Strafrecht overig

Mega Ridderkerk. ZD [schip 1]: vrijspraak medeplegen van witwassen. veroordeling in verband met feitelijk…

Rechtbank Rotterdam, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
21 augustus 2026
Zaaknummer
10.336527.21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10426
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mega Ridderkerk. ZD [schip 1]: vrijspraak medeplegen van witwassen. veroordeling in verband met feitelijk leidinggeven aan medeplegen van witwassen meermalen gepleegd, tot een gevangenisstraf van vijf maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10.336527.21

Datum uitspraak: 14 juli 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] [postcode] [woonplaats] ,

raadsvrouw mr. S. Kegreisz, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 28 mei en 14 juli 2026.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. S. Sondermeijer heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van een jaar met aftrek van voorarrest en een geldboete van € 100.000,-.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak feit 2 zaaksdossier [schip 1]

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte samen met anderen een geldbedrag van € 275.000,- en het motorschip “ [schip 1] ” heeft witgewassen.

4.1.2.

Beoordeling

De officier van justitie heeft op de zitting gerekwireerd tot bewezenverklaring van medeplegen van witwassen zonder brondelict, aangezien de herkomst van het geld voor de financiering van het motorschip onbekend is. Dit betekent dat het dossier geen bewijs bevat voor een concreet gronddelict waaruit een criminele herkomst kan worden afgeleid. Om alsnog tot bewezenverklaring van witwassen te kunnen komen, dienen de volgende stappen te worden doorlopen. Allereerst zal moeten worden vastgesteld of de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien dat het geval is, mag van de verdachte, als de Ultimate Beneficial Owner (hierna UBO) van de verdachte rechtspersoon [verdachte rechtspersoon] (hierna: [verdachte rechtspersoon] ), worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Die verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn. Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen mede een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan een tegenwicht aan de verdenking heeft geboden of dat hij pas in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet.

Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geld. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geld waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Overwegingen

De door de officier van justitie aangedragen feiten en omstandigheden volgen uit het dossier en bieden grondslag voor de conclusie dat sprake is van een vermoeden van witwassen ten aanzien van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van € 275.000,- en het motorschip “ [schip 1] ”.

De verdachte heeft bij de FIOD een verklaring afgelegd over de herkomst van de gelden, namelijk dat hij met [verdachte rechtspersoon] voor het bedrijf [bedrijf 1] B.V. te [plaats] onderdelen inkocht in China en dat hij hiervoor ruim negen ton (€ 900.000,-) ontving. Deze verklaring is op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijk. Bovendien heeft de verdachte verklaard dat de marge hiervoor tussen 20% en 50% lag, hetgeen neerkomt op een bedrag van minimaal

€ 180.000,- en maximaal € 450.000,-. Aangezien [verdachte] slechts één keer door de FIOD is verhoord, gaat de stelling van het Openbaar Ministerie dat hij wisselend heeft verklaard niet op. Bovendien wordt zijn verklaring in zijn verhoor op dat punt concreet en verifieerbaar gemaakt door zijn latere schriftelijke verklaring van 26 september 2023, waarin hij een toelichting geeft op de transacties met [bedrijf 1] B.V. Ook heeft de verdachte verklaard dat de bankafschriften van [verdachte rechtspersoon] , waarop de hiervoor bedoelde geldstromen te zien zouden zijn, in het bezit zijn van het Openbaar Ministerie, hetgeen door het Openbaar Ministerie niet is betwist. Dat [verdachte rechtspersoon] geen onderliggende stukken (zoals facturen) heeft kan vraagtekens oproepen, maar maakt niet dat de verklaring op zichzelf niet verifieerbaar is.

In het licht van het voorgaande had het op de weg van het Openbaar Ministerie gelegen om nader onderzoek te doen bij in ieder geval [bedrijf 1] B.V., en bij andere bedrijven zoals die uit de bankafschriften blijken, ter verificatie van de door de verdachte afgelegde verklaringen. Een dergelijk onderzoek heeft echter nooit plaatsgevonden, ondanks dat het Openbaar Ministerie hiervoor voldoende tijd heeft gehad. Naar het oordeel van de rechtbank kan bij deze stand van zaken niet worden uitgesloten dat het geldbedrag van

€ 275.000,-, dat is gebruikt voor de aankoop van het motorschip “ [schip 1] ”, een legale herkomst heeft. Er kan daarom niet worden gezegd dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

4.1.3.

Conclusie

Het ten laste gelegde witwassen van gelden en het motorschip “ [schip 1] ” is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.2.

Bewijswaardering feit 1 zaaksdossier [schip 2]

4.2.1.

Standpunt verdediging

Het ten laste gelegde feitelijk leiding geven aan het medeplegen van witwassen van geldbedragen kan niet bewezen worden verklaard omdat er geen bewijs is dat de voorwerpen afkomstig zijn uit enig misdrijf. Evenmin is er bewijs van verhullingshandelingen. De door de verdachte afgelegde verklaring over de legale herkomst van de voorwerpen is concreet en verifieerbaar en is niet weerlegd door het Openbaar Ministerie. De verdachte dient daarom te worden vrijgesproken.

