Strafrecht overig
Jeugdstrafrecht. Groot aantal strafbare feiten.
Rechtbank Rotterdam, 30 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10562 · Rechtbank Rotterdam · 30 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-10562
Zaakgegevens
Op 30 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Datum publicatie
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10-323087-24, 10-262932-24, 10-064642-25, 10-17106
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10562
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Jeugdstrafrecht. Groot aantal strafbare feiten.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 10-323087-24, 10-262932-24, 10-064642-25, 10-171067-25 en 10-329988-25 (gevoegd op zitting)
Parketnummer vordering TUL VV: 10-059982-24
Datum uitspraak: 30 juli 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] ,
raadsman mr. O.J. Much, advocaat in Rotterdam.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 30 juli 2026.
2 Tenlastelegging
De verdachte wordt verdacht van elf strafbare feiten:
-
feit 1: belediging van een ambtenaar in functie op 17 augustus 2024;
-
feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling tussen 1 januari 2022 t/m 19 juli 2024;
-
feit 3: mishandeling tussen 1 januari 2022 t/m 19 juli 2024;
-
feit 4: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling op 15 september 2024;
-
feit 5: mishandeling op 15 september 2024;
-
feit 6: voorhanden hebben van een (vlinder)mes op 10 oktober 2024;
-
feit 7: medeplegen diefstal met geweld op 28 februari 2025;
-
feit 8: medeplegen diefstal met geweld op 17 februari 2025;
-
feit 9: medeplegen afpersing op 17 februari 2025;
-
feit 10: diefstal met geweld op 3 juni 2025;
-
feit 11: voorhanden hebben van een (vlees)mes op 15 september 2025.
De volledige tekst van de tenlastelegging en een leeswijzer (met verwijzing naar de parketnummers) is opgenomen in bijlage I.
3 Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. M.L. Goudzwaard heeft gevorderd:
-
bewezenverklaring van alle feiten;
-
veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 150 dagen met aftrek
van voorarrest, waarvan 75 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met de voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad van de Kinderbescherming (structureel naar school gaan en meewerken aan hulpverlening vanuit de jongerencoach) en een contactverbod met alle slachtoffers (behalve de verbalisant betrokken bij feit 1); -
met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
-
ten uitvoerlegging van de werkstraf van 20 uur, die voorwaardelijk is opgelegd bij vonnis van 14 juni 2024 door de kinderrechter van de rechtbank Rotterdam.
4 Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 10 en 11
De feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 10 en 11 zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Vrijspraak feit 9 en bewijswaardering feit 8
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte schuldig is aan de straatroof, waarbij van aangever [aangever] eerst € 150,- is weggenomen door verdachte en medeverdachte [medeverdachte] (feit 9: afpersing), hij daarna door hen en nog drie andere jongens in elkaar is geslagen en vervolgens zijn AirPods zijn afgepakt (feit 8: diefstal met geweld). De officier van justitie ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van [aangever] en de getuige [getuige] . Beiden verklaren dat de verdachte hierbij aanwezig was en – samen met zijn medeverdachten – [aangever] heeft geschopt en geslagen.
Standpunt verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak van beide feiten. De verdediging betoogt dat de verdachte niet betrokken was bij de afpersing van de € 150,- (feit 9). Uit het dossier volgt dat medeverdachte [medeverdachte] en [aangever] op Snapchat een gesprek hadden over het geld. Tijdens de ontmoeting bij de Jumbo heeft niet de verdachte maar de medeverdachte het geld van [aangever] aangenomen. Het is bovendien de vraag of dit onder dwang gebeurde of vrijwillig, nu de verklaringen van de aangever en getuige [getuige] onduidelijk zijn op dit punt. Wat betreft de diefstal met geweld van de AirPods (feit 8), bepleit de verdediging dat er onvoldoende bewijs is dat sprake is van medeplegen. [aangever] zegt dat ‘iedereen’ hem sloeg maar noemt de verdachte niet expliciet. De verdachte geeft toe dat hij bij dit moment was, maar zegt dat hij niet meer weet of hij heeft geschopt of geslagen. Daarmee bedoelt hij dat hij dit niet heeft gedaan, anders had hij dit nog wel geweten.
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat de verdachte, de medeverdachte [medeverdachte] , [aangever] en de getuige [getuige] op 17 februari 2025 samenkwamen bij de Jumbo in Dordrecht . Volgens [aangever] heeft [medeverdachte] voorafgaand aan de ontmoeting in een groepsgesprek op Snapchat tegen hem gezegd dat hij naar de Jumbo moet komen om € 150,- te geven. Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte deelnam aan dit groepsgesprek. Vanaf de Jumbo liepen de vier jongens de Prins Bernhardstraat in. Daar wordt om de € 150,- gevraagd. [aangever] en [getuige] verklaren verschillend over wie wat deed en wie wat vroeg. Op zitting verklaarde de verdachte dat hij ernaast stond toen de € 150,- werd gegeven, maar dat hij niet betrokken was bij het gesprek. Op basis van de verklaringen kan de rechtbank niet buiten gerede twijfel vaststellen of de € 150,- onder dwang of vrijwillig is afgegeven en wat de rol van de verdachte hierin is geweest.
Dit is anders ten aanzien van de diefstal van de AirPods. De verdachte heeft hierover bij de politie gezwegen en op de zitting verklaard dat [aangever] is geslagen en dat zijn AirPods zijn afgepakt, maar dat hij niet meer weet of hij zelf [aangever] heeft geslagen. Hiertegenover staan de verklaringen van [aangever] en [getuige] . Zij verklaren allebei dat er op enig moment andere jongens bijkwamen en ze mee moesten lopen naar een steeg, waar [aangever] meerdere keren werd geslagen en geschopt. [aangever] zegt dat hij hierna zijn zakken moest legen en dat zijn AirPods werden afgepakt. [aangever] verklaart verder dat hij door iedereen van de groep werd geslagen en geschopt. Ook [getuige] verklaart dat [aangever] om en om werd geslagen door drie jongens (die hij niet kende), [medeverdachte] en de verdachte (die hij beiden kende van school). De rechtbank ziet geen reden om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [aangever] en [getuige] te twijfelen..
Conclusie
Feit 8 (diefstal met geweld) is wettig en overtuigend bewezen. Feit 9 (afpersing) is niet wettig en overtuigend bewezen; de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Op grond van het voorgaande en de bewijsmiddelen uit bijlage II en III is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de feiten 1 t/m 8, 10 en 11 heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
Feit 1
hij op of omstreeks 17 augustus 2024 te Dordrecht ,
opzettelijk
een ambtenaar, te weten [ naam 1] (werkzaam als brigadier bij de Politie
Eenheid Rotterdam ), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn
bediening,
in zijn/haar/hun tegenwoordigheid,
mondeling
heeft beledigd,
door hem de woorden toe te voegen:
- " Kankerracisme" en/of
- " Kankermongool" en/of
- " Racist" en/of
- " Je doet zo kankerdom. Wollah, je kankermoeder en je kankerkinderen, want je doet kankerdom. Heel die kankercollega's mogen allemaal kanker opkankeren. Jij doet zo kanker. Kankersukkel. Je kankermoeder en je kankerleven. Je kankerkinderen en je kankermoeder. Je kankersukkelfamilie. Kankernederlander. Kankerflikker. Kankerhoeren. Kankerbitch. Kankerhoerenzoon. Linkerteelbal. Ik hoop dat iedereen aangereden wordt van je familie. Op alles. Op alles. Ik zweer het je, deze kanker kanker kankersukkels. Jullie zijn allemaal kankersukkels. Houd je kankerbek man. Houd je kankerbek, ik word aangehouden voor kankershit. Voor shit ID." en/of
- " Houd je kankerbek man. Ik kom niet eens aan met praten, het is al te laat man. Houd je kankerbek, kankersukkel, mislukkende man. Ik weet donders goed, ik kan je kankerhard neuken als jij op straat bent, maar ik doe dat niet. Ik ga niet zulke domme dingen als status kankerkinderen. Ik ga naar werk. Ik doe normaal." en/of
- " Kankerzip",
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Feit 2
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 19 juli 2024 te Dordrecht ,
[naam 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door
- een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, tegen het gezicht en/of de nek en/of de wang van die [naam 2] aan te drukken en/of
- een punt van een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, tegen de kin van die [naam 2] te drukken en/of
- een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, tegen de neus van die [naam 2] aan te drukken en/of (vervolgens) een snijbeweging met het mes te maken en/of
- die [naam 2] dreigend de woorden toe te voegen: ‘Moet ik je kanker shaffen hier?", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of
- die [naam 2] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik snij je kankerneus eraf als ik het moet. Ik snij je kanker nesan",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Feit 3
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 19 juli 2024 te Dordrecht ,
[naam 2] heeft mishandeld door die [naam 2] meermalen , althans eenmaal, in/tegen het gezicht, althans het lichaam, te slaan;
Feit 4
hij op of omstreeks 15 september 2024 te Dordrecht , [naam 3] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam 3] dreigend de woorden toe te voegen "Weet gewoon als jij niet betaald, ik ga je kankerhard dood maken. Ik heb niffels al voor mij gebaard", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Feit 5
hij op of omstreeks 15 september 2024 te Dordrecht, [naam 3] heeft mishandeld door die [naam 3] meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht, althans het lichaam, te slaan;
Feit 6
hij op of omstreeks 10 oktober 2024 te Dordrecht , een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vlindermes heeft vervaardigd/ overgedragen/voorhanden gehad/gedragen;
Feit 7
hij
op of omstreeks 28 februari 2025
te Dordrecht , op het Charlotte van Praagpad , althans op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geld (20 euro, althans enig geldbedrag), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
[naam 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door
- dicht op die [naam 4] te gaan staan en/of die [naam 4] te omsingelen en
- in de zakken van die [naam 4] te voelen en aan de kleding van die [naam 4] te trekken en
- die [naam 4] de woorden toe te voegen: "Als je tegenwerkt ga je problemen krijgen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
Feit 8
hij
op of omstreeks 17 februari 2025 te Dordrecht ,
in de Prins Bernhardstraat , althans op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
Apple AirPods, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping
op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te
maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [aangever] meermalen te slaan in het gezicht en in de buik en te schoppen tegen de borst, in elk geval tegen het lichaam van die [aangever] en
- die [aangever] de woorden toe te voegen "Hou je handen weg" en dat hij, [aangever] zijn zakken moest legen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- Apple AirPods van die [aangever] af te pakken;
Feit 10
hij op of omstreeks 3 juni 2025 te Dordrecht ,
een pakje sigaretten en/of twee OV-chipkaarten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd door bedreiging met geweld tegen [naam 5] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [naam 5] dreigend de woorden toe te voegen:
- " Ik ga je rammen als je het nu niet geeft" en/of
- " ik ga je nog pakken vandaag",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
Feit 11
hij op of omstreeks 15 september 2025 te Rotterdam , in elk geval in Nederland,
terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een (vlees)mes, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5 Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Feit 1
eenvoudige belediging, aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, niet zijnde een lid van een algemeen vertegenwoordigend lichaam/een openbaar lichaam/een openbare instelling;
Feit 2
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling;
Feit 3
mishandeling;
Feit 4
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
Feit 5
mishandeling;
Feit 6
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
Feit 7
diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;
Feit 8
diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer personen;
Feit 10
diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gepleegd op de openbare weg;
Feit 11
handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.
6 Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dus strafbaar.
7 Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft op zestien- en zeventienjarige leeftijd meerdere en ernstige strafbare feiten gepleegd. Het gaat om drie straatroven, twee mishandelingen, twee bedreigingen, twee keer het bezit van een mes en een belediging van een politieagent. Met zijn handelen heeft de verdachte zichzelf zonder enige reden of rechtvaardiging boven de slachtoffers geplaatst en op geen enkele wijze rekening gehouden met hun integriteit, emoties of bezittingen. Uit de aangiften blijkt dat de strafbare feiten op meerdere slachtoffers veel impact hebben gehad en dat zij hierna bang waren om de verdachte op straat tegen te komen. Dat de verdachte met zijn handelen bewust heeft geprobeerd macht over anderen uit te voeren door angst te zaaien, blijkt onder meer uit het feit dat hij de twee mishandelingen heeft gefilmd, naar eigen zeggen omdat dit extra vernederend was. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De verdachte is eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportages en verklaringen op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft op 27 juli 2026 een rapport over de verdachte opgemaakt.
Uit dit rapport blijkt het volgende.
-
Volgens de Raad heeft de verdachte in zijn leven veel dingen meegemaakt die in het verleden invloed hebben gehad op zijn gedrag. De Raad concludeert echter ook dat zich het afgelopen jaar een positieve ontwikkeling heeft voorgedaan. In het gezin is meer rust en de verdachte houdt zich beter aan gemaakte afspraken. De verdachte gaat over naar het volgende schooljaar en is gemotiveerd om dat positief te laten verlopen. Hij sport veel en heeft een nieuwe vriendengroep, die eraan bijdraagt dat hij minder wordt blootgesteld aan negatieve invloeden. Bovendien staat de verdachte open voor hulpverlening en zet hij zich hier ook actief voor in: hij lijkt veel te hebben aan de begeleiding van zijn jongerencoach. Volgens de Raad is het van belang dat de jongerencoach betrokken blijft, zodat de positieve ontwikkeling kan worden doorgezet.
-
Gezien de ernst en hoeveelheid verdenkingen en het leed wat de slachtoffers is aangedaan vindt de Raad een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van het voorarrest passend. Het zou volgens de Raad niet bevorderlijk zijn als de verdachte weer naar de jeugdgevangenis moet, nu hij een positieve ontwikkeling doormaakt. Een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf acht de Raad passender.
-
De Raad adviseert om een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen voor de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke werkstraf met de bijzondere voorwaarden dat de verdachte structureel naar school blijft gaan en meewerkt aan hulpverlening vanuit de jongeren coach.
-
Ten slotte adviseert de Raad dat de bij vonnis van 14 juni 2024 voorwaardelijk opgelegde straf geheel ten uitvoer wordt gelegd.
Jeugdreclasseerder [vertegenwoordiger van de GI] , werkzaam bij Jeugdbescherming west, heeft op zitting de conclusies van de Raad bevestigd; het gaat op dit moment goed met de verdachte en hij heeft goed contact met de jongerencoach. De jeugdreclasseerder kan zich vinden in het advies van de Raad.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op de hoeveelheid strafbare feiten en de ernst van die feiten acht de rechtbank het passend om een jeugddetentie op te leggen. De vraag is wat de duur van die jeugddetentie moet zijn.
De verdachte heeft voor de strafbare feiten in totaal al 75 dagen in voorarrest gezeten. De rechtbank houdt in straf verminderende zin rekening met de overschrijding van de redelijke termijn voor jeugdstrafzaken. Het uitgangspunt is dat een eindvonnis volgt binnen 16 maanden na aanvang van de redelijke termijn, die aanvangt op het moment dat een verdachte ervan op de hoogte wordt gesteld dat hij ergens van wordt verdacht. Voor acht van de tien strafbare feiten waarvoor de verdachte wordt veroordeeld is de redelijke termijn overschreden.
Ook houdt de rechtbank in straf verminderende zin rekening met het feit dat de verdachte op dit moment een positieve ontwikkeling doormaakt en het afgelopen jaar niet meer in contact is geweest met de politie.
Alles afwegend legt de rechtbank een jeugddetentie van 140 dagen op, waarvan 65 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad. Het onvoorwaardelijk deel van de straf heeft de verdachte al in voorarrest uitgezeten: hij hoeft hiermee dus niet terug naar de jeugdgevangenis. Met het voorwaardelijk deel van de straf wordt gewaarborgd dat de verdachte onder begeleiding van de coach en de reclassering blijft en is er bovendien een stok achter de deur om hem ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Een voorwaardelijk strafdeel in de vorm van een werkstraf, zoals door de Raad geadviseerd, past niet goed bij de aard en omvang van de strafbare feiten.
8 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
Vordering [benadeelde]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde] , ter zake van het bewezen feit 8 (diefstal met geweld). Hij heeft in zijn vordering geen bedrag aan schadevergoeding opgenomen. Wel stelt de benadeelde partij dat hij materiële schade heeft geleden door het verlies van zijn Apple AirPods en dat hij immateriële schade heeft geleden doordat hij veel last heeft gehad van angst na de straatroof. De rechtbank interpreteert het verzoek tot schadevergoeding als een verzoek aan de rechtbank om – indien zij de vordering toewijst – ambtshalve de schade te schatten.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie verwijst naar het vonnis van de medeverdachte bij feit 8, waarin de rechtbank de vordering tot vergoeding van de materiële schade hoofdelijk heeft toegewezen tot een bedrag van €130,- , en stelt zich op het standpunt daarbij aan te sluiten.
Standpunt verdediging
De verdediging verzoekt primair om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, nu de verdediging vrijspraak bepleit voor feit 8. Mocht de rechtbank dit anders zien, verzoekt de verdediging subsidiair om in ieder geval de vordering ten aanzien van de materiële schade af te wijzen. De verdachte heeft geen voordeel gehad aan de diefstal omdat hij de AirPods nooit in zijn bezit heeft gehad. In het geval de rechtbank een bedrag aan materiële schade toewijst, verzoekt de verdediging om geen wettelijke rente op te leggen vanaf de pleegdatum, nu dit ruime tijd geleden is en het buiten de schuld van de verdachte is dat dit feit nu pas ter zitting wordt behandeld.
Beoordeling
Materiële schade
Vaststaat dat aan de benadeelde partij door het strafbare feit 8 rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht, door de diefstal van zijn Apple AirPods. Volgens de vordering en de bijlage bij de aangifte zou het gaan om Apple AirPods 2e generatie. Bij de vordering is een advertentie van Coolblue gevoegd van Apple AirPods 4de generatie met een nieuwprijs van € 211,--. Het is niet bekend hoe oud en in welke staat de gestolen AirPods waren. De rechtbank zal daarom het bedrag aan materiële schade schatten. De rechtbank sluit aan bij het bedrag aan schadevergoeding waartoe de medeverdachte hoofdelijk is veroordeeld en wijst een bedrag van €130,- toe.
Immateriële schade
Anders dan bij de materiele schade biedt het voegingsformulier onvoldoende basis om immateriële schade toe te wijzen. In de toelichting op het formulier staat dat het slachtoffer klappen heeft gehad, dagenlang niet goed heeft geslapen en lessen op school niet heeft kunnen volgen. Ook blijkt eruit dat hij heel bang is geweest. Dat is voorstelbaar, maar om immateriële schade te kunnen schatten, is een concretere omschrijving nodig van lichamelijk of geestelijk letsel.
Hoofdelijk
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank ziet – anders dan de verdediging verzoekt – geen aanleiding om daar vanaf te zien en bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 17 februari 2025. Als de verdachte het oplopen van de rente had willen voorkomen, had hij de schade destijds moeten vergoeden.
Nu de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 130,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9 Vordering tenuitvoerlegging
Bij vonnis van 14 juni 2024 van de kinderrechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van artikel 27 Wet Wapens en Munitie veroordeeld – voor zover van belang – tot een werkstraf voor de duur van 30 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 29 juni 2024.
De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van deze werkstraf. De advocaat heeft bepleit dat deze vordering wordt afgewezen.
De rechtbank wijst de vordering van de officier toe. De nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Daarmee heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.
10 Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 45, 47, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 266, 267, 285, 300, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 13 en 26 van de Wet Wapens en Munitie.
11 Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
12 Beslissing
De rechtbank:
a. verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 9 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 10 en 11 zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 140 (honderdveertig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht,
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, te weten 65 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
i. verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de hierna te noemen voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
-
naar school gaat volgens het rooster en zich houdt aan de daar gestelde afspraken;
-
meewerkt aan de hulpverlening die de jongerencoach nodig acht;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
-
de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
-
de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde] , te betalen een bedrag van € 130,- (zegge: honderddertig euro), bestaande uit € 130,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 130,- (hoofdsom, zegge: honderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, subsidiair 10 dagen vervangende jeugddetentie, opgelegd bij vonnis van 14 juni 2024 in de zaak met parketnummer 10-059982-24.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. W.J.M. Diekman en S. Putting, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 augustus 2026.
De griffier, de jongste rechter en de oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
De tenlastelegging is neergelegd in vijf dagvaardingen, met ieder een eigen parketnummer. Voor de leesbaarheid van dit vonnis heeft de rechtbank de verschillende feiten voorzien van een doorlopende nummering op de wijze zoals hieronder vermeld:
|
Doorlopend genummerd feit |
Oorspronkelijke nummers van dagvaardingen |
|
1 |
Feit 1 van parketnummer 10-262932-24 |
|
2 |
Feit 1 van parketnummer 10-323087-24 |
|
3 |
Feit 2 van parketnummer 10-323087-24 |
|
4 |
Feit 3 van parketnummer 10-323087-24 |
|
5 |
Feit 4 van parketnummer 10-323087-24 |
|
6 |
Feit 5 van parketnummer 10-323087-24 |
|
7 |
Feit 1 van parketnummer 10-064642-25 |
|
8 |
Feit 2 van parketnummer 10-064642-25 |
|
9 |
Feit 3 van parketnummer 10-064642-25 |
|
10 |
Feit 1 van parketnummer 10-171067-25 |
|
11 |
Feit 1 van parketnummer 10-329988-25 |
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
10-262932-24
feit 1
hij op of omstreeks 17 augustus 2024 te Dordrecht , opzettelijk een ambtenaar,te weten [ naam 1] (werkzaam als brigadier bij de Politie Eenheid Rotterdam ), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen:
- "Kankerracisme" en/of
- "Kankermongool" en/of
- "Racist" en/of
- "Je doet zo kankerdom. Wollah, je kankermoeder en je kankerkinderen, want je doet kankerdom. Heel die kankercollega's mogen allemaal kanker opkankeren. Jij doet zo kanker. Kankersukkel. Je kankermoeder en je kankerleven. Je kankerkinderen en je kankermoeder. Je kankersukkelfamilie. Kankernederlander. Kankerflikker. Kankerhoeren. Kankerbitch. Kankerhoerenzoon. Linkerteelbal. Ik hoop dat iedereen aangereden wordt van je familie. Op alles. Op alles. Ik zweer het je, deze kanker kanker kankersukkels. Jullie zijn allemaal kankersukkels. Houd je kankerbek man. Houd je kankerbek, ik word aangehouden voor kankershit. Voor shit ID." en/of
- "Houd je kankerbek man. Ik kom niet eens aan met praten, het is al te laat man. Houd je kankerbek, kankersukkel, mislukkende man. Ik weet donders goed, ik kan je kankerhard neuken als jij op straat bent, maar ik doe dat niet. Ik ga niet zulke domme dingen als status kankerkinderen. Ik ga naar werk. Ik doe normaal." en/of
- "Kankerzip",
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
10-323087-24
feit 2
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 19 juli 2024 te Dordrecht , [naam 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, tegen het gezicht en/of de nek en/of de wang van die [naam 2] aan te drukken en/of
- een punt van een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, tegen de kin van die [naam 2] te drukken en/of
- een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, tegen de neus van die [naam 2] aan te drukken en/of (vervolgens) een snijbeweging met het mes te maken
en/of
- die [naam 2] dreigend de woorden toe te voegen: ‘Moet ik je kanker shaffen hier?", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of
- die [naam 2] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik snij je kankerneus eraf als ik het moet. Ik snij je kanker nesan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
feit 3
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 19 juli 2024 te Dordrecht , [naam 2] heeft mishandeld door die [naam 2] meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht, althans het lichaam, te slaan;
feit 4
hij op of omstreeks 15 september 2024 te Dordrecht , [naam 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam 3] dreigend de woorden toe te voegen "Weet gewoon als jij niet betaald, ik ga je kankerhard dood maken. Ik heb niffels al voor mij gebaard", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
feit 5
hij op of omstreeks 15 september 2024 te Dordrecht , [naam 3] heeft mishandeld door die [naam 3] meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht, althans het lichaam, te slaan;
feit 6
hij op of omstreeks 10 oktober 2024 te Dordrecht , een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vlindermes heeft vervaardigd/ overgedragen/voorhanden gehad/gedragen;
10-064642-25
feit 7
hij op of omstreeks 28 februari 2025 te Dordrecht , op het Charlotte van Praagpad , althans op de openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geld (20 euro, althans enig geldbedrag), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- dicht op die [naam 4] te gaan staan en/of die [naam 4] te omsingelen en
- in de zakken van die [naam 4] te voelen en aan de kleding van die [naam 4] te trekken en
- die [naam 4] de woorden toe te voegen: "Als je tegenwerkt ga je problemen krijgen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
feit 8
hij op of omstreeks 17 februari 2025 te Dordrecht , in de Prins Bernhardstraat , althans op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, Apple AirPods, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [naam 6] meermalen te slaan in het gezicht en in de buik en te schoppen tegen de borst, in elk geval tegen het lichaam van die [naam 6] en
- die [naam 6] de woorden toe te voegen "Hou je handen weg" en dat hij, [naam 6] zijn zakken moest legen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- Apple AirPods van die [naam 6] af te pakken;
feit 9
hij op of omstreeks 17 februari 2025 te Dordrecht , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld
[naam 6] en/of [getuige] heeft gedwongen tot de afgifte van geld (150 euro, althans enig geldbedrag), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [naam 6] en/of [getuige] en/of een derde toebehoorde(n) door
- via Snapchat de woorden toe te voegen dat die [naam 6] naar Jumbo moest komen met het geld en als die [naam 6] dat niet deed in elkaar geslagen zou worden, in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking en
- die [naam 6] en/of [getuige] (dreigend) om geld (150 euro) te vragen;
10-171067-25
feit 10
hij op of omstreeks 3 juni 2025 te Dordrecht , een pakje sigaretten en/of twee OV-chipkaarten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd door bedreiging met geweld tegen [naam 5] ,gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [naam 5] dreigend de woorden toe te voegen:
- "Ik ga je rammen als je het nu niet geeft" en/of
- "ik ga je nog pakken vandaag",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
?10-329988-25
feit 11
hij op of omstreeks 15 september 2025 te Rotterdam , in elk geval in Nederland, terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een (vlees)mes, voorhanden heeft gehad.
Bijlage II
Bewijsmiddelen
Feit 8
1.
De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 30 juli 2026, inhoudende:
De straatroof is gebeurd. [aangever] moest meelopen naar een steeg en is daar door mensen in elkaar geslagen. Ik weet niet meer of ik hem heb geslagen. Ik weet dat ze zijn AirPods hebben afgepakt, maar heb dit niet zelf gedaan.
1.
Het proces-verbaal van politie nummer [nummer 6] (pagina 20-25 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier), inhoudende als verklaring van aangever [aangever] :
Op maandag 17 februari 2025 was om 14:30 uur mijn les op school afgelopen. Omstreeks 15:15 uur stonden we bij de Jumbo. Toen zagen we dat er twee jongens aan kwamen lopen. Ik zag dat [naam 7] was. Die andere jongen herkende ik als [verdachte] . [verdachte] die zat vorig jaar bij mij op school. Ik hoorde dat [naam 7] tegen ons zei of we een stukje mee wilde lopen. Toen we richting de Prins Bernhardstraat liepen kwam er uit elk zijsteegje een persoon bij. Deze personen hoorde bij [naam 7] en [verdachte] . Dit waren uiteindelijk 5 of 6 personen dit zich bij [naam 7] en [verdachte] hadden gevoegd. We liepen door tot het einde van deze straat en gingen daar een doodlopend steegje in. Wij konden niet verder en stonden met onze rug naar het hek toe.
Ik zag dat de groep van [naam 7] en [verdachte] voor ons stonden. Ik zag dat de jongen die eerder Wakka Wakka riep zijn rechterarm omhoog deed. Ik zag en voelde dat hij mij sloeg met zijn rechter vlakke hand op de linkerzijde van mijn gezicht. Dit deed hij met veel kracht. Dezelfde jongen heeft mij vervolgens getrapt met zijn rechterbeen. Hij heeft mij
getrapt met zijn voet ten hoogte van mijn borst. Door deze trap klapte ik met mijn rug tegen het hek. Toen werd ik om en om door iedereen geslagen en geschopt. Ik werd geslagen op mijn wangen en in mijn buik. Op dit moment weerde ik mij zelf af door mijn handen voor mijn gezicht te houden. Ik hoorde dat iemand zei dat ik niet mijn hoofd moest bedekken en ik hoorde dat iemand zei: "hou je handen weg". Even later voelde ik dat mijn handen die ik voor mijn gezicht hield weggetrokken werden door iemand. Ik zag en voelde dat ik weer volop in mijn gezicht werd geslagen. Ik denk dat ik ongeveer 15 klappen in mijn gezicht heb gehad en ongeveer 5 a 6 trappen. Opeens hielden ze op en hoorde ik dat iedereen in groep tegen mij zei dat ik niet moest gaan praten.
Ik hoorde dat de jongen die Wakka Wakka had geroepen tegen mij zei dat ik mijn zakken moest legen. Dit deed ik en ik haalde mijn airpods uit mijn zak. Deze airpods werden vervolgens van mij afgepakt door deze jongen.
2.
Het proces-verbaal van politie nummer [nummer 1] (pagina 26-30 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier), inhoudende als verklaring van getuige [getuige] :
Toen wij halverwege de Prins Bernhardstraat liepen zag ik dat er opeens nog drie
jongens aan kwamen lopen. Ik hoorde dat deze drie jongens een gesprek met [naam 7] en [verdachte] aan gingen. Uit dit gesprek maakte ik op dat ze elkaar kenden.
Bijna aan het einde van de Prins Bernardstraat hoorde ik dat de jongens zeiden: "kom
we gaan de brandpoort in". Wij zijn een stukje de brandpoort ingelopen, maar we konden niet verder omdat er een hek geplaatst was.
Ik zag toen dat de drie jongens, [verdachte] en [naam 7] [benadeelde] om en om begonnen te slaan en te
schoppen. Ik zag dat [benadeelde] in zijn buik geslagen en geschopt werd door de jongens.
Ik zag ook dat [benadeelde] door de vijf jongens om en om in zijn gezicht geslagen werd.
Ik denk dat [benadeelde] in totaal zeker meer dan 10 keer geslagen en geschopt is.
De jongens sloegen [benadeelde] niet tegelijk maar echt na elkaar.
Bijlage III
Opgave van bewijsmiddelen
Feit 1
-
De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 30 juli 2026;
-
Het proces-verbaal van politie nummer [nummer 2] (pagina 5-8 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier), inhoudende het relaas van verbalisant [naam verbalisant] .
Feit 2 en 3
-
De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 30 juli 2026;
-
Het proces-verbaal van politie nummer [nummer 3] (pagina 51-54 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier), inhoudende de verklaring van aangever [naam 2] .
Feit 4 en 5
-
De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 30 juli 2026;
-
Het proces-verbaal van politie nummer [nummer 4] (pagina 55-58 van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier), inhoudende de verklaring van aangever [naam 3] .
Feit 6
-
De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 30 juli 2026;
-
Het proces-verbaal van politie nummer [nummer 5] (pagina 32-34) van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier), inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] .
Feit 7
-
De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 30 juli 2026;
-
Het proces-verbaal van politie nummer [nummer 5] (pagina 31-34) van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier), inhoudende de verklaring van aangever [naam 4] .
Feit 10
-
De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 30 juli 2026;
-
Het proces-verbaal van politie nummer [nummer 7] (pagina 10-12) van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier), inhoudende de verklaring van aangever [naam 5] .
Feit 11
-
De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 30 juli 2026;
-
Het proces-verbaal van politie nummer [nummer 8] (pagina 9-11) van de doorgenummerde bijlagen van het zaaksdossier), inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] .
Wanneer hiervoor is verwezen naar een proces-verbaal van politie is - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebezigd voor het bewijs van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.