Strafrecht overig

Mega Paschi. Vrijspraak van deelname aan een criminele organisatie en het medeplegen van…

Rechtbank Rotterdam, 6 november 2023

Zaakgegevens

Op 6 november 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
6 november 2023
Datum publicatie
6 november 2023
Zaaknummer
10/750330-20
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:10300
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mega Paschi. Vrijspraak van deelname aan een criminele organisatie en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne. Het dossier bevat weliswaar aanwijzingen dat er enig contact is geweest tussen de verdachte en leden van de criminele organisatie, maar meer dan aanwijzingen zijn het niet: er wordt in de chatgesprekken hoogstens ‘over’ de verdachte gesproken. De rechtbank kan niet vaststellen wat de daadwerkelijke betrokkenheid van de verdachte is geweest bij de concrete verdenkingen zoals die ten laste zijn gelegd, zodat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/750330-20

Uitspraakdatum: 6 november 2023

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte01] ,

geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres01] ( [postcode01] ) te [plaats01] ,

bijgestaan door mr. J.N. Hoek, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 18, 21, 27 en 28 september en 23 oktober 2023.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Luijpen heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen van de invoer van cocaïne (feit 1) en aan deelname aan een criminele organisatie (feit 2). Uit de chatberichten blijkt dat het de bedoeling was om drie containers met ananas vanuit Colombia in Nederland in te voeren, waarbij in een van de containers tevens cocaïne zou zitten. De verdachte heeft daarin een rol gehad: aan het begin van de voorbereidingen van de invoer deed hij zaken en onderhield hij namens [bedrijf01] (V.O.F.) contacten met het crimineel samenwerkingsverband (hierna: het CSV). Later heeft hij zijn dochter, de medeverdachte [medeverdachte01] , voorzien van een EncroChat-telefoon zodat zij het contact met het CSV kon voortzetten. De verdachte wist, mede doordat hij twee jaar hiervoor betrokken was in een soortgelijke zaak en hierover ook is gehoord (onderzoek 26Pekin), dat het ging om verdovende middelen. Hij heeft met zijn handelen een actieve bijdrage geleverd aan het CSV.

4.1.2.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (het medeplegen van) voorbereidingshandelingen van de invoer van cocaïne (feit 1) en deelname aan een criminele organisatie (feit 2).

De rechtbank stelt vast dat de V.O.F. van de verdachte betrokken is geweest bij het voorbereiden van de invoer van cocaïne in Nederland. De verdachte ontkent enige betrokkenheid daarbij. Het dossier bevat aanwijzingen dat er enig contact is geweest tussen de verdachte en CSV-leden, zij het dat onduidelijk is (tot) wanneer dit contact door de verdachte werd onderhouden. Ook zijn er aanwijzingen dat de verdachte aan zijn dochter, [medeverdachte01] , op verzoek van leden van het CSV een EncroChat telefoon heeft gegeven en dat zij vanaf 3 april 2020 de contacten met het CSV onderhield. Meer dan aanwijzingen zijn het echter niet: er wordt in de chatgesprekken hoogstens ‘over’ de verdachte gesproken. Er zijn geen berichten in het dossier aanwezig die door de verdachte zelf zijn gestuurd. Weliswaar blijkt uit chatberichten van andere EncroChat-accounts dat er mogelijk fysieke afspraken zouden zijn gemaakt tussen de verdachte en andere CSV-leden en dat de verdachte geld zou hebben ontvangen, maar niet is gebleken dat die afspraken daadwerkelijk hebben plaatsgevonden of dat hij daadwerkelijk geld van het CSV heeft ontvangen. Het voorgaande betekent dat de rechtbank niet kan vaststellen wat de daadwerkelijke betrokkenheid van de verdachte is geweest bij de concrete verdenkingen zoals die ten laste zijn gelegd.

4.1.3.

Conclusie

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5 In beslag genomen voorwerpen

5.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen Rolex Oyster perp en € 2790,- verbeurd te verklaren.

5.2.

Beoordeling

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de in beslag genomen goederen worden teruggegeven aan de verdachte omdat hij integraal wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.

6 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

gelast de teruggave aan verdachte:

- RTRAA19510_631292 Horloge Rolex Oyster perp

- Een geldbedrag van € 2790,- ;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A. Boer, voorzitter,

mr. C. Laukens en mr. E. IJspeerd, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Ince en mr. V.J.H. Mooren, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 6 november 2023.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij,

in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 juni 2020 te

Rotterdam en/of Antwerpen, althans in Nederland en/of België,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van

de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken,

vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van grote

hoeveelheden cocaïne,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde

cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of

zijnde een ander middel zoals genoemd in lijst I van de Opiumwet, voor te

bereiden en/of te bevorderen, (telkens)

-één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen,

te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te

zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te

verschaffen en/of

-zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot

het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

-voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden

had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het/de hierboven

bedoelde feit(en),

hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) (telkens):

-in persoon, telefonisch en/of via chatberichten contact met één of meer

mededaders(s) onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken

gemaakt over het afleveren en/of opslaan en/of uithalen en/of verstrekken

en/of vervoeren van voornoemde cocaïne en/of

-een telefoon en/of geld verstrekt en/of ontvangen en/of

- transport geregeld en/of

-een (tussen)loods geregeld, al dan niet buiten het haventerrein en/of

-(vervolgens) de pallets met verdovende middelen, al dan niet in een

container en/of voertuig, verwisseld door identieke pallets met fruit en/of

groentewaar verwisseld en/of

- gezorgd voor zogenaamde wisselpallets en/of

-geregeld dat er voertuigen beschikbaar waren om de verdovende middelen te

Vervoeren.

2.

hij,

in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 juni 2020 te

Rotterdam en/of Antwerpen, althans in Nederland en/of België,

heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband

van natuurlijke personen, te weten (onder meer en/of voor zover bekend),

verdachte [medeverdachte02] en/of [medeverdachte03] en/of [medeverdachte01] en/of [medeverdachte04]

en/of [medeverdachte05] en/of [medeverdachte06] ,

die tot oogmerk had het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10

derde, vierde en vijfde lid en artikel 10a eerste lid van de Opiumwet.