Strafrecht overig

Dagvaarding geldig. Ongemotiveerde vrijspraak witwassen.

Rechtbank Rotterdam, 14 november 2023

Zaakgegevens

Op 14 november 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
14 november 2023
Datum publicatie
23 januari 2024
Zaaknummer
10-003602-22 (vonnis)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:12706
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dagvaarding geldig. Ongemotiveerde vrijspraak witwassen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10-003602-22

Datum uitspraak: 14 november 2023

Tegenspraak (279 Sv)

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte01] ,

geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1992,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01] , [postcode01] te [woonplaats01] ,

gemachtigd raadsman mr. T.W. Gijsberts, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 31 oktober 2023.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. T.J. Lindhout, heeft vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde.

4 Geldigheid dagvaarding

4.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard voor zover deze ziet op het bedrag van € 176.968,13, op de grond dat er geen sprake is van een voldoende concreet ten laste gelegd feit. Hiertoe is het volgende aangevoerd.

Het is op grond van de tenlastelegging in samenhang met het dossier duidelijk dat het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van € 176.968,13 de som betreft van alle bijschrijvingen op de rekeningen van de verdachte binnen de ten laste gelegde periode. Daartoe behoren ook salarisbetalingen, toeslagen, teruggaven van de belastingdienst en overboekingen van de ene naar de andere rekening; ten aanzien waarvan evident geen witwasvermoeden bestaat. De beoordeling ten aanzien van welke transacties dan wel een witwasvermoeden bestaat is aan de hand van de dagvaarding en het dossier niet te maken. Het gaat immers om honderden of duizenden transacties, een lange periode en een nadere concretisering van het Openbaar Ministerie ontbreekt.

4.2.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Zoals de raadsman heeft aangegeven beschikt de verdediging over de bankrekeningafschriften en transacties en derhalve is het voor de verdediging duidelijk welke geldbedragen bij elkaar opgeteld het ten laste gelegde geldbedrag van

€ 176.968,13 vormen. De hoogte van dit geldbedrag rechtvaardigt een vermoeden van witwassen. De verdachte heeft nagelaten een verifieerbare en op voorhand niet onaannemelijke verklaring af te leggen over de herkomst van het geld. Onder die omstandigheden staat het het Openbaar Ministerie vrij om de verdachte te dagvaarden.

4.3.

Conclusie

De dagvaarding is geldig.

5 Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

6 Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7 Beslissing

De rechtbank:

verklaart de dagvaarding geldig;

verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:
mr. P. Putters, voorzitter,

en mrs. M. van Zinnen en W.J.M. Diekman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

zij, in of omstreeks de periode 9 november 2021 tot en met 22 februari 2022, te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

(van) een of meerdere geldbedragen, te weten een geldbedrag met een totaalwaarde van ongeveer 176.968,13 euro en/of een geldbedrag met een totaalwaarde van ongeveer 1333,75 euro,

althans een of meer voorwerpen

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk en/of middellijk, geheel en/of gedeeltelijk - afkomstig was/waren uit enig en/of eigen misdrijf.