4.2.2.

Beoordeling

Zoals hiervoor is overwogen in paragraaf 4.1.2, bevat het dossier geen bewijs van een concreet gronddelict waaruit de criminele herkomst van het geld kan worden afgeleid. Dat betekent dat de rechtbank ook hier de in die paragraaf omschreven stappen zal zetten. Gelet op de ten laste gelegde periode zal de rechtbank – anders dan bij de tenlastelegging van [verdachte rechtspersoon] het geval is – alle ten laste gelegde geldbedragen (het witwassen van het motorschip [schip 2] is niet ten laste gelegd) in ogenschouw nemen.

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

- Algemeen

De vennootschap [medeverdachte vennootschap] C.V. (hierna: [medeverdachte vennootschap] ) heeft het motorschip “ [schip 2] ” aangekocht. [medeverdachte vennootschap] heeft als beherend vennoot [medeverdachte rechtspersoon 1] B.V. (hierna: [medeverdachte rechtspersoon 1] ), waarvan [medeverdachte 1] de bestuurder was. Het motorschip “ [schip 3] ” is aangekocht door [medeverdachte rechtspersoon 2] B.V., waarvan de verdachte [medeverdachte 2] de bestuurder was.

- Witwastypologieën

[verdachte rechtspersoon] is gevestigd in [land] , een zogenoemd belastingparadijs. Op dat adres vinden geen bedrijfsactiviteiten plaats en uit niets blijkt dat [verdachte rechtspersoon] actief is in de scheepvaart. Desondanks doet zij vanaf haar bankrekening vier deelbetalingen aan [medeverdachte rechtspersoon 1] voor een totaal bedrag van € 350.000,- voor de aankoop van generatorensets en het (verdere) vervoer ervan met het motorschip “ [schip 3] ” vanuit Griekenland naar [land] . Als stuwadoor op de vrachtbrieven stond de firma [bedrijf 2] vermeld. Echter, het vervoer van de generatorensets heeft aantoonbaar niet plaatsgevonden. Het motorschip [schip 3] heeft de Middellandse zee nimmer verlaten, de stuwadoor heeft de generatoren nooit ontvangen en vervoert uitsluitend naar Kaapverdië en niet naar het Caribisch gebied. Voorafgaand aan deze deelbetalingen werd de bankrekening van [verdachte rechtspersoon] gevoed door betalingen van bedrijven die evenmin actief in de scheepvaart zijn en zonder dat duidelijk is geworden welke diensten hiertegenover hebben gestaan. Verder heeft [verdachte rechtspersoon] op 4 oktober 2017 een bedrag van € 65.000,- overgemaakt naar [medeverdachte rechtspersoon 1] , met als omschrijving ‘generators’. Hiervan zijn echter noch fysiek noch digitaal stukken aangetroffen. Ook heeft [verdachte rechtspersoon] vanaf haar bankrekening op drie momenten betalingen gedaan aan [medeverdachte vennootschap] met betrekking tot de exploitatie van het motorschip “ [schip 2] ”. Omdat zij daarbij geen partij was, ligt het niet in de rede dat [verdachte rechtspersoon] die kosten voor haar rekening zou nemen. Bovendien klopten de omschrijvingen op de aangetroffen facturen niet met die op de bankafschriften.

De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen.

- Verklaring verdachte

De verklaring die de verdachte met betrekking tot deze geldbedragen heeft afgelegd op de terechtzitting, te weten dat hij heeft betaald op verzoek van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , zijnde de bestuurders van respectievelijk [medeverdachte vennootschap] en [medeverdachte rechtspersoon 1] , dat hij niet wist waarvoor hij betaalde en dat hij pas bij ontvangst van de facturen zag dat de omschrijvingen niet strookten met de omschrijvingen van de bankafschriften, is niet concreet, niet verifieerbaar en hoogst onwaarschijnlijk. Uit hetgeen de verdachte heeft verklaard over het ten laste gelegde witwassen van het bedrag van € 275.000,- en het motorschip “ [schip 1] ” (feit 2) blijkt immers dat hij betrokken was bij de bedrijfsvoering van [verdachte rechtspersoon] , wist wat er gebeurde en goed op de hoogte was van de geldstromen die hierin omgingen. Dit betekent dat de verdachte er niet in is geslaagd het vermoeden van witwassen te weerleggen.De rechtbank komt daarom tot de conclusie een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring van het geld kan gelden en dat de verdachte dit wist.

4.2.3.

Conclusie

Wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het feitelijk leiding geven aan het medeplegen van het witwassen door [verdachte rechtspersoon] van de hiervoor genoemde geldbedragen. De verweren worden verworpen.

4.3.

