Bestuursrecht overig
Wet dieren. Vier boetes opgelegd. Pijn en/of lijden bij kuikens. Oorzaak van de letsels niet in alle gevallen…
Rechtbank Rotterdam, 19 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14943 · Rechtbank Rotterdam · 19 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-14943
Zaakgegevens
Op 19 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2026
- Datum publicatie
- 29 oktober 2026
- Zaaknummer
- ROT 25/3909, ROT 25/4652 en ROT 25/4576
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14943
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wet dieren. Vier boetes opgelegd. Pijn en/of lijden bij kuikens. Oorzaak van de letsels niet in alle gevallen duidelijk. Is bewezen dat de dieren niet elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden is bespaard? Matiging van één van de boetes omdat te veel tijd is verstreken tussen de overtreding en de toezending van het boetevoornemen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 25/3909, ROT 25/4652 en ROT 25/4576
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 oktober 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
(gemachtigde: mr. P.J.G.G. Sluijter),
en
de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid & Natuur, voorheen
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid & Natuur, verweerder,
(gemachtigde: mr. Van de Bij).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over vier boetes die verweerder aan eiseres heeft opgelegd voor overtredingen van de Wet dieren. Eiseres is het niet eens met deze boetes. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de boetes terecht heeft opgelegd. Een van de boetes wordt wel gematigd omdat te veel tijd is verstreken tussen de overtreding en de toezending van het boetevoornemen.
Procesverloop
2.
Met besluiten van 20 december 2024, 31 januari 2025 en 14 februari 2025 heeft verweerder aan eiseres boetes opgelegd van respectievelijk € 2.500,-, € 2.500,- en € 5.000,- (tweemaal € 2.500,-).
Met een besluit van 27 maart 2025 en twee besluiten van 9 mei 2025 op de bezwaren van eiseres (de bestreden besluiten) heeft verweerder de boetebesluiten gehandhaafd.
Eiseres heeft beroepen ingesteld tegen de bestreden besluiten.
Verweerder heeft op de beroepen gereageerd met verweerschriften.
De rechtbank heeft de beroepen op 10 juli 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld door [naam 1], en de gemachtigde van verweerder, vergezeld door [naam 2] (toezichthoudend dierenarts).
Totstandkoming van de bestreden besluiten
3.
Op 26 november 2024, 3 januari 2025 en 20 januari 2025 heeft verweerder voornemens tot boeteoplegging opgesteld. In de voornemens staat dat een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit op drie data (26 oktober 2023, 7 november 2024 en 21 november 2024) in totaal vier overtredingen van de Wet dieren heeft vastgesteld.
Hieronder zijn de relevante passages weergegeven uit de rapporten van bevindingen die de toezichthouders hebben opgemaakt.
Het rapport van 5 november 2024 (ROT 25/3909):
“Datum en tijdstip van de bevinding: 26 oktober 2023, omstreeks 06.30 uur.
Ik heb in het bedrijf aangesproken en heb mij gelegitimeerd aan [naam 3], functie: directeur.
Tijdens mijn reguliere toezicht bevond ik mij in de aanvoerhal bij de carrousel, waar de kuikens levend worden aangehangen. In dit slachthuis worden de levende kuikens op een lopende band gekanteld. De lopende band gaat naar de carrousel en nadat de kuikens in de carrousel vallen, worden ze levend aan de slachtlijn gehangen om elektrisch bedwelmd te worden. Vervolgens worden de kuikens aangesneden voor het verbloeden.
Tijdens mijn controle beoordeelde ik het welzijn van de kuikens bij het aanhangen, maar toen ik weg wilde gaan zag ik een kop van een kuiken vastzitten in een gat bij de ingang van de carrousel. De kop van het kuiken zat in de carrousel vast. Doordat de carrouselband
ronddraaide kon het kuiken haar evenwicht niet houden, waardoor haar lichaam constant werd weggetrokken van de kop, zie fotobijlage foto 1. Ik zag dat het kuiken bij bewustzijn was, want het kuiken bewoog en opende haar ogen toen ik haar aanraakte. Toen ik het kuiken probeerde los te maken, liep de PWO-er langs en na mijn melding maakte hij het kuiken los en zette het zonder verdere afhandeling op de lopende band van de carrousel. Omdat de carrousel ronddraaide en vol zat met kuikens, kon ik het kuiken niet meer zien. Hierdoor heb ik het kuiken niet kunnen onderzoeken.
Voordat ik het RVB heb aangezegd en de cautieplicht heb gegeven, heb ik de PWO-er gevraagd of het gat een technische reden had. De PWO-er bevestigde dat deze geen rol had. Ik heb aan de PWO-er aangegeven dat het gat bedekt moest worden. Rond 7.44 uur heb ik een nieuwe ronde gemaakt en zag ik dat het gat gedeeltelijk bedekt was met een deel van een gele slang, zie fotobijlage foto 2 en video 1.
De bedrijfsexploitant moet ervoor zorgen dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn,
spanning of lijden wordt bespaard bij het doden en daarmee verband houdende activiteiten.
De kop van het kuiken zat vast op een smal RVS plaatje en het lichaam werd weggetrokken
vanwege het ronddraaien van de carrousel. Hierdoor werd compressie veroorzaakt aan alle onderliggende structuren van de nek en kwam er veel druk op de luchtpijp te staan, waardoor het kuiken moeilijk of bijna niet kon ademen.
Het feit dat het kuiken compressie heeft gehad op een klein oppervlak van de nek, niet goed
kon ademen en met haar lichaam op een bewegende ondergrond lag, terwijl de kop vastzat,
heeft onnodige ernstige pijn, lijden en spanning veroorzaakt bij het dier.
Hieruit blijkt dat de bedrijfsexploitant niet genoeg maatregelen heeft genomen om te zorgen
dat de dieren elke vorm van ernstig vermijdbare pijn, spanning en lijden wordt bespaard.
(…)
Ik bracht [naam 3], bij mij bekend als directeur, van [eiseres], mondeling van mijn bevindingen op de hoogte en zegde ter zake een rapport van
bevindingen aan. Het rapport is ook schriftelijk via e-mail aangezegd op 26 oktober 2023 om 12.41 uur, zie aanzegging per e-mail.”
Het rapport van 10 december 2024 (ROT 25/4562):
“Datum en tijdstip van de bevinding(en): 07 november 2024, om 07:58 uur.
Ik heb mij in naam en functie gelegitimeerd bij: [naam 4], functie: chef slachterij, aanvoer, panklaar.
Tijdens mijn reguliere toezicht bevond ik mij in de aanvoerhal bij de carrousel, waar de kuikens levend worden aangehangen. In dit slachthuis worden de levende kuikens op een lopende band gekanteld. De lopende band gaat naar de carrousel en nadat de kuikens in de carrousel vallen, worden ze levend aan de slachtlijn gehangen om elektrisch bedwelmd te worden. Vervolgens worden de kuikens aangesneden voor het verbloeden.
Tijdens mijn controle beoordeelde ik het welzijn van de kuikens bij het aanhangen, toen ik zag dat de laatste aanhanger een kuiken bij de poten vastpakte en het apart wilde zetten in een aparte bak. Tijdens deze handeling zag ik dat het kuiken meerdere keren fladderde en dat er sprake was van ernstig letsel, omdat het hoofd van het kuiken slechts met een stuk huid aan het lichaam vast zat en verder gescheiden was van de nek. Nadat hij het kuiken apart had gezet, wachtte ik nog ongeveer 10-20 seconden tot het kuiken niet meer bewoog om het dier te kunnen onderzoeken. Ik voelde dat het dier nog warm en soepel was. Ik zag dat de schedel en de eerste nekwervel van elkaar gescheiden waren en dat het deel van de
nek en van de kop waar ik naar keek erg bebloed waren, met helderrood, vers bloed, zie fotobijlage foto 1 t/m 3. Ik zag ook dat zijn linkeroog uit de oogkas was geduwd en dat de schedel op meerdere punten was gebroken, zie fotobijlage foto 4. Op basis van mijn ervaring als toezichthoudend dierenarts kan dit soort letsel optreden wanneer de kop van het kuiken tijdelijk ergens bekneld raakt en het lichaam vervolgens van de basis van de kop wordt weggetrokken, of omgekeerd. Het feit dat dit letsel meestal het gevolg is van een beklemming en een trekkende kracht wordt tevens ondersteund door de bevindingen in het pathologische rapport van het laboratoriumonderzoek over dit kuiken, zie bijlage
uitslag laboratoriumonderzoek SP2024−01320.
Ik heb de chef van de aanhangers gevraagd of de aanhanger bij dit kuiken de nek heeft gestrekt en ze hebben bevestigd dat de aanhanger alleen het kuiken apart heeft gezet. Het is ook bij mij bekend dat de aanhangers niet de benodigde opleiding hebben om deze procedure op de juiste wijze uit te voeren. De PWO (Poultry Welfare Officer) zag tijdens zijn controle geen bijzonderheden met betrekking tot dit soort verwondingen en op zijn formulier is ook geen specifieke opmerking genoteerd over dit koppel, zie bijlage
versie 21-3-2024 gegevens van registratieformulieren 07-11-2024. Ikzelf heb tijdens mijn antemortem controle ook geen afwijkingen gezien.
In deze slachterij duurt het 1 tot 3 minuten vanaf het moment dat de kuikens worden gekanteld totdat zij de carrousel bereiken. Dit is afhankelijk van het gewicht van de kuikens; de lichtere koppels hebben ongeveer 3 minuten nodig. Dit kuiken was afkomstig van stal 3 en 4, die samen werden geslacht, van mester [naam 5]. De kuikens van dit koppel hadden volgens de aanvoerplanning een gewicht van ongeveer 1.550 kg, wat aan de lichtere kant is, zie bijlage aanvoerplanning. Daarna duurt het nog eens 17-20 seconden voordat de carrousel draait en de laatste aanhanger bereikt. Omdat het gewonde kuiken
in de carrousel werd gevonden en de verdoving plaatsvindt ná de carrousel in het elektrische waterbad, werd dit kuiken niet verdoofd vóór de ernstige verwonding die tot onthoofding leidde. Volgens de studie van [naam 6], [naam 7] en [naam 8] uit 2003 reageren kuikens die niet bedwelmd zijn maar wel zijn onthoofd onmiddellijk met heftige fladderbewegingen en lichaamsbewegingen. Deze activiteit neemt bijna volledig af 90 seconden na de decapitatie, zie bijlage studie link.
Het slachten dient te gebeuren in een gecontroleerde omgeving, waarbij de dieren in dit slachthuis eerst worden verdoofd in het elektrische waterbad, daarna worden aangesneden en uitgebloed en aan het einde van het bloeden en nadat ze dood zijn wordt hun kop getrokken door een koppentrekker. Deze ernstige verwonding, die tot de scheiding tussen de kop en de nek van dit kuiken heeft geleid, hoort niet te gebeuren tijdens het verplaatsen van de dieren. Normaal gesproken zijn de dieren niet zo ernstig gewond; er is duidelijk iets misgegaan.
Aangezien het kuiken nog steeds bewoog toen ik het zag, concludeer ik dat het ernstige letsel tussen de kantelaar en de laatste aanhanger heeft plaatsgevonden en dat dit de dood van het dier heeft veroorzaakt. Dit wijst erop dat het kuiken tijdens het verplaatsen niet adequaat werd beschermd tegen letsel. Want ik zag dat er een kuiken dood ging als gevolg van een ernstige verwonding die tijdens het kantelen of verplaatsing over de transportbanden of in de carrousel plaatsvond. Ik stelde vast dat dit kuiken niet bespaard is gebleven van elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden.
(…)
Ik heb [naam 4], als chef slachterij, aanvoer, panklaar van bovengenoemd bedrijf, mondeling op de hoogte gebracht van mijn bevindingen en heb ter zake een rapport van bevindingen aangezegd.
Het rapport is per e-mail aangezegd op 07-11-2024 aan [naam 3], [naam 1], [naam 9] en [naam 4], zie bijlage aanzegging rapport per e-mail 07-11-2024.”
Het rapport van 7 januari 2025 (ROT 25/4576):
“Datum en tijdstip van de bevinding(en): 21 november 2024, omstreeks 9.10 uur.
Ik heb mij in naam en functie gelegitimeerd bij: [naam 4], functie: chef slachterij, aanvoer, panklaar.
Tijdens mijn regulier toezicht bevond ik mij in de aanvoerhal bij de carrousel, waar de kuikens levend worden aangehangen. In dit slachthuis worden de levende kuikens op een lopende band gekanteld. De lopende band gaat naar de carrousel en nadat de kuikens in de carrousel vallen, worden ze levend aan de slachtlijn gehangen om eenvoudig elektrisch bedwelmd te worden. Vervolgens worden de kuikens aangesneden voor het verbloeden en door het verbloeden gaan de kuikens dood.
Tijdens mijn controle beoordeelde ik het welzijn van de kuikens bij het aanhangen toen ik zag dat de laatste aanhanger een gewond, levend kuiken uit de carrousel haalde en opzij zette in een aparte bak. Ik zag dat dit kuiken leefde en bij bewustzijn was, want zij bewoog, ademde en knipperde met haar ogen, zie bijlage video interventie 189780 deel 1 en fotobijlage foto 1. Ik heb mijn bevindingen onmiddellijk gemeld aan de Poultry Welfare Officer (PWO) en gevraagd het kuiken direct door middel van nekstrekking te doden.
Bij nader onderzoek bleek dat het kuiken ernstig letsel had opgelopen. Ik zag dat haar linker onder poot net boven de hak was afgezet, waardoor een scherpe snede door het bot was ontstaan. De spieren en alle andere structuren waren beschadigd. Daarnaast constateerde ik aanzienlijk huidverlies rondom de poot en schade aan het bindweefsel tussen de poot en het lichaam, zie fotobijlage foto 2 en 3. Het kuiken bloedde nog op het moment dat ik haar vond, met helder rood bloed dat zichtbaar was op het spierweefsel en op de sectie van het bot, zie fotobijlage foto 2 en 3. Het wondoppervlak was vochtig en met zeer kleine verontreinigingen. De veren rondom de wond waren nat van het bloed en kleefden aan
het lichaam; de penveren van de vleugels waren afzonderlijk zichtbaar, in plaats van een gesloten geheel te vormen.
Na het onderzoek van dit kuiken controleerde ik de omgeving op sporen van bloed, maar ik kon niets vinden. Dit is waarschijnlijk te wijten aan de continu draaiende en gedeeltelijk zelfreinigende transportbanden.
Toen ik om 9.39 uur terugkeerde naar de carrousel, zag ik een ander ernstig gewond, levend kuiken in de bak. Ik zag dat dit kuiken leefde en bij bewustzijn was, want zij bewoog, ademde en knipperde met haar ogen, zie bijlage video interventie 189780 deel 2 en fotobijlage foto 4. Dit kuiken had haar rechterlooppoot verloren ter hoogte van het hakgewricht. Ik zag dat dit kuiken fladderde om van plaats te veranderen en dat er mestresten in de bak aanwezig waren, zie fotobijlage foto 5. Het kuiken bloedde
nog steeds; ik zag vers, helder rood bloed en gedeeltelijk gestold bloed naast en onder het kuiken in de bak. Ik heb mijn bevindingen opnieuw gemeld aan de PWO en gevraagd het kuiken onmiddellijk middels nekstrekking te doden. Bij verder onderzoek constateerde ik vers, helder rood bloed rond de verwonding, op de veren, de poot en de buik. Verschillende structuren waren gescheiden van het bot boven het gewricht, zie fotobijlage foto 6. Er waren kleine bloedstolsels zichtbaar op de wond, evenals kleine gele resten, vermoedelijk bestaand uit voer of mestfragmenten.
Deze kuikens, die bij bewustzijn waren en een deel van hun poot hadden verloren, ervoeren ernstige pijn, spanning en lijden.
Deze vleeskuikens behoren tot de koppel die is samengesteld uit de uitladers van stal 1 en 5 van mester [naam 10], zie aanvoerplanning. Volgens de gegevens van het slachthuis zijn deze kuikens handmatig gevangen, zie gegevens van registratieformulieren transportlijst pluimvee. De aankomsttijd van deze koppel bij het slachthuis was om 6.15 uur. Tijdens de welzijnscontrole, uitgevoerd door de chauffeur en de PWO, werden geen verwondingen of pootbeknellingen waargenomen, zie gegevens van registratieformulieren transportlijst pluimvee. Ook tijdens mijn ante mortem keuring zag ik geen afwijkingen.
Op basis van mijn ervaring als toezichthoudend dierenarts ontstaan dergelijke verwondingen meestal door de betrokkenheid van een machine die krachtig genoeg is om de poot van de kuikens weg te trekken, waarschijnlijk in combinatie met een scherp oppervlak dat het gewricht en het bot gedeeltelijk of volledig heeft afgesneden, zie bijlage uitslag laboratoriumonderzoek SP2024-01404.
Deze kuikens zijn handmatig gevangen en in de lades van de containers geplaatst, die vervolgens in het voertuig werden geladen. Zij verbleven ten minste 5 uur en 50 minuten in deze lades, aangezien zij om 3.20 uur van de mester zijn vertrokken, om 8.52 uur begonnen zij met ophangen, zie gegevens van registratieformulieren transportlijst pluimvee, en de eerste bevinding om 9.10 uur plaatsvond. Tijdens deze periode blijven de kuikens ontlasten en bevinden zij zich op een klein oppervlak en dus blijven ze niet schoon op de poten en buik. Deze kuikens bevonden zich gedurende minstens 2 uur en 45 minuten op het terrein van het slachthuis voordat mijn eerste bevinding plaatsvond. Bij aankomst in het slachthuis werden zij om 6.25 uur met een heftruck uitgeladen en in de achtruimte geplaatst. Vervolgens werden zij met een heftruck op de transportband naar de kantelaar geplaatst. Hier werden zij levend gekanteld en via verschillende opeenvolgende transportbanden door een metalen tunnel naar de carrousel getransporteerd. Daarna vielen de kuikens in de carrousel, die uit verschillende metalen onderdelen bestaat en ronddraait.
Gezien het feit dat de letsels er vers uitzagen, met helder rood bloed en dat deze licht vervuild waren, concludeer ik dat de ernstige letsels zijn opgelopen tijdens het verplaatsen op het terrein van het slachthuis. Deze ernstige verwondingen, die tot het verliezen van hun onder poten heeft geleid, hoort niet te gebeuren tijdens het verplaatsen van de dieren. Normaal gesproken zijn de dieren niet zo ernstig gewond; er is duidelijk iets misgegaan.
Tijdens een eerdere inspectie is een soortgelijke overtreding geconstateerd, namelijk op 7 november 2024 (BR/189455/163833). Hiervoor is reeds een rapport van bevindingen aangezegd. Op basis van mijn bevindingen stel ik vast dat [eiseres] onvoldoende maatregelen heeft getroffen om nieuwe overtredingen te voorkomen.
Ik stelde vast dat het proces bij [eiseres] ten aanzien van het verplaatsen van dieren nog steeds niet op orde was, omdat tijdens het proces twee kuikens hun onder poot hebben verloren. Ik constateerde dat deze kuikens hierbij onvoldoende werden beschermd tegen letsel. Op basis van de hierboven beschreven bevindingen stelde ik vast dat deze kuikens niet werden beschermd tegen elke vermijdbare vorm van ernstige pijn, spanning of lijden. Hiermee is dit een ernstige overtreding met betrekking tot het dierenwelzijn, gelet op de verwondingen. Twee levende kuikens hebben namelijk hun onder poot verloren.
(…)
Ik heb [naam 4], als chef slachterij, aanvoer, panklaar van bovengenoemd bedrijf, mondeling op de hoogte gebracht van mijn bevindingen en heb ter zake een rapport van bevindingen aangezegd. Het rapport is per e-mail aangezegd op 21 november 2024 aan [naam 3], [naam 1], [naam 9] en [naam 4], zie aanzegging per e-mail.”
Op grond van de rapporten van bevindingen heeft verweerder het standpunt ingenomen dat eiseres viermaal een overtreding heeft begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 5.8 van de Regeling houders van dieren en artikel 3, eerste lid en tweede lid, onder b, van Verordening (EG) nr. 1099/2009 (hierna ook: de verordening). Volgens verweerder heeft eiseres er niet voor gezorgd dat bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden is bespaard. Volgens verweerder betreft het viermaal een zware overtreding, waarvoor direct een boete opgelegd wordt. Verweerder heeft eiseres daarvoor vier boetes opgelegd van € 2.500,-.
Beoordeling door de rechtbank
4. Kort samengevat heeft eiseres in de diverse zaken het volgende aangevoerd.
Volgens eiseres heeft verweerder in geen van de zaken aangetoond dat het letsel dat de kuikens hebben opgelopen, vermijdbaar was. Daarbij is volgens eiseres van belang dat de precieze oorzaak van de incidenten op 7 en 21 november 2024 (ROT 25/4562 en ROT 25/4576) niet duidelijk is geworden. Dat betekent volgens eiseres ook dat niet duidelijk is dat het letsel is ontstaan tijdens het slachtproces van eiseres.
Volgens eiseres hebben de incidenten op 7 en 21 november 2024 mogelijk met hetzelfde probleem te maken, zodat hooguit één boete opgelegd had mogen worden.
Verder is volgens eiseres niet gebleken dat de incidenten het gevolg zijn van het door eiseres niet in acht nemen van haar protocollen en werkinstructies. Daarom ontbreekt volgens eiseres de verwijtbaarheid of is hooguit sprake van verminderde verwijtbaarheid. Volgens eiseres heeft verweerder de incidenten ten onrechte aangemerkt als ‘zware overtreding’.
In zaak ROT 25/3909 heeft eiseres aangevoerd dat het rapport van bevindingen te laat is opgemaakt. De constatering van de vermeende overtreding heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2023 en het rapport van bevindingen is pas ondertekend op 5 november 2024. Door het grote tijdsverloop is eiseres in haar verdedigingsbelangen geschaad. Ook heeft verweerder volgens eiseres ten onrechte niet het conceptrapport of de onderliggende aantekeningen aan eiseres toegezonden ter controle.
Verder heeft eiseres in deze zaak aangevoerd dat de toezichthouder de cautie had moeten geven aan de medewerker van eiseres, omdat mede op basis van de verklaringen van de medewerker het boetebesluit is genomen.
In de zaken ROT 25/4562 en ROT 25/4576 heeft eiseres aangevoerd dat haar pas voor het eerst uit de rapporten van bevindingen duidelijk is geworden wat haar precies verweten wordt en dat zij daardoor in haar verdedigingsbelangen is geschaad.
5. In deze zaken staat de volgende bepaling uit Verordening 1099/2009 centraal:
“Artikel 3
Algemene voorschriften voor het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten
1. Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt ervoor gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard.
2. Voor de toepassing van lid 1 nemen bedrijfsexploitanten met name de noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat de dieren:
(…)
b) beschermd zijn tegen letsel;”
In de rapporten van bevindingen is beschreven wat de toezichthouder bij de kuikens heeft waargenomen. Eén kuiken zat met de kop vast in een gat, van een ander kuiken was de kop vrijwel geheel afgerukt en bij twee kuikens waren poten (deels) afgerukt. Eiseres heeft deze constateringen op zichzelf niet betwist. Om deze reden, en omdat de toezichthouder de betrokken medewerkers van eiseres direct mondeling van de overtredingen op de hoogte heeft gesteld, volgt de rechtbank eiseres niet in haar betoog dat zij in haar verdedigingsbelangen is geschaad doordat haar op een laat moment duidelijk is geworden wat haar verweten wordt.
Volgens de hierboven geciteerde bepaling uit de verordening moet het gaan om een vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden. Volgens eiseres heeft verweerder het element van de vermijdbaarheid niet aangetoond. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Vooropgesteld wordt dat op eiseres een vergaande verplichting rust om elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden te voorkomen. In overweging 2 van de preambule van de verordening staat dat pijn, spanning of lijden als vermijdbaar beschouwd moeten worden als bedrijfsexploitanten of bij het doden van dieren betrokken personen een van de voorschriften van deze verordening overtreden of als zij weliswaar gebruikmaken van geoorloofde methoden, maar daarbij geen rekening houden met de optimale toepassing ervan met als gevolg dat zij door nalatigheid of bewust pijn, spanning of lijden bij de dieren veroorzaken.
Bij het kuiken dat vastzat met de kop, was sprake van een gat bij de ingang van de carrousel. Niet valt in te zien dat het voor eiseres niet te voorkomen was dat een kuiken met de kop vast zou komen te zitten in een gat. Hierbij weegt de rechtbank mee dat kort voor het desbetreffende incident (namelijk op 4 oktober 2023) ook al een kuiken vast had gezeten bij de ingang van de carrousel. Eiseres had naar aanleiding daarvan extra alert moeten zijn op dit soort problemen. Dat het eerdere incident mogelijk een andere oorzaak had, maakt dat niet anders.
Bij de andere drie kuikens heeft de toezichthouder de precieze oorzaak van het letsel niet vastgesteld. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat daarom niet is aangetoond dat eiseres de letsels had kunnen vermijden. Hoewel de precieze oorzaak niet is vastgesteld, is wel duidelijk dat er in de relevante periode sprake was van een gebrek in het systeem van eiseres. Tijdens een overleg met de NVWA op 10 december 2024 over het onderwerp “Kuikens met letsel, rvs rand in de binnenkant van carrousel” heeft eiseres opgemerkt: “Carrousel liep scheef, is weer in de pas gezet en kier in wand weggewerkt.” Gelet hierop, en op de aard en de ernst van de letsels en het optreden van meerdere soortgelijke incidenten binnen een korte periode, mag vermoed worden dat het letsel is ontstaan doordat het systeem van eiseres niet optimaal functioneerde, dat eiseres dat had kunnen onderkennen en dat in zoverre sprake is geweest van nalatigheid. Met wat eiseres heeft aangevoerd, heeft zij dit vermoeden niet voldoende ontkracht. De stelling van eiseres dat niet gebleken is dat zij haar eigen protocollen en werkinstructies niet heeft nageleefd, is hiervoor niet voldoende.
Van belang hierbij is dat het voor de rechtbank voldoende duidelijk is dat de letsels zijn ontstaan op een moment dat eiseres voor de kuikens verantwoordelijk was. Bij het incident van het (vrijwel) onthoofde kuiken heeft de toezichthouder geconstateerd dat het kuiken nog bewoog toen hij het dier in de bak zette. De toezichthouder wachtte toen nog tien tot twintig seconden. De toezichthouder heeft in het rapport van bevindingen onder verwijzing naar een wetenschappelijke studie toegelicht dat een kuiken na een onthoofding na negentig seconden (bijna) volledig stopt met bewegen en vervolgens geconcludeerd dat het letsel tussen de kantelaar en de laatste aanhanger heeft plaatsgevonden. Volgens eiseres zit tussen het moment dat de kuikens na het kantelmoment op de band terechtkomen en het aanhangen maar 77 seconden. Maar eiseres heeft ter zitting gezegd dat, als het kantelmoment erbij wordt gerekend, de kuikens mogelijk wel drie minuten onderweg zijn, wat overeenkomt met de beschrijving door de toezichthouder in het rapport van bevindingen. Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat het geheel van het kantelen van de kuikens en de verplaatsing van de kuikens op de lopende band, ruimschoots langer duurt dan de maximale tijd die een kuiken nog kan bewegen na een onthoofding. Gelet hierop staat het voor de rechtbank voldoende vast dat het letsel tijdens het slachtproces van eiseres is ontstaan. Bij de incidenten van de afgerukte poten is van belang dat de toezichthouder op basis van zijn waarnemingen heeft geconcludeerd dat de letsels zijn ontstaan tijdens het verplaatsen op het terrein van het slachthuis. Hij heeft hierbij genoteerd dat de letsels er vers uitzagen, dat deze licht vervuild waren en dat sprake was van helder rood bloed. De rechtbank heeft geen aanleiding om aan te nemen dat de door de toezichthouder getrokken conclusie niet klopt. Dat bij één van de kuikens ook al bloedstolsel is geconstateerd, maakt dit niet anders. De ter zitting aanwezige toezichthoudend dierenarts heeft verklaard dat zulke stolsels al na minder dan drie minuten kunnen ontstaan. Dit is ter zitting niet weersproken. Van belang is verder dat niet aannemelijk is dat de letsels zijn ontstaan tijdens het vangen of het transport, zoals eiseres heeft gesuggereerd, omdat de kuikens al uren op de slachterij aanwezig waren.
Uit het voorgaande volgt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat eiseres de overtredingen heeft begaan. Gelet op artikel 8.7 van de Wet dieren was verweerder bevoegd eiseres daarvoor boetes op te leggen. In zijn interventiebeleid heeft verweerder neergelegd hoe met deze bevoegdheid wordt omgegaan. In dit geval is het Specifiek interventiebeleid doden van gehouden dieren van toepassing en daarin is deze overtreding van artikel 3 van Verordening 1099/2009 aangemerkt als klasse B (zwaar). Voor zo’n overtreding wordt direct een boete opgelegd als er sprake is van een (risico op) ernstige aantasting van het dierenwelzijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht geconcludeerd dat daarvan in deze gevallen sprake was, gelet op de omschrijvingen in de rapporten van bevindingen.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat verweerder voor de incidenten op 7 en 21 november 2024 slechts één boete had mogen opleggen. Er is op deze data bij drie verschillende kuikens ernstig vermijdbaar lijden geconstateerd. Verweerder heeft daarom terecht voor deze incidenten drie afzonderlijke boetes opgelegd voor een overtreding van artikel 3, eerste lid, van de verordening.
De rechtbank ziet ook geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid. De rechtbank weegt hierbij het eerdere incident (van 4 oktober 2024) waarbij een kuiken vastzat mee, en ook het feit dat gebleken is dat sprake is geweest van gebreken in de carrousel. Gelet hierop is niet gebleken dat eiseres alles gedaan heeft wat redelijkerwijs mogelijk is om de overtredingen te voorkomen.
Het betoog van eiseres in zaak ROT 25/3909 over de cautieplicht slaagt niet. Bij boeteoplegging aan een rechtspersoon komt het zwijgrecht, waarop door een cautie moet worden gewezen, slechts toe aan de bestuurders. Niet gebleken is dat een bestuurder van eiseres is verhoord.
Het betoog van eiseres in dezelfde zaak dat verweerder ten onrechte niet het conceptrapport of de onderliggende aantekeningen aan eiseres heeft toegezonden ter controle, slaagt niet. Verweerder is namelijk niet verplicht om dat te doen.
In de Bijlage bij de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren is de standaardboete voor overtreding van dit voorschrift vastgesteld op € 2.500,-. Dat is ook de boete die verweerder per overtreding heeft opgelegd. De opgelegde boetes zijn naar het oordeel van de rechtbank niet onevenredig hoog. Wel is ten aanzien van de hoogte van de boete in zaak ROT 25/3909 het volgende van belang. Tussen de overtreding en de toezending van het voornemen zaten in dit geval meer dan 37 weken. In het verweerschrift heeft verweerder toegelicht dat in dit soort gevallen op grond van intern beleid de standaardboete met 10% wordt gematigd. De rechtbank is van oordeel dat deze matiging in dit geval passend is en zal de boete in deze zaak daarom, conform het verzoek van verweerder, vaststellen op € 2.250,-.
Conclusie en gevolgen
7. De beroepen ROT 25/4562 en ROT 25/4576 zijn ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht in deze zaken niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten in deze zaken.
8. Het beroep ROT 25/3909 is, gelet op wat hiervoor in 6.12 is overwogen, gegrond. De rechtbank zal de boete in deze zaak vaststellen op € 2.250,-. Het bestreden besluit zal in zoverre worden vernietigd en het primaire besluit zal in zoverre worden herroepen. Verweerder moet in deze zaak het griffierecht aan eiseres vergoeden en ook krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Eiseres heeft in bezwaar gevraagd om een vergoeding van de proceskosten. De gemachtigde van eiseres heeft een bezwaarschrift ingediend, een beroepschrift ingediend en aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.534,-.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart de beroepen ROT 25/4562 en 25/4576 ongegrond;
-
verklaart het beroep ROT 25/3909 gegrond;
-
vernietigt het bestreden besluit van 27 maart 2025 voor zover dat besluit gaat over de hoogte van de boete;
-
herroept het primaire besluit van 20 december 2024 voor zover dat besluit gaat over de hoogte van de boete;
-
stelt in het beroep ROT 25/3909 de hoogte van de aan eiseres opgelegde boete vast op € 2.250,-;
-
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit van 27 maart 2025;
-
bepaalt dat verweerder in het beroep ROT 25/3909 het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden;
-
veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.534,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van G.L. Bolkestein, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2026.
de griffier is verhinderd te tekenen
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.