Strafrecht overig
De verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging. De verdachte…
Rechtbank Rotterdam, 30 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:15280 · Rechtbank Rotterdam · 30 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-15280
Zaakgegevens
Op 30 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2026
- Datum publicatie
- 3 november 2026
- Zaaknummer
- 10-025124-25, 10-004693-25 en 13-396045-24, TUL: 23-000460-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:15280
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging. De verdachte wordt veroordeeld voor het onbevoegd verblijven op een besloten haventerrein, bedreiging met de dood en een mes en daarnaast mishandeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand en een taakstraf voor de duur van 240 uren.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-025124-25, 10-004693-25 en 13-396045-24
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 23-000460-22
Datum uitspraak: 30 oktober 2026
Datum zitting: 16 oktober 2026
Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. A. Petrescu
Officier van justitie: mr. W.L. van Prooijen
Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]
Advocaat van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] : mr. R van ‘t Land
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging. De verdachte wordt veroordeeld voor het onbevoegd verblijven op een besloten haventerrein, bedreiging met de dood en een mes en daarnaast mishandeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand en een taakstraf voor de duur van 240 uren.
1 Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
Parketnummer 10-025124-25
hij op of omstreeks 22 januari 2025 aan [adres 2] te Dordrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (Rolex) horloge, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer 1] in het gezicht te slaan en of tegen het lichaam te slaan en/of schoppen trappen waardoor hij ten val kwam en/of
- ( vervolgens) meermaals althans eenmaal die [slachtoffer 1] tegen het hoofd te slaan en/of schoppen/trappen en/of hem de woorden toe te voegen 'dat hij zijn geld en horloge moest geven en/of schiet hem dood, schiet hem door zijn kop, schop hem met je punt, blijf schoppen, pak die klok, waar is je tas’;
Parketnummer 10-004693-25
hij op of omstreeks 5 januari 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het door hekken omgeven en/of besloten terrein van [bedrijf] , in de Rotterdamse haven, gevestigd aan [straat 1] ;
Parketnummer 13-396045-24
1
hij op of omstreeks 11 oktober 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- [slachtoffer 2] een (keuken)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen en/of (meermalen) met dit (keuken)mes in zijn hand richting [slachtoffer 2] te lopen, en/of;
- ( meermalen) met een (keuken)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp richting het lichaam van [slachtoffer 2] te steken en/of zwaaien, en/of;
- [slachtoffer 2] (daarbij) de woorden toe te voegen: "ik ga je dood maken", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
2
hij op of omstreeks 11 oktober 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] met zijn vuist in het gezicht, in elk geval tegen het lichaam te slaan en/of te stompen.
2 Bewijs en vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor alle ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de diefstal met geweld in vereniging en voor het onbevoegd verblijven op een besloten haventerrein. De verdediging heeft verzocht de zaak over de bedreiging met een mes en mishandeling aan te houden, opdat de mogelijkheid tot mediation alsnog effectief wordt onderzocht. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich op 5 januari 2025 onbevoegd op het haventerrein van [bedrijf] bevond (parketnummer 10-004693-25) en hij op 11 oktober 2024
[slachtoffer 2] met de dood heeft bedreigd, hem met een mes heeft bedreigd en hem heeft mishandeld (parketnummer 13-396045-24). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.
De bewezenverklaring van de voormelde feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotiveringen.
Onbevoegd verblijf op het besloten haventerrein (parketnummer 10-004693-25 )
1. Proces-verbaal van de politie
Op 5 januari 2026 om 22:38 uur zagen wij een donkere auto stoppen bij de bushalte gelegen aan de kruising [straat 2] en [straat 3] . Hierna zagen wij twee personen in het donker gekleed ons tegemoet lopen, de [straat 3] in. Toen de personen zagen dat wij hun tegemoet reden renden zij de straat over richting het elektriciteitshuisje en zich achter het huisje probeerden te verstoppen.
Ambtshalve is ons bekend dat op de zogenoemde empty depots lege containers staan. Omdat deze empty depots zijn omgeven door hekken kan er alleen toegang verkregen worden via een ingang. Ons is ook bekend dat in de nachtelijke uren en in de weekenden er geen personen op deze empty depots horen te zijn omdat ze dan niet geopend zijn. Omstreeks 23:20 uur hoorde ik via de portofoon de Douane meldkamer zeggen dat de beveiliging van Rotterdam Shortsea Terminals melding had gemaakt dat er 1 persoon het hekwerk over was gegaan van het terrein van [bedrijf] . Omstreeks 23:47 uur zagen wij via de beveiligingscamera’s dat 2 personen donker gekleed op het terrein lopen van [bedrijf] .
2. Proces-verbaal van de politie
Op 6 januari 2026 kregen wij te horen dat er twee personen waren waargenomen op het haventerrein van [bedrijf] in [locatie] in Rotterdam. Ik kreeg opdracht om positie in te nemen bij het desbetreffende container depot. Eenmaal op het terrein maakte ik een zoekslag op het terrein. Tijdens het zoeken zag ik twee personen het terrein oversteken. Hierop riep ik de personen aan om te blijven staan. Hierna heb ik één van de twee personen onder controle gebracht en medegedeeld dat hij was aangehouden. Ik hoorde hem verklaren dat hij [verdachte] was en was geboren op [geboortedatum] 2003.
Bedreiging met een mes en mishandeling (parketnummer 13-396045-24 )
1. Proces-verbaal van de politie
Op 11 oktober 2024 liep ik uit mijn woning op [adres 3] te [plaats] . Ik zag dat [verdachte] met zijn linkerarm uithaalt in de richting van mijn gezicht. Ik voelde dat de vuist van [verdachte] tegen mijn rechterwang aan kwam. Ik voelde een pijnscheut op mijn wang. Ik zag dat [verdachte] nog twee keer uithaalde. 1 keer met zijn rechterhand en 1 keer met zijn linkerarm. Beiden uithalen raakte mij niet.
Ik zag dat [verdachte] naar boven rende via de trap en ik hoorde hem zeggen: "Blijf staan niet weg gaan."
Ik zag dat [verdachte] binnen twee minuten weer terug beneden was en ik zag dat hij een groot keukenmes met scherpe punt van ongeveer 30 centimeter lang in zijn linkerhand had. Ik zag dat [verdachte] een paar keer op mij afliep en steek bewegingen in mijn richting maakte. Ik hoorde hem zeggen: "Ik ga je dood maken”. Op een gegeven moment stond [verdachte] op een halve meter afstand van mij. Ik zag dat [verdachte] meerdere malen steekbewegingen in mijn richting maakte.
2. Proces-verbaal van de politie
Ik bekeek de camerabeelden behorende bij de aangifte omschreven in dit dossier van een geparkeerde Tesla bij [flatgebouw] .
Camera passagierszijde
[verdachte] slaat vervolgens [slachtoffer 2] driemaal met gebalde vuisten en gehoekte armen. Ik zie dat [verdachte] eerst met zijn linker arm slaat, direct gevolgd door een klap met zijn rechter arm en vervolgens weer met zijn linker arm. NN1 springt tussen beide en haalt [verdachte] weg bij [slachtoffer 2] . [verdachte] blijft in een parate gevechtspositie.
Camera voorzijde
[verdachte] loopt voor de Tesla langs met in zijn hand een vleesmes. NNI houdt [verdachte] weg bij [slachtoffer 2] . [verdachte] blijft roepen naar [slachtoffer 2] . Hierbij houdt [verdachte] continu het vleesmes in de linkerhand.
Camera bestuurderszijde
[verdachte] staat bij de ondergrondse containers. Hij is aan het roepen en schreeuwen.
NN1 houdt nog steeds [verdachte] onder bedwang en houdt hem weg bij [slachtoffer 2] . [verdachte] houdt het mes boven het hoofd en beweegt richting [slachtoffer 2] .
Bewijsmotivering – onbevoegd verblijf op besloten haventerrein (parketnummer 10-004693-25)
Door de raadsvrouw is aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat bij hem de wetenschap ontbreekt voor het uithalen van verdovende middelen.
Voor een bewezenverklaring van artikel 138aa van het wetboek van Strafrecht is het onbevoegd verblijven op een besloten haventerrein voldoende. Niet is vereist dat de verdachte ook wist dat het verblijf op dit terrein te maken had met het uithalen van verdovende middelen. De verdachte is in deze zaak samen met een ander onbevoegd aangetroffen op het besloten haventerrein van [bedrijf] . Anders dan door de verdediging is betoogd, is de rechtbank daarom van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte samen met een ander wederrechtelijk heeft verbleven op het besloten haventerrein van [bedrijf] .
Bewijsmotivering – bedreiging met mes en mishandeling (parketnummer 13-396045-24)
De raadsvrouw heeft primair verzocht om de behandeling van deze zaak aan te houden, zodat de mogelijkheid tot mediation alsnog effectief wordt onderzocht. De rechtbank ziet hiertoe geen aanleiding. De politie heeft voorafgaand aan de zitting contact gezocht met de aangever, maar dit heeft niet tot mediation geleid. Het verzoek van de verdediging wordt daarom afgewezen.
De raadsvrouw heeft subsidiair bepleit dat de aangever de feiten zelf heeft uitgelokt. Hoewel er door de verbalisanten niet is opgeschreven wat er tussen de verdachte en de aangever werd gezegd, blijkt uit de camerabeelden dat de verdachte degene is geweest die fysiek agressief wordt en uithaalt, in een gevechtshouding blijft staan en een mes gaat halen uit zijn woning, waar hij vervolgens de aangever mee bedreigt. De verdachte moest bovendien door een derde worden tegengehouden om te voorkomen dat hij bij de aangever zou komen. Uit niets blijkt dat de aangever de situatie zelf zou hebben uitgelokt. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de aangever heeft bedreigd en mishandeld.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Parketnummer 10-004693-25
hij omstreeks 5 januari 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, te weten het besloten terrein van [bedrijf] , in de Rotterdamse haven;
Parketnummer 13-396045-24
1
hij op 11 oktober 2024 te [plaats] , [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door
- [slachtoffer 2] een keukenmes te tonen en meermalen met dit keukenmes in zijn hand richting [slachtoffer 2] te lopen, en;
- meermalen met een keukenmes richting het lichaam van [slachtoffer 2] te steken en;
- [slachtoffer 2] daarbij de woorden toe te voegen: "ik ga je dood maken";
2
hij op 11 oktober 2024 te [plaats] , [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] met zijn vuist in het gezicht te slaan en/of te stompen.
Vrijspraak – diefstal met geweld in vereniging (parketnummer 10-025124-25)
Uit het dossier blijkt dat de aangever op 22 januari 2025 rond 19:45 in Dordrecht is bestolen van zijn horloge en dat daarbij veel geweld is gebruikt door drie personen. De verdachten zijn vervolgens gevlucht in een grijze auto met kenteken [kentekennummer] . De verdachte is vervolgens bijna 3 uur later in diezelfde auto aangehouden in Amstelveen. In het middenconsole van deze auto lag het horloge van de aangever.
Uit onderzoek naar de telefoongegevens van de verdachte blijkt niet waar hij zich op het moment van de beroving bevond. Op de schoen van medeverdachte [medeverdachte] is bloed aangetroffen met DNA dat afkomstig kan zijn van aangever en een relatief kleine hoeveelheid dat afkomstig kan zijn van verdachte.
Uit het dossier volgt echter niet hoe en op welk moment dit DNA van de verdachte op de schoen van de medeverdachte kan zijn terechtgekomen. Ook bevat het dossier geen andere informatie waardoor de verdachte in direct verband kan worden gebracht met de beroving. De officier van justitie heeft in dit verband gewezen op de tijdspanne tussen de beroving en het aantreffen van verdachte in de vluchtauto met het gestolen horloge. De rechtbank vindt dat echter onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij die beroving. Het betreft een tijdspanne van bijna 3 uur en uit onderzoek naar de ANPR-gegevens blijkt dat de auto op de terugweg van Dordrecht naar Amstelveel mogelijk meerdere keren is gestopt, zodat niet valt uit te sluiten dat verdachte op een later moment in de auto is gestapt. De verdachte wordt daarom van dit feit vrijgesproken.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Parketnummer 10-004693-25
medeplegen van het wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen;
Parketnummer 13-396045-24
1
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
2
mishandeling.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor alle ten laste gelegde feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de verdachte als een first offender te beschouwen en hem te veroordelen tot een taakstraf.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft omstreeks 5 januari 2025 onbevoegd op een besloten Rotterdams haventerrein verbleven. De havens van Rotterdam vormen onderdeel van een infrastructuur die essentieel is voor het economisch verkeer in Rotterdam, de rest van het land en ver daarbuiten. Het handelen van de verdachte heeft het economische verkeer verstoord, omdat signalering van onbevoegde personen op het haventerrein betekent dat de werkzaamheden geheel of gedeeltelijk moeten worden stilgelegd. Daarnaast brengt het hoge kosten voor beveiliging, toezicht en handhaving met zich.
Op 11 oktober 2024 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de bedreiging met een mes en mishandeling van het slachtoffer [slachtoffer 2] . Daarbij was het niet aan verdachte te danken dat zijn agressieve gedrag uiteindelijk werd gestopt. Uit de beelden blijkt duidelijk dat verdachte door andere personen bij het slachtoffer moest worden weggehouden, terwijl hij met een groot keukenmes liep te zwaaien en stekende bewegingen maakte. Het slachtoffer is hierdoor erg geschrokken. Met zijn handelen toont de verdachte geen respect voor de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 16 september 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder voor straatroven en openlijk geweld. Deze veroordeling is echter al van langer geleden. De rechtbank zal daar in deze zaak niet in strafverhogende zin rekening mee houden.
Rapporten van deskundigen
In het rapport van Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) van 17 februari 2026 staat het volgende. De reclassering concludeert dat sprake is van diverse problemen rondom opleiding, werk, inkomen en schulden. Hierbij speelt een (deels) negatief sociaal netwerk waarschijnlijk een rol. De reclassering vermoedt dat nog steeds sprake is van psychosociale problematiek bij de verdachte en heeft geen zicht op eventuele beschermende factoren. Positief is dat de verdachte geen verdovende middelen gebruikt.
Aan het dossier is ook een rapportage van de reclassering in een andere strafzaak van
22 september 2026 toegevoegd. Hierin adviseert de reclassering om aan de verdachte geen reclasseringstoezicht meer op te leggen vanwege een gebrek aan motivatie en het zich onttrekken aan reclasseringstoezicht. Ook blijkt uit deze rapportage dat de verdachte in de tussentijd een detentie heeft uitgezeten in België en sinds juni 2026 geen contact meer met de verdachte was.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een forse taakstraf passend. De voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een taakstraf van 240 uur opgelegd met aftrek. Aangezien de verdachte al 144 dagen in voorarrest heeft gezeten, betekent dit dat er geen uren te verrichten taakstraf resteren.
5 Vorderingen van de benadeelde partijen
Vordering [benadeelde partij 1]
[slachtoffer 1] heeft als benadeelde partij voor de diefstal met geweld in vereniging (parketnummer 10-025124-25) € 1.684,- als vergoeding voor materiële schade en € 10.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 4.184,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij moet voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het onder parketnummer 10-025124-25 ten laste gelegde.
De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
Vordering [benadeelde partij 2]
[slachtoffer 2] heeft als benadeelde partij voor de bedreiging met een mes en mishandeling (parketnummer 13-396045-24)
€ 800,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan geheel worden toegewezen.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat deze vordering onvoldoende is onderbouwd.
Oordeel van de rechtbank
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit onder parketnummer 13-396045-24 rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in zijn persoon aangetast, waardoor hij op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van zijn immateriële schade. Die schade wordt naar billijkheid begroot op
€ 800,-. Bij de begroting is rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend en de Rotterdamse schaal. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 800,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 11 oktober 2024.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.
Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 8 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
6 Vordering tot tenuitvoerlegging
Vordering
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 9 maanden, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan een strafbaar feit door zich schuldig te maken aan diefstal met geweld in vereniging (parketnummer 10-025124-25).
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, gelet op de bepleitte vrijspraak.
Oordeel van de rechtbank
Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het onder parketnummer 10-025124-25 ten laste gelegde feit en de vordering tenuitvoerlegging aan dit parketnummer verbonden is, kan niet worden geoordeeld dat de verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. Daarom zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging afwijzen.
7 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 138aa, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
8 Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit onder parketnummer 10-025124-25 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten onder parketnummers 10-004693-25 en
13-396045-24, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 1 (één) maand;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 0 (nul) uur taakstraf moet worden verricht;
Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het arrest van 24 november 2022 (parketnummer 23-000460-22) aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie;
Vorderingen benadeelde partijen
Benadeelde partij [benadeelde partij 1]
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering (parketnummer 10-025124-25);
veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op nihil;
Benadeelde partij [benadeelde partij 2]
veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (feiten 1 en 2, parketnummer 13-396045-24), te betalen een bedrag van € 800,- (achthonderd euro), bestaande uit immateriële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 11 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor feiten 1 en 2 onder parketnummer 13-396045-24 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] aan de staat € 800,- (achthonderd euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 8 (acht) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
9 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. van Esch, voorzitter,
en mrs. H. Wielhouwer en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. R.E. Kroon en E. de Jong, griffiers,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 30 oktober 2026.
Mrs. Wielhouwer, R.E. Kroon en E. de Jong zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.