Bewezenverklaring

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1 (primair)

Zaaksdossier [schip 2]

[verdachte rechtspersoon] in de periode van 1 september 2017 tot en met 27

december 2018 te Ridderkerk en/of Rotterdam, meermalen, voorwerpen, te weten van contante geldbedragen van in totaal ongeveer EUR 350.000 (ZD [schip 2] bijlagen p. 702) en

een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 95.010 ,--, (2102180900.D15 p. 753) (ZD

[schip 2] bijlagen p. 703) en

een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 82.500 ,--, (2102180900.D16 p. 754) ,--,

(ZD [schip 2] bijlagen p. 704) en

een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 12.500 ,--, (2102180900.D20 p. 758) (ZD

[schip 2] bijlagen p. 705) en

een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 65.000,-- (ZD [schip 2] p. 707) en

een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 21.010,35 (ZD [schip 2] p. 707) en

een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 2.362,50 (ZD [schip 2] p 707)

heeft verborgen en verhuld wie de rechthebbende was en heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en heeft omgezet terwijl hij wist dat die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf, tot/aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, opdracht dan wel feitelijk leiding heeft gegeven.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

medeplegen van witwassen, begaan door een rechtspersoon terwijl hij aan de verboden gedraging feitelijk leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straffen

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft doelbewust leiding gegeven aan het witwassen van grote geldbedragen. Hij maakte vanaf de bankrekening van [verdachte rechtspersoon] grote geldbedragen over naar [medeverdachte vennootschap] en [medeverdachte rechtspersoon 1] en gebruikte [verdachte rechtspersoon] als witwasvehikel. Om de overschrijvingen te verantwoorden en te verhullen dat met dat geld een motorschip werd aangekocht, werden valse facturen en vrachtbrieven opgemaakt. Dergelijke witwaspraktijken vormen een bedreiging voor het reguliere handels- en betalingsverkeer en tasten de integriteit daarvan ernstig aan. De verdachte heeft zich kennelijk niet bekommerd om de gevolgen van zijn gedragingen voor de samenleving binnen en buiten Nederland. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 juni 2026, waaruit blijkt dat de verdachte recentelijk, zij het nog niet onherroepelijk, is veroordeeld voor onder meer gewoontewitwassen en daarvoor een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is derhalve van toepassing.

7.4.

Straftoemeting

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, concludeert de rechtbank als volgt. Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken gewoonlijk worden opgelegd.

Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Verder heeft de rechtbank slechts één feit bewezen verklaard. De rechtbank zal daarom een gevangenisstraf van kortere duur, te weten vijf maanden, opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding meer om daarnaast een geldboete op te leggen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 51, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feraaune, voorzitter,

en mrs. A.S. Flikweert en J. van de Klashorst, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 14 juli 2026.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

Zaaksdossier [schip 2]

[verdachte rechtspersoon] in de periode van 1 september 2017 tot en met 27

december 2018 te Ridderkerk en/of Rotterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal één of meerdere voorwerpen, te weten van (een) of meer contant geldbedrag(en) een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 350.000,-- , (ZD [schip 2] bijlagen p. 702) en/of

een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 95.010 ,--, (2102180900.D15 p. 753) (ZD

[schip 2] bijlagen p. 703) en/of

een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 82.500 ,--, (2102180900.D16 p. 754) ,--,

(ZD [schip 2] bijlagen p. 704) en/of

een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 12.500 ,--, (2102180900.D20 p. 758) (ZD

[schip 2] bijlagen p. 705) en/of

een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 65.000,-- (ZD [schip 2] p. 707) en/of

een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 21.010,35 (ZD [schip 2] p. 707) en/of

een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 2.362,50 (ZD [schip 2] p 707)

althans van enig geldbedrag,

de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf, tot/aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, opdracht dan wel feitelijk leiding heeft gegeven;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij

in de periode van 1 september 2017 tot en met 27 december 2018 te Ridderkerk en/of Rotterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal één of meerdere voorwerpen, te weten van (een) of meer contant geldbedrag(en)

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 350.000,-- , (ZD [schip 2] bijlagen p.

702) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 95.010 ,--, (2102180900.D15 p. 753) (ZD

[schip 2] bijlagen p. 703) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 82.500 ,--, (2102180900.D16 p. 754) ,--,

(ZD [schip 2] bijlagen p. 704) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 12.500 ,--, (2102180900.D20 p. 758) (ZD

[schip 2] bijlagen p. 705) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 65.000,-- (ZD [schip 2] p. 707) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 21.010,35 (ZD [schip 2] p. 707) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 2.362,50 (ZD [schip 2] p 707)

althans van enig geldbedrag,

de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf,

2

Zaaksdossier [schip 1]

zij,

[verdachte rechtspersoon] in de periode van 30 november 2018 tot en met 17

december 2018 te Rotterdam en/of Ridderkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal één of meerdere voorwerpen, te weten van (een) contant geldbedrag(en) van in totaal Eur 390.000,--, althans EUR 275.000,--, (bestaande uit de aankoop en het vaarklaar maken van het mv [schip 1] ) althans van enig geldbedrag, de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf, tot/aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, opdracht dan wel feitelijk leiding heeft gegeven;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij

in de periode van 30 november 2018 tot en met 17 december 2018 te Rotterdam en/of Ridderkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans

éénmaal één of meerdere voorwerpen, te weten van (een) contant geldbedrag(en) van in totaal ongeveer EUR 390.000,- , althans EUR 275.000,-- , (bestaande uit de aankoop en het vaarklaar maken van het mv [schip 1] ) althans van enig geldbedrag, de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf.