Strafrecht overig

Tussenvonnis. De rechtbank veroordeelt een 46-jarige man tot betaling van schadevergoedingen van een aantal…

Rechtbank Overijssel, 3 november 2026

Zaakgegevens

Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
3 november 2026
Datum publicatie
3 november 2026
Zaaknummer
08-328494-25, ttz gev.: 96-141636-25, 96-187617-25, 08-051954-26, 08-234154-25, 08-245774-25, 03-249042-25, 08-254736-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:6614
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Tussenvonnis. De rechtbank veroordeelt een 46-jarige man tot betaling van schadevergoedingen van een aantal benadeelde partijen en schorst het onderzoek tot de terechtzitting van 25 mei 2027 om 09.00 uur en beveelt dat het onderzoek dan zal worden hervat. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van achttien feiten, waaronder het meermalen besturen van een voertuig terwijl hij wist dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, diefstallen, poging tot diefstal met inbraak, diefstal van koper en vernieling.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummers: 08-328494-25, ttz gev.: 96-141636-25, 96-187617-25, 08-051954-26, 08-234154-25, 08-245774-25, 03-249042-25, 08-254736-25

Datum tussenvonnis: 3 november 2026

Tussenvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] ,

nu verblijvende in P.I. [verblijfplaats ] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 oktober 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.H. Rump, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van wat namens de benadeelde partij [bedrijf 1] B.V. door [aangever 1] en zijn partner naar voren is gebracht en wat namens de benadeelde partij [bedrijf 2] door [aangever 2] naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit tussenvonnis gehecht.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Voor de leesbaarheid van dit tussenvonnis nummert de rechtbank de feiten als volgt:

  • het feit van de zaak met parketnummer 96-141636-25 als feit 1;

  • het feit van de zaak met parketnummer 96-187617-25 als feit 2;

  • het feit van de zaak met parketnummer 08-051954-26 als feit 3;

  • de feiten van de zaak met parketnummer 08-234154-25 als feiten 4, 5 en 6;

  • de feiten van de zaak met parketnummer 08-245774-25 als feiten 7, 8, 9, en 10;

  • het feit van de zaak met parketnummer 03-249042-25 als feit 11.

  • de feiten van de zaak met parketnummer 08-328494-25 als feiten 12, 13, 14, 15, 16 en 17;

  • het feit van de zaak met parketnummer 08-254736-25 als feit 18;

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 341a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ten aanzien van feit 18 op 9 december 2025 en na voeging van de afzonderlijk onder de hiervoor genoemde parketnummers aangebrachte dagvaardingen op de terechtzitting van 20 oktober 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 3 juni 2024 in Dronten een auto heeft bestuurd, terwijl de overgifte van zijn rijbewijs was gevorderd en/of zijn rijbewijs was ingevorderd en niet was teruggegeven;

feit 2: op 12 maart 2025 in Dalfsen een auto heeft bestuurd, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd;

feit 3: in de periode van 1 augustus 2025 tot en met 25 augustus 2025 in Zwolle diefstal heeft gepleegd door middel van braak en/of verbreking van twee bronzen dwarsliggers die aan Gemeente Zwolle toebehoorden (primair), dan wel dat hij in de periode van 23 augustus tot en met 25 augustus 2025 voornoemde dwarsliggers heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij wist dat die dwarsliggers van misdrijf afkomstig waren (subsidiair);

feit 4: op 19 augustus 2025 in Deventer een deurknop heeft gestolen die aan [bedrijf 3] toebehoorde;

feit 5: in de periode van 28 augustus 2025 tot en met 29 augustus 2025 in Deventer diefstal heeft gepleegd door middel van braak en/of verbreking van een kistje met (munt)geld, een koptelefoon, laptop en sleutels die aan [bedrijf 4] en/of Gemeente Deventer toebehoorden;

feit 6: in de periode van 4 september 2025 tot en met 5 september 2025 in Deventer diefstal heeft gepleegd door middel van braak, verbreking en/of inklimming van een of meerdere geldbedragen en een sleutel die aan [bedrijf 4] en/of [slachtoffer 1] toebehoorden;

feit 7: op 13 september 2025 in Zwolle een fiets heeft gestolen die aan [slachtoffer 3] of een ander toebehoorde;

feit 8: op 16 september 2025 in Wijhe heeft gepoogd diefstal te plegen door middel van braak, verbreking en/of inklimming van geld en/of goederen die aan [aangever 1] en/of [bedrijf 5] toebehoorde(n);

feit 9: op 16 september 2025 in Olst diefstal heeft gepleegd door middel van braak, verbreking en/of inklimming van een kassalade en/of geld die/dat aan [slachtoffer 2] en/of [bedrijf 10] toebehoorde(n);

feit 10: op 16 september 2025 in Wijhe diefstal heeft gepleegd door middel van braak, verbreking en/of inklimming van een muntautomaat en/of geld die/dat aan [slachtoffer 4] en/of [bedrijf 6] toebehoorde(n);

feit 11: op 22 september 2025 in Maastricht heeft gepoogd (geld uit) een parkeerautomaat te stelen die/dat aan Gemeente Maastricht toebehoorde;

feit 12: op 30 november 2025 in Zwolle opzettelijk gevaar heeft veroorzaakt voor spoorwegverkeer door kabels die onderdeel uitmaken van die spoorweg door te knippen;

feit 13: op 30 november 2025 in Zwolle heeft gepoogd diefstal te plegen door middel van inklimming van kabels die aan [bedrijf 7] B.V. toebehoorden;

feit 14: op 30 november 2025 in Zwolle kabels, die aan [bedrijf 7] B.V. toebehoorden, heeft vernield;

feit 15: op 26 juli 2025 in Zwolle heeft gepoogd diefstal te plegen door middel van braak, verbreking en/of inklimming van een geldbedrag en/of andere goederen die aan [bedrijf 8] toebehoorde(n);

feit 16: op 15 augustus 2025 [adres 9] diefstal heeft gepleegd door middel van braak en/of verbreking van meerdere kratten, flesjes drank, chocolade, twee tablets en contant geld die aan [bedrijf 2] toebehoorden;

feit 17: op 3 augustus 2025 [adres 9] diefstal heeft gepleegd door middel van braak, verbreking en/of inklimming van meerdere blikken frisdrank die aan [bedrijf 9] B.V. toebehoorden;

feit 18: op 26 juli 2025 in Kampen een postpakket heeft gestolen dat aan [slachtoffer 5] toebehoorde.

3 De bewijsmotivering

3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich, op gronden zoals nader in het requisitoir verwoord, op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft, op gronden zoals nader in de pleitnota verwoord, aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van:

  • het onder 3, 4, 5, 12 en 17 tenlastegelegde;

  • het onder 16 tenlastegelegde, voor zover dat ziet op de twee tablets en het contante geld.

De verdediging refereert zich ten aanzien van de overige tenlastegelegde feiten aan het oordeel van de rechtbank.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Ten aanzien van feiten 3, 4, 5, 12, 16 en 17

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld. Zij overweegt daartoe als volgt.

Feit 3

De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van diefstal van de bronzen platen, op grond van de bewijsmiddelen waaruit volgt dat verdachte deze platen in zijn bezit had, en deze heeft ingeleverd bij een metaalhandel om daarvoor geld te ontvangen, en de aangifte door de gemeente.

De door de raadsvrouw aangevoerde argumenten die zouden moeten leiden tot vrijspraak, worden naar het oordeel van de rechtbank weerlegd door de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op twee verschillende dagen op dezelfde plek, namelijk onder de bosjes in [adres 6] in [plaats 3] , stukken brons heeft gevonden. De bronzen dwarsliggers waren oorspronkelijk bevestigd aan het Indië-monument dat zich in hetzelfde park bevindt. Verdachte heeft de dwarsliggers meegenomen en vervolgens ingeleverd bij een metaalhandelaar.

Bij gebreke van aanwijzingen dat de dwarsliggers door de rechthebbende zouden zijn prijsgegeven, kan niet worden aangenomen dat verdachte (meende dat hij) de dwarsliggers mocht meenemen. Bij dit oordeel heeft de rechtbank betrokken dat het om waardevolle voorwerpen gaat, wat verdachte kennelijk wist, aangezien hij beide dwarsliggers kort na het incident bij een metaalhandel heeft ingeleverd en hiervoor geld heeft ontvangen. Bovendien bevonden de dwarsliggers zich in de directe omgeving van het monument waarvan zij verwijderd waren. Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal. Aangezien niet kan worden bewezen dat verdachte de dwarsliggers onder zich heeft gekregen door middel van verbreking, zal de rechtbank verdachte van dat onderdeel vrijspreken.

