Strafrecht overig

Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vordering tot tenuitvoerlegging van de…

Rechtbank Rotterdam, 21 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 21 oktober 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
21 oktober 2025
Datum publicatie
26 januari 2026
Zaaknummer
10-168556-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:15502
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf die in België aan de veroordeelde is opgelegd. De erkenningsbeslissing is verzonden naar een oud adres van de veroordeelde terwijl een recent adres bekend was.

De rechtbank kon niet vaststellen of de veroordeelde op de hoogte was van de overdacht van de Belgische straf aan Nederland.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-168556-24

Datum zitting: 21 oktober 2025

Datum uitspraak: 21 oktober 2025

Veroordeelde: [veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

niet-ingezetene, vertrokken onbekend waarheen.

De veroordeelde is niet verschenen op de zitting.

1 Vordering

De officier van justitie mr. N. Daalder heeft een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf die de rechtbank eerste aanleg Antwerpen op 17 maart 2023 bij vonnis aan de veroordeelde heeft opgelegd. De vordering is gebaseerd op een rapport van de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering van 6 maart 2025.

2 Feiten

Bij bovengenoemd vonnis is de veroordeelde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 28 maanden, met een proeftijd van 5 jaar. Het vonnis is op 18 april 2023 onherroepelijk geworden.

De voorwaardelijke gevangenisstraf is overgedragen aan Nederland. De overdracht van de voorwaardelijke gevangenisstraf is erkend. De voorwaardelijke gevangenisstraf is hierbij aangepast naar 24 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De volgende voorwaarden zijn overgenomen:

  • geen nieuw strafbaar feit plegen;

  • meldplicht bij reclassering;

  • geen andere huisvesting zonder toestemming van het Openbaar Ministerie;

  • inspanningsverplichting voor het vinden en behouden van werk of opleiding.

De erkenningsbeslissing is bij brief van 22 mei 2024 verzonden naar de veroordeelde op het adres aan de [adres 1] , [postcode 1] in [plaats] . Op 22 mei 2024 stond de veroordeelde ingeschreven op de [adres 2] , [postcode 2] in [plaats] .

3 Beoordeling ontvankelijkheid

De veroordeelde moet een kennisgeving krijgen van de beslissing tot erkenning. De erkenningsbeslissing is verzonden naar een oud adres, terwijl het adres van de veroordeelde op dat moment, op grond van de informatiestaat SKDB-persoon, bekend was. Dit betekent dat de rechtbank niet kan vaststellen of de veroordeelde op de hoogte is geraakt van de overdracht van de Belgische straf aan Nederland. Het openbaar ministerie is daarom niet-ontvankelijk in de vordering.

4 Beslissing

De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering.

5 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Deze beslissing is genomen door:

mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,

en mrs. M.J.C. Spoormaker en B. Vaz, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 21 oktober 2025.

Artikel 3:10, derde lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties.