Strafrecht overig
De rechtbank Overijsel spreekt een 53-jarige man vrij van verboden wapenbezit. De rechtbank is met de…
Rechtbank Overijssel, 27 september 2022
ECLI:NL:RBOVE:2022:2701 · Rechtbank Overijssel · 27 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2022-2701
Zaakgegevens
Op 27 september 2022 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 27 september 2022
- Datum publicatie
- 27 september 2022
- Zaaknummer
- 08-088941-21 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2022:2701
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank Overijsel spreekt een 53-jarige man vrij van verboden wapenbezit. De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-088941-21 (P)
Datum vonnis: 27 september 2022
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 september 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.K. Kooij en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. A.D. Kloosterman, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: een automatisch vuurwapen voorhanden heeft gehad;
feit 2: een vuurwapen van categorie III van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1
Hij in of omstreeks de periode van 1 december 2019 tot en met 8 september 2020 te
Zwolle, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten,
een machinepistool van het merk IMI, type Micro UZI, kaliber 9 x 19 mm (SIN
AAOE3908NL in TON 1),
zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren
voorhanden heeft gehad;
2
Hij in of omstreeks de periode van 1 december 2019 tot en met 8 september 2020 te
Zwolle, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten,
een pistool van het merk Taurus, type PT92, kaliber 9 mm kort (.380) (SIN
AAOE1896NL in TON 2),
zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool
voorhanden heeft gehad.
3 De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4 De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat uit de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet volgt dat is kan worden vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem is tenlastegelegd. Nu naar het oordeel van de rechtbank voldoende wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, zal de verdachte worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
5 De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Scheeper, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.N. Esajas, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 september 2022.
Buiten staat
Mr. M. Scheeper is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.