Strafrecht overig

De verdachte wordt vrijgesproken van schuldheling. Hij wordt veroordeeld voor (het medeplegen van) meerdere…

Rechtbank Rotterdam, 15 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 15 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Dordrecht
Datum uitspraak
15 oktober 2026
Datum publicatie
28 oktober 2026
Zaaknummer
10/041999-25 en 10/276062-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:14866
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte wordt vrijgesproken van schuldheling. Hij wordt veroordeeld voor (het medeplegen van) meerdere (gekwalificeerde) diefstallen. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 8 maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen worden gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10/041999-25 en 10/276062-25

Datum uitspraak: 15 oktober 2026

Datum zitting: 1 oktober 2026

Verstek

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

Advocaat van de verdachte: [persoon A] (niet gemachtigd)

Officier van justitie: mr. W.A.J.A. Welten

Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3]

Kern van het vonnis

De verdachte wordt vrijgesproken van schuldheling. Hij wordt veroordeeld voor (het medeplegen van) meerdere (gekwalificeerde) diefstallen. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 8 maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen worden gedeeltelijk toegewezen.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling en het medeplegen van meerdere gekwalificeerde diefstallen en een diefstal.

De volledige tenlasteleggingen houden in dat

10/041999-25

1
hij in of omstreeks de periode van 30 december 2020 tot en met 7 december 2024 te
[plaats] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
één of meer gereedschappen, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft
gehad en/of heeft overgedragen,
terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden
krijgen van dit goed redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door
misdrijf verkregen goed betrof;

2
hij op of omstreeks 11 oktober 2024 te [plaats]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een wafelijzer, een broodbakmachine, een waterstofzuiger, een messenset, een
compressor, een koffer met inhoud, een iPad en/of een fiets, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn
mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft
en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben
gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3
hij op of omstreeks 8 november 2024 te [plaats]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
één of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
[slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te
nemen geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door
middel van
door met een bankpas tot het gebruik waartoe hij, verdachte en/of zijn
medeverdachte, niet gerechtigd was/waten, één of meer geldbedragen contactloos
te pinnen en/of betalingen op het internet te verrichten;

4
hij op of omstreeks 25 november 2024 te [plaats]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen
geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
door met een bankpas tot het gebruik waartoe hij, verdachte en/of zijn
medeverdachte, niet gerechtigd was/waten, één of meer geldbedragen contactloos
te pinnen;

5
hij op of omstreeks 2 november 2024 te [plaats]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een elektriesche fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4]
[slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen fiets
onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,
verbreking;

10/276062-25

1
hij op of omstreeks 31 mei 2025 te [plaats] ,
een of meerdere geldbedragen van (in totaal) €59,00, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] en/of zijn vrouw, in elk geval aan een
ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot dat/die weg te
nemen geldbedrag(en) en/of goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door
middel van een valse sleutel, door de betaalpas van die [slachtoffer 5] en/of zijn
vrouw onbevoegd te gebruiken voor het opnemen van een of meerdere
geldbedragen en/of het kopen van krasloten;

2
hij op of omstreeks 31 mei 2025 te [plaats] ,
een tas met inhoud, waaronder pinpassen, rijbewijzen, paspoorten, bibliotheekpas
en/of contant geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5]
[slachtoffer 5] en/of zijn vrouw, in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft
weggenomen,
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 31 mei 2025 tot en met 5 juni 2025 te [plaats] ,
in elk geval in Nederland,
een tas met inhoud, waaronder pinpassen, rijbewijzen, paspoorten, bibliotheekpas
en/of contant geld, in elk geval een of meer voorwerpen,
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die
voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig
misdrijf;

2 Bewijs

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle ten laste gelegde feiten, met uitzondering van het onder feit 1 en feit 5 van parketnummer 10/041999-25 ten laste gelegde. De verdachte moet van die feiten worden vrijgesproken.

2.2.

Oordeel van de rechtbank

2.2.1.

Vrijspraak

Het onder feit 1 van parketnummer 10/041999-25 ten laste gelegde is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie is tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.

2.2.2.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feiten 2, 3, 4 en 5 van parketnummer 10/041999-25 en het onder feiten 1 en 2 (primair) van parketnummer 10/276062-25 ten laste gelegde.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.

2.2.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

10/041999-25
2
hij op of omstreeks 11 oktober 2024 te [plaats]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een wafelijzer, een broodbakmachine, een waterstofzuiger, een messenset, een
compressor, een koffer met inhoud, een iPad en/of een fiets, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn
mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft
en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben
gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3
hij op of omstreeks 8 november 2024 te [plaats]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
één of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
[slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te
nemen geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door
middel van een valse sleutel
door met een bankpas tot het gebruik waartoe hij, verdachte en/of zijn
medeverdachte, niet gerechtigd was/waten, één of meer geldbedragen contactloos
te pinnen en/of betalingen op het internet te verrichten;

4
hij op of omstreeks 25 november 2024 te [plaats]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/ofdat/die weg te nemen
geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel
door met een bankpas tot het gebruik waartoe hij, verdachte en/of zijn
medeverdachte, niet gerechtigd was/waten, één of meer geldbedragen contactloos
te pinnen;

5
hij op of omstreeks 2 november 2024 te [plaats]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een elektriesche fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4]
[slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen fiets
onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,
verbreking;

10/276062-25

1
hij op of omstreeks 31 mei 2025 te [plaats] ,
een of meerdere geldbedragen van (in totaal) € 59,00, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] en/of zijn vrouw, in elk geval aan een
ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot dat/die weg te
nemen geldbedrag(en) en/of goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door
middel van een valse sleutel, door de betaalpas van die [slachtoffer 5] en/of zijn
vrouw onbevoegd te gebruiken voor het opnemen van een of meerdere
geldbedragen en/of het kopen van krasloten;

2
hij op of omstreeks 31 mei 2025 te [plaats] ,
een tas met inhoud, waaronder pinpassen, rijbewijzen, paspoorten, bibliotheekpas
en/of contant geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5]
[slachtoffer 5] en/of zijn vrouw, in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft
weggenomen,
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlasteleggingen taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring (in cursief) verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

10/041999-25
Feit 2: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

Feit 3: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd

Feit 4: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd

Feit 5: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

10/276062-25
Feit 1: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd


Feit 2, primair: diefstal

3.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf

4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

4.2.

Oordeel van de rechtbank

4.2.1.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich in een relatief korte periode schuldig gemaakt aan meerdere (gekwalificeerde) diefstallen. Het valt op dat de verdachte op verschillende manieren goederen van uiteenlopende aard heeft weggenomen, soms alleen en soms met anderen. Vooral het opportunisme waarmee de verdachte te werk is gegaan wordt hem aangerekend. De verdachte heeft met de gepleegde diefstallen geen enkel respect getoond voor andermans bezittingen en was slechts uit op zijn eigen financiële gewin, waarbij hij blijkbaar geen gelegenheid onbenut liet. Dergelijke diefstallen leveren, naast het ongemak en de ergernis, een aanzienlijke schadepost op voor de betrokkenen, terwijl dit soort feiten ook bijdragen aan de gevoelens van onveiligheid van de bestolen (soms oudere) mensen en in de samenleving.

4.2.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 9 september 2026 blijkt dat de verdachte eerder, langer dan vijf jaren geleden, onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

4.2.3.

Oplegging straf

Gelet op de het aantal strafbare feiten en de ernst ervan is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Alles afwegend wordt een gevangenisstraf van 8 maanden opgelegd.

5 Vordering van de benadeelde partijen

5.1.1 Vordering [benadeelde partij 1]

heeft als benadeelde partij voor feit 5 van parketnummer 10/041999-25 € 688,08 als vergoeding voor materiële- en immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

5.1.2 Standpunt van de officier van justitie

De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, omdat vrijspraak is gevorderd.

5.1.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder feit 5 van parketnummer 10/041999-25 gepleegde strafbare feit. De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 529,08,. De benadeelde partij heeft € 559,- als schadevergoeding voor de weggenomen fiets gevorderd, zijnde het bedrag van de aankoop van ongeveer een jaar eerder. De rechtbank maakt gebruik van haar schattingsbevoegdheid en schat – rekening houdend met enige afschrijving – de restwaarde van de fiets op € 500,-. Het gevorderde bedrag van € 29,08 voor de aanschaf van twee nieuwe fietsbanden, die de benadeelde partij op een oude fiets heeft gezet, wijst de rechtbank volledig toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering, ook ten aanzien van de onvoldoende onderbouwde gevorderde immateriële schadevergoeding. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

5.1.4 Hoofdelijkheid, wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader gepleegd. Zij zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededader de schadevergoeding (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

.De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 2 november 2024. De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat zijn vordering wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel op als bedoeld in artikel 36f Sr. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 5 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

5.2.1 Vordering [benadeelde partij 2]

heeft als benadeelde partij voor feit 3 van parketnummer 10/041999-25 € 500,-als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

5.2.2 Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij dient gedeeltelijk te worden toegewezen tot een bedrag van € 100,-.

5.2.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder feit 3 van parketnummer 10/041999-25 gepleegde strafbare feit (= pinnen met gestolen pinpas; de diefstal van de tas met portemonnee met passen is niet ten laste gelegd en de verdachte kan niet worden gelinkt aan het betalen met de creditcard van de benadeelde partij). De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen voor een bedrag van € 100,-.. Dit bedrag bestaat uit twee pinbetalingen van ieder € 50,- bij [casino] . De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

5.2.4 Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 8 november 2024. De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat haar vordering wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel op als bedoeld in artikel 36f Sr. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 1 dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

5.3.1 Vordering [benadeelde partij 3]

heeft als benadeelde partij voor feiten 1 en 2 van parketnummer 10/276062-25 € 415,45 als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

5.3.2 Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij dient gedeeltelijk te worden toegewezen tot een bedrag van € 356,45.

5.3.3 Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder feiten 1 en 2 van parketnummer 10/276062-25 gepleegde strafbare feiten. De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen voor een bedrag ter hoogte van € 346,45. De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de in de aangifte genoemde bedragen (contant geld geen € 140,- zoals gevorderd, maar € 130,- zoals in de aangifte staat). In mindering op het schadebedrag strekt een bedrag van € 59,- voor twee pinbedragen die volgens de benadeelde partij zijn vergoed door ING-bank. De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

5.3.4 Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 31 mei 2025. De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat zijn vordering wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil. De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel op als bedoeld in artikel 36f Sr. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 3dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

7 Beslissingen

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder feit 1 van parketnummer 10/041999-25 ten laste gelegde heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het onder feiten 2, 3, 4 en 5 van parketnummer 10/041999-25 en het onder feiten 1 en 2 (primair) van parketnummer 10/276062-25 ten laste gelegde, zoals in hoofdstuk 2.3.3 is omschreven, heeft gepleegd;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3.1 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

[benadeelde partij 1]

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] te betalen een bedrag van € 529,08 als vergoeding van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 2 november 2024 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van zijn vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil, en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] aan de staat € 529,08 te betalen, alsmede de wettelijke rente hierover vanaf 2 november 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 5 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

[benadeelde partij 2]

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] te betalen een bedrag van
€ 100,- als vergoeding van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 8 november 2024 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van zijn vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil, en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] aan de staat € 100,- te betalen, alsmede de wettelijke rente hierover vanaf 8 november 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 1 dag. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

[benadeelde partij 3]

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3] te betalen een bedrag van € 346,45 als vergoeding van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 31 mei 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van zijn vordering en bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil, en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] aan de staat € 346,45 te betalen, alsmede de wettelijke rente hierover vanaf 31 mei 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 3 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

8 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.P. Hameete, voorzitter,

en mrs. I. Bouter en E. Boersma, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 15 oktober 2026.