Strafrecht overig
Vrijspraak. De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste heeft begaan en spreekt hem…
Rechtbank Overijssel, 7 juli 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4639 · Rechtbank Overijssel · 7 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2026-4639
Zaakgegevens
Op 7 juli 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 7 juli 2026
- Datum publicatie
- 29 juli 2026
- Zaaknummer
- 08-049413-24 (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:4639
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak. De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
De verdachte was ten laste gelegd dat hij zich samen met anderen schuldig had gemaakt aan het voorbereiden van een poging tot brandstichting of het teweegbrengen van een ontploffing en het voorhanden hebben van illegaal vuurwerk.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-049413-24 (P)
Datum vonnis: 7 juli 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats],
wonende aan de [woonplaats].
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 juni 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. D.G. Hassink, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er na aanpassing van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) op 23 juni 2026, kort en bondig weergegeven, op neer dat verdachte zich op 11 februari 2024 in Zwolle samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan:
feit 1 : het verrichten van voorbereidingshandelingen voor het plegen van een (poging tot) brandstichting of het teweegbrengen van een ontploffing bij café [bedrijf];
feit 2 : het voorhanden hebben van opzettelijk professioneel (knal)vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik;
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
feit 1
hij op of omstreeks 11 februari 2024 te Zwolle, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter voorbereiding van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten (poging) brandstichting en/of het teweeg brengen van een ontploffing in vereniging, door open vuur in aanraking te brengen met vuurwerk en/of benzine, althans een brandbare stof, ten gevolge waarvan café [bedrijf], gevestigd op/aan de [adres], althans één of meer (omliggende) pand(en) geheel of gedeeltelijk zouden verbanden en/of vlam zouden vatten en daarvan algemeen gevaar voor voornoemd(e) pand(en), in elk geval algemeen gevaar voor goederen te duchten zou zijn en/of daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten zou zijn, hetgeen het misdrijf van artikel 157 van het wetboek van strafrecht oplevert, opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten
- meerdere Shells/mortierbommen en/of één of meer Nitraten/bangers en/of een cobra 6, althans meerdere stukken vuurwerk en/of
- één of meer jerrycans (geheel/gedeeltelijk) gevuld met brandbare vloeistof (Aspen 2) en/of
- een rol tape en/of
- een (gesloten) bestelbus (Mercedes-Benz, Sprinter, [kenteken]) (met daarin voorgenoemde voorwerpen en waarmee verdachte en/of zijn mededaders naar, althans in de richting van, voornoemd pand op/aan de [adres] is/zijn gereden), bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad, voorwerpen waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat feit;
feit 2
hij op of omstreeks 11 februari 2024 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
althans alleen, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- twee (2), althans één of meer stuks knalvuurwerk (shells/mortierbommen, lijst III) en/of
- één of meer stuks knalvuurwerk voorhanden heeft gehad.
3 De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit dat verdachte integraal van de ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken.
Het oordeel van de rechtbank
Voor de leesbaarheid van het vonnis worden verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] hierna bij de bespreking van de bewijsmiddelen met hun voor- en/of achternaam aangeduid.
De rechtbank is van oordeel dat op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
De rechtbank overweegt het volgende.
Ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verbalisanten op 11 februari 2024 omstreeks 03:08 uur besluiten een witte Mercedes-bus te controleren die in de binnenstad van Zwolle rijdt. Reden hiervoor is dat de bestuurder meerdere verkeersovertredingen begaat en de te naam gestelde van de bus in de buurt van [plaats] woont en antecedenten heeft op het gebied van voetbalgeweld. Verbalisanten zijn er bekend mee dat op 11 februari 2024 een wedstrijd tussen PEC Zwolle en Go Ahead Eagles zal plaatsvinden. Hierbij kunnen de spanningen hoog oplopen en in het verleden is het gebruik van vuurwerk niet geschuwd. Tijdens de controle blijkt [medeverdachte 2] de bestuurder van de bus te zijn en zit [medeverdachte 4] op de bijrijdersstoel. Wanneer voorin de bus wordt gekeken, wordt onder de bijrijdersstoel, een tweezitsbank, in een opslagbak een shell aangetroffen. Dit betreft illegaal professioneel vuurwerk. [medeverdachte 2] wordt aangehouden en vertelt dat er drie mannen in de laadcabine zitten. In de afgesloten laadcabine worden [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 3] aangetroffen. In de laadcabine worden ook drie jerrycans van vijf liter ASPEN2, een zeer ontvlambaar goed, een rol tape en meerdere stuks illegaal (knal)vuurwerk (een shell, drie stuks DumBum 5g (nitraten/bangers) en een Cobra 6) aangetroffen.
Een week voorafgaand aan de aanhouding heeft een grote groep PEC Zwolle-supporters in Deventer vernielingen aangericht in een supporterscafé van Go Ahead Eagles.
Na de aanhouding vertelde [medeverdachte 2] dat hij inderdaad met een paar mannen vanuit Deventer naar Zwolle was gereden, dat de verbalisanten wel op de hoogte waren van wat er was gebeurd vorige week bij Go Ahead Eagles en dat zij daarom nu Zwolle even kwamen bezoeken. [medeverdachte 2] vertelde: “Je weet hoe dat gaat, zij doen wat en wij doen wat, er gaat zeker wat gebeuren, zo werkt dat gewoon”. Tijdens het doorzoeken van de telefoon van [medeverdachte 2] wordt een Snapchat-gesprek tussen [medeverdachte 2] en ene [alias] aangetroffen. In dit gesprek plaatst [medeverdachte 2] op 11 februari 2024 om 01:56 uur het volgende bericht: “We zijn echt olle heb 15? Man in de bus. We gaan gas. café bij hema. Brandbomme. Gas. Beloof je”. Gebleken is dat de plaats van aanhouding zich op 300 meter van café [bedrijf], het supporterscafé van PEC Zwolle, aan de [adres] in Zwolle bevindt. Het café zelf bevindt zich op 84 meter van de Hema. Uit onderzoek verricht in het Basis Voorziening Informatie-Integrale Bevraging (BVI-IB) volgt dat de verdachten allen supporters van Go Ahead Eagles zijn.
Hoewel de hierboven beschreven omstandigheden erop wijzen dat er mogelijk een voornemen was bij verdachte om iets strafbaars te doen, ziet de rechtbank hierin onvoldoende aanwijzingen om vast te kunnen stellen dat hij samen met de medeverdachten met de Mercedes-bus vanuit Deventer is afgereisd naar Zwolle om met de jerrycans, tape en/of het vuurwerk brand te stichten of een ontploffing teweeg te brengen bij café [bedrijf] in Zwolle. [verdachte] ontkent dit ook stellig. Naar eigen zeggen heeft hij in de avond van 10 op 11 februari 2024 carnaval gevierd, alcohol gedronken en is hij op enig moment telefonisch gevraagd om een rondje te rijden. Er was geen plan om brand te stichten of een ontploffing teweeg te brengen bij café [bedrijf] in Zwolle. Hij wist niet dat de jerrycans, de rol tape en het vuurwerk zich in de Mercedes-bus bevonden. Hij wist ook niets van het door [medeverdachte 2] verzonden Snapchatbericht.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [verdachte] weliswaar de nodige vragen oproept in het licht van de eerder beschreven omstandigheden ten tijde van de controle en aanhouding, maar de rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat tussen [verdachte] en een of meer anderen een nauwe en bewuste samenwerking heeft bestaan. Evenmin kan de rechtbank vaststellen dat [verdachte] opzet (al dan niet in voorwaardelijke zin) heeft gehad op het gronddelict, te weten brandstichting. De rechtbank zal [verdachte] dan ook vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen van het verrichten van voorbereidingshandeling voor brandstichting.
Ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde
De rechtbank is eveneens van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat een nauwe en bewuste samenwerking heeft bestaan tussen [verdachte] en een of meer andere personen voor wat betreft het voorhanden hebben van het professionele vuurwerk dat is aangetroffen in de Mercedes-bus. De verklaring van [verdachte] dat hij niet wist dat er vuurwerk onder de bank en in de laadcabine lag en dat hij dat niet heeft kunnen zien omdat het donker was in de laadcabine, vindt steun in de verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4]. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat het vuurwerk onder de bijrijdersstoel van hem was en dat hij dit erin heeft gestopt, terwijl [medeverdachte 4] heeft verklaard dat het vuurwerk in de laadcabine van hem was en dat hij dat erin heeft gestopt. Geen van beiden heeft verklaard dat de medeverdachten wisten dat er vuurwerk in de bus lag of dat zij dat hebben gezien.
Daarom zal de rechtbank [verdachte] ook voor dit feit vrijspreken.
4 De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
opheffing (geschorste) bevel voorlopige hechtenis
- heft het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Peper, voorzitter, mr. M. ter Riet en mr. N.J.C. Monincx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.L. Struik, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.
Buiten staat
Mr. ter Riet en mr. Monincx zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.