Strafrecht overig

De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan…

Rechtbank Overijssel, 7 november 2024

Zaakgegevens

Op 7 november 2024 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
7 november 2024
Datum publicatie
7 november 2024
Zaaknummer
08.275589.23 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2024:5781
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

De verdachte was ten laste gelegd dat hij aan openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.275589.23 (P)

Datum vonnis: 7 november 2024

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats],

wonende aan de [woonplaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 30 mei 2024 en van 24 oktober 2024.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. R.F. Klunder, advocaat in Heereveen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (primair), dan wel dat verdachte al dan niet samen met anderen in het openbaar geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] (subsidiair).

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 8 augustus 2022 te [plaats], gemeente Steenwijkerland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om aan [slachtoffer]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- voornoemde [slachtoffer] een of meermalen tegen het hoofd, althans tegen het

lichaam, heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of (met kracht) heeft geduwd en/of

heeft gestoot (ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] ten val kwam) en/of

- voornoemde [slachtoffer] een of meermalen tegen het hoofd, althans tegen het

lichaam, heeft getrapt en/of heeft geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 8 augustus 2022 te [plaats], gemeente Steenwijkerland openlijk,

te weten, op/aan de straat [adres], in elk geval op of aan de openbare weg en/of

op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen een persoon te weten [slachtoffer] door:

- voornoemde [slachtoffer] een of meermalen tegen het hoofd, althans tegen het

lichaam, te slaan en/of te stompen en/of (met kracht) te duwen en/of te stoten (ten

gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] ten val kwam) en/of

- voornoemde [slachtoffer] een of meermalen tegen het hoofd, althans tegen het

lichaam, te trappen en/of te schoppen.

3 De bewijsmotivering

De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verdachte, zijn medeverdachten en [slachtoffer] op 8 augustus 2022 omstreeks 17.00 uur aanwezig waren op de [adres] in [plaats]. De rechtbank stelt eveneens vast dat er rond dat moment door meerdere personen geweld is gebruikt tegen [slachtoffer] en dat hij als gevolg van dat geweld letsel heeft opgelopen. [slachtoffer] heeft aangifte gedaan en er zijn meerdere getuigen gehoord.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan de vechtpartij en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan het hem tenlastegelegde. De rechtbank acht dit niet wettig en overtuigend bewezen.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank daarom van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken.

4 De schade van benadeelde

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] heeft betrekking op het ten laste gelegde. Omdat verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

5 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.M. Fluttert, voorzitter, mr. J. de Ruiter en

mr. N.J.C. Monincx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. van der Hulst, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2024.

Buiten staat

Mr. J.G.M. Fluttert en mr. N.J.C. Monincx zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.