Strafrecht overig
Veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met…
Rechtbank Rotterdam, 2 november 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:15284 · Rechtbank Rotterdam · 2 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-15284
Zaakgegevens
Op 2 november 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 2 november 2026
- Datum publicatie
- 4 november 2026
- Zaaknummer
- 10-030147-26, 10-120451-26, TUL: 10-110805-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:15284
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden voor het medeplegen van 11 strafbare feiten tegenover slachtoffers op (hoge) leeftijd. In alle gevallen is door hem en zijn mededaders gebruik gemaakt van zogenoemde babbeltrucs om bij de slachtoffers in de woning te komen en hun vertrouwen te winnen. Hij heeft hierbij twee slachtoffers opgelicht en een ander geprobeerd op te lichten. Ook pleegde hij diefstallen uit zes verschillende woningen. Tenslotte heeft hij tweemaal met gestolen pinpassen geld gepind, waarbij de pincodes eveneens door middel van een babbeltruc zijn achterhaald.
De vorderingen van de benadeelde partijen worden deels toegewezen, deels niet-ontvankelijk verklaard.
De bij de strafbare feiten gebruikte telefoons zijn verbeurdverklaard.
De vordering tot tenuitvoerlegging van 100 dagen jeugddetentie wordt toegewezen.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-030147-26, 10-120451-26
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-110805-22
Datum uitspraak: 2 november 2026
Datum zitting: 19 oktober 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres van de PI aan [adres 1] , [postcode] , [plaats 1] ,
Advocaat van de verdachte: mr. N. Claassen
Officier van justitie: mr. E. J. de Groot
Benadeelde partijen:
- [benadeelde partij 1] (feit 2); gemachtigde [gemachtigde 1] van Slachtofferhulp Nederland
- [benadeelde partij 2] (feit 3); gemachtigde [gemachtigde 2] (zoon van benadeelde partij)
- [benadeelde partij 3] (feit 4); gemachtigde [gemachtigde 1] van Slachtofferhulp Nederland
- [benadeelde partij 4] (feit 6)
- [benadeelde partij 5] (feit 8)
- [benadeelde partij 6] (feit 9)
- [benadeelde partij 7] (feit 10); gemachtigde [gemachtigde 1] van Slachtofferhulp Nederland.
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met oplegging van bijzondere voorwaarden voor het medeplegen van 11 strafbare feiten tegenover slachtoffers op (hoge) leeftijd. In alle gevallen is door hem en zijn mededaders gebruik gemaakt van zogenoemde babbeltrucs om bij de slachtoffers in de woning te komen en hun vertrouwen te winnen. Hij heeft hierbij twee slachtoffers opgelicht en een ander geprobeerd op te lichten. Ook pleegde hij diefstallen uit zes verschillende woningen. Tenslotte heeft hij tweemaal met gestolen pinpassen geld gepind, waarbij de pincodes eveneens door middel van een babbeltruc zijn achterhaald.
De vorderingen van de benadeelde partijen worden deels toegewezen, deels niet-ontvankelijk verklaard.
De bij de strafbare feiten gebruikte telefoons zijn verbeurdverklaard.
De vordering tot tenuitvoerlegging van 100 dagen jeugddetentie wordt toegewezen.
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, kort samengevat, 11 feiten in vereniging heeft gepleegd. Feit 1 betreft het medeplegen van een poging tot oplichting, de feiten 2 en 10 het medeplegen van oplichting. De feiten 4, 6, 7, 8, 9 en 11 betreffen het medeplegen van oplichting, subsidiair het medeplegen van diefstal uit een woning en onder de feiten 3 en 5 gaat het om diefstal door middel van het geld opnemen met gestolen bankpassen en pincodes.
De voornoemde beschuldigingen zijn vermeld in twee dagvaardingen onder de hiervoor genoemde parketnummers die hiervoor zijn vermeld. De tekst van de gewijzigde tenlasteleggingen is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Daarin heeft de rechtbank de feiten een doorlopende nummering gegeven die ook hierna zal worden aangehouden.
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5, 6 subsidiair, 7 subsidiair, 8 subsidiair, 9 subsidiair, 10 en 11 subsidiair en dat hij moet worden vrijgesproken van de feiten 4 primair, 6 primair, 7 primair,
8 primair, 9 primair en 11 primair.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft bepleit om de officier van justitie te volgen in haar conclusies met betrekking tot de bewezenverklaring van de feiten.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
Bewijsmiddelen
feit 1
1. De bekennende verklaring van de verdachte tijdens de zitting van 19 oktober 2026.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangever [aangever 1] .
feit 2
1. De bekennende verklaring van de verdachte tijdens de zitting van 19 oktober 2026.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangever [aangever 2] .