Feiten 4 en 17

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 4 tenlastegelegde diefstal van een deurknop van de [bedrijf 3] en de onder 17 tenlastegelegde diefstal van frisdrank van [bedrijf 9] , aangezien hij niet de persoon zou zijn die te zien is op de foto respectievelijk de camerabeelden van beide diefstallen. De rechtbank volgt de verdediging hierin niet. Het dossier bevat ten aanzien van beide feiten herkenningen van verbalisanten die gedurende hun werkzaamheden eerder (langdurig) met verdachte in aanraking zijn geweest. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze herkenningen voldoende gedetailleerd en onderscheidend en zijn de beelden waarop deze zijn gebaseerd, van voldoende kwaliteit. Deze herkenningen zijn met de aangiften wettige bewijsmiddelen waarop de rechtbank haar oordeel baseert dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze feiten. Het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen.

Feiten 5 en 16

De rechtbank stelt vast dat er in de nacht van 28 op 29 augustus 2025 is ingebroken in [bedrijf 4] in [vestigingsplaats 1] , waarbij volgens de aangiften in totaal € 460,00 aan contant geld, een koptelefoon, een laptop en een aantal sleutels is weggenomen. De beheerder van de kerk merkte op 29 augustus 2025 aan de rechterzijde van de kerk een doorgebroken glas-in-loodruit op met daaronder glasscherven van diezelfde ruit. Op één van die glasscherven is de vingerafdruk van verdachte aangetroffen. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze diefstallen met braak dan wel verbreking.

Dat de vingerafdruk van verdachte op het glas zou zijn gekomen in het kader van een voorverkenning, en dat hij niet degene is geweest die zich aan de inbraak schuldig heeft gemaakt, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. De rechtbank beoordeelt ook in het licht van het volgende. De wijze waarop de inbraak in [bedrijf 4] is gepleegd, vertoont significante gelijkenissen met de werkwijze die verdachte bij soortgelijke feiten op andere locaties en tijdstippen heeft gehanteerd. Zo is verdachte bij latere inbraken op vergelijkbare wijze bij plaatsen van misdrijven naar binnen gegaan (braak dan wel verbreking) en richtte hij zich veelal op contant geld en andere gemakkelijk verhandelbare en mee te nemen voorwerpen, zoals elektronica.

Het laatstgenoemde geldt eveneens voor de inbraak bij [bedrijf 2] op 15 augustus 2026, waarbij uit een clubhuis kratten, flesjes drank, een chocoladereep, iPads en contant geld zijn weggenomen. Namens [bedrijf 2] is aangifte gedaan. Verdachte heeft bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de inbraak en dat hij kratten met flesjes en etenswaren heeft weggenomen.

Op camerabeelden is te zien dat verdachte het terrein van [bedrijf 2] verlaat met in zijn linkerhand een krat en in zijn rechterhand een gevulde boodschappentas.

De verklaring van verdachte dat hij de iPads en het geld niet heeft weggenomen acht de rechtbank niet geloofwaardig.

Feit 12

Uit de bewijsmiddelen die zich in het dossier bevinden, waaronder de aangifte en de diverse processen-verbaal van bevindingen, alsook de bekennende verklaring van verdachte inhoudend dat hij op 30 november 2025 de kabels bij het spoor in Zwolle heeft doorgeknipt, zijn dragend voor het oordeel van de rechtbank dat dit feit wettig en overtuigend bewezen is. Ter zake het opzet overweegt de rechtbank het navolgende. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte, door kabels door te knippen die zich in de directe omgeving van het spoor bevonden, namelijk onder tegels direct naast het spoor op de spoorbrug, en aldus onmiskenbaar in verband staan met het spoorwegtracee, minst genomen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij gevaar aan het spoor zou veroorzaken.

3.3.2.

Ten aanzien van feiten 1, 2, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 14, 15 en 18

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1, 2, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 14, 15 en 18 tenlastegelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – omdat verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv, zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Feit 1

  • de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting op 20 oktober 2026;

  • het proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet 1994 van 3 juni 2024, dossierpagina’s 5-7;

Feit 2

  • de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting op 20 oktober 2026;

  • het proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet 1994 van 19 juni 2025, dossierpagina’s 2-4;

Feit 6

  • de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting op 20 oktober 2026;

  • het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 5 september 2025, dossierpagina’s 74-75;

Feiten 7, 8, 9 en 10

  • de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting op 20 oktober 2026;

  • het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] van 14 september 2025, dossierpagina’s 8-9;

  • het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] van 16 september 2025, dossierpagina’s 57-58;

  • het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 16 september 2025, dossierpagina’s 37-38;

  • het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] van 17 september 2025, dossierpagina’s 96-97;

Feit 11

  • de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting op 20 oktober 2026;

  • het proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] van 23 september 2025, dossierpagina’s 5-7;

Feiten 13 en 14

  • de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting op 20 oktober 2026;

  • proces-verbaal van aangifte door [aangever 4] van 1 december 2025, dossierpagina’s 10-12;

Feit 18

  • de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting op 20 oktober 2026;

  • het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] van 26 juli 2025, dossierpagina’s 7-8.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de hiervoor bedoelde en in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1

hij op 3 juni 2024 te Dronten als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs was gevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de Biddingringweg, een motorrijtuig, (bedrijfsauto (bestelauto)), van de categorie waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd;

Feit 2

hij op 12 maart 2025 te Dalfsen, terwijl hij wist dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de Hessenweg, een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd;

Feit 3

hij in de periode van 1 augustus 2025 tot en met 25 augustus 2025 te Zwolle twee bronzen dwarsliggers, die aan Gemeente Zwolle toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 4

hij op 19 augustus 2025 te Deventer een deurknop die aan [bedrijf 3] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 5

hij in de periode van 28 augustus 2025 tot en met 29 augustus 2025 te Deventer

- een kistje met geld (ongeveer 400 euro),

- muntgeld (ongeveer 60 euro),

- een koptelefoon,

- een laptop, en

- sleutels,

die aan [bedrijf 4] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking;

Feit 6

hij in de periode van 4 september 2025 tot en met 5 september 2025 te Deventer

- een of meerdere geldbedragen (in totaal ongeveer 75 euro), en

- een sleutel,

die aan [bedrijf 4] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking en inklimming;

Feit 7

hij op 13 september 2025 te Zwolle een fiets (Cortina, U4, blauw), die aan een ander toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 8

hij op 16 september 2025 te Wijhe, gemeente Olst-Wijhe, in een pand aan [adres 2] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen van zijn gading, die aan [aangever 1] en/of café [bedrijf 1] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, naar voornoemd pand is gegaan en (vervolgens) een steen door de ruit heeft gegooid en in voornoemd pand is geweest, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 9

hij op 16 september 2025 te Olst, gemeente Olst-Wijhe, uit een pand aan [adres 3] een kassalade en geld (tussen 200 a 300 euro), die aan [slachtoffer 2] en/of [bedrijf 10] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking;

Feit 10

hij op 16 september 2025 te Wijhe, gemeente Olst-Wijhe (uit een wasbox aan de [adres 4] ) een muntautomaat en geld, die aan [slachtoffer 4] en/of [bedrijf 6] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Feit 11

hij op 22 september 2025 te Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld uit de parkeerautomaat, dat aan Gemeente Maastricht toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat weg te nemen goed onder zijn bereik te brengen, zich naar de parkeerautomaat te begeven en met een metalen voorwerp de parkeerautomaat te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 12

hij op 30 november 2025 te Zwolle opzettelijk gevaar heeft veroorzaakt voor het verkeer door mechanische kracht over een spoorweg (te weten: het spoorwegtracee in eerder genoemde gemeente, bestaande uit onder meer treinrails, seinen en daaraan gerelateerde infrastructuur en (veiligheids)voorzieningen), immers heeft hij meerdere kabels (die toebehoren aan [bedrijf 7] B.V.) en die onderdeel uitmaken van die spoorweg doorgeknipt;

Feit 13

hij op 30 november 2025 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om kabels (en koper) die geheel aan [bedrijf 7] B.V. toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van inklimming

- tegels van de kabelgoot heeft opgetild,

- de kabelgoot betreden heeft en

- meerdere kabels heeft doorgeknipt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 14

hij op 30 november 2025 te Zwolle opzettelijk en wederrechtelijk kabels, die aan [bedrijf 7] B.V. toebehoorden, heeft vernield;

Feit 15

hij op 26 juli 2025 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een geldbedrag en/of (andere) goederen van zijn gading, die aan [bedrijf 8] , locatie [adres 5] , toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak,

- de dakkoepel van het gebouw op de [adres 5] heeft opengebroken,

- het gebouw via die opengebroken dakkoepel naar binnen is gegaan,

- een ruit van een kantoor heeft ingeslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 16

hij op 15 augustus 2025 te Wezep kratten, flesjes drank, een Mars en twee tablets die aan [bedrijf 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 17

hij op 3 augustus 2025 te Wezep meerdere blikken frisdrank die aan [bedrijf 9] B.V. toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking;

