Strafrecht overig

Vrijspraak van poging tot doodslag (feit 1 primair), openlijke geweldpleging (feit 1 subsidiair) en diefstal…

Rechtbank Rotterdam, 18 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 18 augustus 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Dordrecht
Datum uitspraak
18 augustus 2026
Datum publicatie
28 oktober 2026
Zaaknummer
10-272376-19, TUL: 05-003058-19 en 10-104135-15
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:14853
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak van poging tot doodslag (feit 1 primair), openlijke geweldpleging (feit 1 subsidiair) en diefstal met geweld (feit 2).

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10-272376-19

Parketnummers vorderingen tenuitvoerlegging (TUL): 05-003058-19 en 10-104135-15

Datum uitspraak: 18 augustus 2026

Datum zitting: 4 augustus 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd te [naam P.I.] .

Advocaat van de verdachte: mr. T. Scheffer

Officier van justitie: mr. W.A.J.A. Welten

Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] & [benadeelde partij 2]

Advocaat van de benadeelde partijen: mr. S. Kara

Kern van het vonnis

Vrijspraak van poging tot doodslag (feit 1 primair), openlijke geweldpleging (feit 1 subsidiair) en diefstal met geweld (feit 2).

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag dan wel openlijke geweldpleging (feit 1 primair/subsidiair) en poging tot diefstal met geweld (feit 2).

De volledige tenlastelegging houdt in dat

1

hij op of omstreeks 18 oktober 2019 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen in de buik en/of in de bil, althans in het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 18 oktober 2019 te Dordrecht, op of aan de openbare weg, de Zuilenburg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , welk geweld heeft bestaan uit het

- onverhoeds op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] aflopen en/of hierbij

- tonen en/of voorhouden van een mes en/of een vuurwapen en/of

- meermalen, althans eenmaal met dit vuurwapen schieten in de buik

en/of in de bil, althans op het lichaam van die [slachtoffer 1] .

2

hij op of omstreeks 18 oktober 2019 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk om zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld (een) perso(o)n(en), genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en deze diefstal te doen voorafgaan en/of vergezellen en/of volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

, één en ander met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is/zijn afgelopen en/of (hierbij)

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp en/of een vuurwapen heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of

- op dreigende toon de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ga op de grond liggen" en/of "Leg je telefoon(s) op de grond" en/of "Leg je spullen op de grond", althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- meermalen, althans eenmaal met dat vuurwapen heeft geschoten in de buik en/of de bil, althans op het lichaam van die [slachtoffer 1] ,

terwijl de uitvoering van dat/die voorgenomen misdrijf/misdrijven niet is voltooid.

2 Vrijspraak

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle ten laste gelegde feiten.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Vrijspraak

Het onder feit 1 primair en het onder feit 2 ten laste gelegde is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.

Ten aanzien van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde (de openlijke geweldpleging) overweegt de rechtbank als volgt.

Op 18 oktober 2019 heeft er een incident plaatsgevonden tussen de twee aangevers en de verdachte. Zij hebben elkaar in de avond ontmoet in Dordrecht bij winkelcentrum Sterrenburg. De verdachte was de aangevers een geldbedrag schuldig vanwege de aankoop van hasj. Naar zijn zeggen werd hij stevig onder druk gezet om de schuld en de daarbovenop gevorderde ‘boete’ te betalen. Op enig moment heeft hij gezegd dat hij de bankpas en pincode van zijn tante zou ophalen aan [adres] in Dordrecht om daarmee aan geld te komen. Gezamenlijk zijn de verdachte en de aangevers uiteindelijk naar die woning toegegaan. De verdachte is de woning aan [adres] ingegaan, terwijl de aangevers buiten zijn blijven wachten. De verdachte heeft in de woning verteld wat hem die avond is overkomen, waarna door een aanwezige in die woning andere mensen zijn gebeld die de verdachte te hulp zijn gekomen. Verdachte is naar eigen zeggen de woning uitgelopen toen hij hoorde dat zijn hulp was gearriveerd. Aangevers zijn, toen zij buiten de woning een auto hard hoorde komen aanrijden, een andere straat in gerend. De verdachte heeft aangevers op een gegeven moment gezien en is in hun richting gelopen. Hij werd hierbij vergezeld door de hulp die was opgeroepen. Bij de confrontatie die vervolgens heeft plaatsgevonden is aangever [slachtoffer 1] beschoten, waarbij hij door twee kogels is getroffen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte niet degene is geweest die [slachtoffer 1] heeft beschoten. Evenmin blijkt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte wist dat de door anderen ingeschakelde hulp over een vuurwapen beschikte. Ook blijkt daaruit niet zonder meer dat de verdachte rekening heeft gehouden of redelijkerwijs rekening diende te houden met de mogelijkheid dat tijdens de confrontatie een vuurwapen zou worden gebruikt. Het schieten met dat vuurwapen moet daarom worden aangemerkt als een zodanige (onverwachte) escalatie dat niet kan worden vastgesteld dat het – al dan niet in voorwaardelijke zin – binnen het opzet van verdachte op een gezamenlijke openlijke geweldpleging viel. Het deel van de tenlastelegging dat ziet op het vuurwapen kan daarom niet worden bewezen.

De vraag of de resterende aan de verdachte verweten gedragingen - bestaande uit het onverhoeds op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aflopen en het (daarbij) tonen van een mes - kunnen worden bewezen, behoeft geen beantwoording. Ook als vastgesteld zou worden dat de verdachte deze handelingen heeft gepleegd, zou dit niet kunnen worden aangemerkt als ‘geweld’ in de zin van art. 141 van het Wetboek van Strafrecht, zodat de openlijke geweldpleging niet bewezen kan worden op basis van slechts deze handelingen. Daarmee laat de rechtbank dus in het midden of de verdachte daadwerkelijk een mes heeft getoond, hetgeen hijzelf heeft ontkend maar wat door de aangevers wel is waargenomen. Gelet op het voorgaande zal de verdachte worden vrijgesproken van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde.

3 Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft op 4 augustus 2026 het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van diezelfde dag opgeheven. Het bevel tot opheffing van de voorlopige hechtenis is afzonderlijk geminuteerd.

4 Vorderingen van de benadeelde partijen

[benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hebben als benadeelde partijen vergoedingen voor materiële- en immateriële schade ter hoogte van respectievelijk € 15.721,- en € 1.306,- gevorderd. De rechtbank verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen, omdat de verdachte wordt vrijgesproken.

5 Vorderingen tot tenuitvoerlegging

5.1.

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting twee vorderingen ingediend, tot tenuitvoerlegging van een aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel (10-104135-15) en van een aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 3 weken (05-003058-19). Ter zitting heeft de officier van justitie zijn eigen niet-ontvankelijkheid gevorderd ten aanzien van laatstgenoemd parketnummer omdat deze straf reeds volledig ten uitvoer is gelegd en gevorderd dat de vordering met parketnummer 10-104135-15 wordt afgewezen omdat toewijzing niet opportuun is.

De rechtbank zal de officier van justitie in de zaak met parketnummer 05-003058 niet-ontvankelijk verklaren en de vordering met parketnummer 10-104135-15 afwijzen aangezien de verdachte wordt vrijgesproken.

6 Beslissingen

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder feit 1 (primair en subsidiair) en feit 2 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 16 oktober 2015 van de rechtbank Rotterdam (10-104135-15) aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke ISD-maatregel;

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk ten aanzien van de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 16 januari 2029 van de rechtbank Zutphen (05-003058-19) aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in diens vordering;

veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-.

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in diens vordering;

veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-.

7 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.F. Smulders, voorzitter,

en mrs. R.P.W. van de Meerakker en E.M. Moison, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 18 augustus 2026.

Mrs. E.M. Moison en E.P. de Jong zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.