3. Proces-verbaal van de politie, inhoudende forensisch onderzoek woning [adres 2] te [plaats 2] .
4. Deskundigenverslag TMFI.
feit 3
1. De bekennende verklaring van de verdachte tijdens de zitting van 19 oktober 2026.
2. Proces-verbaal van politie, verklaring van de aangever [aangever 3] .
3. Proces-verbaal van politie, bevindingen herkenning [verdachte] .
feit 4
1. De bekennende verklaring van de verdachte tijdens de zitting van 19 oktober 2026.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangever [aangever 4] .
3. Proces-verbaal van politie, bevindingen herkenning [verdachte] .
4. Proces-verbaal van politie, bevindingen camerabeelden
feit 5
1. De bekennende verklaring van de verdachte tijdens de zitting van 19 oktober 2026.
2. Proces-verbaal van politie, verklaring van de aangever [aangever 5] .
3. Proces-verbaal van politie, bevindingen camerabeelden supermarkt Albert Heijn.
4 Proces-verbaal van politie, herkenning persoon door opsporingsambtenaar.
feit 6
1. De bekennende verklaring van de verdachte tijdens de zitting van 19 oktober 2026.
2. Proces-verbaal van politie, verklaring van de aangever [aangever 6] .
3. Proces-verbaal van de politie, bevindingen VVE appartementencomplex aangever
[aangever 6]
feit 7
1. De bekennende verklaring van de verdachte tijdens de zitting van 19 oktober 2026.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangever [aangever 7] .
3. Proces-verbaal van de politie, onderzoek in digitale gegevens van Apple Iphone 12.
feit 8
1. De bekennende verklaring van de verdachte tijdens de zitting van 19 oktober 2026.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangever [aangever 8] .
3. Proces-verbaal van bevindingen, bevindingen multimediabestanden gevel [adres 3] [plaats 3] .
4. Proces-verbaal van bevindingen, zaak 8 herkenning.
feit 9
1. De bekennende verklaring van de verdachte tijdens de zitting van 19 oktober 2026.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangever [aangever 9] ,
3. Proces-verbaal van politie, onderzoek in digitale gegevens van Apple Iphone 12.
4. Proces-verbaal van politie, bevindingen zaak 9 [plaats 4] .
feit 10
1. De bekennende verklaring van de verdachte tijdens de zitting van 19 oktober 2026.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangever [aangever 10] .
3. Proces-verbaal van politie, bevindingen Amac winkel [plaats 10] .
4. Proces-verbaal van politie, bevindingen zaak 10 [plaats 10] .
feit 11
1. De bekennende verklaring van de verdachte tijdens de zitting van 19 oktober 2026.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangever [aangever 11] .
3. Proces-verbaal van politie, forensisch onderzoek woning [adres 4] , [plaats 5] .
4. Deskundigenverslag van het NFI.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1
hij op 29 januari 2026 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] te bewegen tot de afgifte van enig goed,
te weten bankpassen,
- die [slachtoffer 1] heeft gebeld en zich vervolgens voor heeft gedaan als medewerker
van de ABN AMRO bank en
- die [slachtoffer 1] heeft verteld dat er vermoedelijk bankpasfraude was gepleegd met zijn
bankpas en
- die [slachtoffer 1] heeft verteld dat hij zijn bankpassen in een envelop moest stoppen
en
- die [slachtoffer 1] heeft verteld dat er een koerier naar zijn woning zou komen en
vervolgens die [slachtoffer 1] een code voor de koerier heeft gegeven en
- zich naar de woning van die [slachtoffer 1] heeft bewogen en vervolgens die [slachtoffer 1]
een code heeft verteld en
- een envelop van die [slachtoffer 1] in ontvangst heeft genomen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op 15 december 2025 te in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en
door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens,
te weten
- een telefoon en
- ringen en
- kettingen en
- een pinpas en bijbehorende pincode en
- een horloge en
- sieraden,
door
- die [slachtoffer 2] te bellen en zich vervolgens voor te doen als medewerker van de
politie en
- die [slachtoffer 2] te vertellen dat er inbrekers in de wijk lopen en dat er iemand naar die
[slachtoffer 2] zou komen om haar deursloten te controleren en
- zich naar de woning van die [slachtoffer 2] te bewegen en vervolgens de woning van
die [slachtoffer 2] te betreden en
- een telefoon en ringen en een pinpas en bijbehorende pincode en een horloge en sieraden van die [slachtoffer 2] mee te nemen en
- die [slachtoffer 2] te vertellen dat de spullen tijdelijk mee moesten worden genomen om
foto's te maken en dat de spullen snel weer terug zouden worden gebracht;
3
hij op 15 december 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
een geldbedrag van 500 euro dat aan [slachtoffer 3] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de pinpas van die [slachtoffer 3] en met de pinpas en pincode van die [slachtoffer 3] een geldbedrag op te nemen;
