Strafrecht overig

De rechtbank spreekt een 31-jarige man uit Nederland vrij voor zijn rol in een de smokkel van een grote…

Rechtbank Overijssel, 12 juni 2018

Zaakgegevens

Op 12 juni 2018 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
12 juni 2018
Datum publicatie
12 juni 2018
Zaaknummer
08/963541-15 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2018:1985
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank spreekt een 31-jarige man uit Nederland vrij voor zijn rol in een de smokkel van een grote hoeveelheid harddrugs naar Engeland. De Britse douane vond in een vrachtwagen op de boot naar Newcastle 16 kilogram heroïne, 6 kilogram cocaïne en ongeveer 350.000 pillen MDMA verborgen in een vorkheftruck. Zie ook ECLI:NL:RBOVE:2018:1981 voor uitspraak in zaak medeverdachte / vader.

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/963541-15 (P)

Datum vonnis: 12 juni 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 5 oktober 2017 en 29 mei 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.J. Jansen en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J. Zevenboom, advocaat te Almere-Haven, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van de uitvoer van 16 kilogram heroïne, 6 kilogram cocaïne en 350.000 tabletten/pillen bevattende MDMA vanuit Nederland naar Engeland.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2014 tot en met 20 juni 2014, te

Kapel-Avezaath en/of te Tiel en/of te Nieuwegein en/of te Hagestein en/of te

IJmuiden en/of te Maarsbergen en/althans (elders) in Nederland en/of in

Engeland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht

en/of heeft verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of

vervoerd en/of (in elk geval) opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 16

kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne

(diamorfine) en/of ongeveer 6 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 350.000 tabletten/pillen, in elk

geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA

(3,4-methylendioxymethamfetamine), zijnde heroïne en/of cocaïne en/of MDMA,

(telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst

I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake het tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde feit.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe dat het niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de in de tenlastelegging genoemde verdovende middelen in de vorkheftruck. Gelet hierop kan ook van medeplegen geen sprake zijn.

5 De beslissing

De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. W. Foppen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2018.