Strafrecht overig
Rechtbank Rotterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Rotterdam, 24 november 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:10272 · Rechtbank Rotterdam · 24 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2022-10272
Zaakgegevens
Op 24 november 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 24 november 2022
- Datum publicatie
- 28 november 2022
- Zaaknummer
- 10/107511-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:10272
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vrijspraak beroving
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/107511-21
Datum uitspraak: 24 november 2022
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres01] [postcode01] [plaats01] ,
raadsman mr. W.J. van Bel, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 november 2022.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding.
De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. S.M. Scheer heeft vrijspraak van het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde gevorderd.
4. Waardering van het bewijs
Vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend zijn bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
5. Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
6. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A. Verweij, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. K.J. van den Herik en J.J.J. Schols, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K.J. Berke, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 november 2022 .
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 7 september 2020 te [plaats01] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door
geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer01] heeft gedwongen tot de afgifte van geld (ter waarde van 10 euro), in
elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer01] toebehoorde,
door:
- tegen die [slachtoffer01] te zeggen: “hoeveel heb je bij je” en/of
- die [slachtoffer01] bij zijn kleding vast te pakken en/of (vervolgens) die [slachtoffer01] tegen een
abri en een muur van het perron te duwen en/of
- de doorgang te blokkeren van die [slachtoffer01] en/of
- (meermalen) tegen die [slachtoffer01] te zeggen: “geef het nu” en/of
- te stompen/slaan op de kaak van die [slachtoffer01] ;
2
hij op of omstreeks 7 september 2020 te [plaats01] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geld (ter waarde van 50 euro en/of 20 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten
dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te
weten aan [slachtoffer01] ,
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer01] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- tegen die [slachtoffer01] te zeggen: “is dat doekoe?” en/of “laat zien dan”, althans woorden
van gelijke aard en/of strekking en/of
- te trekken aan de portemonnee van die [slachtoffer01] ;