verbaal agressief gedrag jegens de slachtoffers. Ook zijn er geen concrete aanwijzingen dat de verdachte daadwerkelijk uitvoering zou geven aan de door hem geuite bedreigingen.
Een zorgmachtiging biedt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende mogelijkheden om het aanwezige recidivegevaar tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau te beperken.
Maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende een contactverbod en een gebiedsverbod voor de duur van 5 jaren, dadelijk uitvoerbaar.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
Verbeurdverklaring telefoon.
Afwijzing vordering na voorwaardelijke veroordeling gelet op de door de rechtbank opgelegde terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. De rechtbank acht tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf nu niet opportuun.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummers: 01.311919.25 en 01.275638.25 (ter terechtzitting gevoegd)
Parketnummer vordering: 01.124943.25
Datum uitspraak: 2 november 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1992 ] ,
wonende te [adres 1] ,
thans gedetineerd te: [verblijfplaats] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 februari 2026, 7 mei 2026, 15 juli 2026, 12 oktober 2026 en 26 oktober 2026 (sluiting).
Op de terechtzitting van 18 februari 2026 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak onder parketnummer 01.311919.25 is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 19 januari 2026.
De zaak onder parketnummer 01.275638.25 is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 20 januari 2026.
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 12 oktober 2026 is gewijzigd is aan verdachte het volgende ten laste gelegd.
T.a.v. parketnummer 01.311919.25:
1.
hij, op of omstreeks 17 november 2025 te Eindhoven
[slachtoffer 1] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 1] via sms-berichten (onder meer) dreigend de woorden toe te
voegen:
- "Ik echter heb nog steeds mn punt niet bereikt van totaal door de schreef gaan en
iemand
gewoon de kanker in te steken. Waarom zou ik het niet doen in bijvoorbeeld jou
nek? Ik word toch hetzelfde behandeld. Kan ik je net zo goed in je nek steken omdat
je mij verward noemt onder ede.",
- "Ik ga graag zitten voor zware mishandeling van een van jullie. Dan snap ik het
probleem tenminste, en jullie voelen de consequentie dan ook gelijk. Is wel zo
handig. Domme idioot die je bent. Ik wil een andere reclasseerder ga met jullie niet
meer in gesprek maak jullie allebei
kapot daar te plekke. Levert me rust en zelfrespect op is meer waard dan me laten
zwart praten."
- "Op de kop in de krant, Medewerkster [slachtoffer 1] van de reclassering op brute wijze
meerdere keren gestoken door een mannelijk persoon die zich verplicht moest
melden in verwarde toestand. De man is in verwarde toestand gearresteerd bij het
huis van de kinderen van [slachtoffer 1] waar hij fotos en filmpjes van het anaal neuken van
de moeder tijdens part-time werktijd vlak voor de steekpartij toonde. De man
snapte niet dat aan zijn gedrag iets te verwijten viel en snapte de verwarring en
commotie van de aanwezige politieagenten totaal niet. Hij doet er erg nuchter over
en vind het zelf allemaal wel prima wat er is gebeurt. Moest ze maar normaal doen
dan zou hij dat ook doen waren de man zijn woorden tegenover de kinderen van
[slachtoffer 1] .", en/of
- "Ik hoop dat er een mes in je nek verdeijnt. Ik schijt aan domme kankerhoertjes
iedereen
gaat toch dood ik wil zoveel mogelijk mensen dood zien gaan ik zie toch niks anders
jullie weten niks",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
2.
