Strafrecht overig

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 33-jarige man tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6…

Rechtbank Overijssel, 14 oktober 2021

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2021 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
14 oktober 2021
Datum publicatie
14 oktober 2021
Zaaknummer
08-023029-21 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2021:3828
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 33-jarige man tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De man liet op oudjaarsnacht 2020 een vuurwerkbom ontploffen in een woonwijk in Deventer. Hierdoor raakten de ruiten en kozijnen van tientallen woningen beschadigd en liepen twee personen blijvende gehoorschade op.

Gelukkig toeval

De rechtbank neemt het de man kwalijk dat hij een groot risico heeft genomen dat omwonenden gevaar liepen doordat hij de vuurwerkbom liet ontploffen. Door de knal is een grote hoeveelheid glas van de omliggende woningen gesprongen. De bedden van de buurtbewoners, waaronder jonge kinderen, raakten bezaaid met glas. Het is een gelukkig toeval dat zij door de oud en nieuwviering niet in hun bed lagen en het daardoor niet slechter afgelopen is.

Vrijspraak voor medeverdachten

Twee andere 33-jarige mannen die ook verdacht werden van betrokkenheid bij de ontploffing zijn hiervan vrijgesproken. Wel staat vast dat het drietal op de bewuste oudjaarsavond samen vuurwerk heeft afgestoken in de wijk, waaronder zwaar en illegaal vuurwerk. Er kan niet worden vastgesteld dat de twee ook betrokken zijn geweest bij het veroorzaken van de ontploffing. Een van deze mannen is wel veroordeeld voor het bezit van een grote hoeveelheid munitie en krijgt daarvoor een geldboete van 800 euro opgelegd.

Schadevergoeding

Naast de gevangenisstraf krijgt de man ook een vuurwerkverbod opgelegd. Hij mag in zijn proeftijd geen vuurwerk hebben of afsteken. Ook moet hij in totaal bijna 15.000 euro aan schadevergoeding betalen voor onder andere de schade die door de explosie is ontstaan aan de woningen.

Zie ook: ECLI:NL:RBOVE:2021:3827 ECLI:NL:RBOVE:2021:3829

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08-023029-21 (P)

Datum vonnis: 14 oktober 2021

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] (Marokko),

wonende aan [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 8 juli 2021 en 30 september 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.H. de Weert en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J. Vlug, advocaat in Deventer, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met anderen tijdens de jaarwisseling een ontploffing teweeg heeft gebracht op de [locatie] te Deventer, waardoor gevaar voor nabij gelegen woningen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners te duchten was.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 1 januari 2021 in de gemeente Deventer,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, op de [locatie] , in ieder geval op de openbare weg,

opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand

heeft gesticht door:

- een onbekende hoeveelheid zwaar (knal) vuurwerk (mogelijk

één of meerdere mortierbom(men)/shells, te weten SAT 4 inch

Shell Titanium Salute en/of knalvuurwerk, te weten Dum Bum

30 en/of Dum Bum 50, in ieder geval dergelijke

mortierbom(men) /mortiergrana(a)t(en)) en/of enig ander

ontplofbaar en brandbaar materiaal (mogelijk bevattende een

hoeveelheid zogenoemd flitskruit), op enige wijze aan te steken

en/of tot ontploffing te brengen,

en daarvan gemeen gevaar voor de nabij gelegen woningen

en/of op de openbare weg aanwezige en/of in die woningen

aanwezige goederen en personen, in elk geval gemeen gevaar

voor goederen en/of levensgevaar voor de op de openbare weg

en/of in die woningen aanwezige personen, in elk geval

levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor

zwaar lichamelijk letsel voor op de openbare weg en/of in die

woningen aanwezige personen, in elk geval gevaar voor zwaar

lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsmotivering

4.1

Inleiding

Op vrijdag 1 januari 2021 omstreeks 1:56 uur is er in de buurt van de [locatie] zeer zwaar vuurwerk af gegaan. Na de ontploffing zijn er 36 aangiften gedaan van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing en veel van de aangevers benoemen schade aan ruiten en kozijnen. Later blijkt dat binnen een straal van 73 meter vanaf de ontploffing ruiten uit woningen zijn gesprongen.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, nu veel getuigen verklaren dat verdachte die avond vuurwerk aan het afsteken was met medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte zelf aanvankelijk een leugenachtige verklaring heeft afgelegd. Ze heeft daarbij gemotiveerd gesteld dat hierbij sprake is geweest van gemeen gevaar voor goederen, van levensgevaar en van gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend belastend bewijs bevat. Op basis van het dossier kan enkel worden vastgesteld dat verdachte die avond in de buurt was, maar niet wat zijn rol is geweest. Dat sprake was van medeplegen kan evenmin wettig en overtuigend worden bewezen.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank overweegt daartoe dat op basis van het dossier en de behandeling ter zitting weliswaar kan worden vastgesteld dat verdachte die bewuste avond en nacht vuurwerk heeft afgestoken met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , waaronder ook illegaal en zwaar vuurwerk, maar dat er geen bewijsmiddel is voor een bijdrage van verdachte aan de totstandkoming van de vuurwerkbom en/of het afsteken daarvan.

5 De schade van benadeelden

[benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] en [benadeelde] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De vorderingen hebben betrekking op het ten laste gelegde, maar nu verdachte van het tenlastegelegde feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partijen allen op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

6 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partijen: [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] en [benadeelde] , allen in het geheel niet-ontvankelijk zijn in hun vordering, en dat de genoemde benadeelde partijen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.P.K van Rosmalen, voorzitter, mr. J. de Ruiter en

mr. J. Faber, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Seuters, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2021.

Buiten staat

Mrs. De Ruiter en Faber zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.