Strafrecht overig

Mega Ridderkerk. Procesafspraken. Toepassing artikel 9a Sr: strafoplegging dient geen enkel strafdoel, omdat…

Rechtbank Rotterdam, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
21 augustus 2026
Zaaknummer
10.120201.22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10425
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mega Ridderkerk. Procesafspraken. Toepassing artikel 9a Sr: strafoplegging dient geen enkel strafdoel, omdat het feit flink gedateerd is.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10.120201.22

Datum uitspraak: 14 juli 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte rechtspersoon:

[verdachte rechtspersoon] B.V.,

gevestigd [adres] , [postcode] [vestigingsplaats] ,

raadsman mr. S.R. Bordewijk, advocaat te Schiedam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 28 mei en 14 juli 2026.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Procesafspraken

Het Openbaar Ministerie en de verdachte rechtspersoon, bijgestaan door haar raadsman, hebben procesafspraken gemaakt over de afdoening van de strafzaak. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de (totstandkoming van de) procesafspraken. De procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door de bestuurder van de verdachte rechtspersoon, zijn raadsman en de officier van justitie is ondertekend op 28 mei 2026. De overeenkomst is voorafgaand aan de zitting door de officier van justitie aan de rechtbank verstrekt.

4 Bewezenverklaring

4.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd overeenkomstig de procesafspraken. Zij heeft de bewezenverklaring gevorderd van het medeplegen van witwassen van € 390.000,- en van het motorschip “ [schip 1] ”.

4.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweren gevoerd.

4.3.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte rechtspersoon het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

Zaaksdossier [schip 1]

zij,

[verdachte rechtspersoon] B.V. in de periode van 30 november 2018

tot en met 17 december 2018 te Ridderkerk, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, voorwerpen,

- te weten een contant geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 390.000,-- ,

(bestaande uit de aankoop en het vaarklaar maken van het mv [schip 1] ) en

- een motorschip, m/v [schip 1] , met IMO registratienummer [nummer] ,

heeft verworven envoorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en heeft omgezet en gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte rechtspersoon moet daarvan worden vrijgesproken.

De overtuiging dat de verdachte rechtspersoon het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte rechtspersoon

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte rechtspersoon uitsluit.

De verdachte rechtspersoon is dus strafbaar.

7 Motivering toepassing artikel 9a van het Wetboek van strafrecht

De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat de verdachte rechtspersoon wordt schuldig verklaard, zonder oplegging van straf.

Bij het bepalen van de aan de verdachte rechtspersoon op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de draagkracht van de verdachte rechtspersoon. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte rechtspersoon heeft samen met anderen een geldbedrag van bijna vier ton en het motorchip “ [schip 1] ” witgewassen. Zij hebben de beschikking gekregen over dit geld waarvan zij wisten dat dit een criminele herkomst had en hebben dit geld vervolgens gebruikt voor de aankoop van dat motorschip. Witwassen vormt een aantasting van de integriteit van het financiële en economische verkeer en heeft een corrumperende invloed op het reguliere handelsverkeer en is daarom zeer kwalijk.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte rechtspersoon niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De verdachte rechtspersoon is na 2018 ook niet opnieuw met politie en justitie in aanraking gekomen.

Voor het bewezen verklaarde feit zou het opleggen van een boete op zijn plaats zijn. De rechtbank ziet evenwel aanleiding om, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het volgende is daarbij van belang. Het feit is flink gedateerd: het is meer dan zeven jaren geleden gepleegd. Onder deze omstandigheden dient oplegging van een straf of maatregel geen enkel strafdoel meer. De verdachte rechtspersoon wordt daarom schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

8 Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

9 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte rechtspersoon het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte rechtspersoon strafbaar;

bepaalt dat ten aanzien van het bewezen verklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feraaune, voorzitter,

en mrs. A.S. Flikweert en J. van de Klashorst, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 14 juli 2026.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Zaaksdossier [schip 1]

zij,

[verdachte rechtspersoon] B.V. in de periode van 30 november 2018

tot en met 17 december 2018 te Ridderkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal één of meerdere voorwerpen,

- te weten van (een) contant geldbedrag(en) van in totaal ongeveer EUR 390.000,-- ,

(bestaande uit de aankoop en het vaarklaar maken van het mv [schip 1] ) althans

van enig geldbedrag en/of

- van een motorschip, m/v [schip 1] , met IMO registratienummer [nummer] ,

althans een motorschip,

de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf.