Strafrecht overig

Vrijspraak van het samen met anderen proberen een ander te bewegen tot het plegen van een moord (primair) en…

Rechtbank Rotterdam, 22 juli 2026

Zaakgegevens

Op 22 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
22 juli 2026
Datum publicatie
19 augustus 2026
Zaaknummer
10-306450-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10301
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak van het samen met anderen proberen een ander te bewegen tot het plegen van een moord (primair) en het samen met anderen voorbereiden van een moord (subsidiair). De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-306450-24

Datum uitspraak: 22 juli 2026

Datum zitting: 22 juli 2026

Verstek

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op [adres] , [postcode] te [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. M.A.C. de Bruijn

Officier van justitie: mr. C.C. Brandwijk

Benadeelde partij: [slachtoffer]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. N. Amine.

Kern van het vonnis

De verdachte wordt vrijgesproken van de primaire beschuldiging, inhoudende het samen met anderen proberen een ander te bewegen tot het plegen van een moord, en de subsidiaire beschuldiging, inhoudende het samen met anderen voorbereiden van een moord.

De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.

1 Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

Primair

hij op of omstreeks in de periode van 3 september 2024 tot en met 10 september 2024 te Rotterdam en/of Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, heeft gepoogd om [persoon A] en/of [persoon B] en/of één of meer anderen,

door in artikel 47, eerste lid, onder 2 Sr vermelden middelen, te weten door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen te bewegen om een misdrijf te begaan,

te weten het opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] , althans een persoon, van het leven te beroven,

immers heeft/hebben verdachten en/of zijn mededader(s) met dat opzet die [persoon A] en/of [persoon B] en/of één of meer anderen benaderd om dit strafbare feit te plegen, althans te laten plegen en/of heeft daartoe:

- een hoeveelheid geld in het vooruitzicht gesteld als hij/zij [slachtoffer] zou(den) doden, althans een of meer kogels op die [slachtoffer] zou(den) afvuren en/of

- de personalia en/of adres/locatiegegevens en/of een foto van [slachtoffer] verstrekt en/of

- een (vlucht)auto geregeld en/of

- een vuurwapen geregeld;

Subsidiair

hij op of omstreeks in de periode van 3 september 20224 tot en met 10 september 2024 te Rotterdam en/of Amsterdam, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter voorbereiding van een of meer misdrijven/misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord als bedoeld in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht,

opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen,

te weten

-een (vlucht)auto en/of

-een vuurwapen en/of

-identificerende gegevens en/of

-informatie over de verblijfplaats van het beoogde slachtoffer bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad.

2 Vrijspraak

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het primair en subsidiair ten laste gelegde feit.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Vrijspraak

De beschuldiging is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.

De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit oordeel niet verder zal motiveren.

3 Vordering van de benadeelde partij

3.1.

Vordering [benadeelde partij]

[slachtoffer] heeft als benadeelde partij voor het primaire en subsidiaire feit € 17.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

3.2.

Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Zowel door de officier van justitie als door de verdediging zijn geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, omdat de verdachte van het ten laste gelegde wordt vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

4 Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Vordering benadeelde partij

verklaart [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-.

5 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.G. van de Grampel, voorzitter,

en mrs. J.C. Oord en E. Laanen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 juli 2026.

Mr. E. Laanen is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.