Strafrecht overig

Mega Ridderkerk. Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd. Toepassing artikel 9a Sr. Feit is flink…

Rechtbank Rotterdam, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
21 augustus 2026
Zaaknummer
10.339365.21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10429
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mega Ridderkerk. Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd. Toepassing artikel 9a Sr. Feit is flink gedateerd en rechtspersoon na aanvang vervolging ontbonden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10.339365.21

Datum uitspraak: 14 juli 2026

Verstek

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte rechtspersoon:

[verdachte rechtspersoon] B.V.,

gevestigd [adres] , [postcode] [vestigingsplaats] .

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 mei en 14 juli 2026.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte rechtspersoon is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. S. Sondermeijer heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • veroordeling van de verdachte rechtspersoon zonder oplegging van straf of maatregel.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak met betrekking tot feit 1

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

Aangevoerd is dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte rechtspersoon meerdere geldbedragen en het motorschip “ [schip 1] ” heeft witgewassen.

4.1.2.

Beoordeling

- Geldbedragen € 350.000,-, € 65,000,- en € 21.010,36 (eerste, vijfde en zesde gedachtestreepje)

De data waarop de verdachte rechtspersoon de (deel)betalingen op haar bankrekening heeft ontvangen van [medeverdachte rechtspersoon] ( [medeverdachte rechtspersoon] ) en/of de data waarop zij die op haar beurt heeft doorgestort naar [medeverdachte vennootschap] C.V., vallen buiten de ten laste gelegde periode. Om die reden kan niet worden bewezen dat de verdachte rechtspersoon voornoemde geldbedragen heeft witgewassen.

- Geldbedragen € 95.010,-, € 82.500,-, € 12.500,- en € 2.362,50 (tweede, derde, vierde en zevende gedachtestreepje)

Uit de stukken in het dossier blijkt weliswaar dat [medeverdachte rechtspersoon] geldbedragen naar de bankrekening van [medeverdachte vennootschap] CV heeft overgeboekt, echter enige betrokkenheid van de verdachte rechtspersoon daarbij valt uit het dossier niet af te leiden. Daarom kan niet bewezen worden verklaard dat de verdachte rechtspersoon voornoemde geldbedragen heeft witgewassen.

- Motorschip “ [schip 1] ”

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte rechtspersoon de geldbedragen zoals genoemd in de tenlastelegging vervolgens heeft gebruikt voor de aankoop van het motorschip “ [schip 1] ”. Echter, nu het witwassen van de geldbedragen niet bewezen kan worden verklaard, kan evenmin bewezen worden verklaard dat de verdachte rechtspersoon het motorschip “ [schip 1] ” heeft witgewassen.

4.1.3.

Conclusie

Het onder 1 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte rechtspersoon wordt daarvan vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring feit 2

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte rechtspersoon het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

2.

Zaaksdossier [schip 2]

zij,

[verdachte rechtspersoon] B.V. in de periode van 30 november 2018 tot en met 17 december 2018 te Ridderkerk, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, voorwerpen, te weten

- een (contant) geldbedrag van in totaal EUR 40.000

voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen terwijl zij wist dat dit voorwerpen geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig waren uit enig eigen misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte rechtspersoon moet ook daarvan worden vrijgesproken.

De overtuiging dat de verdachte rechtspersoon het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

6 Strafbaarheid feit

De bewezen feiten leveren op:

Feit 2:

medeplegen witwassen, meermalen gepleegd.

7 Strafbaarheid verdachte rechtspersoon

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte rechtspersoon uitsluit.

De verdachte rechtspersoon is dus strafbaar.

8 Motivering toepassing artikel 9a van het Wetboek van strafrecht

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte rechtspersoon wordt schuldig verklaard, zonder oplegging van straf.

De verdachte rechtspersoon heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan witwassen van in totaal € 40.000,- en heeft dit willen verhullen met een geantedateerde overeenkomst van geldlening tussen [medeverdachte rechtspersoon] en haarzelf. Witwassen vormt een aantasting van de integriteit van het financiële en economische verkeer en heeft een corrumperende invloed op het reguliere handelsverkeer. Het is daarom zeer kwalijk.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De verdachte rechtspersoon is daarna evenmin met politie en justitie in aanraking gekomen.

Voor het bewezen verklaarde feit zou het opleggen van een geldboete op zijn plaats zijn. De rechtbank ziet evenwel aanleiding om, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het volgende is daarbij van belang. Het feit is flink gedateerd: het is meer dan zeven jaren geleden gepleegd. Ter terechtzitting is vast komen te staan dat de persoon die ten tijde van het feit de bestuurder van de rechtspersoon was, inmiddels is overleden. De officier van justitie heeft gesteld dat de rechtspersoon is ontbonden. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen wanneer de rechtspersoon is ontbonden, maar gaat er gelet op de feiten en omstandigheden (het overlijden van de bestuurder) van uit dat dit na aanvang van de vervolging is geweest. Vervolging is derhalve nog mogelijk, maar onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de verdachte rechtspersoon een straf of maatregel op te leggen. De verdachte rechtspersoon wordt daarom schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

9 Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte rechtspersoon het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte rechtspersoon het ten laste gelegde feit onder 2, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte rechtspersoon meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte rechtspersoon ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte rechtspersoon strafbaar;

bepaalt dat ten aanzien van het bewezen verklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd.


Dit vonnis is gewezen door mr. L. Feraaune, voorzitter,

en mrs. A.S. Flikweert en J. van de Klashorst, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 14 juli 2026.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

Zaaksdossier [schip 1]

zij

[verdachte rechtspersoon] B.V. in de periode van 13 november 2017 tot en met 27 december 2018 te Ridderkerk, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal één of meerdere voorwerpen, te weten

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 350.000,-- , (ZD [schip 1] bijlagen p.

702) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 95.010 ,--, (2102180900.D15 p. 753) (ZD

[schip 1] bijlagen p. 703) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 82.500 ,--, (2102180900.D16 p. 754) (ZD

[schip 1] bijlagen p. 704) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 12.500 ,--, (2102180900.D20 p. 758) (ZD

[schip 1] bijlagen p. 705) en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 65.000,-- (ZD [schip 1] p.707)en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 21.010,35 (ZD [schip 1] p. 707)en/of

- een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 2.362,50 (ZD [schip 1] p. 707)

en/of

- een motorschip, m/v [schip 1] , met IMO registratienummer [nummer] , althans een

motorschip,

de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf;

2

Zaaksdossier [schip 2]

zij,

[verdachte rechtspersoon] B.V. in de periode van 30 november 2018 tot en met 17 december 2018 te Ridderkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal één of meerdere voorwerpen, te weten

- een (contant) geldbedrag van in totaal EUR 40.000,--, althans enig geldbedrag,

en/of

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik van heeft gemaakt, terwijl zij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf.