Strafrecht overig
De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan…
Rechtbank Overijssel, 7 november 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:5780 · Rechtbank Overijssel · 7 november 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2024-5780
Zaakgegevens
Op 7 november 2024 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 7 november 2024
- Datum publicatie
- 7 november 2024
- Zaaknummer
- 08.275587.23 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2024:5780
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
De verdachte was ten laste gelegd dat hij aan openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.275587.23 (P)
Datum vonnis: 7 november 2024
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats],
wonende aan de [woonplaats].
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 30 mei 2024 en van 24 oktober 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. R.H. Wormhoudt, advocaat in Ruinerwold, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (primair), dan wel dat verdachte al dan niet samen met anderen in het openbaar geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] (subsidiair).
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 8 augustus 2022 te [plaats], gemeente Steenwijkerland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om aan [slachtoffer]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
- voornoemde [slachtoffer] een of meermalen tegen het hoofd, althans tegen het
lichaam, heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of (met kracht) heeft geduwd en/of
heeft gestoot (ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] ten val kwam) en/of
- voornoemde [slachtoffer] een of meermalen tegen het hoofd, althans tegen het
lichaam, heeft getrapt en/of heeft geschopt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 8 augustus 2022 te [plaats], gemeente Steenwijkerland openlijk,
te weten, op/aan de straat [adres], in elk geval op of aan de openbare weg en/of
op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd
tegen een persoon te weten [slachtoffer] door:
- voornoemde [slachtoffer] een of meermalen tegen het hoofd, althans tegen het
lichaam, te slaan en/of te stompen en/of (met kracht) te duwen en/of te stoten (ten
gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] ten val kwam) en/of
- voornoemde [slachtoffer] een of meermalen tegen het hoofd, althans tegen het
lichaam, te trappen en/of te schoppen.
3 De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair aan verdachte ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. De ten laste gelegde handelingen van verdachte moeten worden aangemerkt als zozeer te zijn gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel dat hij bewust de aanmerkelijke kans daarop heeft aanvaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Verdachte heeft geen geweld gebruikt tegen [slachtoffer], maar heeft juist geprobeerd het geweld te doen stoppen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat zowel verdachte als [slachtoffer] op 8 augustus 2022 omstreeks 17.00 uur aanwezig waren op de [adres] in [plaats]. De rechtbank stelt eveneens vast dat er rond dat moment door meerdere personen geweld is gebruikt tegen [slachtoffer] en dat hij als gevolg van dat geweld letsel heeft opgelopen. [slachtoffer] heeft aangifte gedaan en er zijn meerdere getuigen gehoord. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan de vechtpartij en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan het hem tenlastegelegde.
De rechtbank overweegt dat [slachtoffer] zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat er door drie personen geweld tegen hem is gebruikt. Dit waren volgens hem [medeverdachte 1], zijn vader [medeverdachte 2], en een neefje van hen, zijnde een jongen van rond de 20 jaar. [slachtoffer] heeft verder verklaard dat verdachte weliswaar aanwezig was maar dat hij hem niet heeft geslagen, geschopt of vastgehouden. Verdachte ontkent daarbij stellig geweld tegen [slachtoffer] te hebben gebruikt. Gelet hierop en nu de getuige [getuige] ter zitting heeft verklaard er niet zeker van te zijn dat zij verdachte bij de vechtpartij heeft gezien, is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor de betrokkenheid van verdachte bij zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde.
De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen wat aan verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat zij hem integraal zal vrijspreken.
4 De schade van benadeelde
De vordering van de benadeelde partij Munstermann heeft betrekking op het ten laste gelegde. Omdat verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
5 De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.M. Fluttert, voorzitter, mr. J. de Ruiter en
mr. N.J.C. Monincx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. van der Hulst, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2024.
Buiten staat
Mr. J.G.M. Fluttert en mr. N.J.C. Monincx zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.