Strafrecht overig

Vrijspraak ten laste gelegde (teweegbrengen ontploffing). Op grond van de in het procesdossier aanwezige…

Rechtbank Rotterdam, 24 februari 2025

Zaakgegevens

Op 24 februari 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
24 februari 2025
Datum publicatie
9 mei 2025
Zaaknummer
10/223641-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:5673
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak ten laste gelegde (teweegbrengen ontploffing). Op grond van de in het procesdossier aanwezige bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat de verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/223641-24

Datum uitspraak: 24 februari 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1998,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,

raadsvrouw mr. M.H. Aalmoes, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 24 februari 2025.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. T.T.O. Bakker heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Er heeft een explosie plaatsgevonden bij een woning aan de [adres 2] te Rotterdam.

In de omgeving van de plaats delict zijn een schoen en tape aangetroffen met daarop het DNA-profiel van de verdachte. Op basis van de aangifte, de camerabeelden en het DNA-profiel van de verdachte op de schoen en de tape acht de officier van justitie het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.1.2.

Beoordeling

Op grond van de in het procesdossier aanwezige bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat de verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd. De schoen en de tape zijn op ongeveer 200 à 300 meter van het plaats delict aangetroffen. In het procesdossier bevinden zich geen andere bewijsmiddelen die de verdachte koppelen aan de explosie.

De enkele aanwezigheid van de schoen en de tape dwingt niet tot de conclusie dat de verdachte de pleger, dan wel de medepleger is van hetgeen hem ten laste gelegd wordt.

4.1.3.

Conclusie

Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.F. Smulders, voorzitter,

en mrs. A.P. Hameete en F. van Laanen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij, op of omstreeks 12 december 2022 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht in het

pand gelegen aan de [adres 2]

door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof en/of een stuk

(professioneel) vuurwerk/vuurwerkbom/brandbom, te weten een Cobra, met open

vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken en/of tot ontbranding te brengen

ten gevolge waarvan een ontploffing heeft plaatsgevonden en/of brand is ontstaan

en/of voornoemd pand en/of de inboedel van dat pand geheel of gedeeltelijk is

verbrand en/of beschadigd,

en daarvan:

- gemeen gevaar voor de in het pand aanwezige goederen, in elk geval gemeen

gevaar voor goederen en/of

- levensgevaar voor de bewoner(s)/aanwezige(n) welke zich in het pand bevonden,

in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of

- gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoner(s)/aanwezige(n) welke zich in

het pand bevonden, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander

of anderen,

te duchten was;

( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van

Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )