Strafrecht overig
De rechtbank veroordeelt een 30-jarige man tot een gevangenisstraf van vier jaren. De verdachte heeft zich…
Rechtbank Overijssel, 3 november 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6621 · Rechtbank Overijssel · 3 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2026-6621
Zaakgegevens
Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 3 november 2026
- Datum publicatie
- 3 november 2026
- Zaaknummer
- 71.082487.25 en 71.272506.25 (ttz. gev.) (P)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:6621
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank veroordeelt een 30-jarige man tot een gevangenisstraf van vier jaren. De verdachte heeft zich gedurende een aantal jaren schuldig gemaakt aan omkoping van een ambtenaar van de gemeente Amsterdam en het verkrijgen en doorgeven van vertrouwelijke overheidsinformatie. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van ruim 3,5 kilo amfetamine en 24 gram MDMA en de handel in meerdere kilo’s cocaïne.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummers: 71.082487.25 en 71.272506.25 (ttz. gev.) (P)
Datum vonnis: 3 november 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1996 in [geboorteplaats 1] ,
wonende in [adres 1] ,
nu verblijvende in het Justitieel Complex [verblijfplaats] .
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 oktober 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. N. Hendriksen, advocaat in Hoorn, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
Parketnummer 71.082487.25
De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 28 november 2025, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: een buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Amsterdam heeft omgekocht door haar geld en/of een horloge aan te bieden, zodat zij voor verdachte vertrouwelijke informatie uit de systemen van de gemeente Amsterdam heeft verstrekt;
feit 2: samen met een ander of anderen vertrouwelijke informatie afkomstig uit de niet-openbare systemen van de gemeente Amsterdam heeft overgenomen en gedeeld met onbevoegden;
feit 3: opzettelijk inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van een aanslag op een of meer bewoners van de [adres 2] , door de via ambtenaren van de gemeente Amsterdam verkregen persoonsgegevens door te geven aan onbekend gebleven personen, waarna op 15 oktober 2024 in [adres 2] voornoemde woning is beschoten met een automatisch vuurwapen;
feit 4: heeft deelgenomen aan een crimineel samenwerkingsverband dat zich bezighield met het plegen van levensdelicten en/of ernstige geweldsdelicten en/of bedreigingen en/of diefstal met geweld en/of afpersing, dan wel het plegen van misdrijven;
feit 5: samen met een ander of anderen er een gewoonte van heeft gemaakt om crimineel geld wit te wassen.
Parketnummer 71.272506.25
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: 24 gram MDMA en 3.659 gram amfetamine aanwezig heeft gehad;
feit 2: cocaïne en/of MMC heeft gedeald.
Voluit luidt de tenlastelegging onder parketnummer 71.082487.25 aan verdachte, dat:
1
hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 25 september 2022 tot en met 17 oktober 2024 te Amsterdam, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) een ambtenaar, te weten [medeverdachte 1] , buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Amsterdam,
een gift en/of belofte heeft gedaan en/of een dienst heeft aangeboden, te weten het meermalen betalen van geldbedragen en/of een horloge,
zulks (telkens) met het oogmerk om haar, [medeverdachte 1] , te bewegen in haar bediening iets te doen en/of na te laten,
te weten het verstrekken van vertrouwelijke informatie uit systemen van de gemeente Amsterdam, namelijk vertrouwelijke informatie omtrent personen en/of adressen en/of kentekens en/of kentekenhouders en/of gegevens behorende bij burgerservicenummers;
2
Hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 25 september 2022 tot en met 20 mei 2025 te Amsterdam, althans in Nederland,
in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk
niet-openbare gegevens, te weten vertrouwelijke informatie van de gemeente Amsterdam en/of verkregen uit de systemen toegankelijk voor
ambtenaren van de gemeente Amsterdam, namelijk vertrouwelijke informatie omtrent personen en/of adressen
en/of kentekens en/of kentekenhouders en/of gegevens behorende bij burgerservicenummers,
die waren opgeslagen door middel van (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten servers van de gemeente Amsterdam,
voor zichzelf en/of voor (een) ander(en) heeft/hebben overgenomen en doorgegeven;
3
dat een of meer (thans) onbekende personen op of omstreeks 15 oktober 2024 te Leiden, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die onbekende personen voorgenomen
misdrijf om een of meer bewoners van de [adres 2] opzettelijk van het leven te beroven
een of meer automatische vuurwapen(s) heeft/hebben gericht op de woning aan de [adres 2] en (meermalen) de trekker
heeft/hebben overgehaald op 15 oktober 2024 en hierbij heeft/hebben gericht op de ruiten van de eerste etage
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op één of meerdere
tijdstippen op 13 oktober 2024 en/of 14 oktober 2024 te Leiden en/of Amsterdam, althans in Nederland,
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
- de burgerservicenummers en/of het kenteken van het voertuig van de bewoner(s) van de [adres 2] te laten bevragen door een of meerdere gemeenteambtenaren van de gemeente
Amsterdam en/of
- (vervolgens) de (adres)gegevens, te weten de (adres)gegevens van de perso(o)n(en) behorende bij de bevraagde burgerservicenummers en/of de tenaamgestelden van het
bevraagde kenteken (bewoner(s) van de [adres 2] ) te ontvangen van een of meerdere gemeenteambtenaren van de gemeente Amsterdam, en/of
- (vervolgens) de verkregen (adres)gegevens, te weten de (adres)gegevens van de perso(o)n(en) behorende bij de bevraagde burgerservicenummers en/of de tenaamgestelden van het bevraagde kenteken (bewoner(s) van de [adres 2] ), te verstrekken aan die onbekende personen;
4
Hij in of omstreeks de periode van 25 september 2022 tot en met 20 mei 2025 te Amsterdam, althans in Nederland,
heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten hem,
verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [naam 1] en/of een of meer (onbekende) ander(en),
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van levensdelicten en/of ernstige geweldsdelicten en/of bedreigingen en/of diefstal met geweld
en/of afpersing, als bedoeld in de artikelen 287 en/of 289 en/of 302 en/of 303 en/of 312 en/of 310 en/of 317 en/of 285 van het Wetboek van Strafrecht, althans het plegen van misdrijven;
5
Hij op één of meerdere tijdstippen periode van 25 september 2022 tot en met 20 mei 2025, te Amsterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, hierin bestaande dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) telkens een of meer
voorwerpen, te weten geldbedragen van in totaal ongeveer 30.000 euro, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft
omgezet, en/of daarvan gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk — onmiddellijk of middellijk — afkomstig waren uit enig misdrijf.
Voluit luidt de tenlastelegging onder parketnummer 71.272506.25 aan verdachte, dat:
1
Hij op of omstreeks 20 mei 2025 te Amsterdam, althans in Nederland,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
- 24 gram MDMA, en/of
- 3659 gram amfetamine,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
Hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 15 april 2025 tot en met 20 mei 2025,
te Amsterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) opzettelijk
heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,
hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en MMC, zijnde cocaïne en/of
3-methylmethcathinon en/of 4-methylmethcathinon (telkens) een middel vermeld
op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het tweede
of derde lid van artikel 2 van die wet.
3 De voorvragen
- Partiële nietigheid van feit 4 op de dagvaarding onder parketnummer 71.082487.25
De rechtbank stelt voorop dat een tenlastelegging conform artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) een voldoende duidelijke en feitelijke omschrijving van het verweten gedrag moet bevatten, zodat verdachte weet waartegen hij zich moet verdedigen. Bij de verdachte mag er redelijkerwijs geen twijfel over bestaan welke specifieke gedragingen hem worden verweten. Ook moet het voor de rechtbank duidelijk en begrijpelijk zijn wat zij concreet ten aanzien van de verdachte te onderzoeken heeft.
Aan verdachte is onder feit 4 tenlastegelegd dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van een specifiek aantal in de tenlastelegging opgenomen misdrijven. In de laatste zin staat als alternatief ‘althans het plegen van misdrijven’. Een dergelijke op zichzelf beschouwd vage zinsnede in een tenlastelegging kan evenwel begrijpelijk en daarmee geldig zijn, indien deze bewoordingen in het licht van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting voor de verdachte voldoende duidelijkheid scheppen waartegen hij zich dient te verdedigen. Hoewel de lezing van het dossier doorgaans voldoende concrete aanknopingspunten kan bieden om te begrijpen welke misdrijven in dit specifieke geval worden bedoeld, is dat naar het oordeel van de rechtbank in de onderhavige zaak niet het geval. Het dossier bevat namelijk een veelheid aan incidenten en feiten.
Omdat noch de dagvaarding, noch het dossier duidelijk maakt op welke ándere dan de daarvoor genoemde misdrijven het oogmerk van het criminele samenwerkingsverband specifiek gericht zou zijn geweest, blijft de zinsnede ‘althans het plegen van misdrijven’ te onbepaald. Hierdoor wordt immers de mogelijkheid opengelaten dat naast de in de tenlastelegging genoemde misdrijven, alle andere misdrijven uit het Wetboek van Strafrecht tot een bewezenverklaring zouden kunnen leiden. Het is voor verdachte ondoenlijk zich hiertegen te verdedigen en voor de rechtbank ondoenlijk om al deze misdrijven ten aanzien van verdachte te onderzoeken.
De rechtbank verklaart de dagvaarding daarom partieel nietig ten aanzien van de zinsnede ‘althans het plegen van misdrijven’ onder feit 4.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding voor het overige geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4 Inleiding
Op 15 augustus 2024 is door de Rijksrecherche een opsporingsonderzoek gestart onder de naam 28Fenakiet naar mogelijke ambtelijke corruptie, computervredebreuk en schending van het ambtsgeheim door een buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, genaamd [medeverdachte 1] . Uit het onderzoek kwam naar voren dat zij onrechtmatig en tegen betaling kentekens bevroeg in de gemeentelijke systemen en de resultaten van die bevragingen, zijnde de persoons- en adresgegevens van de kentekenhouders, heeft doorgegeven aan een zogenaamde informatiemakelaar. [medeverdachte 1] is op 17 oktober 2024 aangehouden en inmiddels door de rechtbank Amsterdam voor deze feiten veroordeeld.
Om onderzoek te doen naar de identiteit en mogelijk andere corrupte contacten van deze informatiemakelaar binnen overheidsinstanties, is onderzoek 26Vechte opgestart. Daarin kwam verdachte in beeld als de mogelijke informatiemakelaar van [medeverdachte 1] .
Naast deze onderzoeken draaide ook onderzoek 28Ukelele naar nog een andere mogelijk corrupte ambtenaar bij de gemeente Amsterdam. Deze ambtenaar wordt ervan verdacht dat hij kentekens, adressen en persoonsgegevens onrechtmatig heeft bevraagd en deze gegevens tegen betaling aan informatiemakelaars/criminelen heeft verkocht. Deze ambtenaar is genaamd [medeverdachte 2] . Hij is op 12 mei 2025 aangehouden.
Een vervolgonderzoek naar de informatiemakelaar(s) die met [medeverdachte 2] samenwerkte(n) betrof onderzoek 26Amarone. Op 9 juli 2025 zijn er in dit onderzoek drie verdachten aangehouden, waarvan het vermoeden bestaat dat zij werkzaam waren als informatiemakelaar. Een van die personen was [naam 1] . Uit de geregistreerde data van de telefoon van verdachte kwam naar voren dat hij zeer regelmatig via Signal contact had met [naam 1] over kentekens.
Door het onderzoeksteam zijn de bevragingen geanalyseerd, die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben gedaan in de systemen van de gemeente Amsterdam. Ten aanzien van personen of locaties waarover bevragingen waren gedaan hebben ernstige (gewelds)incidenten plaatsgevonden. Het vermoeden is dat de bevragingen van [medeverdachte 1] en de daaropvolgende incidenten te maken hebben met de diefstal van 1400 kilo cocaïne in het criminele milieu. Zo is onder meer geprobeerd een woning te overvallen, is een medewerker van een loods in [plaats 1] , waar de cocaïne vermoedelijk lag opgeslagen, met een vuurwapen bedreigd en zijn twee woningen beschoten met een vuurwapen van het type AK47 en is bij één woning een explosief geplaatst. Ook na de bevragingen door [medeverdachte 2] hebben ernstige (gewelds)incidenten plaatsgevonden ten aanzien van personen of locaties waarop die bevragingen zagen. Zo zijn er onder meer personen ontvoerd en zijn explosieven geplaatst bij woningen.
De rechtbank geeft in dit vonnis antwoord op de vraag of verdachte zich, al dan niet samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Parketnummer 71.082487.25
5 Vrijspraken
Feit 3
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het feit moet worden vrijgesproken.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat, nog daargelaten of er voldoende causaal verband bestaat tussen de bevraging van het kenteken van de bewoner van de woning aan de [adres 2] door [medeverdachte 1] op 13 oktober 2024 en de beschieting van die woning op
15 oktober 2024, op basis van de onderzoeksbevindingen niet kan worden vastgesteld dat ook verdachte’s opzet was gericht op die beschieting. De rechtbank acht het feit dan ook niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Feit 4
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van deelname aan een crimineel samenwerkingsverband met [naam 1] en [medeverdachte 2] . Wel wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte met [medeverdachte 1] een crimineel samenwerkingsverband heeft gevormd.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat voor zover er al sprake was van een crimineel samenwerkingsverband met [medeverdachte 1] , dit niet was gericht op het plegen van de in de tenlastelegging genoemde feiten, nu het oogmerk hier niet op zag.
Daarnaast is geen sprake van een crimineel samenwerkingsverband tussen verdachte en [naam 1] en [medeverdachte 2] , omdat de periode waarin verdachte en [naam 1] met elkaar contact zouden hebben gehad van onvoldoende duur en intensiteit was. Voor zover dit al anders zou zijn, had de samenwerking niet het oogmerk op de feiten die worden beschreven in de tenlastelegging, maar op computervredebreuk.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat het oogmerk van een criminele organisatie, in de zin van ‘vol opzet’, moet zijn gericht op de in te tenlastelegging genoemde misdrijven. Voorwaardelijk opzet op het plegen van die misdrijven volstaat niet.
Zelfs als er al sprake zou zijn geweest van een crimineel samenwerkingsverband tussen verdachte en [medeverdachte 1] , [naam 1] en/of [medeverdachte 2] , dan kan de rechtbank op grond van het dossier en de behandeling ter terechtzitting niet vaststellen dat het oogmerk van dit samenwerkingsverband was gericht op het plegen van levensdelicten en/of ernstige geweldsdelicten en/of bedreigingen en/of diefstal met geweld en/of afpersing. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van feit 4.
Feit 5
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak van het feit bepleit, nu het bedrag dat in de tenlastelegging is opgenomen kennelijk ziet op geld dat [medeverdachte 1] nog van verdachte tegoed zou hebben. Dit geld zou niet zijn betaald en onbekend is of verdachte het geld heeft ontvangen. Nu dit onduidelijk is, kan geen sprake zijn van witwassen en dient vrijspraak te volgen.
Het oordeel van de rechtbank
Op grond van het dossier en de behandeling ter terechtzitting kan de rechtbank onvoldoende vaststellen dat het in de tenlastelegging genoemde bedrag van 30.000 euro afkomstig is uit enig misdrijf en dat verdachte dit bedrag voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen.
De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van dit feit.
6 De feiten 1 en 2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1 en 2.
Niet is komen vast te staan dat verdachte de gebruiker was van de accounts waarmee [medeverdachte 1] contact had over de bevragingen en zij heeft zelf bij de rechter-commissaris onder ede ontkend dat zij de bevragingen voor verdachte deed. Ook is niet komen vast te staan dat verdachte ooit een kenteken heeft laten bevragen door een ambtenaar en de aldus verkregen informatie heeft doorgeleid aan een derde. Ten aanzien van feit 2 en de bevragingen door [naam 1] / [medeverdachte 2] merkt de verdediging op dat op basis van het dossier niet kan worden uitgesloten dat verdachte en [naam 1] contact hadden over het produceren van kentekenplaten. Nergens blijkt dat verdachte wist dat [naam 1] in contact stond met een ambtenaar, via wie [naam 1] geprivilegieerde informatie kon verkrijgen. Nu [naam 1] geen toegang had tot geautomatiseerde werken van de gemeente Amsterdam kan bezwaarlijk worden volgehouden dat als verdachte al kentekens aan hem zou hebben voorgelegd dat hij wist dat [naam 1] deze kentekens zou doorspelen aan een gemeenteambtenaar om zo informatie te verkrijgen die verband houdt met de kentekenplaten. Evenmin kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 2] kentekenplaten heeft onderzocht die door verdachte aan [naam 1] zijn gestuurd en dat verdachte die informatie vervolgens heeft doorgespeeld aan derden.
Het oordeel van de rechtbank
Hierna stelt de rechtbank op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de feiten en omstandigheden vast. De voor de bewezenverklaring redengevende bewijsmiddelen zijn opgenomen in de bijlage bij dit vonnis. De rechtbank overweegt verder, al dan niet in reactie op gevoerde verweren, waarom zij op basis van die feiten en omstandigheden tot conclusies en de beantwoording van de bewijsvraag komt.
De Google Pixel telefoon
Verdachte is op 20 mei 2025 net buiten het Justitieel Complex Schiphol aangehouden. Onder hem is een Google Pixel telefoon in beslag genomen. De data op die telefoon zijn veiliggesteld en onderzocht. De eerste data opgeslagen op de telefoon is van 15 april 2025. Op die telefoon is onder meer de berichtenapp Signal aangetroffen. Het account dat gekoppeld is aan die app had als gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam 1] ’. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat dit zijn telefoon was en dat hij de gebruiker was van dat account.
[naam 1] en [medeverdachte 2]
In die Signal-app zijn verschillende chatgesprekken aangetroffen. In die chats is te lezen dat verdachte door verschillende mensen wordt benaderd met betrekking tot kentekens. Verdachte vroeg voor zijn diensten doorgaans 350 euro per kenteken. Deze kentekens werden door verdachte via Signal doorgestuurd naar een account met de gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam 2] ’. Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij wist dat de gebruiker achter dit account waar hij contact mee had [naam 1] was. In onderzoek 26Amarone is [naam 1] aangehouden, omdat hij als zogenaamde ‘informatiemakelaar’ zou hebben opgetreden. [naam 1] zette kentekens, na vragen van verdachte, uit bij de op 12 mei 2025 aangehouden [medeverdachte 2] , die als buitengewoon opsporingsambtenaar bij de gemeente Amsterdam toegang had tot kenteken- en BSN-gegevens. Informatie die [naam 1] ontving van [medeverdachte 2] stuurde [naam 1] vervolgens weer door naar verdachte.
Het doorsturen van de resultaten van de bevragingen tussen [medeverdachte 2] en [naam 1] , [naam 1] en verdachte en verdachte en de personen op wiens verzoek hij de kentekenbevragingen liet doen, gebeurde veelal via ‘Privenote’. Dit is een berichtenapp die het mogelijk maakt om berichten eenmalig te verzenden en te lezen, waarna ze automatisch worden vernietigd. Verdachte gaf instructies aan bijvoorbeeld [naam 1] om via ‘Privenote’ te sturen; ‘stuur eenmalig maak ik screen’. In verdachtes telefoon is ook een aantal van dergelijke screenshots aangetroffen. Daarop is te zien dat verdachte twee kentekens stuurt naar [naam 1] , waarop [naam 1] de persoons- en adresgegevens behorend bij de kentekens weer naar verdachte stuurt.
Verder vraagt verdachte in de chats met [naam 1] met enige regelmaat of [naam 1] ‘de info’ al heeft, zodat verdachte het door kan geven aan ‘die gene’ of zodat verdachte ‘die man’ alvast geld kan laten brengen. Ook [naam 1] bericht verdachte over wanneer ‘ie die inf’ heeft. Als verdachte van [naam 1] via ‘Privenote’ de info kreeg, meldde hij zich ook direct als bijvoorbeeld ‘Post code en plaats niet te zien is’, waarop [naam 1] opnieuw via ‘Privenote’ een bericht stuurde naar verdachte.
De rechtbank is van oordeel dat op grond van het bovenstaande en de door het onderzoeksteam aangetroffen berichten tussen verdachte en [naam 1] en [naam 1] en [medeverdachte 2] voldoende kan worden vastgesteld dat [naam 1] als tussenpersoon voor verdachte en [medeverdachte 2] fungeerde en dat op deze wijze daadwerkelijk de informatie waarom verdachte vroeg via [naam 1] door [medeverdachte 2] aan verdachte is verstrekt. Ook staat vast op basis van chats van verdachte dat hij die gegevens vervolgens doorspeelde aan derden.
Het alternatieve scenario
Het alternatieve scenario dat verdachte heeft geschetst, inhoudende dat hij kentekenplaten heeft laten dupliceren voor gestolen auto’s, welke kentekenplaten hij zelf afleverde, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden. Uit voornoemde feiten en omstandigheden komt juist naar voren dat verdachte, nadat hij aan [naam 1] kentekens heeft doorgegeven, zelf vraagt wanneer hij ‘de info’ krijgt, hij van [naam 1] persoons- en adresgegevens behorend bij de kentekens ontvangt en door het observatieteam tijdens de observaties van verdachte niet is gezien dat hij op enig moment feitelijk kentekenplaten heeft overhandigd tijdens de ontmoetingen met zijn tegencontacten.
- Tussenconclusie van de rechtbank
Op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte zich in ieder geval na de ingebruikname van de Google Pixel telefoon met het account ‘ [gebruikersnaam 1] ’ (op verzoek van anderen) heeft beziggehouden met het verkrijgen van vertrouwelijke informatie uit de systemen van de gemeente Amsterdam over personen/adressen/kentekens/kentekenhouders en het doorgeven van die informatie aan anderen. Deze informatie verkreeg hij via [naam 1] , een zogenaamde informatiemakelaar. Door het benaderen van [naam 1] , die hem desgevraagd vertrouwelijke informatie verstrekte, inhoudende niet-openbare gegevens slechts toegankelijk via systemen van officiële instanties, heeft verdachte welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de informatie die hij via [naam 1] verkreeg afkomstig was van een corrupte ambtenaar.
‘Nieuwe man’
Op 19 april 2025 had verdachte via Signal contact met ‘ [gebruikersnaam 3] ’. Verdachte berichtte: ‘Ik heb nieuwe man voor nummrrs 350€’.
De rechtbank gaat er gelet op het hierboven vastgestelde, waaronder het feit dat verdachte voor identificerende informatie 350 euro per kenteken vroeg, vanuit dat verdachte met ‘nummers’ kentekens bedoelt. De rechtbank leidt uit dit bericht af dat verdachte vóor
19 april 2025 kentekeninformatie via iemand anders regelde.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of die ander [medeverdachte 1] is geweest, zoals hem onder feit 1 en 2 (eveneens) wordt verweten.
[medeverdachte 1]
Vast staat dat [medeverdachte 1] als ambtenaar, te weten medewerker handhaving, werkzaam was bij de gemeente Amsterdam. Zij is op 22 mei 2025 door de rechtbank in Amsterdam veroordeeld, omdat zij zich in voornoemde hoedanigheid meermalen schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk en schending van haar ambtsgeheim. Zij heeft veelvuldig niet werkgerelateerde kentekens opgezocht via de applicatie Citycontrol, waar zij ten behoeve van de uitvoering van haar werkzaamheden toegang toe had. De aan de kentekens gekoppelde persoonsgegevens heeft zij vervolgens wederrechtelijk verstrekt aan een kennis van vroeger. Tijdens de inhoudelijke behandeling van haar zaak heeft zij verklaard dat zij de bevragingen deed voor één man. Zij communiceerde met deze man via chatapplicaties. Eerst via Snapchat, later via Signal. Deze man is de gebruiker van de accounts op Snapchat en Signal met de gebruikersnamen ‘ [gebruikersnaam 4] ’, ‘ [gebruikersnaam 5] ’, ‘ [gebruikersnaam 6] ’ en ‘ [gebruikersnaam 7] ’. Hij heeft haar af en toe geld gegeven en een horloge als onderpand.
De vraag is of verdachte die man is geweest voor wie [medeverdachte 1] de kentekenbevragingen heeft gedaan.
De verklaring van [medeverdachte 1] in haar eigen strafzaak
[medeverdachte 1] heeft tijdens de inhoudelijke behandeling van haar strafzaak over haar informatiemakelaar onder andere verklaard dat zij hem kent van vroeger, hij kwam uit de buurt. Hij is de oudste in zijn gezin en reed in een dure Volkswagen. Verdachte past volledig in dit beeld. Hij is de oudste in zijn gezin, is opgegroeid in dezelfde buurt als waar [medeverdachte 1] woonde en reed destijds in Volkswagen Golf GTI met een cataloguswaarde van EUR 66.106,-. Het broertje van verdachte heeft in het verleden een relatie gehad met de dochter van [medeverdachte 1] .
Het Snapchataccount ‘ [gebruikersnaam 4] ’
[medeverdachte 1] deed, zoals gezegd, de kentekenbevragingen voor één en dezelfde persoon achter verschillende accounts, waaronder het Snapchataccount ‘ [gebruikersnaam 4] ’. Door Snapchat werden in het onderzoek 13Vinter op vordering onder andere de volgende gegevens over dit account verstrekt:
Schermnaam: [gebruikersnaam 4]
Oude namen: [gebruikersnaam 8] , [gebruikersnaam 9] , [gebruikersnaam 10]
Accountnaam: [gebruikersnaam 10]
Mailadres: [e-mailadres 1]
Binnen datzelfde onderzoek 13Vinter werd een telefoon in beslag genomen van verdachte [naam 2] . Op die telefoon waren chatgesprekken zichtbaar via Snapchat tussen ‘ [gebruikersnaam 11] ’ en ‘ [gebruikersnaam 4] ( [gebruikersnaam 10] )’. Op 4 april 2024 stuurt ‘ [gebruikersnaam 4] ’ twee berichten naar ‘ [gebruikersnaam 11] ’, namelijk ‘ [gebruikersnaam 12] ’ en ‘Nummer [telefoonnummer 1] email [e-mailadres 2] ’.
[naam 2] is een bekende van verdachte en is medeverdachte van het broertje van verdachte, [broertje van verdachte] , in onderzoek Vinter.
Het verstuurde telefoonnummer en e-mailadres betreffen die van [vriendin van verdachte] , de vriendin van verdachte. Verdachte heeft ter zitting erkend ook gebruik te maken van dat telefoonnummer van zijn vriendin. De rechtbank constateert verder dat het e-mailadres dat is gekoppeld aan het account ‘ [gebruikersnaam 4] ’ bestaat uit de voornaam van verdachte, te weten [verdachte] en ‘ [naam 3] ’. Hetgeen staat voor iemand uit de regio van de Marokkaanse stad [plaats 2] , gelegen in het noorden van Marokko. De ouders van verdachte komen uit die streek.
De tap en AT5
Op 6 juni 2025 heeft [medeverdachte 1] telefonisch contact met haar zoon die op dat moment gedetineerd was. Zij vertelde hem onder andere dat ‘die andere ook is gearresteerd’, omdat hij als informatiemakelaar adressen heeft laten opvragen en dat heeft doorgespeeld naar een criminele club. Ze vertelt haar zoon dat ‘die andere’ wordt beschuldigd van omkoping, witwassen en zware misdrijven. Dat had ze die ochtend gehoord van ‘ [naam 4] ’, want een advocaat had daarover contact met hem opgenomen. Vermoedelijk zouden ze haar ook willen horen. Maar ‘ [naam 5] ’ had haar gezegd dat hij dacht van niet, omdat hij niet echt gelinkt wordt. De rechtbank begrijpt uit het dossier dat met ‘ [naam 5] ’ mr. [naam 5] wordt bedoeld, de toenmalige raadsman van [medeverdachte 1] . Daarop vertelt [medeverdachte 1] aan haar zoon dat ze dus heeft gekeken op AT5 en zegt ze ‘inderdaad, op 20 mei is ie in de buurt van Schiphol, op Schiphol gearresteerd.’
Op 5 juni 2025 is op AT5 een artikel gepubliceerd waarin wordt beschreven dat op
20 mei 2025 in de buurt van Schiphol een 28-jarige man is aangehouden wegens corruptie, witwassen en betrokkenheid bij meerdere misdrijven. De titel luidt: “informatiemakelaar die zou hebben samengewerkt met corrupte ambtenaar opgepakt”.
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het vorenstaande dat [medeverdachte 1] , toen zij zich onbespied waande tijdens een gesprek met iemand uit haar “inner-circle”, zonder diens naam te noemen, verdachte heeft aangewezen als haar criminele contact en informatiemakelaar. De in het artikel genoemde leeftijd (28) klopt met dat van verdachte op 5 juni 2025 én het is verdachte die op 20 mei 2025 is gearresteerd op de plaats genoemd in dat artikel. Van andere arrestaties van 28-jarige verdachten op die dag en op die plaats is niets gebleken.
De rechtbank merkt op dat zij zich realiseert dat haar oordeel indruist tegen hetgeen [medeverdachte 1] op 1 oktober 2026 als getuige onder ede bij de rechter-commissaris heeft verklaard, te weten dat verdachte niet de persoon achter de accounts is waar zij de bevragingen voor deed. De rechtbank constateert echter ook dat zij heeft verklaard geschrokken en bang te zijn door alles wat zij in het dossier heeft gelezen en dat dat de reden is dat zij verder liever niets wil zeggen. Ze verklaart onder meer: “Ik heb het gevoel dat ik ergens bij betrokken word, waar ik niet bij betrokken wil zijn. Het voelt raar. Ik word opgeroepen als getuige en degene waar het om gaat, krijgt dan ook mijn adres en alles. Ik wil niets met hem van doen hebben“. Daarnaast blijkt uit het proces-verbaal van haar verhoor dat zij antwoorden geeft met de nodige aarzelingen en haperingen en soms, als zij bijvoorbeeld geconfronteerd wordt met het hiervoor genoemde afgeluisterde telefoongesprek met haar zoon op 6 juni 2025, dat zij het allemaal ook niet meer weet.
De rechtbank is van oordeel dat dit aanwijzingen zijn dat de verklaring van [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris onder invloed van deze vrees tot stand is gekomen en daardoor niet in volledige vrijheid is afgelegd. Gelet daarop acht de rechtbank de verklaring van [medeverdachte 1] dat verdachte niet de persoon is voor wie zij de bevragingen deed niet betrouwbaar en daarmee niet geloofwaardig.
De rechtbank weegt daarbij ook mee dat de laatste verklaring van [medeverdachte 1] niet bevestigd wordt door enig objectief bewijsmiddel. De ontkennende verklaring van verdachte kan niet als zodanig gelden. Ook acht de rechtbank van belang dat [medeverdachte 1] als getuige bij de rechter-commissaris niet heeft willen of kunnen verklaren wie volgens haar dan wel haar criminele contact was. Daardoor is haar verklaring op dit punt niet te verifiëren of te falsificeren. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [medeverdachte 1] op dit punt, daardoor niet kwalificeert als ontlastend bewijs. De rechtbank kent daarom aan dit onderdeel van haar verklaring niet de betekenis toe die de verdediging daaraan toegekend wil zien.
Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 1] op
25 september 2022 een kenteken heeft bevraagd van een auto waarin verdachte destijds reed en die eerst op naam van zijn moeder stond en kort daarna op zijn naam. De verdediging meent dat dit als ontlastend bewijs geldt. De rechtbank volgt de verdediging daarin niet. In andere vergelijkbare strafzaken is de rechtbank gebleken dat verdachten als [medeverdachte 1] hun opdrachtgever c.q. criminele contact ook bevragen, alvorens of (kort) nadat zij met die persoon een samenwerking aangaan. Kennelijk wil men op dat moment weten “wat voor vlees men in de kuip heeft”. Dat lijkt hier ook het geval, nu een andere reden voor deze bevragingen ontbreekt. [medeverdachte 1] , noch verdachte geven voor deze bevraging en alternatieve aannemelijke reden.
Wat overigens blijkt uit de chats met [medeverdachte 1] en verdachte via de hiervoor genoemde accountnamen
Op de werktelefoon van [medeverdachte 1] zijn verschillende screenshots aangetroffen van Snapchat waarop chats te zien waren tussen [medeverdachte 1] en ‘ [gebruikersnaam 4] ’, [medeverdachte 1] en ‘ [gebruikersnaam 6] ’ en [medeverdachte 1] en ‘ [gebruikersnaam 5] …’. In deze chats ging het over betalingen voor de verrichtte kentekenbevragingen, of beloftes van uitbetaling, maar ook over een klok/pols die [medeverdachte 1] in verband daarmee ontving, al dan niet als zekerheid voor betaling.
Daarnaast is in de op haar telefoon teruggevonden chats te zien dat verdachte aan [medeverdachte 1] kentekens stuurde, waarna in haar loggings van raadplegingen in het systeem te zien is dat die kentekens door haar bevraagd werden. Ook is te zien dat [medeverdachte 1] de resultaten van de kentekenbevragingen, te weten de persoons- en adresgegevens van de kentekenhouder, stuurde naar een account in gebruik bij verdachte.
De conclusie
- Feit 1
Gelet op al het vorenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte met giften en beloften [medeverdachte 1] heeft omgekocht in relatie tot de in de tenlastelegging onder feit 1 genoemde bevragingen.
- Feit 2
Gelet op al het vorenstaande komt de rechtbank eveneens tot het oordeel dat het ten laste gelegde medeplegen van het wederrechtelijk overnemen en doorgeven van de in de tenlastelegging onder feit 2 opgenomen vertrouwelijke informatie van de gemeente Amsterdam wettig en overtuigend kan worden bewezen.
- Voorwaardelijk verzoek tot het horen van getuigen
De verdediging heeft een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van de getuigen [broertje van verdachte] , [getuige 1] en [getuige 2] , indien de rechtbank op basis van de in het dossier genoemde bijnamen van verdachte tot het oordeel zou komen dat verdachte de persoon is die schuilgaat achter de accounts waar [medeverdachte 1] informatie mee zou hebben gedeeld.
Dit betreft een herhaald verzoek. Eerdere verzoeken tot het horen van deze personen als getuigen zijn door de rechtbank afgewezen, zodat dient te worden getoetst aan het noodzaakcriterium.
De rechtbank ziet in de door de verdediging gegeven motivering van de verzoeken geen redenen om terug te komen op haar eerdere beslissing tot afwijzing van de getuigenverzoeken. De rechtbank gebruikt de door het onderzoeksteam aan verdachte gekoppelde bijnamen niet voor bewijs en acht het horen van de verzochte getuigen met het oog op de volledigheid van het onderzoek daarom niet noodzakelijk. Dit leidt ertoe dat het voorwaardelijk verzoek tot het horen van voornoemde getuigen wordt afgewezen.
De rechtbank heeft bij dit alles de vraag onder ogen gezien of de procedure in zijn geheel (‘as a whole’) voldoet aan het in artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Naar het oordeel van de rechtbank is dit het geval.
Parketnummer 71.272506.25
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak van feit 1 bepleit.
Primair omdat er alleen sprake is van indicatieve testen. Dat levert, zonder bijkomend bewijs dat in casu ontbreekt, onvoldoende overtuigend bewijs op dat het verdovende middelen betreft zoals ten laste gelegd.
Subsidiair omdat niet kan worden aangetoond dat verdachte de beschikkingsmacht had over de aangetroffen stoffen.
De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
Hierna stelt de rechtbank op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de feiten en omstandigheden vast. De voor de bewezenverklaring redengevende bewijsmiddelen zijn opgenomen in de bijlage bij dit vonnis. De rechtbank overweegt verder, al dan niet in reactie op gevoerde verweren, waarom zij op basis van die feiten en omstandigheden tot conclusies en beantwoording van de bewijsvraag komt.
De feiten en omstandigheden
- De Google Pixel telefoon
Zoals hiervoor onder 6.3.1 reeds is uiteengezet is op 20 mei 2025 onder verdachte de door hem gebruikte en aan hem toebehorende Google Pixel telefoon in beslag genomen waarop de berichtenapp ‘Signal’ is aangetroffen met de gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam 1] ’. Op 15 april 2025 kwam de telefoon voor het eerst online. Op die dag stuurde verdachte naar meerdere tegencontacten een foto en video waarop een blok cocaïne te zien was met aan de buitenkant op de verpakking een afbeelding van een kameel en in het blok was eveneens een kameel geperst. Daarbij stuurde verdachte het bericht ‘Ctjes’ of ‘Ctjes toppers’. Een aantal tegencontacten vroeg wat de prijs of ‘prik’ was, waarop verdachte een bedrag doorgaf.
Verder komt uit de berichten naar voren dat verdachte fungeerde als een soort tussenpersoon. Zijn tegencontacten vroegen hem onder andere om ‘camel’, ‘kameel’, ‘bol’, waarop verdachte vaak liet weten dat hij eerst moest navragen of even moest bellen. Ook regelde verdachte dat de bestelling afgeleverd werd door zijn ‘compagnon’ en regelde hij de geldzaken.
Maar uit de gesprekken met de tegencontacten kwam ook naar voren dat verdachte zelf klanten had voor wie hij bijvoorbeeld ‘camel’ of ‘c’ regelde. Verdachte kocht blokken cocaïne bij zijn tegencontacten (leveranciers), haalde die zelf op, zorgde ervoor dat het bij zijn klanten terecht kwam en regelde ook de financiële afwikkeling. Deze gesprekken voerde verdachte dagelijks in de periode van 15 april 2025 tot aan zijn aanhouding op 20 mei 2025.
- De doorzoeking op het adres [adres 3]
In verband met verdachtes aanhouding op 20 mei 2025 is de woning op het adres [adres 3] doorzocht. Verdachte verbleef met zijn vriendin op dat adres. Tijdens die doorzoeking werden onder andere in de woonkamer een wit hard blok en een zak met ongeveer 16 kleine zakjes kristallen aangetroffen en in beslag genomen. Daarnaast werden in de keuken in de vriezer onder andere 3 zakken met witte harde brokken en een Tupperware bakje met harde brokken aangetroffen en in beslag genomen.
- Het onderzoek aan de in beslag genomen stoffen
Door de verbalisanten is forensisch onderzoek uitgevoerd aan de in beslag genomen stoffen. De stoffen zijn gewogen en indicatief getest met de Trunarc. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat het gaat om 24 gram MDMA en 3.659 gram amfetamine.
De bewijsoverwegingen van de rechtbank
Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij de gesprekken heeft gevoerd met het Signal-account ‘ [gebruikersnaam 1] ’, die op zijn Google Pixel telefoon zijn aangetroffen en die zich in het dossier bevinden. De inhoud van die gesprekken stelt hij zich niet meer te kunnen herinneren of hij wil er liever niets over verklaren. De rechtbank zal de inhoud van de gesprekken daarom duiden, zonder de inbreng van verdachte.
- Feit 2
De rechtbank is van oordeel dat de chatgesprekken op de telefoon van verdachte niet anders kunnen worden uitgelegd dan als betrekking hebbend op de handel in harddrugs. In de gesprekken wordt veelal in verhullende termen gesproken over cocaïne, prijzen en locaties: onmiskenbaar is hierbij sprake van het bestellen en verkopen en vervolgens (laten) vervoeren en (laten) afleveren van die cocaïne, alsmede het in ontvangst nemen van betalingen voor de geleverde drugs. Verdachte werkte daaraan actief mee. De rechtbank acht feit 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat geen bewijs is voor de handel in 3- of 4-MMC, zodat de rechtbank verdachte daarvan vrijspreekt.
- Feit 1
De indicatieve tests
De rechtbank stelt voorop dat het gebruik van een door de politie uitgevoerde indicatieve test kan bijdragen aan het bewijs dat de in beslag genomen voorwerpen, waarvan wordt vermoed dat het drugs betreft, de stoffen bevatten die uit deze test blijken. Het gebruik van de indicatieve test voor het bewijs is op zichzelf genomen niet in strijd met het recht. Er dient echter voldoende ondersteunend en betekenisvol bewijs te zijn voordat de conclusie kan worden getrokken dat wettig en overtuigend is bewezen dat het de drugs betreffen die in de tenlastelegging zijn vermeld.
Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend bewezen worden dat de aangetroffen stoffen daadwerkelijk MDMA en amfetamine bevatten. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de rechtbank hiervoor feit 2 wettig en overtuigend bewezen heeft verklaard. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte zich actief bezighield met de handel in verdovende middelen. In de chatgesprekken die aan de bewezenverklaring van die handel ten grondslag liggen wordt verdachte ook gevraagd of hij ‘M’ heeft, waarmee doorgaans MDMA wordt bedoeld, hetgeen hij bevestigt. Daarnaast wordt hem gevraagd of hij PMK kan regelen, een precursor voor MDMA en amfetamine en daar zegt verdachte achteraan te gaan. Voorts werden de geteste harde witte brokken in de vriezer bewaard, wat een bekende bewaarmethode is voor amfetamine. Naar het oordeel van de rechtbank bieden deze feiten en omstandigheden voldoende ondersteuning voor de indicatieve tests. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de in de woning aan de [adres 3] aangetroffen stoffen de verdovende middelen zijn zoals deze aan verdachte onder feit 1 zijn tenlastegelegd.
De machtssfeer en de wetenschap van aanwezigheid van de verdovende middelen
De rechtbank dient vervolgens vast te stellen of de verdovende middelen zich in verdachtes machtssfeer hebben bevonden.
Verdachte heeft ontkend dat die aangetroffen verdovende middelen van hem zijn. In dat verband stelt de rechtbank voorop dat niet doorslaggevend is aan wie de verdovende middelen toebehoren. Evenmin hoeft sprake te zijn van enige beschikkings- of beheershandeling ten aanzien van die verdovende middelen. Voldoende is, zoals gezegd, dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van de verdachte hebben bevonden.
Verdachte heeft wel toegegeven dat hij in de woning verbleef waar de verdovende middelen zijn aangetroffen. Hij heeft verklaard dat hij sliep in de woonkamer. Door het observatieteam zijn verdachte en zijn vriendin in de periode maart/april 2025 ook meerdere keren gezien bij de woning. Zo vertrokken zij in de middag via het portiek van die woning om vervolgens in de nachtelijke uren weer terug te keren. Daarbij viel het op dat de vader van verdachte – die officieel op dat adres staat ingeschreven – in die periode door het observatieteam niet is gezien bij die woning. Gelet op deze bevindingen in combinatie met de verklaring van verdachte neemt de rechtbank als uitgangspunt dat verdachte voor het moment van aantreffen van de verdovende middelen in de woning aan de [adres 3] , in die woning heeft verbleven. Het verweer dat verdachte niet wist dat er verdovende middelen in de woning lagen, is met dat uitgangspunt in het achterhoofd naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk, mede gelet op de hierboven vermelde inhoud van de chatberichten over de handel in verschillende soorten drugs.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de MDMA en de amfetamine zich op 20 mei 2025 in de machtssfeer van verdachte hebben bevonden en dat hij als (tijdelijk) bewoner van de woning wetenschap had van de aanwezigheid daarvan. De rechtbank acht feit 1 daarmee ook wettig en overtuigend bewezen.
De conclusie
Resumerend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 20 mei 2025 heeft schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 2 onder C van de Opiumwet door 24 gram MDMA en 3.659 gram amfetamine aanwezig te hebben (feit 2) en aan overtreding van artikel 2 onder B van de Opiumwet door te dealen in cocaïne (feit 1).
8 De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de volgende ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
Parketnummer 71.082487.25:
1
hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 25 september 2022 tot en met 17 oktober 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een ambtenaar, te weten [medeverdachte 1] , buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, een gift en/of belofte heeft gedaan en/of een dienst heeft aangeboden, te weten het meermalen betalen van (een) geldbedrag(en) en/of een horloge, zulks (telkens) met het oogmerk om haar, [medeverdachte 1] , te bewegen in haar bediening iets te doen en/of na te laten,
te weten het verstrekken van vertrouwelijke informatie uit systemen van de gemeente Amsterdam, namelijk vertrouwelijke informatie omtrent personen en/of adressen en/of kentekens en/of kentekenhouders en/of gegevens behorende bij burgerservicenummers;
2
hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 25 september 2022 tot en met 20 mei 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk
niet-openbare gegevens, te weten vertrouwelijke informatie van de gemeente Amsterdam en/of verkregen uit de systemen toegankelijk voor ambtenaren van de gemeente Amsterdam, namelijk vertrouwelijke informatie omtrent personen en/of adressen en/of kentekens en/of kentekenhouders en/of gegevens behorende bij burgerservicenummers, die waren opgeslagen door middel van (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten servers van de gemeente Amsterdam, voor zichzelf en/of voor (een) ander(en) heeft/hebben overgenomen en doorgegeven;
Parketnummer 71.272506.25:
1
hij op of omstreeks 20 mei 2025 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad
- 24 gram MDMA, en/of
- 3659 gram amfetamine,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine zijnde MDMA en amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 15 april 2025 tot en met 20 mei 2025,
te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en MMC, zijnde cocaïne en/of
3-methylmethcathinon en/of 4-methylmethcathinon (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het tweede
of derde lid van artikel 2 van die wet.De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
9 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 138c en 177 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en in de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:
Parketnummer 71.082487.25
feit 1
het misdrijf: aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen of aanbieden met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening iets te doen of na te laten, meermalen gepleegd;
feit 2
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens die zijn opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk, voor zichzelf of een ander overnemen, meermalen gepleegd.
Parketnummer 71.272506.25
feit 1
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
10 De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.
11 De op te leggen straf of maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft een aanzienlijk lagere straf bepleit nu wat de verdediging betreft minder feiten bewezen verklaard kunnen worden dan waartoe de officier van justitie heeft gerekwireerd. Wat betreft de persoon van verdachte wordt de hulpvraag alleen maar groter, naarmate hij langer gedetineerd blijft. Verder gedraagt hij zich in de PI niet alleen maar slecht, zoals uit het reclasseringsrapport lijkt te volgen, anders was hij geen afdelingsreiniger geworden. De verdediging acht een vrijheidsstraf gelijk aan het voorarrest een voldoende bestraffing.
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende een aantal jaren schuldig gemaakt aan omkoping van een ambtenaar van de gemeente Amsterdam. Verdachte vroeg die ambtenaar om aan de hand van kentekens informatie op te vragen, zoals persoons- en adresgegevens van de tenaamgestelde of diens familieleden. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het verkrijgen en doorgeven van vertrouwelijke overheidsinformatie die hij door tussenkomst van een corrupte ambtenaar uit de systemen van de gemeente Amsterdam heeft verkregen. De rechtbank leidt uit de inhoud van het dossier af dat verdachte fungeerde als informatiemakelaar voor criminelen/criminele organisaties. Uit het dossier komt naar voren dat het vragen naar die informatie een criminele achtergrond had. De incidenten die kort na de daaraan gelieerde bevragingen door de corrupte ambtenaren hebben plaatsgevonden, zijn onder andere (pogingen tot) ontvoeringen, beschietingen van woningen met AK47’s, bedreigingen waarbij vuurwapens werden gebruikt en aanslagen op woningen met explosieven. Hoewel een directe link tussen het traceren van de gegevens van de kentekenhouders en voornoemde gebeurtenissen in dit dossier niet is vastgesteld – en dus of en zo ja welke rol verdachte daarin precies speelde – moet verdachte zich ervan bewust zijn geweest dat de door hem verstrekte informatie andere criminelen de mogelijkheid bood dergelijke gerichte misdrijven te plegen. Verdachte heeft hierin een verdienmodel gezien en zich niet bekommerd om het gevaar dat dat opleverde voor de personen achter de gegevens die hij verstrekte. Door zijn handelen heeft verdachte er daarnaast actief aan bijgedragen dat het vertrouwen in overheidsorganisaties ernstig wordt aangetast en zodoende het bevoegd gezag wordt ondermijnd.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van ruim 3,5 kilo amfetamine en 24 gram MDMA en de handel in meerdere kilo’s cocaïne. Verdachte bekommerde zich bij de handel niet om de gezondheidsrisico’s voor anderen en de schadelijke gevolgen voor de maatschappij. Die gevolgen zijn onder meer de gezondheidsrisico’s voor gebruikers, al dan niet verslaafd, overlast in de omgeving van panden van waaruit gedeald of waarin gebruikt wordt, ondermijnende criminaliteit die gepaard gaat met de productie van, handel in en gebruik van drugs. Verdachte heeft bijgedragen aan het in stand houden daarvan en was in deze context een niet onbelangrijke schakel.
Verdachte heeft voor dat alles geen oog gehad en heeft ook deze feiten gepleegd om er financieel beter van te worden. Dat rekent de rechtbank hem aan.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 12 januari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte meerdere keren bij politie en justitie in beeld is gekomen onder meer vanwege het plegen van geweldsfeiten. In 2021 is hij daarvoor veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, welke veroordeling in maart 2025 na hoger beroep onherroepelijk is geworden. De feiten waar verdachte nu voor wordt veroordeeld zijn dus in een proeftijd gepleegd. Dit weegt in zijn nadeel. Daarnaast heeft hij onherroepelijke veroordelingen op zijn strafblad staan voor overtreding van de artikelen 8 en 9 van de Wegenverkeerswet 1994 en staat er nog een zaak open voor het rijden onder invloed van drugs.
De reclassering bracht over verdachte op 25 september 2026 een adviesrapport uit. Hierin staat onder andere het volgende.
Verdachte lijkt zijn leven in praktische zin goed op orde te hebben. Hij heeft stabiele huisvesting, een steunende relatie en had een vaste baan. Er lijkt geen sprake te zijn van middelenproblematiek.
Gedurende zijn detentie heeft verdachte de huur van zijn woning doorbetaald, maar omdat de woning langer dan een jaar niet bewoond is, dreigt deze door de woningbouwvereniging ontruimt te worden. Of dat gaat gebeuren is afhankelijk van de uitkomst van onderhavige strafzaak. Daarnaast is ook zijn arbeidscontract ontbonden. Wel kan verdachte zich na afloop van de detentie weer bij zijn voormalig werkgever melden om te bezien of er werk voor hem is. De werkgever kent verdachte als een vriendelijke medewerker die zijn werk goed deed.
Over verdachtes functioneren in detentie is ook het een en ander beschreven in het rapport. Zo is er onder andere regelmatig sprake van verbale agressie en schelden als zaken niet gaan zoals hij wil, was hij betrokken bij een vechtpartij, werd er bij het bezoek zonder toezicht geprobeerd 13 gram hasj binnen te smokkelen en probeerde verdachte mensen te ronselen om contrabande binnen te brengen.
Door de reclassering wordt zowel het risico op recidive, als het risico op letsel, als het risico op onttrekken aan de voorwaarden ingeschat als gemiddeld. Gelet op de ernst van de feiten en verdachtes ontkennende houding ziet de reclassering geen mogelijkheden de risico’s te beperken met interventies in het kader van toezicht door de reclassering. Volgens de reclassering is bij bewezenverklaring sprake van goed voorbereid strafbaar gedrag waarbij sprake is van bewuste keuzes tot het plegen van de feiten, zodat verdachte er ook bewust voor kan kiezen om delictvrij door het leven te gaan. De reclassering adviseert aan verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Dit advies neemt de rechtbank over.
De strafoplegging
De rechtbank heeft de oriëntatiepunten van het LOVS voor Opiumwetdelicten en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd als uitgangspunt van denken genomen. De ernst van de gepleegde misdrijven en de aanzienlijke hoeveelheid aangetroffen drugs en de handel daarin rechtvaardigen in de regel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf uit oogpunt van vergelding en algemene recidivepreventie.
Alles afwegend acht de rechtbank, een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend en geboden. Voor een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding gelet op het reclasseringsadvies waarin geen bijzondere voorwaarden worden geadviseerd.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
12 De inbeslaggenomen voorwerpen
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het voertuig verbeurd wordt verklaard nu deze geheel of grotendeels door middel uit de baten van de feiten is verkregen. De telefoons dienen eveneens verbeurd te worden verklaard als goederen waarmee de strafbare feiten zijn gepleegd. Het CS-gas dient te worden onttrokken aan het verkeer.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de auto aan de partner van verdachte dient te worden teruggegeven en de telefoons aan verdachte. Niet gebleken is dat er daadwerkelijk door verdachte uit de bewezenverklaarde feiten verkregen gelden zijn ingelegd ten behoeve van de aanschaf van de auto. Verbeurdverklaring past niet bij het gegeven dat de auto is aangeschaft door de partner van verdachte en zij de tenaamgestelde is van het kenteken van deze auto.
Het oordeel van de rechtbank
Door de officier van justitie is voorafgaand aan de zitting een beslaglijst overgelegd met daarop de in beslag genomen voorwerpen waarover de rechtbank nog een beslissing dient te nemen. Ter zitting is deze lijst met verdachte besproken en heeft hij alsnog afstand gedaan van de verdovende middelen en de verpakkingsmaterialen (de voorwerpen onder de nummers 2 tot en met 5 en 23 tot en met 28), de (nep)horloges (nummers 8 en 9) en het papier (nummer 16). Over deze voorwerpen zal de rechtbank geen beslissing meer nemen.
De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde gsm’s onder de nummers 13, 15, 17 en 22 moeten worden verbeurdverklaard, omdat het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke de feiten zijn begaan.
De rechtbank is van oordeel dat het op de beslaglijst vermelde busje CS-gas (nummer 7) vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, aangezien dit van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
De rechtbank zal de teruggave aan de rechthebbende gelasten van de op de beslaglijst vermelde personenauto van het merk Audi met bijbehorende sleutels (nummers 1 en 21), aangezien deze gelet op de inhoud van het dossier niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring. Niet kan worden vastgesteld dat deze auto geheel of ten dele uit de baten van de bewezen verklaarde feiten is verkregen.
De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de aan hem toebehorende op de beslaglijst vermelde GSM (GPS zwart GF-07) (nummer 6), aangezien dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. Het betreft een zogenoemde GPS-tracker waarvan niet is vastgesteld dat het enige relatie heeft met de bewezen verklaarde feiten.
13 De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d en 57 Sr.
14 De beslissing
De rechtbank:
partiële nietigheid dagvaarding
- verklaart de dagvaarding ten aanzien van feit 4 onder parketnummer 71.082487.25 nietig voor zover het betreft de woorden ‘althans het plegen van misdrijven’;
- verklaart de dagvaarding voor het overige geldig;
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder parketnummer 71.082487.25 als feit 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 71.082487.25 als feit 1 en feit 2 en het onder parketnummer 71.272506.25 als feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
Parketnummer 71.082487.25
feit 1
het misdrijf: aan een ambtenaar een gift of belofte doen dan wel een dienst verlenen of aanbieden met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening iets te doen of na te laten, meermalen gepleegd;
feit 2
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens die zijn opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk, voor zichzelf of een ander overnemen, meermalen gepleegd.
Parketnummer 71.272506.25
feit 1
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
de in beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd de op de beslaglijst genoemde gsm’s onder de nummers 13, 15, 17 en 22;
- verklaart onttrokken aan het verkeer het in beslag genomen en op de beslaglijst genoemde busje CS-gas onder nummer 7;
- gelast de teruggave van de in beslag genomen en op de beslaglijst genoemde personenauto van het merk Audi met bijbehorende sleutels (nummers 1 en 21) aan de rechthebbende en de GSM (GPS zwart GF-07) (nummer 6) aan verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. A.S. Metgod en mr. M.J.E. Vink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2026.
Buiten staat
Mr. Vink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Voor zover de bewijsmiddelen conclusies van verbalisanten bevatten, neemt de rechtbank die over en maakt deze tot de hare.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de eenheid Landelijke Opsporing en Interventies, dienst Landelijke Recherche met nummer LORAE25001, onderzoek 26Vechte. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Parketnummer 71.082487.25 feiten 1 en 2
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 oktober 2026 voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
De Google Pixel telefoon die onder mij in beslag is genomen bij mijn aanhouding op 20 mei 2025 net buiten het Justitieel Complex Schiphol is van mij. Op die telefoon maakte ik gebruik van Signal met het account met de gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam 1] ’. Ik had via Signal ook contact met ‘ [gebruikersnaam 2] ’. Ik wist dat de gebruiker achter dit account [naam 1] was. Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is van mijn vriendin. Dat gebruikte ik ook. Ik ben inderdaad de oudste in ons gezin. Mijn ouders woonden in de buurt van [plaats 3] . Dat is ook de buurt waar [medeverdachte 1] woont. Ik kwam daar dus wel.
2.
Het proces-verbaal van bevindingen, betreffende identificatie [verdachte] als gebruiker van Signal account [gebruikersnaam 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina ZD01-097 e.v.
3. Onderzoek Google Pixel 9
De data op de Google Pixel zijn veiliggesteld. In de Google Pixel is de online berichtendienst Signal aangetroffen. De chatberichten in deze berichtendienst zijn onderzocht en daarin is te zien dat de berichten voornamelijk gaan over de handel in verdovende middelen en over kentekens die bevraagd moeten worden.
De eerste data over de telefoon dateren van op 15 april 2025 om 01 :58:23 (UTC+0) en de laatste data van 20 mei 2025 om 13: 15:28 (UTC+0) vlak na de aanhouding van [verdachte] .
In de applicatie Signal gebruikt de gebruiker van de Google Pixel de gebruiksnaam: ' [gebruikersnaam 1] '. De gebruiksnaam [gebruikersnaam 1] is in Signal gekoppeld aan telefoonnummer + [telefoonnummer 2] .
3.
Het proces-verbaal van bevindingen, betreffende eerste indruk over de inhoud Google Pixel, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina ZD01-103 e.v.
Chatgesprek tussen [gebruikersnaam 1] en [bijnaam 1]
[afbeelding]
[afbeelding]
4.
Het proces-verbaal van bevindingen, betreffende onderzoek Google Pixel, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD01-106 e.v.
Op 12 mei 2025 is in onderzoek 26Ukelele een ambtenaar van de Gemeente Amsterdam aangehouden door de Rijksrecherche. Deze ambtenaar wordt verdacht van ambtelijke corruptie en zou meerdere kentekens, adressen en personen hebben bevraagd en deze gegevens tegen betaling aan criminelen verkopen. De aangehouden ambtenaar betreft: [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1978 te [geboorteplaats 2] (hierna: [medeverdachte 2] ).
5 Werkwijze [verdachte]
In de Signal applicatie zijn diverse chatgesprekken aangetroffen waarbij er gesproken wordt over het (laten) bevragen van kentekens. Hierbij blijkt elke keer dat [verdachte] door meerdere personen wordt benaderd om kentekens te (laten) bevragen. Uit onderzoek van deze Signal-chats komt een beeld naar voren dat [verdachte] deze kentekens vervolgens doorgeeft aan een Signal gebruiker met de gebruiksnaam [gebruikersnaam 2] en later informatie over de kentekenhouders, zoals personalia van de tenaamgestelde maar ook diens familieleden en adresgegevens, van [gebruikersnaam 2] weer verstrekt krijgt. Uit deze chats blijkt dat [verdachte] voor deze handelingen betaald krijgt.
Verder is er in de chatgesprekken te lezen dat [verdachte] , na het verkrijgen van de resultaten van de bevragingen, vaak tegen de tegengebruikers vertelde dat hij op een locatie met ze gaat
afspreken, om de resultaten van de bevragingen fysiek of mondeling over te dragen aan de tegengebruiker en dat hij veelvuldig via Signal (internet) belt met de tegengebruikers. Daarnaast is te zien in applicatie dat [verdachte] door middel van een foto, die eenmalig kan worden geopend en bekeken door de tegengebruiker, de resultaten van de bevragingen verstuurt. [verdachte] zegt in een geval ook uitdrukkelijk tegen de tegenpartij dat het kenteken of de resultaten van de bevragingen, met een foto die eenmalig kan worden geopend en bekeken, moeten worden verstuurd, zodat hij dan van de foto een schermafbeelding gaat maken.
Door deze werkwijze zijn niet alle kentekens die ooit door/via/in opdracht van [verdachte] bevraagd zijn, zichtbaar voor het onderzoeksteam. Dit betreft enkel de communicatie met betrekking tot kentekens die via Signal zijn verstuurd, vanaf 15 april 2025. Uit het onderzoek is gebleken dat [verdachte] meerdere social media platforms gebruikt(e), zoals ook Snapchat en Whatsapp.
Uit de analyse van de Google Pixel die in beslag is genomen is gebleken dat een paar tegengebruikers de chat met [verdachte] direct starten met foto of tekst van een kenteken zonder daarbij een toelichting te geven.
6
6. Chatgesprekken over kentekens
In de Signal applicatie van de Google Pixel zie ik, sinds 15 april 2025, in totaal zeven chatgesprekken met verschillende personen over het (laten) bevragen van kentekens.
De tijden die hierna genoemd worden in de tabellen staan voor de tijden dat het bericht volgens het toestel zijn verstuurd en ontvangen. De UTC is daarin +0. Voor de Nederlandse tijd moet er +2 uur gerekend worden.
[naam 1] is de gebruiker van Signal account met gebruiksnaam [gebruikersnaam 2] en is aangehouden voor corruptie
De gebruiker van het Signal account [gebruikersnaam 2], waarmee [verdachte] veelvuldig contact heeft over het laten bevragen van kentekens, is geïdentificeerd. De gebruiker hiervan is [naam 1] , geboren op [geboortedatum 3] 1984 te [geboorteplaats 3] (hierna: [naam 1] ). Op 9 juli 2025, is [naam 1] aangehouden in onderzoek 26Amarone op verdenking van corruptie en medeplichtigheid aan poging tot doodslag.
Chatgesprek tussen [verdachte] en [gebruikersnaam 3] over vermoedelijk een nieuwe corrupte ambtenaar
Op 19 april 2025, had [verdachte] via Signal contact met gebruiker [gebruikersnaam 3] . [verdachte] zegt dan dat hij een nieuwe man heeft voor nummers 350 euro.
[afbeelding]
Chatgesprek tussen [verdachte] en [naam 1]
De chats Tussen [verdachte] en [naam 1] , die voor het onderzoeksteam inzichtelijk zijn, zijn vanaf 19 april 2025. Te zien is dat [verdachte] en [naam 1] veelvuldig via Signal met elkaar internetbellen. Op 22 april 2025, hebben [verdachte] en [naam 1] contact via Signal. De chat is in onderstaande tabel 3 uitgewerkt.
[afbeelding]
9 De foto die hier vermoedelijk verstuurd is door [naam 1] , is in de fotoalbum van de Google Pixel onder "schermafbeeldingen" aangetroffen. Dit op basis van datum en tijdstip kunnen vaststellen. Foto betreft afbeelding 1 in dit proces-verbaal.
In de fotoalbum van de Google Pixel is er een afbeelding aangetroffen in de map van de
schermafbeeldingen. In de naam van deze afbeelding is een datum en tijdstip te zien. De naam van de afbeelding is: [bestandsnaam 1] Uit de naam is af te leiden dat de schermafbeelding op 22 april 2025 om 18:50:16 uur is gemaakt. Dit komt exact overeen met de datum en tijdstip van het bericht dat [naam 1] via Signal stuurde op 22 april 16:50.01 uur (reken +2 uur voor de Nederlandse tijd).
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Hier is te zien dat de twee eerdergenoemde kentekens die door [bijnaam 1] naar [verdachte] zijn gestuurd, vervolgens door [verdachte] via Signal worden doorgestuurd naar [naam 1] om deze te laten bevragen.
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Hier is te zien dat [naam 1] sinds, 12 mei 2025 in de ochtend, geen contact meer krijgt met "die man". [medeverdachte 2] is op 12 mei 2025 door de Rijksrecherche aangehouden op verdenking van corruptie. Dit versterkt het vermoeden dat met "die man", waar vaker in hun chats over wordt gesproken, de aangehouden ambtenaar [medeverdachte 2] betreft.
In het fotoalbum van de Google Pixel is een afbeelding aangetroffen in de map van de schermafbeeldingen. In de naam van deze afbeelding is een datum en tijdstip te zien. De naam van de afbeelding is: [bestandsnaam 2]
Uit de naam van de foto is af te leiden dat de schermafbeelding vermoedelijk op 12 mei 2025 om 17:49:09 uur is gemaakt. Dit komt overeen met de datum en tijdstip van het bericht dat [verdachte] via Signal stuurde op 12 mei 2025 om 15:49:18 uur (reken +2 uur voor de Nederlandse tijd). De schermafbeelding is aangeduid als afbeelding 2.
[afbeelding]
Chatgesprek tussen [verdachte] en [bijnaam 2]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Op basis van datum en tijdstip worden de resultaten van de bevraging(en) vermoedelijk kort hiervoor door [naam 1] naar [verdachte] gestuurd. Dit is uitgewerkt in tabel 14.
Het proces-verbaal van bevindingen, betreffende bevragingen en incidenten, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD01-074 e.v.
[verdachte] is de eerstgeborene uit een gezin met 3 zonen.
6.
Het proces-verbaal van bevindingen, betreffende geweldsincidenten in relatie tot bevragingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD01-145 e.v.
Het onderzoeksteam van 28Fenakiet heeft onderzoek gedaan naar de informatie die [medeverdachte 1] krijgt wanneer zij een kenteken bevraagt. Na onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1] haar bevragingen middels de applicatie City Control deed. City Control is een applicatie die gebruikt wordt voor Buitengewoon Opsporingsambtenaren. Deze applicatie wordt gebruikt om kentekens te raadplegen zodat te zien is op welke naam deze voertuigen staan en welke adressen daarbij geregistreerd staan.
3
3. Onderzoek 28Ukelele van de Rijksrecherche naar [medeverdachte 2]
Uit onderzoek naar de bevragingen van zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 1] is gebleken dat [medeverdachte 1] voornamelijk kentekens bevraagt en dat [medeverdachte 2] voornamelijk Burgerservicenummers (hierna: BSN) bevraagt.
Informatiemakelaar [naam 1]
Op de bij [verdachte] inbeslaggenomen Google Pixel 9 stonden meerdere Signal-berichten geregistreerd waarin personen die van verschillende Signal-accounts gebruik maakten, kentekens doorstuurden aan [verdachte] .
Daarnaast stonden er ook meerdere berichten geregistreerd waarin [verdachte] kentekens naar [naam 1] stuurde. Uit onderzoek is gebleken dat zodra [verdachte] deze kentekens stuurde naar [naam 1] , [medeverdachte 2] deze kentekens kort daarna bevroeg.
Contact tussen [naam 1] en [medeverdachte 2]
Op 9 juli 2025 is [naam 1] aangehouden ter zake corruptie. Tijdens de aanhouding zijn telefoons van [naam 1] inbeslaggenomen. Bij de analyse van de telefoons van [medeverdachte 2] en [naam 1] heeft de politie chatgesprekken onderzocht die op de telefoons waren geregistreerd.
Uit de analyse van de telefoons zijn chatgesprekken tussen [medeverdachte 2] en [naam 1] geregistreerd waarbij te zien was dat zij met elkaar via 'Privenote' communiceren. Privenote is een chatdienst die het mogelijk maakt om berichten eenmalig te verzenden en te lezen.
Gebleken is dat [naam 1] veelal schermopnames maakt na een ontvangen Privenote van [medeverdachte 2] . Deze schermafbeeldingen zijn onderkend en bevatten informatie over persoonsgegevens en kentekens. Na het ontvangen van de Privenote en het maken van een schermafbeelding is te zien dat [naam 1] contact opneemt met [verdachte] door hem te bellen, via de chatdienst Signal of het sturen van eenmalige berichten.
Hieronder is één van de gesprekken tussen [verdachte] en [naam 1] , en [naam 1] en [medeverdachte 2] weergegeven waarin gesproken werd over het bevragen van kentekens en het doorsturen van de desbetreffende persoonsgegevens.
Uit onderzoek van de beschikbare data is gebleken dat wanneer er een bericht verstuurd werd die eenmalig te lezen is (en daarna automatisch van het toestel werd verwijderd), dit bericht in de veiliggestelde data leeg blijft.
[afbeelding]
7.
Het proces-verbaal van bevindingen bevraging kentekens en BSN [verdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD01-044 e.v.
Geraadpleegde gegevens account [medeverdachte 1]
Doordat [medeverdachte 1] de kentekenbevragingen ten behoeve van [verdachte] deed, is de vraag gerezen of zij hem of zijn voertuig(en) heeft opgezocht. Het bedrijf [bedrijf] heeft na vordering lijsten aan de Rijksrecherche geleverd met loggings van de raadplegingen vanaf het account van [medeverdachte 1] tussen 9 januari 2022 en 16 oktober 2024. [bedrijf] levert het systeem waarmee bijzonder opsporingsambtenaren van Toezicht en Handhaving via een specifieke app op de telefoon kentekens en persoonsnummers in het RDW- register kunnen raadplegen.
Persoonsnummer van [verdachte] en kenteken [kenteken 1]
Bij de loggings is te zien dat vanaf het account van [medeverdachte 1] op 8 februari 2024 tweemaal het persoonsnummer/BSN ( [BSN-nummer] ) van [verdachte] is opgezocht.
Vanaf het account van [medeverdachte 1] is ook op 8 februari 2024 tweemaal het kenteken [kenteken 1] geraadpleegd. Als kentekenhouder stond van 15 december 2023 tot 4 maart 2024 [vriendin van verdachte] (geb. [geboortedatum 4] 1992 te [geboorteplaats 4] ) geregistreerd. [kenteken 1] is een Volkswagen Golf GTI waarover [verdachte] op 20 februari 2024 verklaard heeft: "Die staat op naam van mijn vrouw. Die is van ons samen."?
[afbeelding]
Kenteken [kenteken 2] op naam van [verdachte]
Vanaf het account van [medeverdachte 1] is op 25 september 2022 het kenteken [kenteken 2] geraadpleegd. Dit betrof een Volkswagen Polo die ten tijde van de bevraging op naam stond van [naam 6] (geb. [geboortedatum 5] 1975 te [geboorteplaats 5] ), de moeder van [verdachte] . Van 5 januari 2023 tot en met 9 mei 2023 stond de auto op naam van [verdachte] .
[afbeelding]
8.
Het proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie sociale media accounts, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina ZD01-057 e.v.
Binnen het onderzoek 28Fenakiet werden de volgende social media-accounts onderkend:
-
[gebruikersnaam 4] , Snapchat account;
-
[gebruikersnaam 5] ..., Signal account;
-
[gebruikersnaam 6] , Signal account;
-
[gebruikersnaam 7] , Signal account.
Deze accounts zijn onderkend vanuit de bij verdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen gegevensdragers met daarin screenshots van communicatie met deze accounts. Deze communicatie betrof de bevragingen van kentekens en de financiële zaken daaromheen.
Bevindingen bij Snapchataccount ' [gebruikersnaam 4] '
Gegevens verstrekt door Snapchat van account ' [gebruikersnaam 4] '
Binnen onderzoek Vinter werden onderstaande gegevens verstrekt door Snapchat nadat deze bij hen gevorderd waren:
Schermnaam: [gebruikersnaam 4]
Oude namen: [gebruikersnaam 8] , [gebruikersnaam 9] , [gebruikersnaam 10]
Accountnaam: [gebruikersnaam 10]
Mailadres: [e-mailadres 1]
Screenshots van chatgesprekken op telefoons [medeverdachte 1]
In de telefoon van verdachte [medeverdachte 1] zijn screenshots aangetroffen van chatgesprekken, gevoerd via Snapchat, met een account genaamd " [gebruikersnaam 4] ". In deze gesprekken werd gesproken over betalingen en werd een voertuigkenteken gestuurd door [gebruikersnaam 4] . Dit kenteken is bevraagd met het (BOA)dienstaccount van [medeverdachte 1] . Daarbij blijkt uit de gesprekken en de dienstaccountgegevens dat [medeverdachte 1] in oktober 2023 23 kentekens en in november 2023 20 kentekens heeft bevraagd op verzoek van [gebruikersnaam 4] . Uit de chatgesprekken met [gebruikersnaam 4] blijkt dat zij voor het verstrekken van die informatie slechts in twee gevallen betaald zou hebben gekregen.
In de werktelefoon van verdachte [medeverdachte 1] zijn screenshots aangetroffen overeenkomstig met de Snapchatgesprekken tussen [medeverdachte 1] en de gebruiker van het Snapchat account " [gebruikersnaam 4] ". In deze gesprekken werd gesproken over geld, dat er al 43 bevragingen waren gedaan waarvan er twee waren betaald en stuurde [gebruikersnaam 4] drie kentekens naar [medeverdachte 1] zonder verdere context. Uit de loggingen van ' [bedrijf] ', het systeem gebruikt door BOA's voor het bevragen van onder andere kentekens, blijkt dat het dienstaccount van [medeverdachte 1] deze drie kentekens heeft bevraagd.
Chatgesprek met gegevens van [verdachte] zijn vriendin
Binnen het eerdergenoemde onderzoek Vinter werd een telefoon in beslag genomen bij verdachte [naam 2] . Op deze telefoon waren chatgesprekken zichtbaar en daaruit bleek de gebruiker van de telefoon, ' [gebruikersnaam 11] ', via Snapchat contact te hebben met ' [gebruikersnaam 4] ( [gebruikersnaam 10] )'. Binnen het chatgesprek viel het volgende op:
Op 4 april 2024 om 15: 16 uur stuurt [gebruikersnaam 4] , zonder context, twee berichten naar [gebruikersnaam 11] :
Datum/tijd Bericht
4-4-2024 15:16:11(UTC+2) [gebruikersnaam 12]
4-4-2024 15:20:51 (UTC+2) Nummer [telefoonnummer 1] email [e-mailadres 2]
Vanuit dit onderzoek is vastgesteld dat het hier genoemde telefoonnummer en emailadres in gebruik zijn bij de vriendin van [verdachte] , [vriendin van verdachte] .
[naam 2] is een bekende van [verdachte] en is medeverdachte van het broertje van [verdachte] , [broertje van verdachte] , in onderzoek Vinter. In dit onderzoek werd vastgesteld dat alle drie zich in dezelfde kringen bevinden.
2.2. [gebruikersnaam 5] ... (Signal chat)
" [gebruikersnaam 5] ..." is een Signal account waarmee [medeverdachte 1] contact had vanaf in ieder geval februari 2024. Dit is afgeleid uit screenshots van gesprekken met dit account. Hierin werd gesproken over betalingen.
Screenshots van Signalchat met ' [gebruikersnaam 5] ...'
Er zijn screenshots van Signalchats aangetroffen op de privé telefoon van [medeverdachte 1] waarin er door ' [gebruikersnaam 5] ...' (daterend februari 2024) werd geschreven:
"Schat luister
Je krijgt van deze week 900
Ik ga nu duidelijke serieuze afspraken maken met je
Die nagekomen moeten worden
Ik kom morgen die van deze week afrekenen want ben beetje ziek
Die klok breng ik ook morgen
En dan ffgeduld
Afgesproken?"
Contact [medeverdachte 1] met ' [gebruikersnaam 5] '
In de privé telefoon van [medeverdachte 1] zijn twee screenshots aangetroffen van een chat gevoerd in de app 'Signal' met een account genaamd ' [gebruikersnaam 5] ...'.
[gebruikersnaam 6] (Signal chat)
2.3.1. Contact ' [gebruikersnaam 6] '
In de privételefoon van [medeverdachte 1] zijn diverse screenshots aangetroffen van communicatie in de Signal app met het contact ' [gebruikersnaam 6] '.
[medeverdachte 1] verstrekt informatie
Vastgesteld is dat informatie over kentekens een minuut voordat de informatie in de chat tussen [medeverdachte 1] en ‘ [gebruikersnaam 6] ’ door haar wordt verstrekt, door haar via haar werkaccount in het BOA-systeem werd bevraagd.
[gebruikersnaam 7] (Signal chat)
Op de privé telefoon van [medeverdachte 1] is de app Signal geïnstalleerd en deze kon na haar aanhouding ingezien worden. Er waren nog maar vier contacten zichtbaar op moment van inzage. Eén van de contacten viel op en betrof ' [gebruikersnaam 7] '. Er was zichtbaar dat op 17 oktober 2024, de dag van [medeverdachte 1] haar aanhouding, een gemiste oproep aan [medeverdachte 1] plaatsvond en direct daarna het enkele bericht " Yo" werd ontvangen van [gebruikersnaam 7] .
[gebruikersnaam 4] ' = ' [gebruikersnaam 5] .. .' = ' [gebruikersnaam 6] ' = ' [gebruikersnaam 7] '
De gebruiker van het Snapchat-account ' [gebruikersnaam 4] ' en de Signal-accounts ' [gebruikersnaam 5] ...', ' [gebruikersnaam 6] ' en ' [gebruikersnaam 7] ' betreft één en dezelfde persoon. Deze persoon heeft kentekens laten bevragen door [medeverdachte 1] , tegen (beloofde) betaling, en de niet-openbare informatie hieruit door haar verkregen. De gebruiker betreft [verdachte] .
Het proces-verbaal van bevindingen betreffende inhoudelijke zitting [medeverdachte 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD01-082 e.v.
Op donderdag 8 mei 2025 vond de inhoudelijke zitting plaats van de strafzaak tegen [medeverdachte 1]
. Wij, verbalisanten, waren hierbij aanwezig en zaten op de publieke tribune.
Ter zitting werd zij door de voorzitter van de meervoudige kamer van de Rechtbank Amsterdam verhoord ter zake de verdenking van ambtelijke omkoping jegens haar.
Wij hoorden dat [medeverdachte 1] desgevraagd verklaarde dat zij onrechtmatige bevragingen heeft
verricht. Zij deed dit voor een onbevoegde derde, wiens naam zij niet wilde noemen.
Wij hoorden dat [medeverdachte 1] ten aanzien van degene voor wie zij de bevragingen deed, het volgende verklaarde:
-
zij deed het allemaal voor één man;
-
ze communiceerden via chatapplicaties, eerst snap, later signal;
-
desgevraagd bevestigde zij dat hij de gebruiker is van de chatnamen [gebruikersnaam 4] , [gebruikersnaam 5] en [gebruikersnaam 6] ;
-
ze kent hem van vroeger en wil geen naam noemen;
-
hij kwam uit de buurt;
-
hij was een tijd uit beeld en toen ze hem op een gegeven moment weer zag, reed hij in een dure auto, ze confronteerde hem met het feit dat als hij in zo'n mooie auto kon rijden, hij haar ook wel terug kon betalen;
-
deze auto was een Volkswagen;
-
hij zou dat gaan doen als zij hem wat informatie kon geven aangaande een kenteken;
-
ze weet niet meer precies hoeveel kentekens ze voor hem gecheckt heeft;
-
hij gaf haar af en toe wat geld, maar meestal kreeg ze niets;
-
hij heeft een klein beetje afgelost, ongeveer twee duizend euro;
-
hij heeft haar destijds een horloge als onderpand gegeven;
-
dit was een Rolex;
-
hij wordt "die grote" genoemd omdat hij de oudste is in zijn gezin,
-
ze hadden soms ook face to face ontmoetingen.
10.
Het geschrift, te weten het uitgewerkte OVC-gesprek van 6 juni 2025 tussen [medeverdachte 1] en haar zoon [naam 7] , die haar belt vanuit de P.I., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina AD-529.
Begroeting
[medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]
[naam 7] = [naam 7]
Dan letterlijk:
[medeverdachte 1] : Maar weet je wat ook een grote rol speelt.....
[naam 7] : Heh?
[medeverdachte 1] : Die andere is ook gearresteerd he.
[naam 7] : Ja ja, maar voor wat?
[medeverdachte 1] : Jaha, informatiemakelaar.
[naam 7] : Heh?
[medeverdachte 1] : Informatiemakelaar.
[naam 7] : Oh, voor, hoe bedoel je?
[medeverdachte 1] : Adressen laten opvragen, en dat doorspelen naar een criminele club.
[naam 7] : Ok...
[medeverdachte 1] : Daar wordt ie van beschuldigd, omkoping, witwassen, en eh, zware misdrijven.
[naam 7] : Heh?
[medeverdachte 1] : En zware misdrijven.
[naam 7] : Ok, ja, gezeik.
[medeverdachte 1] : Jaja, maar toch.
[naam 7] : Ja, hoofdpijn.
[medeverdachte 1] : Ja, niet voor mij.
[naam 7] : Ja...
[medeverdachte 1] : Ja...
[naam 7] : (ntv)
[medeverdachte 1] : Ja man, maar jij bent het belangrijkste jongen.
[naam 7] : Ja, zeker mama, maar hoe weet u dat?
[medeverdachte 1] : Ik wist het eehh.... [naam 4] (fon.) kwam vanmorgen naar me toe, en die zei het, en hij zegt eh, ja, die had een eh, een advocaat had contact met hem opgenomen...
[naam 7] : Wie?
[medeverdachte 1] : Een advocaat had contact opgenomen dat ie gearresteerd is. En eh, vermoedelijk willen ze mij ook horen.
[naam 7] : Ok...
[medeverdachte 1] : Maar eh, [naam 5] (fon.) zegt, nou dan denk ik niet hoor, hij zegt dat gaat niet gebeuren want hij wordt niet echt gelinkt. Dus ik heb gekeken op AT5, en inderdaad, op 20 mei is ie in de buurt van Schiphol, op Schiphol gearresteerd.
Het proces-verbaal van bevindingen, betreffende Snapchatconversatie met [gebruikersnaam 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina AD-039 e.v.
Op 17 oktober 2024 is tijdens de doorzoeking een telefoon in beslag genomen van het merk Samsung en type Galaxy A54 waarvan het mij ambtshalve bekend is dat dit de werktelefoon is van verdachte [medeverdachte 1] .
Op 5 februari 2025 zag ik bij onderzoek naar deze telefoon dat er in de map 'afbeeldingen' screenshots waren opgeslagen van de communicatieapp 'Snapchat'. Ik zag dat dit screenshots waren van gesprekken tussen 'ik' en ' [gebruikersnaam 4] '.
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Op afbeelding 6 is te zien dat ‘ [gebruikersnaam 4] ’ het kenteken [kenteken 3] stuurt.
[afbeelding]
12.
Het proces-verbaal van bevindingen, betreffende screenshots Signal communicatie over kentekens, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina AD-051 e.v.
In de privé telefoon, Galaxy A04s van [medeverdachte 1] bevinden zich diverse screenshots van communicatie gevoerd in de app Signal met/van een persoon opgeslagen als [gebruikersnaam 6] .
Bevraging 6 juni 2024
In een screenshot, genomen op 7 juni 2024, is een deel van een chat zichtbaar. Om 23:28 zegt [gebruikersnaam 6] "doe ff', "ik kom nu oost", waarop de gebruiker direct een foto stuurt van de applicatie City Control met daarin zichtbaar een RDW bevraging van het kenteken [kenteken 4] , ten name van [naam 8] , [adres 4] . Uit de gevorderde loggingen van [bedrijf] blijkt dat dit kenteken door het account van [medeverdachte 1] is bevraagd:
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Uit de metadata blijkt dat het screenshot is modified op 20-7-2024 22.01 UTC +2.
13.
Het proces-verbaal van verdenking, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD01-009 e.v.
Op 20 februari 2024 werd [verdachte] gehoord als verdachte van vernieling. In dit verhoor werd hem de vraag gesteld van wie de grijze Volkswagen Golf GTI, met het kenteken [kenteken 5] , is, waarop hij antwoordde: "Die staat op naam van mijn vrouw. Die is van ons samen".
Uit een bevraging bij de Rijksdienst Wegverkeer blijkt dat deze Golf GTI van 15 december 2023 tot 4 maart 2024 op naam heeft gestaan van [vriendin van verdachte] .
14.
Het proces-verbaal van bevindingen, betreffende identiteit ‘die grote’ voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD01-017 e.v.
Uit een bevraging van het BRP blijkt dat [broertje van verdachte] , geboren [geboortedatum 6] 2001, één oudere broer heeft genaamd [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1996 te [geboorteplaats 1] .
Uit een tweetal politieregistraties blijkt dat [naam 9] en [broertje van verdachte] al langere tijd een relatie hebben (gehad). Op 9 mei 2020 heeft [broertje van verdachte] aangifte gedaan van bedreiging. Tijdens deze aangifte verklaarde hij dat zijn vriendin [naam 9] is.
Op zondag 10 november 2024 ontving [medeverdachte 1] bezoek in de PI van haar twee dochters [getuige 1] en [getuige 2] .
15.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 3 juni 2025 met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD02-216 e.v.
[afbeelding]
Parketnummer 71.272506.25 feiten 1 en 2
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 oktober 2026 voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Ik verbleef destijds in de woning aan de [adres 3] . Ik sliep in de woonkamer.
Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming [adres 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD02-072 e.v.
Op 20 mei 2025, werd door mij, verbalisant voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning, [adres 3] , [adres 3] .
Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:
In de woonkamer:
- Wit hard blok
- Zak met ongeveer 16 kleine zakjes kristallen
In de keuken:
- 3 zakken met harde witte brokken
- Tupperware met harde witte brokken
- 5 Tupperware bakjes met op de deksel het opschrift "1 kg" en wit rest poeder
Na de doorzoeking zijn de in beslag genomen voorwerpen door de rechter-commissaris voor nader onderzoek overgedragen aan het onderzoeksteam.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 13 augustus 2025 met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD02-108 e.v.
0: Wij tonen jou nu een foto die werd gemaakt tijdens de doorzoeking. Deze zal als bijlage 4 worden gevoegd aan dit proces-verbaal.
V: Heb je de bijlage goed kunnen zien?
A: Ja.
0: Dit betreft een lade van de vriezer in de keuken op de [adres 3] .
[afbeelding]
Het proces-verbaal van binnentreden in woning: [adres 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD02-075 e.v.
Ik trad binnen in de woning [adres 3] , bewoond door [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1996 te [geboorteplaats 1] en [vriendin van verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 4] 1992 te [geboorteplaats 4] .
Het geschrift, te weten de kennisgeving van inbeslagneming op pagina BSG-037 e.v.
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina BSG-098 e.v.
Bevindingen
Ik, verbalisant, kreeg een zestal goederen overgedragen van de collega [verbalisant 1] . Deze goederen heb ik middels de Trunarc of de Detectachem indicatief getest op de aanwezigheid van verdovende middelen. Tevens heb ik deze goederen verpakt en voorzien van een spoor identificatie nummer (hierna SIN).
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Het proces-verbaal forensisch onderzoek onderzoeksruimte FO LO, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina ZD02-079 e.v.
Op vrijdag 1 augustus 2025 om 10:00 uur hebben wij, naar aanleiding van een doorzoeking in onderzoek 26Vechte, forensisch onderzoek uitgevoerd.
Bevindingen
Item [SIN-code 1]
Wij, verbalisanten, zagen een gripzakje met een groene sluitrand met daarop een SIN sticker [SIN-code 1] geplakt. Daarin zagen wij een diepvrieszakje met opschrift AH. In het diepvrieszakje zagen wij verbalisanten achttien kleine gripzakjes met daarin een creme kleurige substantie. Het bruto gewicht van die achttien zakjes met inhoud betrof 24 gram.
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , heb deze substantie getest middels de Detectachem en zag dat de uitslag indicatief positief was voor MDMA.
Item [SIN-code 2]
Wij, verbalisanten, zagen een gripzakje met groene sluitrand met daarop een SIN sticker [SIN-code 2] geplakt. Daarin zagen wij een doorzichtig plastic bakje met donkerblauwe
deksel. In het bakje zagen wij, verbalisanten, crèmekleurige brokken zitten. Het bruto gewicht betrof 734 gram.
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , heb deze substantie getest middels de Trunarc en zag dat de uitslag indicatief positief was voor amfetamine.
Item [SIN-code 3]
Wij, verbalisanten, zagen een gripzakje met groene sluitrand met daarop een SIN sticker [SIN-code 3] geplakt. Daarin zagen wij drie sealbags met crèmekleurige brokken.
Het bruto gewicht betrof 2925 gram.
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , heb deze substantie getest middels de Trunarc en zag dat de uitslag indicatief positief was voor amfetamine. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , heb deze
substantie getest middels de Detectachem en zag dat de uitslag indicatief positief was voor amfetamine.
Het proces-verbaal van bevindingen handel in verdovende middelen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina ZD02-019 e.v.
Op 20 mei 2025 ten tijde van de aanhouding van verdachte [verdachte] , nader te noemen [verdachte] , werd zijn Google Pixel telefoon in beslag genomen.
Ik zag na onderzoek aan de data van de Google Pixel dat de telefoon op 15 april 2025 om 01:58:23 uur (UTC+0) in gebruik is genomen tot 20 mei 2025 om 13: 15:28 uur (UTC+0).
UTC staat voor Coordinated Universal Time. De tijdzone van Amsterdam is in de zomerperiode UTC+2. De zomertijd is ingegaan op 30 maart 2025 en eindigt op 26 oktober 2025. Dit betekent dat bij alle genoemde tijden in dit proces-verbaal twee uur opgeteld dient te worden om de Nederlandse tijdzone te berekenen.
De veiliggestelde en onderzochte data aangetroffen op de Google Pixel, bestaat voornamelijk uit gesprekken afkomstig van de berichtendienst Signal.
De gebruikersnaam die gebruikt werd in de Signal chats is [gebruikersnaam 1] . [verdachte] is geïdentificeerd als de gebruiker van dit Signal account.
Er wordt in dertig van de 134 chat gesprekken gesproken over verdovende middelen. In die gesprekken wordt er aan [verdachte] gevraagd om harddrugs, maar [verdachte] biedt ook
harddrugs aan in de gesprekken. In de Google Pixel zijn tussen de mediabestanden ook veel afbeeldingen en video's gevonden van harddrugs en dan voornamelijk van cocaïne.
Op 15 april 2025 kwam de Google Pixel voor het eerst online. In de Signal gesprekken is te zien dat [verdachte] op die dag naar meerdere tegencontacten berichten stuurde en daarbij 'Ctjes' aanbood met een foto en video waarop ik, ambtshalve, een blok cocaïne herkende. Zo stuurde hij onderstaand bericht naar zijn tegencontacten [gebruikersnaam 13] , [gebruikersnaam 14] , [gebruikersnaam 3] en [gebruikersnaam 15] .
[afbeelding]
De afbeelding betreft een blok cocaïne met een gestempelde kameel. Op de video is te zien hoe het blok getest wordt met een op een pen gelijkend voorwerp. Op de video wordt er met dit voorwerp getikt op het blok cocaïne. Het is mij ambtshalve bekend dat hoe harder een blok cocaïne klinkt, hoe beter de kwaliteit is.
Op dezelfde dag om 18:59:29 uur stuurde [verdachte] precies hetzelfde bericht naar vier andere tegencontacten namelijk; [gebruikersnaam 16] , [gebruikersnaam 17] , [gebruikersnaam 18] en [gebruikersnaam 19] .
Om 19:04:45 uur stuurde [verdachte] wederom een bericht naar meerdere tegencontacten namelijk; [naam 10] , [naam 11] , [naam 12] en [naam 13] . Alleen in dit bericht stond er in plaats van 'Ctjes' nu 'Ctjes toppers'.
[afbeelding]
[afbeelding]
Deze video en de foto zijn gemaakt op het adres [adres 5] .
Dit is het BRP (Basisregistratie Personen) adres van de moeder van [verdachte] genaamd [naam 6] geboren op [geboortedatum 5] 1975 te [geboorteplaats 5] .
Op 15 april 2025, toen de Google Pixel voor het eerst online kwam, heeft [verdachte] 'ctjes'
aangeboden aan meerdere tegencontacten. Een aantal van deze tegencontacten vroeg wat de prijs of 'prik' was. Opvallend is dat [verdachte] niet aan iedereen hetzelfde bedrag doorstuurde. [verdachte] zei tegen [naam 13] , x en [gebruikersnaam 14] dat hij er 16 voor wilde hebben. [verdachte] zei tegen [gebruikersnaam 3] , [gebruikersnaam 15] en [gebruikersnaam 19] iets anders namelijk
15,75 of EUR 15.750. In reactie op de prijs zei [gebruikersnaam 14] : "ik pak op 15,75". [verdachte] reageerde vervolgens met: "Kom ik geef je ook die pric. Maar hout voor je".
Gesprek met [gebruikersnaam 14]
Op 19 april 2025
[afbeelding]
[afbeelding]
Op 21 april 2025 vroeg [gebruikersnaam 14] aan [verdachte] of hij die 'kameel' nog had. [verdachte] gaf aan dat hij even moest bellen en vroeg daarna hoeveel [gebruikersnaam 14] er nodig had. [gebruikersnaam 14] gaf aan dat hij er één nodig had en ook één zachte. [gebruikersnaam 14] vroeg ter bevestiging aan [verdachte] of hij de 'kameel' liet gaan voor 15.5 en de zachte voor 14.75. [verdachte] bevestigde nogmaals dat ze voor die prijzen weg mochten, waarna [gebruikersnaam 14] vroeg of [verdachte] ze bij de hand had. Verder vroeg [gebruikersnaam 14] wat de kwaliteit was van de zachte waarop [verdachte] antwoordde dat het gewoon tophandel was van 9+. [verdachte] gaf aan even te moeten bellen en meldde later dat hij wachtte op een adres. [gebruikersnaam 14] zei toen dat als het te lang zou duren dat het ook eventueel een dag later kon.
Op 22 april 2025 vroeg [gebruikersnaam 14] aan [verdachte] of er nog 'Bol' was waarop [verdachte] antwoordde dat deze er nog was voor EUR 17.500. [gebruikersnaam 14] vroeg of hij hem niet kon laten voor EUR 17.250 en dit moest volgens [verdachte] wel lukken. Ze spraken af om contact te houden en bellen een aantal keer met elkaar. In de chatgesprekken vroeg [gebruikersnaam 14] :" Waar is hij?". Waarop [verdachte] antwoordde: "Hij zegt kleine vertraging bro".
[verdachte] liet weten dat zijn 'compagnon' met 40-50 minuten op de ' [adres 6] ' zou zijn. [gebruikersnaam 14] vond dat lang waarop [verdachte] zei dat dit max 40-50 minuten zou duren maar hij zou zeggen dat zijn 'compagnon' sneller moest proberen.
Niet veel later zei [verdachte] dat zijn 'compagnon' met 8 minuten bij de [adres 6] zou zijn. [gebruikersnaam 14] zei toen dat hij met vier (4) minuten daar zou zijn en vroeg welke auto. [verdachte] zei toen dat zijn 'compagnon' gewoon buiten stond en verwees naar zijn 'mattie met een bril'.
Daarbij merk ik op dat dit gesprek slechts één gesprek van vele is. Iedere dag, in de periode van 15 april 2025 tot en met 20 mei 2025, hebben soortgelijke gesprekken plaatsgevonden tussen [verdachte] en zijn tegencontacten via de door mij onderzochte Signal- berichten.
Gesprek met [gebruikersnaam 20]
Op 30 april 2025 voerde [verdachte] een gesprek met [gebruikersnaam 20] over nieuwe handel en over het afrekenen van openstaande rekeningen. Voorafgaand aan dit gesprek, een dag eerder, was er al een afspraak gemaakt over dat ze contact zouden houden over 'camel'. [verdachte] vroeg aan [gebruikersnaam 20] hoe laat voor die twee 'camel'. Zijn klant zou namelijk al wachten met 'pap'. Zijn klant wilde ook specifiek die hebben.
[gebruikersnaam 20] liet weten dat ze allemaal de deur uit waren en wachtte op een nieuwe lading. [verdachte] vroeg of hij nog iets anders had van die lading waarop [gebruikersnaam 20] zei dat er nog twee waren met waterschade en één doffe die is afgekeurd en niet in de verkoop is gegaan maar zouden ondanks dat wel top zijn.
[gebruikersnaam 20] vraagt aan [verdachte] wanneer hij hem ziet voor die 'ene' en of hij nog iets van zijn man had gehoord wat betreft het poeder. [verdachte] moest nog van zijn man horen wat betreft de poeder en zei dat [gebruikersnaam 20] de pap van die 'ene' al kon ophalen. [verdachte] zei dat [gebruikersnaam 20] richting de [adres 7] moest komen.
Vervolgens hebben ze elkaar ergens ontmoet nabij de [adres 7] . Na hun ontmoeting stuurde [gebruikersnaam 20] een bericht naar [verdachte] dat het te weinig was. Hierop stuurde [verdachte] dat hij daar 11k had want hij had 4.5K al daar van gepakt. [verdachte] zou eerder al gezegd hebben tegen [gebruikersnaam 20] dat het verrekend moest worden omdat andere mensen hem ook gek maken. [verdachte] zei dat hij al twee weken wachtte op dat geld.
Op 7 mei 2025 om 14:56:04 uur (UTC+0) is er weer voor het eerst contact tussen beiden. [gebruikersnaam 20] vraagt dan aan [verdachte] of hij nog een klant heeft voor '1c' want hij heeft er nog één over. [gebruikersnaam 20] geeft aan wel gelijk 'pap' te willen hebben.
7 Leveringen
Naast dat [verdachte] drugs aanbood en geldzaken rondom drugs regelde, heeft hij zelf ook leveringen gedaan. Zo heeft hij op 3, 4 en 5 mei 2025 afgesproken met zijn tegencontact [gebruikersnaam 21] . [verdachte] wilde één Appeltje hebben voor een klant van hem. Op zijn telefoon zijn foto's gevonden van een blok cocaïne met een Apple logo erop. [verdachte] gaf aan deze zelf te komen ophalen. [verdachte] heeft het ook over ' [gebruikersnaam 22] ' die dan terug komt. Ook hiervan staat een foto op de telefoon van [verdachte] .
Op 3 mei 2025 stuurde [verdachte] een bericht naar [gebruikersnaam 21] dat hij een dicht appeltje wilde hebben voor deze lastige gasten. [gebruikersnaam 21] zei is goed en vroeg of die ' [gebruikersnaam 22] ' dan terug moest. [verdachte] gaf aan die ook nog wel even te kunnen houden voor iemand anders die de volgende dag zou komen. [verdachte] wilde het appeltje dezelfde dag nog hebben dus ze maakte een afspraak voor die avond om half 9. De locatie van de afspraak was [adres 8] en [gebruikersnaam 21] gaf 'Rabat' als code mee aan [verdachte] . Die avond vroeg [gebruikersnaam 21] of [verdachte] op tijd was waarop [verdachte] 20:40 uur als aankomsttijd doorstuurde. [gebruikersnaam 21] zei dat [verdachte] bij de taxi moest instappen. [verdachte] zou weten welke taxi en [gebruikersnaam 21] gaf nogmaals de code 'Rabat'. Niet veel later zei [verdachte] dat het gelukt was.
Op 4 mei 2025 stuurde [gebruikersnaam 21] wanneer [verdachte] die ene appel komt halen. [verdachte] gaf aan net wakker te zijn en met een uurtje te kunnen. [gebruikersnaam 21] vroeg of [verdachte] weer op die MP3 kwam. [verdachte] gaf aan weer op die MP3 te komen en ze spraken dezelfde plek af als die avond ervoor op de [adres 8] . [gebruikersnaam 21] gaf de code 'meknes' aan [verdachte] . Later op dag vroeg [verdachte] aan [gebruikersnaam 21] of die 'pap' van het appeltje de volgende dag kon en dan nam hij gelijk die ' [gebruikersnaam 22] ' mee retour omdat niemand die wilt. [gebruikersnaam 21] vraagt of die gaten heeft maar [verdachte] gaf aan dat die gewoon mooi is op één gaatje na op de kont en niet op het gezicht. [verdachte] gaf aan de volgende dag nog meer appeltjes nodig te hebben.
Op 5 mei 2025 stuurde [gebruikersnaam 21] een bericht naar [verdachte] met de vraag of hij nog een Appel nodig had. [verdachte] zei dat zijn klant nog niet reageerde en dat hij nog pap zou krijgen van die één. [verdachte] had een dag eerder een appel opgehaald bij [gebruikersnaam 21] en hij vroeg toen of hij de volgende dag met de 'pap' kon komen.
[verdachte] gaf aan dat hij [gebruikersnaam 21] zou berichten op het moment dat hij de 'pap' had om een afspraak te maken om dit af te geven. [verdachte] zou dan meteen de ' [gebruikersnaam 22] ' mee terug nemen. Later op de dag stuurde [verdachte] een bericht dat hij met 20 minuten de 'pap' had en vroeg of hij weer naar hetzelfde adres toe moest. [gebruikersnaam 21] gaf deze keer het adres [adres 9] op.
[gebruikersnaam 21] vroeg of [verdachte] weer op de MP3 kwam maar [verdachte] gaf aan met de auto te komen namelijk een zwarte Seat. [gebruikersnaam 21] vroeg niet veel later voor welk nummer [verdachte] stond want [verdachte] was niet te zien. [verdachte] stuurde dat hij net de straat weer in kwam rijden omdat hij niet wilde stil gaan staan. Na deze ontmoeting stuurde [verdachte] wederom een bevestiging dat alles gelukt was.
In de periode van 3 tot en met 5 mei 2025 liep er een technische actie op het telefoonnummer
[telefoonnummer 3] (hierna: * [telefoonnummer 3] ) van [verdachte] . Door middel van deze technische actie kan het onderzoeksteam zien waar de telefoon van [verdachte] zich bevond op deze data. Op 3 mei 2025 omstreeks 20:45 uur straalt de * [telefoonnummer 3] uit bij de mast met het dekkingsgebied van de [adres 8] . Op 4 mei 2025 omstreeks 14:50 uur straalt de * [telefoonnummer 3] eveneens uit op deze mast. Op 5 mei 2025 omstreeks 22:15 uur straalt de * [telefoonnummer 3] wederom uit op deze mast. [verdachte] had toen afgesproken op de [adres 9] . Dit adres valt onder hetzelfde dekkingsgebied als de [adres 8] .
Uit de mastgegevens blijkt dus dat [verdachte] daadwerkelijk op de afgesproken tijd op de
afgesproken locatie is geweest om een overdracht te doen zoals besproken in de chatgesprekken op 3, 4, en 5 mei 2025.
9 Rol van [verdachte]
In paragraaf 6.1 staan meerdere gesprekken met [gebruikersnaam 14] beschreven. Dit is het directe gesprek tussen [gebruikersnaam 14] en [verdachte] . Om de rol van [verdachte] uit deze gesprekken duidelijk te maken is het gesprek tussen [verdachte] en [gebruikersnaam 13] ernaast gelegd. [verdachte] had namelijk een contra gesprek met [gebruikersnaam 13] op het moment dat [verdachte] en [gebruikersnaam 14] spraken over een overdracht. Uit de gesprekken lijkt het dat [verdachte] de tussenpersoon/broker was. Hij stuurde namelijk [gebruikersnaam 14] naar het adres ' [adres 6] ' wat vermoedelijk staat voor [adres 6] . Dit adres kreeg [verdachte] weer van [gebruikersnaam 13] doorgespeeld. De aankomsttijden werden ook doorgestuurd naar [verdachte] door [gebruikersnaam 14] en [gebruikersnaam 13] . [verdachte] stuurde deze berichten dan weer door naar de ander van wie hij het bericht ontvangen had en visa versa.
In onderstaand gesprek die plaatsvond op 15 mei 2025 was [gebruikersnaam 20] op zoek naar handel. [gebruikersnaam 20] vroeg aan [verdachte] of er 'btjes' waren. [verdachte] stuurde toen wat foto's en zei dat ze aan hem 1675 (EUR16.750) voor die vroegen.
[afbeelding]
[gebruikersnaam 20] zei dat dit wel duur was waarna [verdachte] zei dat hij straks misschien nog 'ctjes' zou krijgen die hij weg kon doen voor '1475' a '15'. [gebruikersnaam 20] gaf aan er wel vijf te willen misschien waarop [verdachte] zei erop terug te komen. Een dag later op 16 mei 2025 stuurde [verdachte] een bericht naar [gebruikersnaam 20] en zei: "Ga nu bellen zouden vandaag pas bewegen alles moest eerst open etc. 5 wou je toch." [gebruikersnaam 20] bevestigde dat hij een dag eerder een klant had voor vijf (5) maar dat hij ze toch wilde hebben. Een uur later stuurde [verdachte] een bericht naar [gebruikersnaam 20] en zei dat die gasten traag waren. Daarbij stuurde [verdachte] wederom drie foto's .
[afbeelding]
[gebruikersnaam 20] vroeg toen wanneer [verdachte] ze had. [verdachte] stuurde toen een screenshot van een gesprek met zijn tegencontact [gebruikersnaam 23] .
[afbeelding]
Een dag eerder had [gebruikersnaam 23] de bovenstaande foto's al naar [verdachte] gestuurd en zei dat hij nog aan het wachten was op de prijzen. Later zei [gebruikersnaam 23] dat hij ze voor 15.5 (EUR15.500) weg kon doen maar hij wachtte nog wel op bevestiging. [gebruikersnaam 20] zegt wel 20 kwijt te kunnen. [verdachte] zei toen dat mensen laks waren en dat hij straks wel weer ging bellen. [gebruikersnaam 20] wilde duidelijkheid van wanneer 'ze' kwamen en [verdachte] zei nogmaals dat die mensen traag doen. [verdachte] stuurde nadat hij en [gebruikersnaam 20] wederom spraakcontact te hebben gehad onderstaande foto's naar [gebruikersnaam 20] .
[afbeelding]
[gebruikersnaam 20] vroeg toen aan [verdachte] welke de olifant was. Hierop stuurde [verdachte] wederom een afbeelding.
[afbeelding]
Hierop zei [gebruikersnaam 20] :" [naam 14] zie je morgen."
De volgende ochtend stuurde [gebruikersnaam 20] dat hij een klant had wachten en had afgesproken rond 12:00 uur en nog met één om 12:30 uur. [verdachte] zegt dat hij ermee bezig is en dat hij ook mensen heeft wachten. Hij stuurde dat hij snel een adres zou krijgen.
[verdachte] had naast het gesprek met [gebruikersnaam 20] ook een gesprek met [gebruikersnaam 13] . [verdachte] vroeg aan [gebruikersnaam 13] of hij het al gefixt had want hij had een andere. [gebruikersnaam 13] zei dat hij ermee bezig was. [gebruikersnaam 20] vroeg bevestiging aan [verdachte] of ze wel echt kwamen want hij had nu mensen onderweg naar [plaats 4] en wilde niet voor schut staan in de middag. [verdachte] zei toen dat die mensen laks waren maar wel serieus. [verdachte] zou ook boos worden als het niet door zou gaan omdat hij ook drie mensen had staan wachten. [verdachte] stuurde dat die mensen niet serieus waren want ze vroegen opeens 15.25 (EUR15.250).
[gebruikersnaam 20] was hier niet blij mee en zei toen het volgende tegen [verdachte] : "Baba maak 15 aub ik zit hier met die jongens kan ze nu niet teleurstellen toch? 15.25 gaan ze betalen dan delen we maar kwartje wil niet voor schut gaan aub." [verdachte] zei dat het niet in zijn handen lag maar hij ging proberen het te 'drukken'.
Het gaat verder de hele middag over wanneer [verdachte] nu iets weet en dat [gebruikersnaam 20] ongeduldig begint te worden.
Aan het einde van de middag zei [verdachte] tegen [gebruikersnaam 20] : "Bro strijder kan ze ook pakken hoor ik net van deze man."
[gebruikersnaam 20] gaf aan het niet meer te snappen en vroeg zich af waarom die 'olifant' niet meer kon. [verdachte] zei het ook niet te snappen omdat die man normaal gesproken altijd flexibel was en zei verder dat het even niet anders was.
[verdachte] had vervolgens contact met [gebruikersnaam 13] en vroeg hem om die 5 'ctjes' want zijn man wacht al de hele dag. Zonder dat [verdachte] hier antwoord op kreeg stuurde hij naar [gebruikersnaam 20] dat hij hem nog maar twee kon geven van een andere en stuurde onderstaande foto mee.
[afbeelding]
[gebruikersnaam 20] was hier niet blij mee en zei dat deze zacht lijken. [verdachte] vroeg toen aan [gebruikersnaam 13] of deze zacht waren waarop [gebruikersnaam 13] zei dat ze wel een klein beetje zacht waren. [gebruikersnaam 20] ging toch akkoord met twee van bovenstaande blokken en hij zou een mannetje alvast sturen voor deze twee. [gebruikersnaam 20] vroeg om een adres.
[verdachte] nam contact op met [gebruikersnaam 13] om een adres en [gebruikersnaam 13] zei ergens in [adres 10] . [gebruikersnaam 13] zei dat het kon om 21 :00 uur op de [adres 11] en de code was Sao Paolo. [gebruikersnaam 20] zei rond 21:00 dat hij er was en hij stond ter hoogte van nummer 17/19 en zat in een kleine bruine auto.
Na de overdracht kwam [gebruikersnaam 20] weer op de lijn bij [verdachte] en zei dat die twee wel echt boterzacht zijn en er zat een gele vlek in de hoek. [gebruikersnaam 20] vroeg of er iets met de prijs gedaan kon worden. [verdachte] gaf dit door aan [gebruikersnaam 13] en die gaf aan dat ze niet konden zakken. [verdachte] zei toen tegen [gebruikersnaam 20] dat ze niet lager konden dan 14.75 (EUR14.750). [gebruikersnaam 20] zei dat ze dan waarschijnlijk retour kwamen maar wist dit nog niet zeker. Dat zou hij de volgende dag gaan horen.
Gesprek met [gebruikersnaam 24]
Op 23 april 2025 om 20:40:41 uur (UTC+0) start de conversatie tussen beiden. [gebruikersnaam 24] vroeg aan [verdachte] of hij PMK poeder kon regelen. [verdachte] vroeg hoeveel hij nodig had waarop [gebruikersnaam 24] antwoordt 1.000 kilo. [verdachte] zegt even te moeten bellen en dat hij erop terugkomt.
PMK is een precursor en precursoren zijn stoffen die door middel van een chemische reactie drugs worden. PMK staat voor piperonylmethylketon en wordt gezien als een van de grondstoffen om amfetamine en MDMA (ecstasy) mee te maken.