4 subsidiair
hij op 10 december 2025 te [plaats 6] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in een woning, gelegen aan [adres 5] , alwaar verdachte zich tegen de wil van de rechthebbende bevond,
- ringen en
- een armband en
- een ketting en
- een bankpas, die aan [slachtoffer 4] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
5
hij op 13 december 2025 te [plaats 7] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een geldbedrag van 500 euro en een geldbedrag van 200 euro, die aan [slachtoffer 5] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen goederen onder hun
bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel,
door onbevoegd gebruik te maken van de pinpas van die [slachtoffer 5] en
met de pinpas en pincode van die [slachtoffer 5] een geldbedrag op te nemen;
6 subsidiair
hij op 6 december 2025 te [plaats 7] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in een woning gelegen aan [adres 6] , alwaar verdachte zich tegen de wil van de rechthebbende bevond,
- een contant geldbedrag van 1000 euro en
- kettingen en
- armbanden en
- een ring, die aan [slachtoffer 6] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
7 subsidiair
hij op 24 januari 2026 te [plaats 8] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in een woning, gelegen aan [adres 7] , alwaar verdachte zich tegen de wil van de rechthebbende bevond,
- sieraden en
- een contant geldbedrag van 90 euro en
- een bankpas,
die aan [slachtoffer 7] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
8 subsidiair
hij op 24 januari 2026 te [plaats 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen in een woning, gelegen aan [adres 8] , alwaar verdachte zich tegen de wil van de rechthebbende bevond, ringen, die aan [slachtoffer 8] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
9 subsidiair
hij op 19 december 2025 te [plaats 4] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen in een woning, gelegen aan [adres 9] , alwaar verdachte zich tegen de wil van de rechthebbende bevond, sieraden, die aan [slachtoffer 9] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
10
hij op 8 december 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 10] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten
- sieraden en
- een bankpas en
- een e-reader en
- een geldbedrag van 700 euro,
door
- die [slachtoffer 10] te bellen en zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van de
Rabobank en
- die [slachtoffer 10] te vertellen dat er een verdachte transactie was geweest vanaf haar
bankrekening en dat haar adres was aangetroffen in een boekje van een
aangehouden man en
- zich naar de woning van die [slachtoffer 10] te bewegen en vervolgens de woning
van die [slachtoffer 10] te betreden en
- sieraden en een bankpas en een e-reader en een geldbedrag van 700 euro van die [slachtoffer 10] weg te nemen;
11 subsidiair
hij op 26 januari 2026 te [plaats 5] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in een woning, gelegen aan [adres 4] , alwaar verdachte zich tegen de wil van de rechthebbende bevond,
- horloges en
- sieraden, die geheel aan [slachtoffer 11] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Vrijspraak
De beschuldiging onder de feiten 4 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair, 9 primair en 11 primair is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificaties
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1
medeplegen van een poging tot oplichting
feiten 2 en 10
medeplegen van oplichting
feiten 3 en 5
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels
feiten 4 subsidiair, 6 subsidiair, 7 subsidiair, 8 subsidiair, 9 subsidiair, 11 subsidiair
diefstal in een woning, door iemand die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5, 6 subsidiair, 7 subsidiair, 8 subsidiair, 9 subsidiair, 10 en 11 subsidiair worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit om voor alle bewezen feiten een maximale gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het door verdachte ondergane voorarrest, met daarnaast de maximale taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf zo hoog als de rechtbank geraden acht met de bijzondere voorwaarden zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd. Hierbij heeft de raadsman verzocht om bij de duur van de op te leggen (voorwaardelijke) gevangenisstraf rekening te houden met de regeling inzake voorwaardelijke invrijheidsstelling, De raadsman heeft tot slot gevraagd om bij de strafoplegging rekening te houden met de relatief jonge leeftijd van de verdachte en zijn oprechte intenties om zijn toekomst te verbeteren.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich in een periode van twee maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan een reeks van elf feiten, waarbij gebruik werd gemaakt van een zogenoemde babbeltruc.
De slachtoffers, veelal op hoge leeftijd, werden telefonisch benaderd door iemand die zich voordeed als een bank-, politie of- thuiszorgmedewerker. Daarbij werd verteld dat er iets mis was met hun bankrekening of dat geld en sieraden in hun huis niet veilig zouden zijn. Er zou een collega langskomen om hulp te bieden of om de sieraden op te halen om elders veilig op te bergen. Terwijl de beller nog aan de telefoon was, kwam vervolgens iemand langs die aanbelde en die de aangeboden hulp zou bieden. Dit was de verdachte. Eenmaal binnen maakte hij misbruik van het gewekte vertrouwen en ging er met waardevolle spullen vandoor. De verdachte heeft op deze manier tweemaal (hoog)bejaarde slachtoffers opgelicht, een volgende oplichting bleef steken in een poging, omdat het slachtoffer argwanend werd en de politie waarschuwde waardoor de verdachte op heterdaad kon worden aangehouden. Daarnaast heeft hij bij zes personen op (hoge) leeftijd sieraden en geld uit hun woning gestolen. Tenslotte heeft de verdachte twee keer gepind met gestolen bankpassen.
De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij met zijn mededaders kennelijk doelbewust kwetsbare ouderen heeft uitgekozen om op geraffineerde wijze misbruik te maken van hun vertrouwen. Door te doen alsof er werd gebeld door een bank-, politie- of thuiszorgmedewerker is misbruik gemaakt van het vertrouwen van de slachtoffers in mensen die dergelijke beroepen uitoefenen, met als doel hen tot afgifte van geld of goederen te bewegen. Omdat onderdeel van alle babbeltrucs is geweest dat er iemand in de woningen van de slachtoffers binnen kon komen om goederen weg te nemen en men zich juist in de eigen woning veilig moet kunnen voelen, heeft de verdachte niet alleen schade toegebracht aan de eigendommen, maar ook aan het gevoel van veiligheid en de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers.
Bovendien heeft het gevoelens van stress en schaamte bij de slachtoffers teweeggebracht, omdat zij in een truc zijn getrapt.De verdachte en zijn mededaders hebben deze kwetsbare ouderen op lafhartige wijze als een gemakkelijke prooi gezien, van wie zij zonder veel risico en met eenvoudige middelen geld (al dan niet door middel van het pinnen met een afhandig gemaakte pinpas en pincode) en waardevolle spullen afhandig konden maken. De verdachte heeft hierbij alleen oog gehad voor zijn eigen financieel gewin, zoals hij ook op de zitting heeft verklaard. Hij heeft geen oog gehad voor de gevolgen voor de slachtoffers.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 28 september 2026 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld, waaronder ook voor diefstallen en oplichting.
Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.
Rapporten van de reclassering
De reclassering heeft op 28 april 2026, een rapport over de verdachte uitgebracht. Hierin is het volgende geschreven:
Bij de verdachte zijn risicofactoren aanwezig op de leefgebieden huisvesting, dagbesteding, financiën, sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en houding. Als hij uit detentie komt heeft hij geen vaste woonplek, geen dagbesteding en geen inkomen. Het ontbreken van een woonplek, dagbesteding en inkomen verhoogt de kans op recidive. Er is dus sprake van instabiliteit op meerdere leefgebieden. Daarnaast lijkt er, mede door eerdere veroordelingen, sprake te zijn van een negatief sociaal netwerk en heeft de reclassering hier weinig zicht op.
De reclassering schat het risico op recidive in als hoog en ziet daarom noodzaak voor interventies gericht op de cognitieve vaardigheden, huisvesting, dagbesteding en financiën. Betrokkene heeft zich eerder niet aan afspraken bij de reclassering gehouden, waardoor onduidelijk is in welke mate hij in de toekomst mee zal werken aan bijzondere voorwaarden.
Geadviseerd wordt om het volwassenenstrafrecht toe te passen, omdat de verdachte conform zijn kalenderleeftijd handelt.
Bij een veroordeling wordt een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden geadviseerd:
• Meldplicht bij reclassering
• Gedragsinterventie cognitieve vaardigheden
• Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
• Dagbesteding
• Aflossing schulden.
In het rapport van 7 oktober 2026, is ter aanvulling op het rapport van 28 april 2026, de toepassing van het volwassenstrafrecht nader onderbouwd. De reclassering concludeert dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor een verstandelijke beperking bij de verdachte of dat hij impulsief zou handelen. Verder toont hij aan over enige organisatievaardigheden te beschikken. Ook dit argument pleit voor de toepassing van het volwassenstrafrecht, aldus de reclassering.
Overige persoonlijke omstandigheden
De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte door zijn detentie zijn huisvesting is kwijtgeraakt. Als hij uit detentie komt heeft hij geen woonruimte meer en ook geen baan. Een langere onvoorwaardelijke straf maakt die uitgangspositie alleen maar slechter, terwijl juist een stabiele woonplek en dagbesteding volgens de reclassering de kans op herhaling verkleint.
Oplegging straf
Straf
Gezien aantal feiten en de ernst daarvan alsmede de straffen die in soortgelijke zaken gewoonlijk worden opgelegd, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het daarnaast opleggen van een taakstraf aan de verdachte, zoals door de advocaat is bepleit, stuit af op het bepaalde in artikel 9 lid 4 Sr.
De rechtbank gaat er vanuit dat de verdachte niet het brein achter de strafbare feiten was maar dat hij een uitvoerende rol had. Dit leidt de rechtbank onder andere af uit de omstandigheid dat de verdachte de enige voor de slachtoffers zichtbare persoon is geweest terwijl zijn mededaders onzichtbaar waren en zijn gebleven. De pakkans was daardoor voor de verdachte veel groter dan voor de anderen. Deze uitvoerende rol van de verdachte, waarbij hij aangestuurd werd door anderen, het feit dat hij enige openheid heeft gegeven over zijn rol, zijn relatief jonge leeftijd en zijn kennelijk serieuze intentie om nu iets van zijn leven te gaan maken, leiden ertoe dat de rechtbank een veel kortere gevangenisstraf zal opleggen dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 24 maanden.
De rechtbank zal een groot deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, namelijk 8 maanden. Doel hiervan is om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank acht het voorts van belang dat de verdachte zal worden begeleid en ondersteund door de reclassering. Om dit mogelijk te maken, zal zij aan voornoemde voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd. De verdachte heeft zich bereid verklaard de bijzondere voorwaarden na te komen.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
5 In beslag genomen voorwerpen
Onder de verdachte zijn onder meer de onderstaande voorwerpen in beslag genomen en ter zitting is gebleken dat deze voorwerpen nog niet terug zijn naar de verdachte zodat daarover een beslissing moet worden genomen.
- telefoon, merk Apple, kleur paars. [goednummer 1] ;
- telefoon, merk Apple, kleur rood. [goednummer 2] .
Standpunt officier van justitie en van de verdediging
De officier van justitie heeft gevorderd beide onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen, verbeurd te verklaren.
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen over het beslag.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
Als bijkomende straf voor de feiten worden de in beslag genomen telefoons van het merk Apple verbeurd verklaard. Deze voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.
De strafbare feiten zijn met behulp van deze voorwerpen gepleegd. De voorwerpen behoren aan de verdachte toe.
6 Vorderingen van de benadeelde partijen
Vordering [benadeelde partij 1] (feit 2)
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert een vergoeding van € 2.820,89 aan materiële schade, bestaande uit € 2.701,40 aan gestolen sieraden, € 114,99 als kosten voor de aanschaf van een videodeurbel en € 4,50 als kosten voor de aanschaf van een nieuwe betaalpas, en daarnaast een vergoeding van € 1.700,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan integraal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
Een nadere onderbouwing van de waarde van de sieraden ontbreekt. Zo ontbreken er aankoopbewijzen en de sieraden zijn getaxeerd op basis van foto’s. Ten aanzien van de videodeurbel, betaalpas en de immateriële schade refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel rechtbank
Materiële schade
Vaststaat dat de benadeelde partij schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit. Ter onderbouwing van haar vordering voor wat betreft de gestolen sieraden heeft de benadeelde partij een taxatierapport overgelegd, opgemaakt aan de hand van de foto’s van deze sieraden. Van de getaxeerde totale waarde van de gestolen sieraden is een deel vergoed door de verzekering van de benadeelde partij. De benadeelde partij vordert het resterende niet door de verzekering vergoede deel. De rechtbank acht het overgelegde taxatierapport voldoende onderbouwing, aangezien het aannemelijk is dat de benadeelde partij zoveel jaar na de aankoop van de sieraden niet meer over de aankoopbewijzen beschikt (en zij ongewild in deze situatie is gebracht door toedoen van de verdachte). Ondanks de betwisting door de verdediging zal haar vordering tot vergoeding van de gestolen sieraden voor het deel dat niet is vergoed door de verzekering dus worden toegewezen. Ook de kosten van de videodeurbel en van de betaalbas worden toegewezen. Daarmee komt het totale gevorderde bedrag aan materiële schade van € 2.820.89 voor vergoeding in aanmerking.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft een bedrag van € 1.700, - gevorderd. Gesteld is dat zij door het handelen van verdachte op 'andere wijze in de persoon aangetast', zoals bedoeld in
artikel 6:106 sub b BW. Daarbij is onder meer verwezen naar de bestaande jurisprudentie daarover en is als onderbouwing onder andere het volgende aangevoerd:
Een dergelijke aantasting in de persoon hoeft niet met concrete gegevens te worden onderbouwd indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen (zie: ECLI:NL:HR:2019:376, r.o. 4.2.1).
De rechtbank begrijpt dat zij zich hiermee beroept op de uitzonderingsregel die uit het arrest van 2019 van de Hoge Raad zou voortvloeien. Zoals dat ook uit de jurisprudentie van de Hoge Raad nadien blijkt, geldt deze uitzonderingsregel in beginsel alleen als het gaat om zeer ernstige delicten, zoals verkrachting (ECLI:NL:HR:2021:1496) en poging moord (ECLI:NL:HR:2024:951). Minder ernstige delicten zullen niet snel voldoen aan dit criterium (vgl. ECLI:NL:HR:2026:48 en ECLI:NL:HR:2019:1465).
In deze zaak is de bewezenverklaarde oplichting van de benadeelde partij, die de grondslag vormt voor de gestelde psychische schade, niet van dien aard dat de relevante nadelige gevolgen zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon eenvoudigweg kan worden aangenomen, zonder deugdelijke onderbouwing daarvan. Gelet hierop zal de rechtbank de benadeelde partij in haar vordering voor zover dit betrekking heeft op de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren.
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf de pleegdatum van het feit, zijnde 15 december 2026.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij deels wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 28 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Vordering [benadeelde partij 2] (feit 3)
De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert een vergoeding van € 950,- aan materiële schade, bestaande uit € 100,- aan gestolen cash geld, € 25,- als kosten voor vervanging van haar bankpas, € 500,- in verband met het gepinde geld, € 25,- voor een gestolen ketting en € 300,- voor 2 gestolen trouwringen. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt officier van justitie
Het door de verdachte gepinde bedrag van € 500,- kan worden toegewezen als materiële schade. Hoewel de overige posten (samen € 450,- voor cash geld uit woning, bankpas, ketting en trouwringen) niet een direct verband hebben met de bewezenverklaring, zie ik toch een mogelijkheid om het bedrag van € 450,- op grond van 36f Sr als immateriële schade toe te wijzen. Aldus is € 500,- toewijsbaar als schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente en dient de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd voor € 950,-.
Standpunt verdediging
Feit 3 ziet alleen op het pinnen van € 500,-. De tenlastelegging is leidend. De toewijzing van de vordering zou dan ook tot dat bedrag beperkt dienen te worden. Verzocht wordt om niet de ‘creatieve insteek’ van de officier van justitie te volgen, omdat dat ook geen basis biedt voor het causale verband. Er ontbreken bovendien stukken ter onderbouwing van de vordering.
Oordeel rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 3 gepleegde strafbare feit. Nu alleen het door de verdachte gepinde bedrag van € 500,- in rechtstreeks verband staat met het bewezenverklaarde feit, namelijk het onbevoegd opnemen van een geldbedrag met de pinpas van het slachtoffer, zal de vordering tot dat bedrag worden toegewezen. Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij ad € 450,- staat niet in voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. Immers, de schade als gevolg van de diefstal uit de woning is geen gevolg van de bewezenverklaarde diefstal van een geldbedrag door middel van het gebruik van de pinpas van het slachtoffer door de verdachte. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf de pleegdatum van het feit, zijnde 15 december 2025.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op voor € 500,-. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 5 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Vordering [benadeelde partij 3] (feit 4)
De benadeelde partij [benadeelde partij 3] vordert een vergoeding van € 204,48 aan materiële schade, bestaande uit € 129.99 als kosten voor de aanschaf van een videodeurbel, € 69,99 als kosten voor de aanschaf van een tweede beeldscherm voor de videodeurbel en € 4,50 als kosten voor een nieuwe betaalpas. Daarnaast vordert de benadeelde partij een vergoeding van € 1.000,- aan immateriële schade. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt officier van justitie
Zowel de gevorderde materiële schade voor de videodeurbel, het tweede scherm en de betaalpas, als de immateriële schade zijn goed onderbouwd en komen voor vergoeding in aanmerking, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de videodeurbel, tweede scherm en de kosten voor de vervanging van de betaalpas.
Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade is aangevoerd dat de enkele stelling dat iemand erg is geschrokken en angstig is, onvoldoende is voor toewijzing (HR 10 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1148). Verzocht is het gevorderde bedrag van € 1.000,- in ieder geval te matigen tot - minstens - de helft.
Oordeel rechtbank
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij de gevorderde materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 4 gepleegde strafbare feit. De vordering is voldoende onderbouwd en hiertegen is geen verweer gevoerd. Daarom wordt het totale gevorderde bedrag van € 204,48 aan materiële schade toegewezen.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft een bedrag van € 1.000, - gevorderd.
Gesteld is dat zij door het handelen van verdachte op 'andere wijze in de persoon aangetast', zoals bedoeld in artikel 6:106 sub b BW, omdat bij dit misdrijf de nadelige gevolgen zo voor de hand liggen dat ook zonder onderbouwing met concrete gegevens en/of objectief vastgesteld geestelijk letsel een aantasting in de persoon kan worden aangenomen, hetgeen toewijzing van een vergoeding voor immateriële schade rechtvaardigt.
De rechtbank begrijpt dat de benadeelde partij zich hiermee beroept op de uitzonderingsregel die uit het arrest van 2019 van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:376 ) zou voortvloeien. Zoals dat ook uit de jurisprudentie van de Hoge Raad nadien blijkt, geldt deze uitzonderingsregel in beginsel alleen als het gaat om zeer ernstige delicten, zoals verkrachting (ECLI:NL:HR:2021:1496) en poging moord (ECLI:NL:HR:2024:951). Minder ernstige delicten zullen niet snel voldoen aan dit criterium (vgl. ECLI:NL:HR:2026:48 en ECLI:NL:HR:2019:1465).
In deze zaak is de bewezenverklaarde diefstal uit de woning, wat de grondslag vormt voor de gestelde psychische schade, niet van dien aard dat de relevante nadelige gevolgen zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon eenvoudigweg kan worden aangenomen, zonder deugdelijke onderbouwing daarvan. Gelet hierop zal de rechtbank de benadeelde partij in haar vordering voor zover dit betrekking heeft op de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren.
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf de pleegdatum van het feit, zijnde 10 december 2025.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 2 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Vordering [benadeelde partij 4] (feit 6)
De benadeelde partij [benadeelde partij 4] vordert een vergoeding van € 1.167,- aan materiële schade, zijnde € 1.000 als gestolen cash geld en € 167,- als het niet door de verzekering vergoede deel voor de gestolen sieraden.
De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt officier van justitie
De vordering tot materiële schadevergoeding is voor wat betreft de sieraden goed onderbouwd door de proforma nota van een erkend juwelier.
Het gevorderde bedrag van € 1.167,- euro is toewijsbaar, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 6 gepleegde strafbare feit. De vordering is voldoende onderbouwd en door de verdediging niet betwist. Het totaal gevorderde bedrag aan materiële schade van € 1.167, - wordt daarom toegewezen.
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf de pleegdatum van het feit, zijnde 6 december 2025.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 11 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Vordering [benadeelde partij 5] (feit 8)
De benadeelde partij [benadeelde partij 5] vordert een vergoeding van € 3.142,- aan materiële schade voor twee gestolen trouwringen.
De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt officier van justitie
Hoewel de vordering niet nader is onderbouwd is deze wel toewijsbaar omdat het gevorderde bedrag voldoende aannemelijk is. Een en ander met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.
Standpunt verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat er van de weggenomen ringen geen taxatie of anderszins een waardebepaling heeft
plaatsgevonden. Iedere vorm van onderbouwing ontbreekt.
