Strafrecht overig
Rechtbank Overijssel · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Overijssel, 5 november 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6769 · Rechtbank Overijssel · 5 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbove-2026-6769
Zaakgegevens
Op 5 november 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 5 november 2026
- Datum publicatie
- 6 november 2026
- Zaaknummer
- 08.047362.26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:6769
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelvonnis op ECLI:NL:RBOVE:2026:6768.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.047362.26
Datum herstelvonnis: 5 november 2026
Herstelvonnis van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats],
wonende aan de [woonplaats].
1 De aanleiding en de beoordeling
De rechtbank heeft geconstateerd dat in het vonnis van 5 november 2026 abusievelijk de in het vonnis gemotiveerde beslissing over de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] niet in het dictum is opgenomen.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
2 De beslissing
De rechtbank:
- bepaalt dat aan het vonnis van 5 november 2026 onder ‘9. Beslissing’ onder de zin ‘stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.’, (bij herstel) de volgende zinnen worden toegevoegd:
schadevergoeding
- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toe tot een bedrag van
€ 374,51 (bestaande uit materiële schade);
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van een bedrag van € 374,51, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 december 2025;
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 374,51, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 december 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van € 8.919,55 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 5 november 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 5 november 2026.
Dit herstelvonnis laat het oorspronkelijke vonnis, voor zover niet gewijzigd, volledig in stand en vormt een onverbrekelijk geheel met het oorspronkelijke vonnis en doet geen nieuwe termijn voor hoger beroep ingaan. De griffier zal dit herstelvonnis hechten aan het oorspronkelijke vonnis en aan partijen toezenden.
Deze herstelbeslissing is gewezen door mr. J. de Ruiter, voorzitter,
mr. S.M.M. Bordenga en mr. H.B. de Hek, rechters, bijgestaan door mr. E.M.A. van den Hoek, griffier, en ondertekend op 5 november 2026.
Buiten staat
De griffier is niet in de gelegenheid dit herstelvonnis mede te ondertekenen.