Strafrecht overig

Jeugdstrafrecht. Voorwaardelijke beëindiging PIJ maatregel.

Rechtbank Rotterdam, 30 juli 2026

Zaakgegevens

Op 30 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
30 juli 2026
Datum publicatie
24 augustus 2026
Zaaknummer
10-221402-21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10555
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Voorwaardelijke beëindiging PIJ maatregel.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10-221402-21

Datum uitspraak: 30 juli 2026

Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) van

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] ,

raadsvrouw mr. Y.L. Zandbergen, advocaat te Rotterdam.

1 Procesverloop

Op 25 mei 2022 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde gelast. De PIJ-

maatregel is opgelegd ter zake van doodslag. De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op

8 mei 2023. Op 13 mei 2025 heeft deze rechtbank de PIJ-maatregel met 15 maanden verlengd.

Vordering verlenging PIJ-maatregel ingetrokken

Op 2 juni 2026 heeft de rechtbank van het openbaar ministerie een vordering tot verlenging

van de PIJ-maatregel ontvangen. Bij die vordering is het advies gevoegd van de gedragswetenschapper en de pedagogisch directeur van de [naam JI] – de inrichting waar de veroordeelde verblijft – gedateerd 22 mei 2026, inclusief de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde over de periode van 10 november 2025 tot 13 maart 2026. De officier van justitie heeft op de zitting de vordering tot verlenging ingetrokken.

Vordering tot voorwaardelijke beëindiging met bijzondere voorwaarden

De officier van justitie heeft op de zitting gevorderd om de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen per 31 juli 2026 en daaraan algemene en bijzondere voorwaarden te stellen.

Op de zitting van 30 juli 2026 is de vordering in het openbaar behandeld. Gehoord zijn:

- de officier van justitie, mr. K. Broere;

- de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw;

- de ouders van de veroordeelde;

- de deskundige [psycholoog] , als psycholoog i.o. tot GZ-psycholoog verbonden aan de [naam JI] ;

- de deskundige [reclasseerder] , als reclasseerder verbonden aan Reclassering Nederland.

Ook was ter terechtzitting aanwezig [naam] , de moeder van het slachtoffer.

2 Standpunt van partijen

2.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie volgt het advies van Reclassering Nederland van 17 juli 2026 en verzoekt om voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel met de algemene en de bijzondere voorwaarden: meewerken aan reclasseringstoezicht, niet naar het buitenland gaan zonder toestemming, ambulante begeleiding, meewerken aan middelencontrole en dagbesteding. Gehoord de moeder van het slachtoffer heeft de officier van justitie daaraan ook een locatieverbod voor Rozenburg en Hoogvliet toegevoegd, met uitzondering van de doorgaande metro en de snelweg zodat hij zich in deze gebieden kan bevinden in verband met het doorreizen.

2.2.

Standpunt van de veroordeelde

De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben ingestemd met de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. De veroordeelde is bereid zich aan de voorwaarden te houden, inclusief het locatieverbod voor Rozenburg en Hoogvliet met een doorreismogelijkheid voor de metro en de snelweg.

3 Adviezen

3.1.

Advies [naam JI]

Uit het advies van 22 mei 2026 volgt kort samengevat dat de veroordeelde gedurende de PIJ-maatregel een duidelijke en positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Per 17 april 2026 is de veroordeelde gestart met het scholings- en trainingsprogramma (STP). Hij functioneert grotendeels buiten de inrichting en houdt zich aan de gestelde voorwaarden. De veroordeelde bevindt zich in een overgangsfase, waarin aangeleerde vaardigheden verder moeten worden toegepast in een minder gestructureerde setting. In situaties van oplopende spanning, onduidelijkheid of ervaren krenking kunnen kwetsbaarheden zichtbaar worden in zijn emotieregulatie en coping vaardigheden. De noodzaak van voortzetting van de PIJ-maatregel ligt niet zozeer in verdere behandeling, maar in het bieden van begeleiding, monitoring en borging gedurende het STP. Het STP maakt het mogelijk om het functioneren van de veroordeelde in de thuissituatie en maatschappij te volgen en tijdig bij te sturen waar nodig. De inrichting adviseert om de PIJ-maatregel met drie maanden te verlengen, zodat het STP zorgvuldig kan worden afgerond.

3.2.

Advies Reclassering Nederland

Uit het advies van 17 juli 2026 volgt dat het recidiverisico momenteel wordt ingeschat als laag. De veroordeelde geeft aan dat hij stabiel is en dat hij signalen deelt met zijn ouders en de reclassering. De reclassering vindt dat er professionele ondersteuning buiten zijn netwerk nodig is om te voorkomen dat de veroordeelde bij oplopende spanningen en frustraties problemen internaliseert of heftige emoties dempt met middelen. Daarom is de veroordeelde aangemeld bij Totaal Aanpak Nazorg en zal er een coach aan de veroordeelde worden gekoppeld. Beschermende factoren bestaan onder meer uit zijn meewerkende houding, zijn prosociale toekomstdoelen en de sterke band met zijn broertje, ouders en overige familie en zijn vermogen tot zelfreflectie. De ondersteuning van een coach in combinatie met reclasseringstoezicht en de aanwezige beschermende factoren, bieden voldoende ondersteuning om het recidiverisico te minimaliseren en de positieve lijn voort te zetten. Sinds april 2026 heeft de veroordeelde binnen het STP een actief meewerkende houding laten zien voor het naleven van de voorwaarden en afspraken. Hij heeft laten zien dat hij in toenemende mate zelfstandig kan functioneren binnen de maatschappij. De reclassering vindt dat hij klaar is voor een volgende stap en toe is aan meer vrijheid en verantwoordelijkheden. Daarom wordt geadviseerd om de PIJ-maategel voorwaardelijk te beëindigen met de voorwaarden: meewerken aan reclasseringstoezicht, niet naar het buitenland gaan zonder toestemming, meewerken aan middelencontrole, inspannen voor het vinden en behouden van dagbesteding en ambulante begeleiding.

3.3.

Ter zitting gegeven adviezen

Deskundige [psycholoog] heeft het advies van de [naam JI] ter zitting toegelicht. Zij heeft aangevuld dat er zes maanden voor het STP staat en dat een verlenging van drie maanden de mogelijkheid biedt om het STP af te ronden.

Deskundige [reclasseerder] heeft het advies van Reclassering Nederland ter zitting toegelicht. Zij heeft aangevuld dat zij het advies van de inrichting begrijpt, maar dat de veroordeelde vanwege zijn positieve ontwikkelingen van de afgelopen maanden en de aanwezige beschermende factoren klaar is voor de volgende stap.

4 Beoordeling

Nu de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel is ingetrokken, zal de PIJ-maatregel voorwaardelijk beëindigen per 31 juli 2026. Bij de voorwaardelijke beëindiging zullen de van rechtswege gestelde voorwaarden gelden, zoals opgenomen in artikel 77t, eerste lid, Sr. De gewijzigde vordering van de officier van justitie houdt in dat er, zoals ook door Reclassering Nederland is geadviseerd, bijzondere voorwaarden worden verbonden aan de voorwaardelijke beëindiging. De reclassering heeft concrete bijzondere voorwaarden geadviseerd, toegespitst op de situatie van de veroordeelde. Daaraan is een locatieverbod toegevoegd.

De rechtbank oordeelt dat de gevorderde bijzondere voorwaarden passend en geboden zijn om het recidiverisico te minimaliseren en het verdere resocialisatietraject van de veroordeelde te bevorderen. De rechtbank zal de gevorderde bijzondere voorwaarden dan ook toewijzen zoals hierna in de beslissing vermeld.

De rechtbank geeft aan dat de maatregel, gelet op de ingangsdatum en de huidige expiratiedatum, op 31 juli 2026 voorwaardelijk zal eindigen en – behoudens verlenging – op 31 juli 2027 onvoorwaardelijk zal eindigen.

5 Beslissing

De rechtbank:

stelt vast dat de PIJ-maatregel voorwaardelijk met ingang van 31 juli 2026 zal eindigen;

stelt naast de van rechtswege geldende voorwaarden als bedoeld in artikel 77t, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als bijzondere voorwaarden gedurende de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen vast dat de veroordeelde:

1. zal meewerken aan het toezicht door de reclassering, dat onder andere inhoudt, dat hij;

- zich zal melden op afspraken bij de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- een of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien om zijn identiteit vast te stellen;

- zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

- de reclassering zal helpen aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is;

- zal meewerken aan huisbezoeken;

- inzicht zal geven in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

- zich niet zal vestigen op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

- zal meewerken aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact met hem hebben, als het van belang is voor het reclasseringstoezicht;

2. niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden zal reizen, zonder toestemming van de reclassering;

3. zal meewerken aan controle van het gebruik van drugs en alcohol om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;

4. zich laat begeleiden door een coach van Totaal Aanpak Nazorg of een soortgelijke

zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De veroordeelde zal zich houden aan de afspraken en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft in het kader van de begeleiding;

5. zich zal inspannen voor het vinden en behouden van structurele dagbesteding en niet zal veranderen van werk of opleiding zonder toestemming van de reclassering;

6. zich niet zal bevinden in Hoogvliet en Rozenburg, met uitzondering van de snelwegen en de doorgaande metro binnen die gebieden. Zie hiervoor de bijlage met de kaarten van de verboden gebieden, die met een rode stippenlijn zijn omcirkeld.

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Deze beschikking is gegeven door N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. W.J.M. Diekman en S. Putting, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier,

en is in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026.

De griffier, de jongste rechter en de oudste rechter zijn buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.

Bijlage

Verboden gebied Hoogvliet

[afbeelding niet beschikbaar]

Verboden gebied Rozenburg

[afbeelding niet beschikbaar]