Strafrecht overig
Mega Ridderkerk. Procesafspraken. Toepassing artikel 9a Sr: strafoplegging dient geen enkel strafdoel, omdat…
Rechtbank Rotterdam, 14 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10427 · Rechtbank Rotterdam · 14 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-10427
Zaakgegevens
Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Datum publicatie
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10.336529.21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10427
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mega Ridderkerk. Procesafspraken. Toepassing artikel 9a Sr: strafoplegging dient geen enkel strafdoel, omdat het feit flink gedateerd is.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10.336529.21
Datum uitspraak: 14 juli 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte rechtspersoon:
[verdachte rechtspersoon] B.V.,
gevestigd: [adres] , [postcode] [vestigingsplaats] ,
raadsman mr. S.R. Bordewijk, advocaat te Schiedam.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 28 mei en 14 juli 2026.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte rechtspersoon is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3 Procesafspraken
Het Openbaar Ministerie en de verdachte rechtspersoon, bijgestaan door haar raadsman, hebben procesafspraken gemaakt over de afdoening van de strafzaak. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de (totstandkoming van de) procesafspraken. De procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door de bestuurder van de verdachte rechtspersoon, zijn raadsman en de officier van justitie is ondertekend op 28 mei 2026. Voorafgaand aan de zitting heeft de officier van justitie de overeenkomst aan de rechtbank verstrekt.
4 Bewezenverklaring
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd overeenkomstig de procesafspraken. Zij heeft de bewezenverklaring gevorderd van het medeplegen van witwassen van € 275.000,- en van het motorschip “ [schip] ”.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweren gevoerd.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte rechtspersoon het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
Zaaksdossier [schip]
zij,
[verdachte rechtspersoon] B.V. in de periode van 2 juni 2016 tot en met 29 juni 2016 , in Nederland, althans te Piraeus en/of in Griekenland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, voorwerpen, te weten een contant geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 273.250,-- , bestaande uit de volgende contante stortingen:
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 100.000,-- , (ZD [schip] p. 29, bijlagen
p. 287) en
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 95.000,-- , (ZD [schip] p. 29, bijlagen
p. 288) en
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 5.000,--, en/of EUR 8.250,-- , (ZD
[schip] p. 30, bijlagen p. 289) en
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 65.000,-- (ZD [schip] p. 32, bijlagen p.
324) ;
en
- een motorschip, m/v [schip] , met IMO registratienummer [nummer] ,
heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en heeft omgezet en gebruik heeft gemaakt, terwijl zij redelijkerwijs moest vermoeden dat die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte rechtspersoon moet daarvan worden vrijgesproken.
De overtuiging dat de verdachte rechtspersoon het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.
5 Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluit.
Het feit is dus strafbaar.
6 Strafbaarheid verdachte rechtspersoon
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte rechtspersoon uitsluit.
De verdachte rechtspersoon is dus strafbaar.
7 Motivering toepassing artikel 9a van het Wetboek van strafrecht
De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat de verdachte rechtspersoon wordt schuldig verklaard, zonder oplegging van straf.
Bij het bepalen van een eventuele straf of maatregel heeft de rechtbank gekeken naar de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder die feiten zijn begaan en de draagkracht van de rechtspersoon. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte rechtspersoon heeft samen met anderen een geldbedrag van ruim zes ton en het motorschip “ [schip] ” witgewassen. Ze hebben de beschikking gekregen over dit geld waarvan de verdachte rechtspersoon redelijkerwijs moest vermoeden dat het een criminele herkomst had en hebben dit vervolgens gebruikt voor de aankoop van dat schip. Witwassen vormt een aantasting van de integriteit van het financiële en economische verkeer en heeft een corrumperende invloed op het reguliere handelsverkeer. Het is daarom zeer kwalijk.
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De verdachte rechtspersoon is daarna evenmin met politie en justitie in aanraking gekomen.
Voor het bewezen verklaarde feit zou het opleggen van een boete op zijn plaats zijn. De rechtbank ziet evenwel aanleiding om, zoals de officier van justitie heeft geconcludeerd, toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het volgende is daarbij van belang. Het feit is flink gedateerd: het is meer dan zeven jaren geleden gepleegd. Onder deze omstandigheden dient oplegging van een straf of maatregel geen enkel strafdoel meer. De verdachte rechtspersoon wordt daarom schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
8 Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
9 Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte rechtspersoon het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte rechtspersoon meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte rechtspersoon strafbaar;
bepaalt dat ten aanzien van het bewezen verklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feraaune, voorzitter,
en mrs. A.S. Flikweert en J. van de Klashorst, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 14 juli 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte rechtspersoon wordt ten laste gelegd dat
Zaaksdossier [schip]
zij,
[verdachte rechtspersoon] B.V. op tijdstippen in de periode van 2 juni 2016 tot en met 29 juni 2016 , in Nederland, althans te Piraeus en/of in Griekenland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal van één of meerdere voorwerpen, te weten van (een) contant geldbedrag(en) geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 273.250,-- , bestaande uit de volgende contante stortingen:
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 100.000,-- , (ZD [schip] p. 29, bijlagen
p. 287) en/of
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 95.000,-- , (ZD [schip] p. 29, bijlagen
p. 288) en/of
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 5.000,--, en/of EUR 8.250,-- , (ZD
[schip] p. 30, bijlagen p. 289) en/of
- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 65.000,-- (ZD [schip] p. 32, bijlagen p.
324) ;
althans EUR 180.000 , althans van enig geldbedrag
en/of
- van een motorschip, m/v [schip] , met IMO registratienummer [nummer] ,
althans een motorschip,
de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of de
verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of
verhuld wie de rechthebbende was en/of heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf.