Strafrecht overig
Ontucht met minderjarige. Geen bewijs voor ten laste gelegde handelingen. Vrijspraak.
Rechtbank Rotterdam, 20 januari 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:1227 · Rechtbank Rotterdam · 20 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2021-1227
Zaakgegevens
Op 20 januari 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 20 januari 2021
- Datum publicatie
- 17 februari 2021
- Zaaknummer
- 10/750460-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:1227
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontucht met minderjarige. Geen bewijs voor ten laste gelegde handelingen. Vrijspraak.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummer: 10/750460-19
Datum uitspraak: 20 januari 2021
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres verdachte],
raadsman mr. J.C Sneep, advocaat te Breda.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 januari 2021.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.
De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. M. al Mansouri heeft gevorderd:
-
bewezenverklaring van het tenlastegelegde;
-
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
4. Vrijspraak
Op grond van het onderzoek op de terechtzitting en de inhoud van het dossier valt het bewijs te construeren dat de verdachte op 1 augustus 2019 ontucht heeft gepleegd met de in de tenlastelegging genoemde minderjarige. De verdachte heeft verklaard dat hij zich heeft laten aftrekken door de minderjarige. Naar het oordeel van de rechtbank is er echter geen bewijs dat de verdachte de in de tenlastelegging omschreven handelingen heeft verricht.
Het tenlastegelegde is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
5. Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
6. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. P. Putters, voorzitter,
en mrs. A. Hello en A.A. Kalk, rechters,
in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst gewijzigde tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij, op of omstreeks 1 augustus 2019 te Rotterdam, althans in Nederland,
ontucht heeft gepleegd met [naam slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer],
die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van een of meer seksuele
handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren
maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt,
te weten het (meermalen) brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in
de mond en/of vagina van die [naam slachtoffer].