Civiel recht overig
Verlenging ondertoezichtstelling. De ouders hebben positieve ontwikkelingen laten zien. Drie maanden van de…
Rechtbank Overijssel, 21 oktober 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6699 · Rechtbank Overijssel · 21 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2026-6699
Zaakgegevens
Op 21 oktober 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2026
- Datum publicatie
- 5 november 2026
- Zaaknummer
- C/08/348470 / JE RK 26-901
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. U. Yildirim.
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:6699
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verlenging ondertoezichtstelling. De ouders hebben positieve ontwikkelingen laten zien. Drie maanden van de verzochte negen maanden toegewezen, teneinde een warme overdracht naar het vrijwillig kader te kunnen realiseren om de situatie te kunnen blijven monitoren.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/348470 / JE RK 26-901
Datum uitspraak: 21 oktober 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
en
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
gezamenlijk wonende in [woonplaats],
gezamenlijk bijgestaan door advocaat: mr. U. Yildirim.
1 Het (verdere) verloop van de procedure
Op 23 juli 2026 heeft de kinderrechter een tussenbeschikking gegeven in deze zaak. Bij die beschikking is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd voor de duur van drie maanden, te weten tot 28 oktober 2026. De kinderrechter heeft iedere verdere beslissing aangehouden.
Daarna heeft de kinderrechter de volgende stukken ontvangen:
- een update van de GI met bijlage, ontvangen op 5 oktober 2026.
Op 20 oktober 2026 is [minderjarige] uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter, maar zij is toen niet verschenen. [minderjarige] heeft wel een brief gestuurd aan de kinderrechter.
Op 21 oktober 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
-
de ouders, bijgestaan door hun advocaat;
-
[naam 1] namens de GI.
2 De feiten
Voor de feiten wordt verwezen naar de hiervoor genoemde tussenbeschikking van 23 juli 2026.
3 Het verzoek
De GI handhaaft haar verzoek om de ondertoezichtstelling te verlengen voor de resterende duur van het verzoek. Voor de onderbouwing van het verzoek wordt hier verwezen naar de update van 5 oktober 2026. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de GI toegelicht dat de ontwikkelingen van de ouders en [minderjarige] in het zelfstandiger worden van [minderjarige] positief zijn, maar dat het nog wel pril is. Daarom is het goed om de situatie nog te blijven monitoren. De GI zou ook nog in gesprek willen gaan met de moeder over het volgen van een behandeling voor haar eigen problematiek. De GI vindt het belangrijk dat de moeder aan de slag gaat met verwerking van haar verleden. De GI is bang dat als de moeder in beslag wordt genomen door haar emoties, dat wat doet met haar beschikbaarheid voor [minderjarige]. De jeugdbeschermer van [naam 2] heeft gezegd dat er een netwerkscreening bij de ouders komt om te beoordelen of zij bij de ouders kan blijven wonen. Dit is echter geen zorg van de GI en het gaat nu ook goed. Drie maanden geleden waren er nog ernstige zorgen. De GI is blij dat de ouders stappen in de goede richting zetten, maar dit is ook het geval omdat de GI heeft gezegd dat het zo moest. Als het goed blijft gaan de komende negen maanden dan ziet de GI geen reden meer om daarna nog langer betrokken te blijven. De GI zal ook voor een overdracht zorgen naar het wijkteam. Daarbij merkt de GI op dat het wijkteam in Deventer wel een lange wachttijd heeft om de monitorrol over te nemen.
4 De standpunten
[minderjarige] heeft een brief geschreven aan de kinderrechter. [minderjarige] heeft in haar brief geschreven dat ze op sport zit, naar de diëtist gaat en zelfstandig is. Dit waren doelen die zij had via de ondertoezichtstelling. [minderjarige] zou graag weer haar leven terug willen. Er is geen ruzie meer in huis dus alle doelen zijn bereikt.
De ouders zijn het niet eens met het verzoek en vragen om de verlenging van de ondertoezichtstelling af te wijzen. De ouders willen dat de ondertoezichtstelling eindigt, want ze hebben de afgelopen tijd laten zien dat ze de opvoeding aankunnen en grenzen kunnen stellen. In de update van de GI lezen de ouders dat de zorgen die er destijds waren, er nu niet meer zijn. [minderjarige] fietst zelf naar school en is afgevallen. Dat zijn goede stappen. Door de GI wordt gezegd dat een onderzoek naar de opvoedvaardigheden ook niet nodig is zolang het goed gaat. Toch wordt door de GI gezegd dat een verlenging noodzakelijk is omdat de positieve ontwikkeling pril is en omdat de moeder niet zou meewerken aan behandeling. De behandeling van de moeder is wel besproken, maar het was geen eis en dit is volgens de ouders een nieuwe voorwaarde. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling de vorige keer voor drie maanden verlengd, zodat gekeken kon worden of ouders zich kunnen houden aan de regels en dat hebben ze gedaan. In het verzoekschrift van juni 2026 staat vermeld dat de GI aan de moeder heeft laten weten dat het goed zou zijn voor [minderjarige] wanneer de moeder onderzoek laat doen naar haar functioneren middels diagnostiek. Dat kwam voor de moeder over als vrijblijvend en op de vorige zitting is deze behandeling voor de moeder ook niet als harde eis benoemd.
Volgens de moeder is [minderjarige] heel zelfstandig geworden en tussen [minderjarige] en de moeder gaat het heel goed. [minderjarige] en de moeder gaan ook samen naar de diëtist en [minderjarige] vindt het ook fijn dat ze dat samen doen. [minderjarige] vindt het sporten heel leuk. De moeder wil op dit moment geen behandeling volgen, maar de moeder wil dit nog wel doen als ze eraan toe is.
Volgens de vader weerhoudt de ondertoezichtstelling de moeder ervan om behandeling aan te gaan, omdat ze bang is dat de IQ-bepaling die daarbij hoort, tegen haar gebruikt zal worden. De vader stelt dat de ondertoezichtstelling al bijna vier jaar duurt. De ondertoezichtstelling is voor de veiligheid van [minderjarige] geweest, maar het duurt te lang.
5 De (verdere) beoordeling
De kinderrechter moet nog beslissen op het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de resterende duur van negen maanden.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De positieve ontwikkelingen die bij de vorige zitting al waren ingezet, zijn de afgelopen periode vastgehouden. [minderjarige] fietst nog steeds zelfstandig naar school en gaat naar de diëtist met haar moeder. [minderjarige] zou na de zomervakantie naar sportmix gaan om te onderzoeken welke sport zij leuk vindt. [minderjarige] is inmiddels ingeschreven voor een uur sporten in de week bij [sportbedrijf]. De kinderrechter vindt het positief om van de moeder te horen dat [minderjarige] het sporten ook leuk vindt. De ouders waren van mening dat de hulpverlener van het Leger des Heils maar eens in de week langs hoefde te komen, maar uit een evaluatiegesprek op 5 oktober 2026 is gebleken dat deze soms op verzoek van de ouders twee keer langskomt. Voorheen ging er dan veel tijd op aan gesprekken over problemen in de familie van de ouders. Door de hulpverlener van het Leger des Heils wordt gezien dat het ouders nu beter lukt om het over [minderjarige] te hebben en wat zij nodig heeft in de opvoeding. De kleindochter van de ouders, [naam 2] verblijft momenteel nog steeds bij de ouders en over [naam 2] is een ondertoezichtstelling uitgesproken. Er komt een netwerkscreening bij de ouders om te beoordelen of [naam 2] bij de ouders kan blijven wonen. De GI heeft tijdens de zitting gezegd dat de GI zich hierover nu geen zorgen maakt.
De ouders vinden een ondertoezichtstelling niet meer nodig. De kinderrechter constateert dat er sprake is van een positieve ontwikkeling. De kinderrechter hoopt dat de ouders deze kunnen blijven doorzetten. Gelet op de positieve ontwikkelingen ziet de kinderrechter aanleiding om de ondertoezichtstelling voor een korte duur van drie maanden te verlengen. De kinderrechter acht het van belang dat de GI de komende maanden zorgt voor een overdracht naar de gemeente, zodat ouders een vast aanspreekpunt hebben bij de gemeente en de gemeente op de hoogte is van de situatie, zodat er direct de juiste hulp geboden kan worden als dat nodig is. De ondertoezichtstelling zal nog tot 28 januari 2027 doorlopen en voor die tijd kan de overdracht naar de gemeente plaatsvinden.
De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van drie maanden en wijst het verzoek voor het overige af.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van drie maanden, zijnde tot 28 januari 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026 door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E. Fleurke als griffier, en op schrift gesteld op 4 november 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.