hij, op of omstreeks 14 november 2025 te Eindhoven, althans in Nederland
[slachtoffer 2] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 2] via WhatsApp-berichten (onder meer) onder meer dreigend
de woorden toe te voegen:
- "Ik maak je gewoon dood en bewaar je in mn diepvriezer , valt toch niet te
redeneren
met jou.", en/of
- "Dan kan je gewoon klappen krijgen en luisteren en langzaam afsterven. Ja man ik
denk daar
eerlijk wel eens over na dat ik da wel grappig zou vinden. Gewoon kankerellende
teruggeven aan degene die je ellende bezorgen en hoofdpijn",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij, op of omstreeks 19 oktober 2025 te Eindhoven, althans in Nederland
[slachtoffer 3] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 3] , via de collega's van voornoemde [slachtoffer 3] , dreigend de
woorden toe te voegen:
- "mijn nichtje werd ook bij de recherche, tot ik daar
een keertje een vuurwerk bommetje binnen gooi heh",
- "Hé 500 euro voor degene die bij [slachtoffer 3] een vuurwerkbom naar binnen
gooit en als dat niet genoeg is maak ik er 1000 van. Ik krijg nog drugsgeld van
iemand. Als degene daar effe een vuurwerkbom naar binnen gooit is het opgelost.
Moet ze haar huisje maar van internet afhalen van
die Funda.", en/of
- "Een keer is het genoeg, ik kanker gewoon een vuurwerkbom daar naar binnen,
kankerslet dat ze is!",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
4.
hij, in de periode 15 november 2025 tot en met 19 november 2025 te Eindhoven
[slachtoffer 4] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen:
- "Ga gewoon weg met je beschuldigingen, als ik je remleiding door wil knippen doe
ik het gewoon daar hoeft geen heel discussiepunt van te komen.", en/of
- "Ik heb geen stabiel onderkomen en goede toekomst. Daarom heb ik besloten [slachtoffer 4]
[slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] te liquideren tegen een laag
tarief. Hiermee wil ik bereiken een vast en bereikbaar onderkomen, dagelijkse
maaltijden, een flexibel energiecontract, een vaste telefonische aansluiting,
recreatie aangelegenheden en de nodige dagelijkse rook attributen. Dit betekend
dat uw leven spoedig eindigd en hiermee bedank ik u voor de inzet.",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
5.
hij in de periode 15 november 2025 tot en met 19 november 2025 te Eindhoven, althans in Nederland, [slachtoffer 6] (meisjesnaam: [slachtoffer 6] ) en/of [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 6] (meisjesnaam: [slachtoffer 6] ) per sms-bericht de
woorden: “Ik heb geen stabiel onderkomen en goede toekomst. Daarom heb ik
besloten [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] te liquideren
tegen een laag tarief” , althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking
toe te voegen, waarvan die [slachtoffer 5] kennis heeft genomen.
T.a.v. parketnummer 01.275638.25:
hij in de periode 21 september 2025 tot en met 26 september 2025 te
Eindhoven, althans in Nederland,
[slachtoffer 4] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 4] meermalen telefonisch (per voicemail) de woorden:
- "ik ga de tanden uit je bek tuffen" en/of
- "ik maak jou kapot" en/of
- "Zo lang ik die duidelijkheid niet heb, ben ik in alle staten, maak ik littekens op
mijn arm die... dat jij jou wil steken daarvoor" en/of
- "Als jij daar aan meewerkt, ben jij doelbewust mijn licht uit mij ogen aan het halen
en dat doe 'k dat bij jou ook" en/of
- "Het leed uit mijn handen, daar gaat het mij zeg maar om en dat doen mijn ouders
ook nie want dan doe ik steken",
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De zaak met parketnummer 01.124943.25 is aangebracht bij vordering van 13 november 2025. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te
's-Hertogenbosch van 22 juli 2025 (in de vordering is abusievelijk vermeld 28 oktober 2025) en strekt tot tenuitvoerlegging van de door de politierechter aan verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden voor een viertal bedreigingen. Een gedeelte daarvan, te weten 30 dagen, is al tenuitvoergelegd bij beslissing van de politierechter van 28 oktober 2025. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
Bewijs.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd alle feiten wettig en overtuigend bewezen te verklaren.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft zich ten aanzien van een bewezenverklaring van alle feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdachte heeft alle feiten bekend.
