Strafrecht overig

Mega Ridderkerk. Procesafspraken. Toepassing artikel 9a Sr: strafoplegging dient geen enkel strafdoel, omdat…

Rechtbank Rotterdam, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
21 augustus 2026
Zaaknummer
10.115516.22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10424
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mega Ridderkerk. Procesafspraken. Toepassing artikel 9a Sr: strafoplegging dient geen enkel strafdoel, omdat het feit flink gedateerd is.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10.115516.22

Datum uitspraak: 14 juli 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] [postcode] [woonplaats] ,

raadsman mr. S.R. Bordewijk, advocaat te Schiedam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 28 mei en 14 juli 2026.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Procesafspraken

Het Openbaar Ministerie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, hebben procesafspraken gemaakt over de afdoening van de strafzaak. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de (totstandkoming van de) procesafspraken. De procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door de verdachte, zijn raadsman en de officier van justitie is ondertekend op 28 mei 2026. Voorafgaand aan de zitting heeft de officier van justitie de overeenkomst aan de rechtbank verstrekt.

4 Bewezenverklaring

4.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd overeenkomstig de procesafspraken. Zij heeft de bewezenverklaring gevorderd van het medeplegen van witwassen van € 273.250,- en van het motorschip “ [schip 1] ” (feit 1), het feitelijk leidinggeven aan medeplegen van witwassen van geldbedragen (feit 2) en het medeplegen van witwassen van € 390.000,- en van het motorschip “ [schip 2] ” (feit 4 primair). Zij heeft de vrijspraak gevorderd van het medeplegen van valsheid in geschrift (feit 3).

4.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweren gevoerd.

4.3.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1

Zaaksdossier [schip 1]

hij in de periode van 2 juni 2016 tot en met 29 juni 2016 , in Nederland, althans te Piraeus, in ieder geval in Griekenland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, voorwerpen, te weten van eencontant geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 273.250,-- , bestaande uit de volgende contante stortingen:

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 100.000,-- , (ZD [schip 1] p. 29, bijlagen

p. 287) en

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 95.000,-- , (ZD [schip 1] p. 29, bijlagen

p. 288) en

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 5.000,--, en/of EUR 8.250,-- , (ZD

[schip 1] p. 30, bijlagen p. 289) en

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 65.000,-- (ZD [schip 1] p. 32, bijlagen p.

324) ;

en

- van een motorschip, m/v De [schip 1] , met IMO registratienummer [nummer 1] ,

heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en heeft omgezet en gebruik heeft gemaakt, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden, dat die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf;

2

Zaaksdossier [schip 2]

de commanditaire vennootschap [medeverdachte vennootschap] C.V . in de periode van 1 september 2017 tot en met 27 december 2018 te Ridderkerk , tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, voorwerpen, te weten van contante geldbedragen

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 350.000,-- , (ZD [schip 2] bijlagen p.

702) en

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 95.010 ,--, (ZD [schip 2] bijlagen p. 703)

(2102180900.D15 p. 753) en

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 82.500 ,--, (ZD [schip 2] bijlagen p. 704)

(2102180900.D16 p. 754) en

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 12.500 ,--, (ZD [schip 2] bijlagen p. 705)

(2102180900.D20 p. 758)

heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en gebruik heeft gemaakt, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf tot/aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, opdracht dan wel feitelijk leiding heeft gegeven;

4 ( primair)

Zaaksdossier [schip 3]

hij in de periode van 30 november 2018 tot en met 17 december 2018 te Ridderkerk,

tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, voorwerpen,

- te weten een contant geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 390.000,-- , (bestaande uit de aankoop en het vaarklaar maken van het mv [schip 3] ) en

- een motorschip, m/v [schip 3] , met IMO registratienummer [nummer 2] ,

voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en heeft omgezet en gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, dat die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd;

2.

medeplegen van witwassen, begaan door een rechtspersoon terwijl de verdachte aan de verboden gedraging opdracht of feitelijk leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;

4 (primair)

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straffen

7.1.

Procesafspraken

De rechtbank heeft tijdens de zitting met de verdachte de procesafspraken besproken die hij en zijn raadsman met de officier van justitie zijn overeengekomen. Daarbij zijn de vrijwilligheid van de procesafspraken, de bewustheid van de verdachte ten aanzien van de (inhoud) van de procesafspraken en de mogelijke gevolgen daarvan aan de orde gesteld. Volgens beide partijen heeft ten behoeve van het opstellen van de procesafspraken uitvoerig overleg plaatsgevonden. De rechtbank is geen partij bij deze procesafspraken en is niet gehouden tot naleving daarvan.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte weloverwogen en vrijwillig ingestemd met de procesafspraken en is hij zich bewust van de inhoud van de gemaakte afspraken, de procedure en de (mogelijke) gevolgen daarvan. Ook overigens is sprake van een eerlijk proces en voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt.

7.2.

Eis van de officier van justitie en standpunt van de verdediging

De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek van voorarrest, alsmede een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar.

De verdediging heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken geen strafmaatverweren gevoerd.

7.3.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft samen met anderen een geldbedrag van bijna drie ton, het motorschip “ [schip 1] ”, een bedrag van bijna vier ton en het motorschip “ [schip 3] ” witgewassen. Hij en zijn medeverdachten hebben de beschikking gekregen over dit geld, waarvan de verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat het een criminele herkomst had. Dit geld is vervolgens gebruikt voor de aankoop van die motorschepen. Verder heeft de verdachte als bestuurder van de vennootschap [medeverdachte vennootschap] C.V. (hierna: de vennootschap) (feitelijk) leiding gegeven aan het medeplegen van witwassen van een geldbedrag van bijna zes ton door die vennootschap. De verdachte en zijn medeverdachten hebben de beschikking gekregen over dit geld waarvan de verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat het een criminele herkomst had. Dit geld is vervolgens gebruikt voor de aankoop van het motorschip “ [schip 2] ”. Witwassen vormt een aantasting van de integriteit van het financiële en economische verkeer en heeft een corrumperende invloed op het reguliere handelsverkeer en is daarom zeer kwalijk.

7.4.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 juni 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.5.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het

opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de op te leggen straffen heeft

de rechtbank rekening gehouden met straffen die in min of meer vergelijkbare zaken worden opgelegd en met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals die op de zitting naar voren zijn gebracht. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de sterke doorwerking van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Aan de verdachte is immers na het plegen van de thans bewezen feiten nog een vrijheidsstaf van 3 jaar opgelegd. Ook is de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM fors overschreden. Dit dient te worden verdisconteerd in de op te leggen straf. De rechtbank heeft ook gekeken naar de in de procesafspraken overeengekomen straffen. Naar het oordeel van de rechtbank doen die, gelet op het voorgaande, in voldoende mate recht aan de ernst van de feiten en is, mede gelet op de omstandigheid dat is gekozen voor het maken van procesafspraken, sprake van redelijke straffen voor deze verdachte. Het voorwaardelijk strafdeel dient er mede toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegend, acht de rechtbank de door partijen overeengekomen straffen in dit geval passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

Het in beslag genomen motorschip “ [schip 2] ” zal worden verbeurd verklaard.

Het motorschip behoort aan de verdachte toe. De verdachte kan het geheel of ten dele ten eigen bate aanwenden en het is geheel of grotendeels door middel van het strafbare feit onder 2 verkregen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 51, 57, 63, en 420 bis en 420 quater van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 4 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van tweehonderdenveertig (240) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek tweehonderd en achtentwintig (228) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 114 dagen;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 1 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beslist ten aanzien van het voorwerp, geplaatst op de lijst van in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 2:

het motorschip “ [schip 2] ”.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feraaune, voorzitter,

en mrs. A.S. Flikweert en J. van de Klashorst, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 juli 2026.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

Zaaksdossier [schip 1]

hij op tijdstippen in de periode van 2 juni 2016 tot en met 29 juni 2016 , althans in

juni 2016 in Nederland, althans te Piraeus, in ieder geval in Griekenland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal van één of meerdere voorwerpen, te weten van (een) contant geldbedrag(en) geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 273.250,-- , bestaande uit de volgende contante stortingen:

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 100.000,-- , (ZD [schip 1] p. 29, bijlagen

p. 287) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 95.000,-- , (ZD [schip 1] p. 29, bijlagen

p. 288) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 5.000,--, en/of EUR 8.250,-- , (ZD

[schip 1] p. 30, bijlagen p. 289) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 65.000,-- (ZD [schip 1] p. 32, bijlagen p.

324) ;

althans EUR 180.000 , althans van enig geldbedrag

en/of

- van een motorschip, m/v [schip 1] , met IMO registratienummer [nummer 1] ,

althans een motorschip,

de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig misdrijf;

2

Zaaksdossier [schip 2]

de commanditaire vennootschap [medeverdachte vennootschap] C.V . in de periode van 1 september 2017 tot en met 27 december 2018 te Ridderkerk , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal één of meerdere voorwerpen, te weten van (een) of meer contant geldbedrag(en)

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 350.000,-- , (ZD [schip 2] bijlagen p.

702) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 95.010 ,--, (ZD [schip 2] bijlagen p. 703)

(2102180900.D15 p. 753) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 82.500 ,--, (ZD [schip 2] bijlagen p. 704)

(2102180900.D16 p. 754) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 12.500 ,--, (ZD [schip 2] bijlagen p. 705)

(2102180900.D20 p. 758)

althans van enig geldbedrag,

de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf, tot/aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, opdracht dan wel feitelijk leiding heeft gegeven;

3

Zaaksdossier [schip 2]

hij op of omstreeks 10 september 2019 te Ridderkerk en/of te Rotterdam , althans in

Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans allen, één of meer document(en), te weten

- CMR (vrachtbrief) vervoer 40ft’s zeecontainer GCIU – 0004231 (1909030800.D05

ZD [schip 2] bijlagen p. 76 ) en/of

- CMR (vrachtbrief) vervoer 40ft’s zeecontainer GCIU – 0004571 (1909030800.D06

ZD [schip 2] bijlagen p. 77) en/of

- CMR (vrachtbrief) vervoer 40ft’s zeecontainer GCIU – 0004591 (1909030800.D07

ZD [schip 2] bijlagen p. 78) en/of

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, door opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid in die CMR (vrachtbrief) (telkens) als stuwadoor [bedrijf 1] B.V. te [plaats] en “wordt getekend voor de ontvangst van goederen op 10 september 2017 door [bedrijf 1] BV voor opvolgend (zee)transport” te vermelden, terwijl deze goederen nimmer door [bedrijf 1] B.V. zijn ontvangen voor verder transport, zulks met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

4

Zaaksdossier [schip 3]

hij in de periode van 30 november 2018 tot en met 17 december 2018 te Ridderkerk,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal één of meerdere voorwerpen,

- te weten van (een) contant geldbedrag(en) van van in totaal ongeveer EUR 390.000,-- , (bestaande uit de aankoop en het vaarklaar maken van het mv [schip 3] ) althans van enig geldbedrag en/of

- een motorschip, m/v [schip 3] , met IMO registratienummer [nummer 2] , althans

een motorschip,

de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

de besloten vennootschap [medeverdachte rechtspersoon] B.V. in de periode van 30 november 2018 tot

en met 17 december 2018 te Ridderkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal één of meerdere voorwerpen,

- te weten van (een) contant geldbedrag(en) van in totaal ongeveer EUR 390.000,-- ,

(bestaande uit de aankoop en het vaarklaar maken van het mv [schip 3] ) althans

van enig geldbedrag en/of

- een motorschip, m/v [schip 3] , met IMO registratienummer [nummer 2] , althans

een motorschip,

de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf.

tot/aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, opdracht dan wel feitelijk

leiding heeft gegeven.