Strafrecht overig

Veroordeling voor verkrachting van een minderjarige van 14 jaar oud (art. 248 Sr). Oplegging van een…

Rechtbank Rotterdam, 24 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 24 augustus 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
24 augustus 2026
Datum publicatie
7 september 2026
Zaaknummer
10-104278-26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:11383
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling voor verkrachting van een minderjarige van 14 jaar oud (art. 248 Sr). Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-104278-26

Datum uitspraak: 24 augustus 2026

Datum zitting: 24 augustus 2026

Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. T. Sönmez

Officier van justitie: mr. R.P.L. van Loon

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een minderjarige van 14 jaar oud. Aan hem wordt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - zich schuldig heeft gemaakt aan de verkrachting van een minderjarige in de leeftijdscategorie van 12 tot 16 jaar.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2025 tot en met 29 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] ,

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht, te weten het meermalen, in elk geval eenmaal, brengen en/of houden van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] .

2 Bewijs

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het tenlastegelegde feit.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft geen opmerkingen gemaakt over de bewijsbaarheid van het tenlastegelegde feit.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat:

hij in de periode van 27 juli 2025 tot en met 29 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel,

met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] ,

seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, heeft verricht, te weten het meermalen brengen en houden van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] .

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Proces-verbaal van de politie, aangifte [persoon A] namens [slachtoffer]

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, meermalen gepleegd.

3.2.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf

4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Er dient aansluiting te worden gezocht bij de veroordeling van de medeverdachte voor hetzelfde feit onder parketnummer 10-316539-25.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bij bewezenverklaring verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en aansluiting te zoeken bij de hoogte van de straf die in de zaak van de medeverdachte is opgelegd. De rol van de verdachte verschilt niet dusdanig van de rol van de medeverdachte dat een zwaardere straf redelijk zou zijn.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verkrachten van een kwetsbare minderjarige. Zowel de verdachte als het slachtoffer hebben verklaard dat zij in de ten laste gelegde periode driemaal seks met elkaar hebben gehad. Het slachtoffer was destijds veertien jaar oud, terwijl de verdachte zelf de leeftijd van eenentwintig jaar had.

Het bewezen verklaarde betreft een ernstig feit. De wetgever heeft met de strafbaarstelling van het gedrag dat is omschreven in artikel 248 van het Wetboek van Strafrecht beoogd om de lichamelijke en de seksuele integriteit van kinderen jonger dan zestien jaar vergaand te beschermen. Elk seksueel contact met een kind in deze leeftijdscategorie is strafbaar.

De verdachte heeft met zijn handelen op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van het veertienjarige slachtoffer geschonden. Daarnaast heeft hij een grove inbreuk gemaakt op de geestelijke integriteit van het slachtoffer en geen oog gehad voor de mogelijk verstrekkende gevolgen van zijn handelen.

Het is algemeen bekend dat dit soort feiten langdurige psychische gevolgen kunnen hebben voor de slachtoffers en een normale (seksuele) ontwikkeling kunnen verstoren.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 23 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Overige persoonlijke omstandigheden

De beschikbare informatie over de persoon van de verdachte is beperkt. Hij was niet aanwezig bij de zitting en de reclassering heeft geen contact met hem gekregen. Op basis van het dossier heeft de rechtbank niet de indruk dat de verdachte specifiek uit is geweest op seksueel contact met een minderjarige, maar een grove inschattingsfout heeft gemaakt ten aanzien van de leeftijd van het slachtoffer. De verdachte heeft het feit bij de politie direct bekend. Deze omstandigheden worden enigszins in het voordeel van de verdachte meegewogen.

4.3.3.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank zal gelet hierop en gelet op de straf die aan de medeverdachte is opgelegd, conform de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf van 18 maanden opleggen. Van deze gevangenisstraf worden 6 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.

6 Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 6 maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.

7 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. IJspeerd, voorzitter,

en mrs. H.J. de Kraker en L. den Teuling, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 augustus 2026.

Mrs. H.J. de Kraker, L. den Teuling en E.D. Bijl zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier Russbach met nummer 2025261634. Pagina’s 37 tot en met 45. Pagina’s 14 tot en met 21.