Het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank acht alle ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen.
Bewijsbijlage
De rechtbank volstaat, gelet op artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering met een opgave van bewijsmiddelen, aangezien verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en er geen vrijspraak is bepleit.
De opgave van de bewijsmiddelen is opgenomen in de aan dit vonnis gehechte bewijsbijlage. De inhoud daarvan dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
De bewezenverklaring.
Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte
T.a.v. parketnummer 01.311919.25:
1.
op 17 november 2025 te Eindhoven [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 1] via sms-berichten (onder meer) dreigend de woorden toe te voegen:
- "Ik echter heb nog steeds mn punt niet bereikt van totaal door de schreef gaan en
iemand gewoon de kanker in te steken. Waarom zou ik het niet doen in bijvoorbeeld jou
nek? Ik word toch hetzelfde behandeld. Kan ik je net zo goed in je nek steken omdat
je mij verward noemt onder ede.",
- "Ik ga graag zitten voor zware mishandeling van een van jullie. Dan snap ik het
probleem tenminste, en jullie voelen de consequentie dan ook gelijk. Is wel zo
handig. Domme idioot die je bent. Ik wil een andere reclasseerder ga met jullie niet
meer in gesprek maak jullie allebei kapot daar te plekke. Levert me rust en zelfrespect op is meer waard dan me laten zwart praten."
- "Op de kop in de krant, Medewerkster [slachtoffer 1] van de reclassering op brute wijze meerdere keren gestoken door een mannelijk persoon die zich verplicht moest melden in verwarde toestand. De man is in verwarde toestand gearresteerd bij het huis van de kinderen van [slachtoffer 1] waar hij fotos en filmpjes van het anaal neuken van de moeder tijdens part-time werktijd vlak voor de steekpartij toonde. De man snapte niet dat aan zijn gedrag iets te verwijten viel en snapte de verwarring en commotie van de aanwezige politieagenten totaal niet. Hij doet er erg nuchter over en vind het zelf allemaal wel prima wat er is gebeurt. Moest ze maar normaal doen dan zou hij dat ook doen waren de man zijn woorden tegenover de kinderen van [slachtoffer 1] .", en/of
- "Ik hoop dat er een mes in je nek verdeijnt. Ik schijt aan domme kankerhoertjes iedereen
gaat toch dood ik wil zoveel mogelijk mensen dood zien gaan ik zie toch niks anders
jullie weten niks",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
2.
op 14 november 2025 te Eindhoven [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 2] via berichten (onder meer) dreigend de woorden toe te voegen:
- "Ik maak je gewoon dood en bewaar je in mn diepvriezer , valt toch niet te redeneren
met jou.", en/of
- "Dan kan je gewoon klappen krijgen en luisteren en langzaam afsterven. Ja man ik
denk daar eerlijk wel eens over na dat ik da wel grappig zou vinden. Gewoon kankerellende
teruggeven aan degene die je ellende bezorgen en hoofdpijn",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
op 19 oktober 2025 te Eindhoven [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 3] , via de collega's van voornoemde [slachtoffer 3] , dreigend de woorden toe te voegen:
- "mijn nichtje werd ook bij de recherche, tot ik daar een keertje een vuurwerk bommetje binnen gooi heh",
- "Hé 500 euro voor degene die bij [slachtoffer 3] een vuurwerkbom naar binnen gooit en als dat niet genoeg is maak ik er 1000 van. Ik krijg nog drugsgeld van iemand. Als degene daar effe een vuurwerkbom naar binnen gooit is het opgelost. Moet ze haar huisje maar van internet afhalen van die Funda.", en/of
- "Een keer is het genoeg, ik kanker gewoon een vuurwerkbom daar naar binnen, kankerslet dat ze is!",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
4.
in de periode 15 november 2025 tot en met 19 november 2025 te Eindhoven [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen:
- "Ga gewoon weg met je beschuldigingen, als ik je remleiding door wil knippen doe ik het gewoon daar hoeft geen heel discussiepunt van te komen.", en/of
- "Ik heb geen stabiel onderkomen en goede toekomst. Daarom heb ik besloten [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] te liquideren tegen een laag tarief. Hiermee wil ik bereiken een vast en bereikbaar onderkomen, dagelijkse maaltijden, een flexibel energiecontract, een vaste telefonische aansluiting, recreatie aangelegenheden en de nodige dagelijkse rook attributen. Dit betekend dat uw leven spoedig eindigd en hiermee bedank ik u voor de inzet.",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
5.
in de periode 15 november 2025 tot en met 19 november 2025 te Eindhoven [slachtoffer 6] (meisjesnaam: [slachtoffer 6] ) en [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 6] (meisjesnaam: [slachtoffer 6] ) per sms-bericht de woorden: “Ik heb geen stabiel onderkomen en goede toekomst. Daarom heb ik besloten [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] te liquideren tegen een laag tarief”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking toe te voegen, waarvan die [slachtoffer 5] kennis heeft genomen.
T.a.v. parketnummer 01.275638.25:
in de periode 21 september 2025 tot en met 26 september 2025 te Eindhoven [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 4] telefonisch (per voicemail) de woorden:
- "ik ga de tanden uit je bek tuffen" en/of
- "ik maak jou kapot" en/of
- "Zo lang ik die duidelijkheid niet heb, ben ik in alle staten, maak ik littekens op mijn arm die... dat jij jou wil steken daarvoor" en/of
- "Als jij daar aan meewerkt, ben jij doelbewust mijn licht uit mij ogen aan het halen en dat doe 'k dat bij jou ook" en/of
- "Het leed uit mijn handen, daar gaat het mij zeg maar om en dat doen mijn ouders ook nie want dan doe ik steken",
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.
De strafbaarheid van de feiten.
Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest en een ongemaximeerde terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.
De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: 38v-maatregel) op te leggen inhoudende een contactverbod met de zus, de ouders en de nicht van verdachte en een gebiedsverbod voor het gebied waarin de zus en de ouders wonen, overeenkomstig de kaart, voor de duur van vijf jaren. De officier van justitie heeft gevorderd hieraan een oplopende schaal van sanctionering te verbinden tot een maximum van zes maanden.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft aangevoerd dat hij het eens is met het opleggen van een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. De raadsman heeft aangevoerd dat hij het niet eens is met het opleggen van een ongemaximeerde terbeschikkingstelling. Als de rechtbank een terbeschikkingstelling oplegt, dan zou dit een gemaximeerde terbeschikkingstelling voor de duur van vier jaren moeten zijn.
De raadsman heeft primair verzocht de behandeling van de zaak aan te houden voor het onderzoeken van een zorgmachtiging. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd een iets hogere gevangenisstraf op te leggen, zodat in het kader van de voorwaardelijke invrijheidsstelling een zorgmachtiging aan de orde kan zijn. Meer subsidiair heeft de raadsman het door de rechtbank ambtshalve gelasten van een zorgmachtiging geopperd.
De raadsman heeft aangevoerd dat hij geen bezwaar heeft tegen het opleggen van de 38v-maatregel.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het eventueel opleggen van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zes bedreigingen, te weten van een reclasseringswerker, een kennis, zijn zus (tweemaal), zijn ouders en zijn nicht. Verdachte heeft forse bedreigingen geuit. Hij heeft onder meer gedreigd zijn zus en ouders te laten liquideren, bij zijn nicht een vuurwerkbom naar binnen te gooien en hij heeft jegens zijn kennis lugubere uitlatingen gedaan als ik maak je gewoon dood en bewaar je in mijn diepvriezer. De feiten hebben een grote impact gehad op de slachtoffers en zij hebben zich onveilig gevoeld. Een en ander volgt ook uit de slachtofferverklaringen van de zus, de moeder en de nicht van verdachte. Vooral de zus van verdachte heeft invoelend verwoord hoe het gedrag van verdachte haar leven beheerst.
De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met de omstandigheid dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en dat hij de onderhavige strafbare feiten heeft gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling.
De rechtbank houdt in strafmatigende zin rekening met de psychiatrische stoornis en de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens die bij verdachte zijn vastgesteld en waarover is gerapporteerd door P.S. Koendan, GZ-psycholoog, en H.C. Went-Boevé, psychiater, in het rapport van het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC) van 2 juli 2026. Uit dit rapport blijkt dat de door verdachte gepleegde strafbare feiten in ten minste verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend. Het rapport houdt verder onder meer het volgende in:
Op grond van de individuele gespreksindrukken, de observaties op de groep en de over betrokkene beschikbare informatie zoals opgenomen in het milieurapport, kan worden geconcludeerd dat er bij betrokkene zowel sprake is van een psychiatrische stoornis als van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.
Betrokkene is ten tijde van zijn verblijf in het PBC psychisch ontregeld, ondanks een hoge
dosering dempende medicatie (onder meer antipsychotica met tevens stemmings-stabiliserende eigenschappen). Het toestandsbeeld wordt gekenmerkt door spreekdrang, verhoogd associatief en onsamenhangend denken, waarbij de contactname oninvoelbaar is en betrokkene moeilijk te peilen. Op onafgestemde wijze houdt betrokkene een monoloog, waarbij zijn denken versneld is en hij heel moeilijk te volgen is, door zijn onsamenhangende en soms gefragmenteerde verhalen. Daarbij is er sprake van sterk wisselende emoties, waarbij de spanning snel kan oplopen en betrokkene deze spanning niet zelf kan reguleren. Betrokkene heeft een lage frustratietolerantie. Emotie- en agressieregulatie zijn gestoord, waarbij gedurende de observatieperiode ook sprake is geweest van agressieve impuls-doorbraken, met verbale agressie, bedreigen en vernieling van materialen.
Als ‘topje van de ijsberg’ is een psychotisch toestandsbeeld zichtbaar, dat voornamelijk wordt gekenmerkt door de desorganisatie in het denken, waarbij ook tekenen van achterdocht aanwezig zijn. ‘Onder water’, echter, is er sprake van meerdere op elkaar inwerkende probleemgebieden, zoals blijkt uit de levensloop van betrokkene. Op jonge leeftijd waren er al ernstige sociaal-emotionele en gedragsproblemen, waarvoor betrokkene in zijn puberteit uit huis geplaatst werd. Hij had geen vriendjes en op het speciaal onderwijs werd gezien dat betrokkene moeite had met sociale situaties, en zijn denkwijze star en rigide was. Betrokkene had zijn eigen waarheid en nam de taal letterlijk. Ook zijn gebrekkige empathische vermogens bij betrokkene beschreven. Deze kenmerken kunnen passen bij neurobiologische ontwikkelingsproblematiek, zoals ADHD en een stoornis in het autismespectrum.
In 2023 is bij een PJ onderzoek een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline
trekken gediagnosticeerd. Gedragsstoornissen op de kinderleeftijd, een lage frustratie-tolerantie, automutilatie en suïcidale uitlatingen, de slachtofferrol aannemen en zijn eigen aandeel in voor hem belastende zaken bagatelliseren en externaliseren (aspecten die - deels - ook in het PBC zijn waargenomen), kunnen hierbij passen.
Bovenbeschreven op zich al complexe en niet goed van elkaar te onderscheiden problematiek, wordt nog verder gecompliceerd door betrokkenes chronische gebruik van drugs.
Ten tijde van de tenlastegelegde feiten was het bovenbeschreven toestandsbeeld bij betrokkene aanwezig.
Bij alle tenlastegelegde feiten was er bij betrokkene sprake van een gevoel dat hem onrecht werd aangedaan of een zekere krenking. Het bovenbeschreven beeld, met psychotische symptomen, een lage frustratietolerantie, emotie- en agressieregulatieproblemen, waarbij betrokkene zelf niet bij machte is om zijn emoties tot bedaren te brengen en zijn gedachten bij te sturen, maar zichzelf juist steeds meer opwindt, werkt in aanzienlijke mate door in de tenlastegelegde feiten. Betrokkene uit, zoals ook in het PBC is waargenomen, zowel algemene bedreigingen als bedreigingen jegens bepaalde personen, op wie hij zich fixeert. Denkbaar is dat deze personen opgenomen zijn in een psychotische denkwereld van betrokkene (die vaak heeft aangegeven zich door anderen bedreigd te voelen). Dit kon echter niet worden onderzocht. Evenmin is duidelijk of en in hoeverre betrokkene onder invloed was van middelen ten tijde van de tenlastegelegde feiten. Hierbij zij vermeld dat hij geen coping heeft om weerstand te bieden aan gebruik van middelen en dat stimulerende middelen drempelverlagend werken op (agressieve) impulsdoorbraken. Een verdere doorwerking is dientengevolge wel denkbaar, echter niet te onderbouwen. Op grond van het bovenstaande adviseert het onderzoekend team om de tenlastegelegde feiten in tenminste verminderde mate aan betrokkene toe te rekenen.
Onderzoekers hebben, in consensus, een risicotaxatie als voorspeller van recidive van agressief delictgedrag in de toekomst, uitgevoerd op basis van een gestructureerd klinisch oordeel. Uit de HCR-20-V3 (een risicotaxatie-instrument dat een inschatting geeft van een statistisch en op groepsniveau gebaseerd risico op recidive van geweld) komt een hoog recidiverisico naar voren op grond van de volgende factoren. Er is sprake van een geschiedenis van problemen met geweld, antisociaal gedrag, problemen met relaties, problemen met werk, middelengebruik, een ernstige psychische stoornis en/of een eventuele persoonlijkheidsstoornis, gewelddadige opvattingen en een gebrek aan respons op behandeling/toezicht. In het recente verleden (het afgelopen halfjaar) zijn er problemen met inzicht in stoornis, gewelddadige denkbeelden, symptomen van een ernstige psychische stoornis, affectieve, gedragsmatige en cognitieve instabiliteit en er zijn problemen met respons op behandeling. Toekomstige problemen bevinden zich, in het geval dat betrokkene nu vrij zou komen, op het gebied van professionele ondersteuning en plannen (die zijn er niet), leefomstandigheden, persoonlijke steun, respons op behandeling of toezicht en stress/coping.
Uit de SAPROF (een risicotaxatie-instrument dat een beoordeling geeft van de beschermende factoren voor gewelddadig gedrag) komt naar voren dat er, op een gemiddelde intelligentie en het hebben van een bewindvoerder na, nauwelijks beschermende factoren bij betrokkene zijn. Met name zijn coping en zelfcontrole schieten tekort. Betrokkene heeft geen stabiele werksituatie. Er is geen sprake van gestructureerde tijdsbesteding. Er is geen motivatie voor behandeling (in het verleden was hulp van bemoeizorg nodig). Betrokkene houdt zich niet aan regels zoals voorwaarden of een contactverbod. Er zijn geen realistische positieve levensdoelen en hoewel betrokkene wel medicatie inneemt, is hij desondanks nog steeds psychisch ontregeld. Er is geen sprake van een ondersteunend netwerk, er is geen intieme relatie. Professionele hulp is niet aanwezig. Er is geen sprake van een woonsituatie met toezicht, of van toezicht in bredere zin, vanuit een hulpverleningstraject.
