Strafrecht overig
De verdachte wordt vrijgesproken van de hem ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging. Niet is vast…
Rechtbank Rotterdam, 30 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:15276 · Rechtbank Rotterdam · 30 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-15276
Zaakgegevens
Op 30 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2026
- Datum publicatie
- 3 november 2026
- Zaaknummer
- 10-025115-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:15276
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte wordt vrijgesproken van de hem ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging. Niet is vast komen te staan dat de verdachte en de medeverdachten het geweld hebben gebruikt met de bedoeling om het horloge van de aangever weg te nemen.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-025115-25
Datum uitspraak: 30 oktober 2026
Datum zitting: 16 oktober 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. P.D. Popescu
Officier van justitie: mr. W.L. van Prooijen
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Advocaat van de benadeelde partij: mr. R van ‘t Land
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van de hem ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging. Niet is vast komen te staan dat de verdachte en de medeverdachten het geweld hebben gebruikt met de bedoeling om het horloge van de aangever weg te nemen.
1 Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
hij op of omstreeks 22 januari 2025 aan [adres 2] te Dordrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (Rolex) horloge, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer] in het gezicht te slaan en/of tegen het lichaam te slaan en/of schoppen/trappen waardoor hij ten val kwam en/of
- ( vervolgens) meermaals althans eenmaal die [slachtoffer] tegen het hoofd te slaan en/of schoppen trappen en/of
- hem de woorden toe te voegen 'dat hij zijn geld en horloge moest geven en/of 'schiet hem dood, schiet hem door zijn kop, schop hem met je punt, blijf schoppen, pak die klok, waar is je tas'.
2 Vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit.
Oordeel van de rechtbank
Uit het dossier blijkt dat de verdachte met anderen op 22 januari 2025 naar Dordrecht is gereden, dat zij de confrontatie met de aangever hebben opgezocht en zich gewelddadig tegenover hem hebben gedragen. De verdachte heeft bekend dat hij de aangever een aantal keer heeft geschopt. Op basis van het dossier is vast komen te staan dat het horloge van de aangever tijdens deze confrontatie is weggenomen. Bij de aanhouding van de verdachte op diezelfde dag werd in het middenconsole van de auto waarin hij reed het horloge van de aangever aangetroffen.
Omdat de officier van justitie ervoor heeft gekozen om het feit in de vorm van een diefstal met geweld in vereniging ten laste te leggen, wordt hetgeen waar de rechtbank zich over moet buigen toegespitst op de vraag of het gebruikte geweld ten dienste stond van een beroving. In meer juridische bewoordingen: hadden de verdachte en de medeverdachten het oogmerk om zich met behulp van dat geweld het horloge van de aangever toe te eigenen? De verdachte en de medeverdachten zullen dit als specifiek doel gehad moeten hebben om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde te kunnen komen.
De verdachte heeft verklaard dat de medeverdachten zeiden dat ze een man gingen aanpakken en dat er vrijwel direct een vechtpartij ontstond. Hij heeft verklaard dat hij, nadat hij geweld had toegepast, terug is gegaan naar de auto en dat de medeverdachten nog bij aangever waren. De verdachte heeft ontkend dat hij iets wist over het stelen van een horloge en heeft verklaard dat hij het horloge pas in de auto heeft zien liggen op het moment dat hij werd aangehouden door de politie.
De aangever heeft verklaard dat hij eerst door één persoon werd geslagen en dat er vervolgens twee mannen bij kwamen. Zij begonnen hem alle drie te slaan en schoppen, waarna hij op de grond viel. Ook toen hij op de grond lag werd hij geslagen en geschopt. Op enig moment heeft hij gedaan alsof hij bewusteloos was. Het geweld stopte. Pas als de politie hem vraagt naar een weggenomen horloge verklaart hij dat hij, toen hij op de grond lag, één van de mannen hoorde schreeuwen “pak die klok” en voelde dat het horloge van zijn pols werd gehaald. De aangever heeft wisselend verklaard over de aanleiding van de vechtpartij. In zijn aangifte verklaart aangever dat hij een afspraak had gemaakt om een boot te verkopen, terwijl hij later in een video op sociale media zegt dat hij een poging tot een overval op het restaurant heeft weten te voorkomen. Het dossier bevat verder geen informatie over de aanleiding van de vechtpartij of over wat er tijdens de vechtpartij is gezegd.
Indien het feit als mishandeling of openlijke geweldpleging ten laste was gelegd, had naar alle waarschijnlijkheid een bewezenverklaring kunnen volgen. Gelet echter op de ontkennende verklaring van de verdachte, de wisselende verklaringen van aangever en het ontbreken van nadere informatie in het dossier is de rechtbank van oordeel dat er teveel ruimte bestaat voor twijfel over de intenties van de verdachte en de medeverdachten en of deze gericht waren op de beroving van de aangever, zodat niet tot een veroordeling kan worden gekomen van het feit zoals dat nu ten laste is gelegd.
De rechtbank acht het ten laste gelegde dan ook niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
3 Vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] heeft als benadeelde partij voor het feit € 1.684,- als vergoeding voor materiële schade en € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde.
De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
4 Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op nihil.
5 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. van Esch, voorzitter,
en mrs. H. Wielhouwer en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. R.E. Kroon en E. de Jong, griffiers,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 30 oktober 2026.
Mrs. Wielhouwer, R.E. Kroon en E. de Jong zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.