Strafrecht overig

De verdachte wordt vrijgesproken van het voorhanden hebben van een vuurwapen. De rechtbank kan niet…

Rechtbank Rotterdam, 17 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 17 oktober 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
17 oktober 2025
Datum publicatie
17 oktober 2025
Zaaknummer
10/237639-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:12195
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte wordt vrijgesproken van het voorhanden hebben van een vuurwapen. De rechtbank kan niet vaststellen dat zij zich bewust is geweest van de aanwezigheid van een vuurwapen. Zij heeft feitelijk niet kunnen beschikken over het wapen.

De zaak van de verdachte maakte onderdeel uit van een groter onderzoek naar de voorbereiding van de moord op de ex-partner van een oud-politieagente. De verdachte stond samen met vijf anderen terecht. De verdachte en nog een andere verdachte zijn vrijgesproken van iedere betrokkenheid. De oud-politieagente en twee andere verdachten werden, net als haar zoon, veroordeeld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/237639-24

Datum uitspraak: 17 oktober 2025

Datum zitting: 16 en 17 september 2025

Tegenspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het [adres] [postcode] [plaats] .

Advocaat van de verdachte: D.J. van Rinsum

Officieren van justitie: M.L. Goudzwaard en R.E.I. Steen (hierna: officier van justitie)

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij een vuurwapen voorhanden heeft gehad. De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat de verdachte:

in of omstreeks de periode van 1 april 2024 tot en met 27 juni 2024 te Rotterdam en/of Gorinchem en/of Sliedrecht, althans in Nederland, op één of meer tijdstippen, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een (omgebouwde) revolver van het merk BBM Olympic type 38 kaliber .22LR voorhanden heeft gehad.

2 Vrijspraak

De rechtbank stelt vast dat:

  • de verdachte samen met haar dochter, de [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) in de auto zat;

  • de verdachte de auto bestuurde;

  • de autorit enkele minuten duurde;

  • in de auto een rugzak lag met daarin een tasje met een wapen;

  • [medeverdachte] tijdens de autorit aan de verdachte heeft verteld dat er mogelijk een wapen in het tasje zat.

De vraag is of de verdachte zich in een meer of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van het wapen en of zij daarover heeft kunnen beschikken. De verdachte zelf zegt van niet.

De rechtbank is van oordeel dat de enkele mededeling van [medeverdachte] afgezet tegen de overige vaststellingen al mager is om daarop de bewustheid van de aanwezigheid van het wapen bij de verdachte te baseren. Daar komt bij dat de verpakkingswijze, de korte duur van de autorit en het feit dat de verdachte de auto bestuurde, maken dat de verdachte feitelijk niet heeft kunnen beschikken over het wapen. De beschuldiging is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt vrijgesproken.

3 Beslissing

Vrijspraak

De rechtbank verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

J.H. Janssen, voorzitter,

E. IJspeerd en A.L. Pöll, rechters,

in tegenwoordigheid van J. Soeteman, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 oktober 2025.