Afgaande op de risicotaxatie-instrumenten is er sprake van een hoog risico op vergelijkbare
feiten. De klinische indruk sluit hierbij aan, gezien het bovenbeschreven toestandsbeeld, waarbij betrokkene krenkbaar is en raakbaar op het gevoel dat hem onrecht wordt aangedaan. Het gegeven dat betrokkene vanuit de PI doorging met bedreigen van één van de aangevers (en daarmee het contactverbod schond) en ook in de gereguleerde setting van het PBC opnieuw tot bedreigen overging vormen tevens argumenten voor het hoge recidiverisico.
Op grond van het bovenstaande komt het onderzoekend team bij betrokkene uit op een hoog
risico op recidive van vergelijkbare feiten.
Betrokkene heeft intensieve behandeling op meerdere gebieden nodig. Hij is psychisch
ontregeld en heeft op de eerste plaats behandeling voor de psychotische stoornis nodig met
medicatie, steun en structuur. Daarnaast dient de hulp te zijn gericht op het problematische
gebruik van drugs. Zodra de psychotische symptomatologie in remissie is, is nadere
diagnostiek geïndiceerd, onder meer op het gebied van een neurobiologische ontwikkelings-
stoornis en de persoonlijkheid. Ook is er aandacht nodig voor somatische diagnostiek en is
neuro(psycho)logisch onderzoek aangewezen voor een capaciteitenonderzoek en om te
onderzoeken of er sprake is van blijvende neurocognitieve stoornissen, voortkomend uit
bijvoorbeeld cognitief verval of hersenschade bij betrokkene.
Gezien het feit dat er bij betrokkene zowel sprake is van een psychiatrische stoornis als een
gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, ligt het in lijn der verwachting dat betrokkene langdurig ondersteuning nodig zal hebben in zijn functioneren, ook wanneer zijn toestandsbeeld stabiel is. Op de langere termijn zal inbedding in een stabiele woon- en werkomgeving ook onderdeel van de behandeling moeten uitmaken.
Een zorgmachtiging is gezien de complexe problematiek van betrokkene en de verwachte duur van diagnostiek en behandeling een te lichte maatregel om bovengenoemde stappen te kunnen zetten. Gezien het feit dat betrokkene in het verleden zowel voorwaarden als een contactverbod heeft geschonden, is een behandeling in een voorwaardelijk kader (en daarmee ook de maatregel TBS met voorwaarden) niet haalbaar. Om bovengenoemde redenen adviseert het onderzoekend team terbeschikkingstelling met dwangverpleging van overheidswege.
De rechtbank neemt de conclusies en adviezen van het PBC over en legt deze ten grondslag aan haar beslissing.
Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, te weten 366 dagen. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal hierop in mindering worden gebracht.
De rechtbank zal naast de gevangenisstraf ook de maatregel van terbeschikkingstelling opleggen zoals geadviseerd door het PBC. De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling noodzakelijk maakt.
De rechtbank overweegt dat is voldaan aan de formele voorwaarden om de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen. De door verdachte gepleegde strafbare feiten betreffen misdrijven die behoren tot een van de misdrijven omschreven in artikel 37a, eerste lid, onder 2, Sr.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank verdachte ter beschikking stellen. De rechtbank zal bevelen dat verdachte van overheidswege verpleegd wordt.
Duur van de maatregel
In artikel 38e, eerste lid, Sr is bepaald dat de totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege een periode van vier jaar niet te boven gaat, tenzij de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De rechtbank is – anders dan de officier van justitie – van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten niet kunnen worden aangemerkt als misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De feiten zijn beperkt gebleven tot woordelijke bedreigingen en zijn niet voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door niet-verbaal agressief gedrag jegens de slachtoffers. Ook zijn er geen concrete aanwijzingen dat de verdachte daadwerkelijk uitvoering zou geven aan de door hem geuite bedreigingen. De rechtbank heeft hierbij mede in aanmerking genomen dat in het PBC-rapport is vermeld dat er geen uitspraak te doen is over het risico op ernstig lichamelijk letsel, omdat er geen zicht is op de intenties van verdachte en zijn toekomstige gedrag wat betreft ernstige fysieke agressie onvoorspelbaar is.
De terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege bedraagt derhalve maximaal vier jaar.
Zorgmachtiging
De rechtbank wijst het verzoek van de raadsman tot aanhouding van de behandeling om een zorgmachtiging te onderzoeken af. De rechtbank gaat ook voorbij aan de andere door de raadsman ingenomen standpunten. De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling noodzakelijk maakt. Een zorgmachtiging biedt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende mogelijkheden om het aanwezige recidivegevaar tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau te beperken. De rechtbank heeft hierbij mede in aanmerking genomen de inhoud van het PBC-rapport, te weten dat een zorgmachtiging gezien de complexe problematiek van verdachte en de verwachte duur van diagnostiek en behandeling een te lichte maatregel is om de stappen te kunnen zetten.
Maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v Sr
De rechtbank zal, om het recidivegevaar te verkleinen, een contact- en locatieverbod opleggen in het kader van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v Sr voor de duur van 5 jaren. De rechtbank zal bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis zal twee weken bedragen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, tot een maximum van zes maanden. De rechtbank zal niet de door de officier van justitie gevorderde oplopende schaal van sanctionering toepassen, omdat de rechtbank wil voorkomen dat de behandeling van verdachte langdurig wordt onderbroken in het geval van overtreding van het verbod.
De rechtbank zal bepalen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr
De rechtbank zal ook een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr opleggen. Deze maatregel strekt ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, en biedt de mogelijkheid om na afloop van de terbeschikkingstelling voorwaarden aan het gedrag van verdachte te stellen om het recidivegevaar te verkleinen.
Beslag.
Onder verdachte is de in het dictum genoemde mobiele telefoon inbeslaggenomen.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft gevorderd de telefoon verbeurd te verklaren.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft verzocht de telefoon terug te geven aan verdachte.
Het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank zal de telefoon verbeurd verklaren, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit een voorwerp is met behulp waarvan de feiten zijn begaan en dit voorwerp ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorde.
Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01.124943.25.
De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De rechtbank zal de vordering afwijzen gelet op de door de rechtbank opgelegde terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. De rechtbank acht tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf nu niet opportuun.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 37a, 37b, 38v, 38w, 38z, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
Verklaart het ten laste gelegde onder parketnummer 01.311919.25 feit 1, 2, 3, 4 en 5 en het ten laste gelegde onder parketnummer 01.275638.25 bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
T.a.v. parketnummer 01.311919.25:
Feit 1:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
Feit 2:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
Feit 3:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd of bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd
Feit 4:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
Feit 5:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
T.a.v. parketnummer 01.275638.25:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd en bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straffen en maatregelen.
Gevangenisstraf voor de duur van 366 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.
Terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege voor de duur van maximaal vier jaren.
Maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende een contactverbod en een gebiedsverbod voor de duur van 5 jaren. Deze verboden houden in dat de veroordeelde gedurende 5 jaren:
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 4] (zus, geboren [1990] ), [slachtoffer 6] (moeder, geboren [1962] ), [slachtoffer 5] (vader, geboren [1960] ) en [slachtoffer 3] (nicht, geboren [1992 ] );
- zich niet bevindt in de directe nabijheid van de woningen aan de [adres 2]
en [adres 3] (zie kaart).
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op. De totale duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste zes maanden.
Beveelt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten een telefoon, Nord One 2t5g, goednummer PL2100-2025259953-2412325.
Afwijzing van de vordering na voorwaardelijke veroordeling in de zaak met parketnummer 01.124943.25 van de officier van justitie d.d. 13 november 2025.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. F. Kooijman, voorzitter,
mr. T. Kraniotis en mr. I.C. Meuris, leden,
in tegenwoordigheid van mr. H. Wildeman, griffier,
en is uitgesproken op 2 november 2026.