Feit 18

hij op of omstreeks 26 juli 2025 te Kampen een postpakket dat aan [slachtoffer 5] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 164, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en artikel 9 van de Wegenverkeerswet 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

feit 2

het misdrijf: overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

feiten 3, 4, 7 en 18

telkens het misdrijf: diefstal;

feiten 5, 9 en 17

telkens het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

feit 6

het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

feiten 8 en 15

telkens het misdrijf: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 10

het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

feit 11

poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft willen brengen door middel van verbreking;

feit 12

het misdrijf: opzettelijk gevaar veroorzaken voor het verkeer door mechanische kracht over een spoorweg;

feit 13

het misdrijf: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

feit 14

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

feit 16

het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6 De op te leggen straf of maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om, in navolging van het advies van de reclassering, aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, althans niet voor langere duur dan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De verdediging heeft bepleit dat aan verdachte een taakstraf dan wel voorwaardelijke straf wordt opgelegd waaraan de eerder in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis gestelde voorwaarden worden verbonden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting is tijdens de beraadslaging gebleken dat de rechtbank zich onvoldoende geïnformeerd acht over de persoon van verdachte om tot een bepaling van de op te leggen sanctie te komen, zodat het onderzoek moet worden heropend. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

In het reclasseringsrapport van 20 november 2025 wordt beschreven dat verdachte een leven kent met ups en downs en sinds eind 2024, nadat zijn begeleiding stopte, veelvuldig met politie en justitie in aanraking kwam. Als risicofactoren worden een inadequate manier van coping en gebrek aan stabiliteit beschreven. In het rapport van 5 januari 2026 wordt door de reclassering beschreven dat zij voldoende basis ziet voor bijzondere voorwaarden binnen een schorsingstoezicht, waarna met ingang van 15 januari 2026 de voorlopige hechtenis van verdachte door de rechtbank werd geschorst. Als voorwaarden bij de schorsing golden onder meer dat verdachte zich meldde op afspraken met de reclassering, dat hij verbleef in [verblijfplaats] in [plaats 1] of een soortgelijke forensische instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dat hij zich inspande voor het vinden en behouden van (on)betaald werk en/of vrijetijdsbesteding en dat hij meewerkte aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen.

Uit het reclasseringsrapport van 6 oktober 2026 volgt dat het toezicht en de meldplicht sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis naar tevredenheid verliepen. Sinds verdachte per maart 2026 begeleid woonde bij het [locatie 1] in [plaats 1] , kende het leven van verdachte de nodige stabiliteit. Hij toonde positieve inzet, pleegde geen nieuwe delicten en werkte toe naar dagbesteding. Wel had verdachte opnieuw schulden opgebouwd en gebruikte hij amfetamine tegen zijn ‘innerlijke onrust’. Verdachte weigert verdere behandeling. Zijn nieuwe woonplek, dagbesteding en bewindvoering vormden beschermende factoren. Het recidiverisico werd ingeschat als gemiddeld en het risico op letsel of onttrekking aan voorwaarden als laag. Bij een veroordeling adviseerde de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding en aflossing van schulden. Een onvoorwaardelijke detentie zou het traject van verdachte en zijn motivatie doorkruisen.

Met ingang van 14 oktober 2026 is schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven, omdat verdachte zich niet heeft gehouden aan een van de schorsingsvoorwaarden, te weten dat hij zich niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken. Verdachte wordt ervan verdacht op 12 oktober 2026 een gekwalificeerde diefstal te hebben gepleegd. Ter terechtzitting heeft verdachte in dit verband verklaard dat hij dit feit heeft gepleegd omdat hij gefrustreerd was wegens strubbelingen omtrent de tenuitvoerlegging van een eerder aan hem opgelegde taakstraf, waarbij hij zich onrechtvaardig behandeld voelde door de taakstrafcoördinator. Het lukte verdachte niet deze frustratie goed te hanteren.

Op 19 oktober 2026 ontving de rechtbank per e-mail van de reclassering een aanvulling op het voornoemde rapport van 6 oktober 2026. In deze e-mail beantwoordt de reclassering de vraag van de rechtbank of de nieuwe verdenking leidt tot veranderingen in het advies, zoals te lezen is in rapport van 6 oktober 2026. Na collegiaal overleg heeft de reclassering aangegeven dat zij verdachte, ondanks de nieuwe verdenking, nog een kans te wil geven. Omdat enkel praktische stabiliteit niet voldoende bleek om nieuw delictgedrag te voorkomen, adviseert de reclassering de aanvullende bijzondere voorwaarde van een individuele gedragstraining (CoVa Solo), om de cognitieve en probleemoplossende vaardigheden van verdachte te vergroten. Het doel is dat verdachte zijn gedrag leert beheersen en dat zijn probleemoplossende vaardigheden worden vergroot. Tot slot merkt de reclassering op dat verdachte zijn woonplek bij het [locatie 1] verliest indien hij langer dan 49 dagen ongeoorloofd afwezig is.

Ter terechtzitting is door de begeleider van [locatie 1] , [begeleider] , gemeld dat hij ondanks deze terugval een veranderde en gemotiveerde houding van verdachte ziet, en dat [locatie 1] hem verder wil begeleiden. Een individuele CoVa training is volgens [begeleider] mogelijk van grote toegevoegde waarde.

Verdachte verklaart dat hij zich goed voelt bij de begeleiding door [locatie 1] en de reclassering, inziet dat hij frustraties anders moet hanteren en gemotiveerd is voor de CoVa training. Hij heeft nagedacht over dagbesteding en sporten. Van problematisch middelengebruik was en is geen sprake.

Gelet op het voorgaande, in het bijzonder de e-mail van de reclassering van 19 oktober 2026 en dat wat ter terechtzitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat zij op dit moment niet over voldoende informatie beschikt om tot een afgewogen beslissing te komen over de modaliteit van een op te leggen straf en/of maatregel.

Daarom zal de rechtbank op dit moment nog geen beslissing nemen over de op te leggen straf en zal zij de voorlopige hechtenis schorsen tot de zitting van 25 mei 2027. De rechtbank schorst de voorlopige hechtenis onder dezelfde voorwaarden als voorheen, in die zin dat deze voorwaarden geactualiseerd worden zoals beschreven in het rapport van 6 oktober 2026 (o.a.: verblijf bij het [locatie 1] ) en met als aanvullende voorwaarde dat verdachte een CoVa (Solo)-training zal ondergaan, zodat kan worden bezien of verdachte in staat is deze training met goed verloop af te ronden en wat het effect van deze interventie is op zijn persoonlijke omstandigheden, de (recidive)risico’s en eventuele strafadviezen. Deze beslissing tot schorsing is afzonderlijk geminuteerd.

De rechtbank zal in afwachting van hetgeen hiervoor is overwogen het onderzoek heropenen en schorsen als na te melden.

6.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder parketnummer 08-245774-25 inbeslaggenomen muntgeld ten bedrage van € 16,40 moet worden teruggegeven aan [slachtoffer 4] en dat de € 40,00 aan briefgeld moet worden teruggegeven aan [bedrijf 10] . Ook heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de onder parketnummer 08-234154-25 inbeslaggenomen € 75,55 wordt teruggegeven aan [bedrijf 4] .

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de onder parketnummer 08-245774-25 inbeslaggenomen geldbedragen van € 40,00 aan [bedrijf 10] en € 16,40 aan [bedrijf 6] , omdat zij redelijkerwijs als rechthebbende kunnen worden aangemerkt.

De rechtbank zal tevens de teruggave gelasten van het onder parketnummer 08-234154-25 inbeslaggenomen geldbedrag van € 75,55 aan [bedrijf 4] , omdat zij als redelijkerwijs rechthebbende kan worden aangemerkt.

7 De schade van de benadeelden

De benadeelde partij Gemeente Zwolle (feit 3)

Gemeente Zwolle heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.547,83 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade ziet op de kosten die zijn gemaakt voor herstelwerkzaamheden aan het monument.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat onduidelijk is of degene die de vordering namens Gemeente Zwolle heeft ingediend, daartoe gemachtigd was.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat [aangever 5] , die de vordering tot schadevergoeding namens de benadeelde partij heeft ingediend, daartoe gerechtigd was. De rechtbank verklaart de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de vordering niet op de door de wet voorgeschreven wijze is ingediend. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

De rechtbank zal de benadeelde partij, die als in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de proceskosten op de wijze als in het dictum van dit vonnis is bepaald.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] (feiten 5 en 6)

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 475,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit respectievelijk € 400,00 en € 75,00 aan weggenomen geld van [bedrijf 4] .

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, en voor het overige dient te worden afgewezen. De overige € 75,00 is immers onder verdachte inbeslaggenomen en het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat dit geld wordt teruggegeven aan [bedrijf 4] .

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat onduidelijk is of [slachtoffer 1] door [bedrijf 4] gemachtigd was om de vordering in te dienen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 1] , die de vordering tot schadevergoeding namens de benadeelde partij heeft ingediend, daartoe gerechtigd was. De rechtbank verklaart de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de vordering niet op de door de wet voorgeschreven wijze is ingediend. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

De rechtbank zal de benadeelde partij, die als in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de proceskosten op de wijze als in het dictum van dit vonnis is bepaald.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 7)

[slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 176,40 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 13,95 aan kosten voor handvatten;

- € 25,50 aan kosten voor een versnelling;

- € 21,95 aan kosten voor een krat;

- € 115,00 aan kosten voor manuren.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding geheel kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering toewijsbaar is, met uitzondering van de post ten aanzien van de manuren, aangezien die blijkens de toelichting zien op het geven van een servicebeurt aan de fiets.

Het oordeel van de rechtbank

Het gedeelte van de vordering dat ziet op herstel van de handvatten, de versnelling en het krat, is voldoende onderbouwd en namens verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het onder 7 bewezenverklaarde feit. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij ten aanzien van de schadepost betreffende de manuren voor de servicebeurt niet-ontvankelijk in de vordering, omdat geen sprake is van een rechtstreeks verband tussen deze schade en het onder 7 bewezenverklaarde feit. Blijkens de factuur zag de servicebeurt immers niet op het vervangen of herstellen van de handvatten, de versnelling en het krat. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank de vordering gedeeltelijk zal toewijzen tot een bedrag van (€ 13,95 + 25,50 + 21,95) = 61,40 aan materiële schade. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2025, zijnde het moment waarop de schade is ontstaan, tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte, die als in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de proceskosten op de wijze als in het dictum van dit vonnis is bepaald.

De benadeelde partij [bedrijf 1] B.V. (feit 8)

[bedrijf 1] B.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 2.512,20 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 133,10 aan kosten voor een nieuwe brandblusser;

- € 1.373,35 aan herstelkosten voor de bar en vloer;

- € 455,75 aan kosten voor noodvoorzieningen;

- € 200,00 aan schoonmaakkosten;

- € 350,00 aan omzetverlies.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering gedeeltelijk dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 1.962,20, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ten aanzien van de overige € 550,00 aan schoonmaakkosten en omzetverlies is de officier van justitie van oordeel dat die posten onvoldoende zijn onderbouwd, zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in dit deel van de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering voor zover dit ziet op de schoonmaakkosten, het omzetverlies, de herstelwerkzaamheden en de gevorderde btw. Ten aanzien van de brandblusser heeft de verdediging aangevoerd dat de benadeelde partij slechts een offerte en geen definitieve factuur heeft overgelegd, zodat niet kan worden vastgesteld of de geoffreerde bedragen daadwerkelijk zijn voldaan.

Het oordeel van de rechtbank

Met de officier van justitie en verdediging is de rechtbank van oordeel dat de posten ten aanzien van de schoonmaakkosten en het omzetverlies onvoldoende zijn onderbouwd, zodat de benadeelde partij ten aanzien van deze posten niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Ten aanzien van de kosten die zijn gemaakt voor een nieuwe brandblusser, herstelwerkzaamheden en noodvoorzieningen is de rechtbank van oordeel dat op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 8 bewezenverklaarde feit. Dat de benadeelde partij ter onderbouwing van de post ten aanzien van de herstelkosten een offerte en geen definitieve factuur heeft overgelegd, maakt dit niet anders. De benadeelde heeft ter zitting naar voren gebracht dat de geoffreerde kosten daadwerkelijk zijn voldaan. Bovendien staat het enkele feit dat de herstelwerkzaamheden nog zouden moeten plaatsvinden, niet aan toewijzing van de vordering in de weg, aangezien voldoende is gebleken dat ter hoogte van het geoffreerde bedrag schade is veroorzaakt door het bewezenverklaarde handelen van verdachte. De rechtbank zal de posten toewijzen exclusief btw, omdat de benadeelde partij als ondernemer de btw kan terugvorderen of verrekenen.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank de vordering gedeeltelijk zal toewijzen tot een bedrag van (€ 110,00 + € 1.135,00 + € 376,50 =) € 1.621,50. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 september 2025, zijnde het moment waarop de schade is ontstaan, tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte, die als in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de proceskosten op de wijze als in het dictum van dit vonnis is bepaald.

De benadeelde partij [bedrijf 6] (feit 10)

[bedrijf 6] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 19.133,10 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 820,70 aan kosten voor noodreparatie;

- € 18.312,40 aan herstel- en vervangingskosten.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, omdat de gevorderde schade reeds is vergoed door de verzekering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is eveneens van oordeel dat de vordering dient te worden afgewezen.

Het oordeel van de rechtbank

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de vordering geheel dient te worden afgewezen, omdat de benadeelde partij bij e-mail van 14 oktober 2026 te kennen heeft gegeven dat de verzekering reeds het volledige gevorderde bedrag aan schade heeft vergoed.

De rechtbank zal de benadeelde partij, die als in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de proceskosten op de wijze als in het dictum van dit vonnis is bepaald.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 7] B.V. (feiten 13 en 14)

[bedrijf 7] B.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 21.656,25 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 784,46 aan kosten van de calamiteitendienst;

- € 20.871,79 aan kosten van de aannemer.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel dient te worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 7] B.V. gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De vordering tot vergoeding materiële schade is voldoende onderbouwd en namens verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de onder 13 en 14 bewezenverklaarde feiten voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2025, zijnde het moment waarop de schade is ontstaan, tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte, die als in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de proceskosten op de wijze als in het dictum van dit vonnis is bepaald.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 2] (feit 16)

[bedrijf 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 2.097,76 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 2.000,00 aan kosten voor eigen risico;

- € 97,76 ten aanzien van de ontvreemde voorwerpen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel dient te worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering van [bedrijf 2] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en namens verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 16 bewezenverklaarde feit voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2025, zijnde het moment waarop de schade is ontstaan, tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte, die als in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de proceskosten op de wijze als in het dictum van dit vonnis is bepaald.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf 9] B.V. (feit 17)

[bedrijf 9] B.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 8.860,23 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 8.223,63 voor herstel van de wasruimte;

- € 531,96 aan kosten voor nieuwe deuren;

- € 104,64 aan arbeidskosten.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel dient te worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering ten aanzien van de arbeidskosten. Daarnaast heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de herstelkosten de btw op het toe te wijzen bedrag in mindering dient te worden gebracht.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de kosten die gemaakt zijn voor herstel van de wasruimte en nieuwe deuren is de rechtbank van oordeel dat op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 17 bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de posten toewijzen exclusief btw, omdat de benadeelde partij als ondernemer de btw kan terugvorderen of verrekenen.

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de vordering ten aanzien van de arbeidskosten niet voor toewijzing in aanmerking komt, aangezien dit deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank de vordering gedeeltelijk zal toewijzen tot een bedrag van (€ 6.796,39 + 531,96 =) € 7.328,35 aan materiële schade. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2025, zijnde het moment waarop de schade is ontstaan, tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte, die als in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de proceskosten op de wijze als in het dictum van dit vonnis is bepaald.

De schadevergoedingsmaatregelen

De benadeelde partijen [slachtoffer 3] , [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 7] B.V., [bedrijf 2] en [bedrijf 9] B.V. hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal ten behoeve van voornoemde benadeelde partijen telkens de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens deze benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Als door verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met gijzeling voor de hierna te melden duur, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft:

  • 1 dag gijzeling ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ;

  • 16 dagen gijzeling ten aanzien van de benadeelde partij [bedrijf 1] B.V.;

  • 133 dagen gijzeling ten aanzien van de benadeelde partij [bedrijf 7] B.V.;

  • 20 dagen gijzeling ten aanzien van de benadeelde partij [bedrijf 2] ;

  • 61 dagen gijzeling ten aanzien van de benadeelde partij [bedrijf 9] B.V.

10. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

feit 2

het misdrijf: overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

feiten 3, 4, 7 en 18

telkens het misdrijf: diefstal;

feiten 5, 9 en 17

telkens het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

feit 6

het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

feiten 8 en 15

telkens het misdrijf: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 10

het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

feit 11

poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft willen brengen door middel van verbreking;

feit 12

het misdrijf: opzettelijk gevaar veroorzaken voor het verkeer door mechanische kracht over een spoorweg;

feit 13

het misdrijf: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

feit 14

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

feit 16

het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

inbeslaggenomen voorwerpen

08-245774-25

  • beveelt de teruggave van een geldbedrag van € 40,00 aan [bedrijf 10] ;

  • beveelt de teruggave van een geldbedrag van € 16,40 aan [bedrijf 6] ;

08-234154-25

- beveelt de teruggave van een geldbedrag van € 75,55 aan [bedrijf 4] ;

schadevergoeding benadeelde partij Gemeente Zwolle

- bepaalt dat de benadeelde partij Gemeente Zwolle in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

schadevergoeding benadeelde partij [slachtoffer 1]

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

schadevergoeding benadeelde partij [slachtoffer 3]

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 61,40 (zegge: eenenzestig euro en veertig cent) bestaande uit materiële schade;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 61,40 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2025);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 61,40, (zegge: eenenzestig euro en veertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van een dag kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

schadevergoeding benadeelde partij [bedrijf 1] B.V.

- wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1] B.V. toe tot een bedrag van € 1.621,50 (zegge: zestienhonderdeenentwintig euro en vijftig cent) bestaande uit materiële schade;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 1] B.V. van een bedrag van € 1.621,50 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 september 2025);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.621,50, (zegge: zestienhonderdeenentwintig euro en vijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 september 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van zestien dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

schadevergoeding benadeelde partij [bedrijf 6]

- wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 6] af;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

schadevergoeding benadeelde partij [bedrijf 7] B.V.

- wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 7] B.V. toe tot een bedrag van € 21.656,25 (zegge: eenentwintigduizend zeshonderdzesenvijftig euro en vijfentwintig cent) bestaande uit materiële schade;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 7] B.V. van een bedrag van € 21.656,25 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2025);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 21.656,25, (zegge: eenentwintigduizend zeshonderdzesenvijftig euro en vijfentwintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 133 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding benadeelde partij [bedrijf 2]

- wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 2] toe tot een bedrag van € 2.097,76 (zegge: tweeduizendzevenennegentig euro en zesenzeventig cent) bestaande uit materiële schade;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 7] B.V. van een bedrag van € 2.097,76 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2025);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.097,76, (zegge: tweeduizendzevenennegentig euro en zesenzeventig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van twintig dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding benadeelde partij [bedrijf 9] B.V.

- wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 9] B.V. toe tot een bedrag van € 7.328,35 (zegge: zevenduizend driehonderdachtentwintig euro en vijfendertig cent) bestaande uit materiële schade;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 9] B.V. van een bedrag van € 7.328,35 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2025);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 7.328,35, (zegge: zevenduizend driehonderdachtentwintig euro en vijfendertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van eenenzestig dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

schorsing onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd

- schorst het onderzoek tot de terechtzitting van 25 mei 2027 om 09.00 uur en beveelt dat het onderzoek dan zal worden hervat;

- beveelt de oproeping van verdachte en de benadeelde partijen voor die zitting en verzoekt de kennisgeving van die zittingsdatum aan de raadsvrouw;

schorsing voorlopige hechtenis

- schorst het bevel tot voorlopige hechtenis, welke beslissing afzonderlijk is geminuteerd.

Dit tussenvonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. I.E. Voorberg en mr. M. ter Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2026.

Buiten staat

Mr. Ter Riet is niet in de gelegenheid dit tussenvonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat:

96-141636-25

hij, op of omstreeks 3 juni 2024 te Dronten als degene van wie ingevolge artikel 164

van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs,

een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of

een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was

ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de

Biddingringweg, een motorrijtuig, (bedrijfsauto (bestelauto)), van de categorie of

categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder

heeft doen besturen;

96-187617-25

hij op of omstreeks 12 maart 2025 te Dalfsen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest

weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het

besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die

bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Hessenweg, een motorrijtuig,

(personenauto), heeft bestuurd;

08-051954-26

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2025 tot en met 25 augustus 2025 te

Zwolle

meermalen, althans eenmaal,

(twee) bronzen dwarsliggers, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

Gemeente Zwolle, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich

de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen

goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 23 augustus 2025 tot en met 25 augustus 2025 te

Zwolle

meermalen, althans eenmaal,

(twee) bronzen dwarsliggers, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft

gehad, en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed

(telkens) wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

08-234154-25

1

hij op of omstreeks 19 augustus 2025 te Deventer

een deurknop, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Heilige

Lebuinus Parochie, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2

hij in of omstreeks de periode van 28 augustus 2025 tot en met 29 augustus 2025 te

Deventer

- een kistje met geld (ongeveer 400 euro),

- muntgeld (ongeveer 60 euro),

- een koptelefoon,

- een laptop, en/of

- een of meerdere sleutels,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 4] en/of Gemeente

Deventer, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het

oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen

goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3

hij in of omstreeks de periode van 04 september 2025 tot en met 05 september 2025

te Deventer

- een of meerdere geldbedragen (in totaal ongeveer 75 euro), en/of

- een sleutel,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 4] en/of [slachtoffer 1]

, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het

oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen

goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

08-245774-25

1

hij op of omstreeks 13 september 2025 te Zwolle

een fiets (Cortina, U4, blauwe), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2

hij op of omstreeks 16 september 2025 te Wijhe, gemeente Olst-Wijhe

(in/uit een pand op/aan [adres 2] )

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

geld en/of goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten

dele aan [aangever 1] en/of café [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander

toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te

eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die

weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming,

naar voornoemd pand is gegaan en/of (vervolgens) een steen, althans een hard

voorwerp, door de ruit heeft gegooid en/of in voornoemd pand is geweest,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3

hij op of omstreeks 16 september 2025 te Olst, gemeente Olst-Wijhe

(in/uit een pand op/aan [adres 3] )

een kassalade en/of geld (tussen 200 a 300 euro), in elk geval enig goed, dat/die

geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [bedrijf 10] , in elk geval aan een ander

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4

hij op of omstreeks 16 september 2025 te Wijhe, gemeente Olst-Wijhe

(uit een wasbox op/aan de [adres 4] )

een muntautomaat en/of geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

[slachtoffer 4] en/of [bedrijf 6] , in elk geval aan een ander

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

03-249042-25

hij op of omstreeks 22 september 2025 te Maastricht

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

geld uit de parkeerautomaat, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Gemeente Maastricht, in elk geval aan een ander

toebehoorde(n)

weg te nemen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en zich toegang tot de plaats van het

misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen, zich naar de parkeerautomaat te begeven en/of met een metalen voorwerp de parkeerautomaat heeft verbroken,

althans geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

08-328494-25

1

hij op of omstreeks 30 november 2025 te Zwolle

opzettelijk gevaar heeft veroorzaakt voor het verkeer door mechanische kracht over een spoorweg

(te weten: het spoorwegtracee in eerder genoemde gemeente, bestaande uit onder meer treinrails,

seinen en/of daaraan gerelateerde infrastructuur en/of (veiligheids)voorzieningen),

immers heeft hij meerdere kabels (die toebehoren aan [bedrijf 7] B.V. en)

die onderdeel uitmaken van die spoorweg, en/of dat spoorwegtracee en/of het treinnet,

door- en/of ingeknipt en/of beschadigd en/of vernield en/of onbruikbaar gemaakt;

2

hij op of omstreeks 30 november 2025 te Zwolle

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

meerdere kabels (en/of koper), in elk geval enig goed, dat/die geheel aan [bedrijf 7] B.V., in elk geval

aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n)

weg te nemen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen

goederen onder zijn bereik te brengen door middel van inklimming

- tegels van de kabelgoot heeft opgetild,

- de kabelgoot betreden heeft en/of,

- meerdere kabels heeft door- en/of ingeknipt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3

hij op of omstreeks 30 november 2025 te Zwolle

opzettelijk en wederrechtelijk

meerdere kabels, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan

[bedrijf 7] B.V., toebehoorde(n)

heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

4

hij op of omstreeks 26 juli 2025 te Zwolle

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

een geldbedrag en/of (andere) goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel aan

[bedrijf 8] , locatie [adres 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte

toebehoorde(n)

weg te nemen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen

goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

- de dakkoepel van het gebouw op de [adres 5] heeft opengebroken,

- het gebouw via die opengebroken dakkoepel naar binnen is gegaan,

- een ruit van een kantoor heeft ingeslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5

hij op 15 augustus 2025 te Wezep

meerdere kratten, meerdere flesjes drank, een Mars, twee tablets, contant geld en/of andere

goederen van zijn gading,

in elk geval enig goed dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een

ander dan aan verdachte toebehoorde(n)

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te

nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

6

hij op 3 augustus 2025 te Wezep

meerdere blikken frisdrank en/of andere goederen van zijn gading, in elk geval enig goed dat/die

geheel of ten dele aan [bedrijf 9] B.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte

toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te

nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

08-254736-25

hij op of omstreeks 26 juli 2025 te Kampen

een postpakket, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in

elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Bijlage II: bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

08-051954-26

Feit 3

1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting op 20 oktober 2026, voor zover inhoudende:

Het klopt dat ik op 23 en 25 augustus 2025 bronzen dwarsliggers heb aangeboden bij [bedrijf 11] . Ik heb die dwarsliggers in [adres 6] twee keer op dezelfde plek gevonden, bij het hekje onder de bosjes. Ik wist niet dat ze van het Indië-monument afkomstig waren, maar als ik dat wel had geweten, had ik ze misschien ook wel meegenomen. Ik ben daar gewoon eerlijk in, want het levert geld op. In heb de dwarsliggers telkens ingeleverd op de dezelfde dag dat ik ze vond.

2. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 5] van 27 augustus 2025, dossierpagina’s 6-7:

Op 26 augustus is er door een inwoner van [plaats 2] melding gedaan van vernieling van het Indië monument in [adres 6] aldaar.
Van de drie bronzen dwarsliggers op het monument zijn er twee verdwenen.

Ik ben ambtenaar van de gemeente en doe deze aangifte (met machtiging) namens de burgemeester.
Het monument is van de gemeente Zwolle.

3. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 4 september 2025, dossierpagina’s 11-13, voor zover inhoudende:

Dit verhoor wordt afgenomen en genoteerd middels de 'vraag-en-antwoord methode'.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van de afkortingen 'V', 'A', 'O' en 'M'.

Hierin staat:

- ' V' voor de vraag van de verbalisant(en);

- ' A' voor het antwoord van de getuige;

- ' M' voor mededeling van de verbalisant(en).

M: U bent getuige inzake vernieling in [adres 6] wat heeft plaatsgevonden in de nacht van 25 op 26 augustus 2025 te [plaats 2] .
V: Wat kunt u mij hierover vertellen?
A: Vorige week stond een medewerker van de gemeente Zwolle, [naam] , bij ons in de zaak. Hij kwam vragen of er iets was binnengebracht bij ons. Ik hoorde later dat hij had gevraagd naar geel koper/brons wat was gestolen van een monument. Op 1 september 2025 zag ik de beschreven items liggen. Ik vroeg mijn collega wie dit had gebracht. Mijn collega zei dat degene die het gebracht had zei dat hij [bijnaam] heette. [bijnaam] kwam dit op 23 en 25 augustus op de fiets brengen. Gisteren was ik op het politiebureau in Zwolle. Hier heb ik aangegeven dat de echte naam van de man is: [verdachte] , documentnummer: [documentnummer] .
V: Op welke datum zijn de gestolen items gebracht bij [bedrijf 11] ?
A: 23 augustus 2025, rond 09:00 uur.
V: Wat is er op 25 augustus gebracht?
A: Het andere deel van deze gestolen items. Dit was rond 12:00 uur.

08-234154-25

Feit 4

1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 6] van 25 augustus 2025, dossierpagina’s 8-9, voor zover inhoudende:

Feit : Diefstal in/uit gebouwen

Plaats delict : [adres 7]

Op 25 augustus 2025 is door mij de door de aangever via internet aangeboden aangifte verwerkt tot een proces-verbaal.


Hij deed aangifte namens slachtoffer [bedrijf 3] en verklaarde het volgende over het in de aanhef vermelde incident, dat plaatsvond op de locatie genoemd bij plaats delict.

Verklaring
“Onlangs ontdekten we dat er een (op koper lijkende) deurknop was verdwenen in de bidkapel van de [locatie 2] . Nadere bestudering van onze beveiligingscamera’s leerde dat deze op 19 augustus 2025 is gestolen.”

2. Het proces-verbaal van bevindingen van 5 september 2025, dossierpagina’s 12-14, voor zover inhoudende:

Op 5 september 2025 bekeek ik de camerabeelden afkomstig van de kerk. Ik zag dat er drie bestanden beschikbaar waren.

Ik zag dat alle beelden van de drie bestanden in kleur waren opgenomen. Ik zag dat de datum van deze beelden betrof: 19 augustus 2025.

De tijdstippen liepen van: 10:51:30 uur tot en met 10:56:11 uur.

Ik zag dat de drie bestanden afkomstig waren van één en dezelfde camera. Deze camera stond gericht deels op de ingang van de kerk en ook op de linkerzijde naast de ingang, vanaf de ingang gezien.

Derde bestand:

- De man verlaat de kerk

- Hij draagt de grijs/zwartkleurige rugzak op zijn rug

- Hij opent een witte deur, rechts naar de in/uitgang van de kerk

- Hij loopt de ruimte in waarvan hij de deur had geopend

- Na enkele seconden komt de man terug in beeld, uit de kamer

- Hij sluit de deur bijna en op het laatste moment blijft hij aan de deurknop van de deur voelen

- Zijn handen maken bewegingen op de deur ter hoogte van de deurknop

- Hij heeft zijn rechterhand aan de knop aan buitenzijde van de deur

- Hij sluit de deur

- Hij blijft enkele seconden voor de dichte deur staan, met zijn zich gericht op de deur.

- Hij loopt vervolgens weg van de deur en is niet meer in zicht van de camera's

3. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 september 2025, dossierpagina’s 10-11, voor zover inhoudende:

Ik, verbalisant, las een aangifte waar een persoon op dinsdag 19 augustus in een kerk aan de [adres 7] een op koper lijkende deurknop had weggenomen.
Ook las ik in de aangifte dat er camerabeelden waren waar de verdachte op zou staan.
Ik heb deze beelden bekeken.


Op 2 september 2025 was ik wederom werkzaam als case screener bij het operationeel coördinatie punt van de politie te Deventer.
Ik las een aangifte dat er was ingebroken in een kerk, gelegen aan de [adres 8] . De inbraak zou gepleegd zijn tussen 28 augustus 2025 en 29 augustus 2025.

De Forensische Opsporing heeft onderzoek gedaan bij deze inbraak in de kerk en heeft hierbij dacty aangetroffen.
Na onderzoek heeft de dacty tot een hit geleid van verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] .


Vervolgens ben ik gaan zoeken in de politiesystemen en zag na een integrale bevraging van genoemde persoon een foto van deze in de Strafrechtketendatabank staan.
Ik heb deze foto vergeleken met Foto 1 van de eerder genoemde diefstal op 19 augustus aan de [adres 7] .


Ik zag dat de man op de beelden dezelfde persoon betrof als op de foto uit de Strafketendatabank.
Ik zag dit aan het smalle gezicht en de daarbij ingevallen lijnen in het gezicht van deze persoon.

4. Het proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar van 5 september 2025, dossierpagina’s 20-22, voor zover inhoudende:

Op 5 september 2025 zag ik via e-mail een aandachtvestiging van [verbalisant 1] , Oost-Nederland, IJsselland-Zuid team Deventer. De aandachtvestiging bevatte 1 foto.

- foto 1

De persoon en op foto 1 herken ik als:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedatum] 1980

Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland

Ik ken hem vanuit mijn werkzaamheden als vanuit politieambtenaar.

Verdachte werd door ons verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , op vrijdag 5 september 2025 op heterdaad aangehouden in [bedrijf 4] te [vestigingsplaats 1] .

De laatste keer dat ik hem zag was op 5 september 2025 om 01:00 uur. Het contact duurde toen ongeveer circa 2 uur.

Ik herkende hem aan het totaalbeeld van zijn kenmerken.

Ik herkende de persoon direct aan zijn gelaat, houding en gezichtsuitdrukking.

Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij:

Ovaal gezicht, gemillimeterd kapsel en platte kleine oren.

Ik herkende hem onmiddellijk toen ik de foto zag.

Feit 5

5. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 29 augustus 2025, dossierpagina’s 29-30, voor zover inhoudende:

Ik doe aangifte van diefstal uit [bedrijf 4] .
Ik ben beheerder en programmeur van [bedrijf 4] gevestigd aan de [adres 8] . De kerk is eigendom van de gemeente Deventer.


Op 28 augustus omstreeks 21:30 uur sluit een organist de kerk af, ik ben voor het laatst om 17:30 uur in de kerk geweest. Ik heb toen de kerk afgesloten en ik heb toen geen sporen van inbraak gezien of dat er een raam in gegooid was.


Op 29 augustus 2025 omstreeks 10:30 uur kwam ik binnen via de hoofdingang in de kerk en ik zag dat de Vrije gift bus open stond, ik heb deze zelf de dag ervoor geleegd en dicht gedaan en verzegeld doormiddel van een tie-wrap.


Ik ben verder de kerk ingelopen en ik zag dat er aan de rechterkant er een raam uitgebroken was. Ik zag ook dat er een ladder onder het raam stond, deze ladder hoort niet bij de kerk.
Ik ben vervolgens verder gaan kijken, ik ben naar de technische ruimte gelopen, ik zag dat daar alle kluisjes open stonden, daar lag een kistje open waarin wat muntgeld in zat. Dit betreft ongeveer 400 euro. Ik zag dat er geen geld meer in zat. Ik zag dat er een bijtel op de grond naast het kistje lag. Deze bijtel is niet van ons.


Vervolgens ben ik naar de balie gelopen.
Ik zag dat de kastjes open stonden en ik zag dat er ook muntgeld weg was genomen. Het bakje waar ongeveer 60 euro aan muntgeld in lag, lag nu geen geld meer in. Ik zag ook dat er een koptelefoon was weggenomen. De doos waarin de koptelefoon in zat was leeg.
Ik zag dat er ook een laptop weg is genomen, deze was verbonden aan een ijzeren kabel. Deze kabel is vermoedelijk doorgeknipt.

Ik mis nog een paar sleutels.

2. Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres 8] ) van 1 september 2025, dossierpagina’s 63-68, voor zover inhoudende:

Op 29 augustus 2025 om 13:03 uur kwam ik voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 8] .

Bevindingen

- Aan de rechterzijde van deze kerk was er een glas in lood ruit vernield en verwijderd uit de gevel.

- Hierdoor was er een opening gecreëerd.

- Ik zag, op de vloer in de kerk deze vernielde glas in lood ruit liggen.

- Ik zag, dat er diverse stukken glas gebarsten waren van deze ruit en dat er diverse scherven op de vloer en één(1) scherf op de sokkel lagen.

- Ik zag, diverse krassporen op de omlijsting van dit vernielde glas in lood ruit.

- Vermoedelijk veroorzaakt door de krachtinwerking van het wrikken en breken met een breek/steekvoorwerp.

- Na dactyloscopisch onderzoek op deze vernielde glas in lood ruit en de glasscherf op de sokkel in de kerk, onder de gecreëerde ruimte zag ik diverse dactyloscopische fragmenten.

- De glasscherf op de sokkel en het vernielde glas in lood ruit is van ongeveer 323 centimeter hoogte naar beneden gekomen en zijn niet door de beheerder aangeraakt.

- Deze dactyloscopische sporen heb ik door middel van een folie veiliggesteld en voorzien van een Sin: [SIN-code 1] en Sin: [SIN-code 2] .

- Ik zag dat er in de locker/technische ruimte diverse lockers geopend waren.

- Ik zag op de vloer voor de geopende lockers een geopende geldkist staan.

- Voor deze geldkist zag ik dat er een beitel op de vloer lag.

- Ik zag, dat de deksel van de Vrije gift bus geopend was en dat een deel van de vernielde tie wrap hier op de kerkvloer lag.

- Op zolder van de kerk, op de tafel voor de magnetron lag een beitel.

- De beheerder vertelde mij dat deze beitel niet afkomstig was van de kerk en dat men op zolder kasten had geopend.

6. Een schriftelijk bescheid, te weten het rapport dactyloscopisch onderzoek van 1 september 2025, dossierpagina’s 69-73, voor zover inhoudende:

Met de afbeelding van dactyloscopisch spoor bekend in Havank onder nummer [nummer 1] is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd in het actieve vinger- /handpalmafdrukkenbestand in HAVANK.


Bij de aanvraag werden de volgende gegevens vastgelegd:
Kenmerk spoor: [SIN-code 1]


Het vergelijkend onderzoek in Havank heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon geregistreerd in Havank onder:
Biometrienummer: [nummer 2]

De gegevens behorende bij dit biometrienummer staan vermeld in de tabel.

Het spoor [nummer 1] vertoont een zeer grote mate van overeenkomst en geen verschillen van dactyloscopische aard met de afbeelding van de linker ringvinger van biometrienummer: [nummer 2] .

Twee dactyloscopisch onderzoekers zijn ervan overtuigd dat het spoor door deze donor is geplaatst. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein.

[afbeelding]

08-328494-25

Feit 12

1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting op 20 oktober 2026, voor zover inhoudende:

Het klopt dat ik op 30 november 2025 een kabel heb doorgeknipt bij het spoor in Zwolle. Ik kon tussen de spijlen door onder de brug komen. Ik heb de kabel doorgeknipt en binnen negentig seconden was de politie gearriveerd.

2. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 4] van 1 december 2025, dossierpagina’s 10-12, voor zover inhoudende:

Ik ben als medewerker van [bedrijf 12] gerechtigd tot het doen van aangifte namens [bedrijf 7] . Het spoor is vernield in de met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van koper.

Op 30 november 2025, omstreeks 20.45 uur, kwam een melding binnen bij de Treindienstleiding van een storing op het treinnet op de locatie Hattemerbroek-aansluiting, tussen hectometerpaal 604 46.7 en 604 46.8. Deze locatie bevindt zich op de Schellerdijk in Zwolle. Direct was het vermoeden dat de storing verband hield met een mogelijke koperdiefstal. Om die reden was een melding gedaan bij de alarmcentrale, werd de politie opgeroepen en gingen zij ter plaatse. Daar werd later een verdacht persoon aangetroffen die mogelijk verband hield met het plegen van dit feit.

3. Een schriftelijk bescheid, te weten een rapportage van [bedrijf 12] van 3 december 2025, dossierpagina’s 44-48, voor zover inhoudende:

1. Situatie
Op 30 november 2025 zijn er kabels doorgeknipt bij de brug in Zwolle.

2
Impact
Afgelopen zondag avond zijn er kabels geknipt in Zwolle ter hoogte van de spoorbrug.
Dit betroffen de kabels;
R2824D, SW-2x2,5
20/26/1, SW-30x1,5
23/25/1
T2824C, SW-2x2,5
24/26/1
20/25/1, SW-30x1,5
23/25/1
20/26/2, SW-4x3
Ev kabel, stuurstroomkabel, 10x1,5, 110 volt.

Nadat de kabels geknipt waren ontstond er een spoorbezetting die ook zichtbaar is in het systeem van de treindienstleider. Gevolg hiervan is dat de toeleidende seinen op rood komen en dat de ATB wegvalt (Automatische Trein Beïnvloeding), gevolg hiervan is de aanwezige treinen een snelremming krijgen.
Vanaf dat moment is het voor verkeersleiding niet meer mogelijk om op een normale manier een treindienst te wikkelen of treinen richting de sectie te sturen via de automatische systemen.

Op het moment van knippen springen ook de toeleidende seinen op rood. Dit had potentieel kunnen leiden tot een trein die door rood rijdt. Dit is zondag niet gebeurd. Dat dit niet gebeurd is, is puur toeval omdat tijdens het knippen van de kabels er niet aan plaatsbepaling van een rijdende trein kan worden gedaan.

Op het moment van kabelknippen is er treinverkeer op het traject.
Wat gebeurt er tijdens het knippen van de kabel:
De bek van de schaar snijdt langzaam door de aders.
o Op dat moment verbindt de metalen bek van de schaar alle aders aan elkaar.
Gevolg is dat er stroomcircuits ontstaan die niet te onderzoeken zijn, verschillende spanningen, gelijk of wisselstroom. Voedingen, relaiszijden enz.
Nadat de kabel is doorgeknipt zijn de uiteinden van de aders iets krom waardoor er verbindingen (kunnen) ontstaan met andere aders.
o Gevolg is dat er stroomcircuits ontstaan die niet te onderzoeken zijn, verschillende spanningen, gelijk of wisselstroom. Voedingen, relaiszijden enz.
Als de kabels niet geknipt zijn maar zijn doorgeslepen dan zullen de koperdeeltjes die vrijkomen tijdens het slijpen een "film van koper" achterlaten op de kabel kop waardoor er dus ook aders worden doorverbonden.
o Gevolg is dat er stroomcircuits ontstaan die niet te onderzoeken zijn, verschillende spanningen, gelijk of wisselstroom. Voedingen, relaiszijden enz.
De uiteinden van de doorgeknipte kabels liggen ongecontroleerd open en los.
Gevolg kan zijn dat deze andere kabels raken of andere metalen delen.
o Gevolg is dat er stroomcircuits ontstaan die niet te onderzoeken zijn, verschillende spanningen, gelijk of wisselstroom. Voedingen, relaiszijden enz.

Deze situatie komt pas in rust als alle doorgeknipte kabels aan beide zijden zijn afgeschakeld in de RHzen of RK's.
Tot die tijd is en blijft het een onveilige situatie die niet te beoordelen of te beheersen is.

De treinbeveiliging is zo ingericht, dat als er een storing of incident is, dat het de veilige kant op valt (het failure safe principe).
Bij het knippen van de kabels is de situatie anders en worden er dus andere en onbedoelde stroom circuits gecreëerd waardoor niet te overzien is wat er in de beveiliging gebeurd. Zeker omdat de kabels verschillende functies hebben in verschillende (deel) systemen. En er onbedoelde verbindingen gelegd kunnen worden die normaliter nooit voor mogen/kunnen komen.
Echter gezien bovenstaande informatie kan het natuurlijk zo zijn dat er onbedoeld door het afknippen nieuwe verbindingen worden gemaakt die wel voor een potentieel veiligheidsrisico zorgen.

Tevens moeten we ook de veiligheid van onze spoormedewerkers tijdens de storing, het onderzoek en het functieherstel niet vergeten. Zodra de kabels geknipt zijn is het enorm lastig om te zien waar stromen lopen en welke kabels potentieel gevaarlijk zijn om aan te raken. En niet alleen kabels zijn gevaarlijk dan om aan te raken. Aders van kabels kunnen ook onbedoelde spanningen zetten op andere componenten in de kabelkoker of bijvoorbeeld op de kabelgoot. Het is lastig te definiëren wat er allemaal kan gebeuren. Indien men dit aan raakt en spanningen in het lichaam krijgt, schakelt er niks uit waardoor de situatie gevaarlijk blijft voor de storingsmonteur. Dit kan tevens gevaarlijk zijn voor de hulpdiensten gezien er geen aardschakelaar is om de spanning uit te schakelen en er onbedoeld mensen onder spanning staan die zorg nodig hebben. Dit gevaar loopt de verdachte ook.

Feit 16

4. De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting op 20 oktober 2026, voor zover inhoudende:

Het klopt dat ik op 15 augustus 2025 heb ingebroken bij [bedrijf 2] en dat ik daar kratten met flesjes en een reep Mars heb weggenomen.

5. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 15 augustus 2025, dossierpagina’s 22-23, voor zover inhoudende:

Ik doe als penningmeester van [bedrijf 2] aangifte van diefstal uit het clubhuis van de tennisvereniging. Ik heb niemand het recht of toestemming gegeven om middels braak het clubhuis te betreden en de goederen te stelen.

Het clubhuis is omringt met een hek waarbij je één toegangspoort hebt. Middels een code kan het hek worden geopend.

Op 15 augustus, omstreeks 07.50 uur, kreeg een groepsapp een berichtje waarop een foto te zien was met een deur van het clubhuis welke kapot was. Vervolgens belde mijn broer die aangaf dat er was ingebroken. Toen ik dit hoorde kwam ik direct naar de vereniging.

Ik zag bij het hek wat kapotte bierflesjes liggen. Ik liep om het pand en zag dat er bij verschillende deuren braakschade was en één deur open stond. Toen de politie ter plaatse kwam, ben ik samen met hen door het pand gelopen. Ik zag dat er in de kantine heel veel bierflesjes op de grond lagen. Het was een grote puinhoop. Ik zag dat de deur tussen de kantine en de keuken zwaar geforceerd was. Ik zag dat de deur met slot volledig vernield was. Het viel mij als snel dat de kassalade open stond en de iPad van de kassa weg was. Ook was de iPad van de geluidsinstallatie weg.

6. Het proces-verbaal van bevindingen van 19 september 2025, dossierpagina’s 34-38, voor zover inhoudende:

Op 1 september 2025, was ik, verbalisant [verbalisant 4] , belast met een onderzoek naar een inbraak, gepleegd bij ' [vereniging] ' te [vestigingsplaats 2] , gemeente Oldebroek.

Naar aanleiding van dit onderzoek, bekeek en beschreef ik de aangeleverde beelden door de betreffende tennisvereniging. Deze inbraak zou zijn gepleegd op 15 augustus 2025 tussen 03.00 uur en 04.00 uur.

De beeldfragmenten kon ik als volgt omschrijven;

[bestandsnaam 1] ;

Bovenin en centraal in beeld was een hekwerk zichtbaar. Centraal in beeld zag ik een manspersoon. Deze persoon liep van de camera weg in de richting van het hekwerk. Ik zag dat deze persoon een doos in beide handen droeg.

Later in het proces-verbaal, zal deze persoon als persoon 1 worden aangeduid.

[bestandsnaam 2] ;

Ik zag dat persoon 1 in het fragment in het midden onderaan het camerabeeld verscheen en in een versnelde pas richting het hekwerk, bovenaan het beeld, liep.

Ik zag dat persoon 1, op het beeld in zijn linkerhand een krat bier/frisdrank droeg.

In de rechterhand droeg persoon 1 een boodschappentas. Ik zag dat deze boodschappen tas gevuld was, dit was te zien aan de bolling van de tas en de bovenzijde van de boodschappentas open was.

[bestandsnaam 3] ;

Ik zag dat persoon 1 vanuit de onderzijde van het camerabeeld verscheen in de richting van het hekwerk rende. Ik zag dat persoon 1 tijdens het rennen in zijn linkerhand een krat (vermoedelijk bier) droeg en in zijn rechterhand ook een krat (vermoedelijk bier) droeg. Ik zag dat persoon 1 bovenin beeld bij het hekwerk bukte, en beide kratten op de grond neerzette.

[bestandsnaam 4] ;

Ik zag dat persoon 1 onderin het beeld verscheen en langzaam richting het hekwerk liep. Ik zag dat de persoon twee grote voorwerpen in zijn rechterhand en één groot voorwerp in zijn linkerhand vasthield (voorwerpen vermoedelijk grote tassen) In de laatste seconde van het fragment zag ik, dat de persoon het voorwerp wat hij in zijn rechterhand droeg, over het hekwerk gooit.

[bestandsnaam 5] ;

Ik zag dat persoon 1 vanaf het hekwerk naar de onderzijde van het camerabeeld rende, vier seconden later zag ik dat dezelfde persoon richting het hekwerk liep en in zijn rechterhand een zwarte vierkante doos/boks vasthield, en deze vervolgens aan de linkerzijde over het hek gooit.

Feit 17

7. Het proces-verbaal van aangifte door A.P. Rus van 3 augustus 2025, dossierpagina’s 56-57, voor zover inhoudende:

Plaats delict : [adres 9]

Ik ben beheerder van het vakantiepark. Ik doe dit voor het bedrijf [bedrijf 9] . Ik ben derhalve gerechtigd tot het doen van aangifte.

Vanochtend, 3 augustus, omstreeks 09:30 uur werd ik gebeld door een bewoner van het park. Hij vertelde mij dat iemand van alles had vernield in de gym en wasruimte. Het pand waar deze ruimtes zich bevinden is niet afgesloten.

Na het telefoontje ben ik zelf naar het gebouw gegaan en zag dat de dranken- en snackautomaat op de grond lag. Deze lag met de voorzijde naar beneden. Deze automaat bevond zich in de gym. Een andere ruimte, waar de wasmachines staan, was nagenoeg volledig vernield. Ik zag dat er kabels doorgeknipt waren. Ook zijn verschillende plafondplaten kapot. De ruimte is één grote chaos.

Een andere ruimte, welke was afgesloten en waar spullen lagen opgeslagen van het uitzendbureau [bedrijf 13] , is ook doorzocht. Om toegang tot de ruimte te kregen heeft de persoon de deur uit het kozijn getrokken. Verder is er nog een deur vernield, welke toegang gaf tot een oud toilet. Er is zoveel vernield dat ik het niet op kan noemen.

In de ruimte bevinden zich ook een tweetal camera's. Ik heb de beelden hiervan bekeken en hierop is de verdachte duidelijk te zien. Ook is te zien wat hij allemaal aanricht.

8. Het proces-verbaal van bevindingen van 9 december 2025, dossierpagina’s 58-61, voor zover inhoudende:

Op 7 december 2025 stelde ik, verbalisant [verbalisant 5] , een onderzoek in naar camerabeelden in het onderzoek naar de inbraak bij de camping aan de [adres 9] .

Herkenning verdachte

De beelden zijn getoond aan collega [verbalisant 6] . Collega [verbalisant 6] herkent de persoon in beeld als verdachte:

* [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1980 te [geboorteplaats] .

Beschrijving camerabeelden

Camerabeeld " [bestandsnaam 6] "

Op deze opname zag ik een snack- en drankautomaat staan tegen de muur. Ik zag dat de automaat voorzien is van snacks en/of drank. Ik zag een persoon in beeld voor de automaat. (foto 1). Hierna te noemen als verdachte [verdachte] .

Ik zag dat verdachte [verdachte] een lang voorwerp in zijn handen vasthoud. Ik zag een voorwerp lijkend op een breekijzer. Ik zag verdachte [verdachte] met het voorwerp wrikken in het glaswerk van de automaat. (foto 2) Ik zag dat er glas op de grond valt. Ik zag verdachte [verdachte] met het voorwerp drie keer stoten in het glaswerk van de automaat. (foto 3 en 4)

Camerabeeld " [bestandsnaam 7] "

Op deze opname zag ik in het midden een snack- en drankautomaat staan. Ik zag dat de automaat voorzien is van snacks en/of drank. Ik zag links en rechts in beeld sportapparaten staan. Ik zag voor de automaat verdachte [verdachte] staan met een tas op de grond. (foto 11) Ik zag verdachte [verdachte] in zijn linkhand een voorwerp vasthouden lijkend op een blikje drinken. Ik zag verdachte [verdachte] met zijn rechter hand 3 keer een voorwerp, lijkend op een blikje drinken, uit de automaat pakken en in zijn tas stoppen die voor hem staat. (foto 12 en 13).

9. Het proces-verbaal van bevindingen van 6 december 2025, dossierpagina’s 75-76, voor zover inhoudende:

Ik, verbalisant [verbalisant 6] , verklaar het volgende:

Op 5 december 2025 kreeg ik een mail van collega [verbalisant 7] of ik beelden wilde bekijken van een inbraak bij een campinggebouw aan de [adres 9] . Ik heb deze beelden bekeken die beschikbaar gesteld waren.


Ik herkende direct de man persoon op de beelden als de persoon die ik gehoord heb voor de andere inbraak. Ik herken de persoon direct aan zijn smalle ingevallen gezicht en haardracht. Ik herken de man ook aan zijn slanke vermagerde postuur. Ook herken ik hem aan zijn onverzorgde uiterlijk.


Achternaam : [verdachte]
Voornamen : [verdachte]
Geboren : [geboortedatum] 1980
Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met nummer PL0900-2024174042. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025113416. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025428437. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025447886. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Limburg met nummer PL2300-2025161447. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025580467/2025436829. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025356197. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025446577. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025428437. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025580467/2025436829. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025580467. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025580467. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.