Oordeel rechtbank
De vordering is niet onderbouwd en is gemotiveerd betwist door de verdediging. De beoordeling van de vordering vraagt aldus om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk bewijslevering. Hiervoor is geen ruimte in de huidige procedure. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in de vordering, met als reden dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
[benadeelde partij 6] (feit 9)
De benadeelde partij [benadeelde partij 6] heeft op het schade-onderbouwingsformulier vermeld schade te hebben geleden, maar zij heeft geen schadebedrag ingevuld.
6.6.1.
De benadeelde partij heeft op het voegingsformulier ingevuld dat zij geen idee heeft welke schade zij heeft geleden of wil vorderen. Daarom beschouwt de rechtbank dit niet als een vordering waarover zij een beslissing dient te nemen.
[benadeelde partij 7] (feit 10)
De benadeelde partij [benadeelde partij 7] vordert een vergoeding van € 13.028,- aan materiële schade, bestaande uit de waarde van de weggenomen sieraden (€ 10.145,-), een (gepind) geldbedrag van € 2.108,- (waarbij het van de verzekering teruggekregen bedrag niet is meegenomen), weggenomen contant geld (€ 700,-) en de kosten van het taxatierapport voor de sieraden (€ 75,-).
De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan, nu deze voldoende is onderbouwd, integraal worden toegewezen te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering. Er wordt ook vergoeding van sieraden gevorderd (een ring met melksteen, een bedelarmband en een ketting met munthanger) die niet in de aangifte voorkomen. Verder is niet duidelijk of de inboedelverzekering, dan wel de bank al een bedrag heeft vergoed.
Allereerst moet duidelijk worden of, gelet op de schadebeperkingsplicht, sprake is geweest van een voorliggende voorziening, Aangezien dit onvoldoende duidelijk is, wordt niet-ontvankelijkheid bepleit.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 10 gepleegde strafbare feit.
Voor wat betreft de gevorderde waarde van de weggenomen sieraden geldt het volgende. De vordering is onderbouwd met een taxatierapport waarin meer sieraden zijn opgenomen dan in de aangifte zijn genoemd. Dit deel van de vordering wordt toegewezen met uitzondering van de waarde van een ring met melksteen, een bedelarmband en een ketting met munthanger. De rechtbank passeert het verweer van de verdediging dat niet is komen vast te staan dat de benadeelde partij aan haar schadebeperkingsplicht heeft voldaan nu niet duidelijk is geworden of de verzekering een bedrag heeft vergoed. Nog daargelaten dat de omstandigheid dat een slachtoffer (mogelijk) een verzekering heeft afgesloten, de aansprakelijke partij niet van vergoeding van de schade ontslaat, geldt in deze zaak het volgende. Uit de omstandigheid dat uit het schadevergoedingsformulier volgt dat de benadeelde partij de verzekering heeft aangesproken voor het gepinde bedrag (en daarvan een deel vergoed heeft gekregen), leidt de rechtbank af dat de benadeelde partij dit ook heeft gedaan voor de sieraden en dat er óf geen toereikende verzekering was óf er geen vergoeding door de verzekering is uitgekeerd.
Het voorgaande brengt mee dat de gevorderde vergoeding voor het opstellen van het taxatierapport eveneens toewijsbaar is.
De verdediging heeft het deel van de vordering met betrekking tot het weggenomen (gepinde) geldbedrag en het weggenomen contante geld niet betwist. Dat deel van de vordering wordt, nu het voldoende is onderbouwd, eveneens toegewezen.
Dit betekent dat de verdachte € 5.353,- als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering tot materiële schadevergoeding.
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 8 december 2025
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 51 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft alle strafbare feiten waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met (een) mededader(s) gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededader(s) de schadevergoeding (voor een deel) heeft/hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
7 Vordering tot tenuitvoerlegging
Vordering
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 100 dagen, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen en dat de veroordeelde nog 70 dagen dient uit te zitten, nu er al eerder 30 dagen is tenuitvoergelegd.
Standpunt van de verdediging
Bepleit is om de proeftijd te verlengen.
Oordeel van de rechtbank
De nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.
Daarom wordt de vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte van de straf toegewezen en beslist de rechtbank tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte van de straf. Dat betekent dat de verdachte 100 dagen naar de gevangenis moet voor het uitzitten van de straf onder dit parketnummer. Dat hij minder dagen zou moeten zitten omdat een deel van deze voorwaardelijke straf al zou zijn tenuitvoergelegd, zoals door de officier van justitie ter zitting is gezegd, is niet uit het dossier gebleken.
8 Wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
9 Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 4 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair, 9 primair en 11 primair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5, 6 subsidiair,
7 subsidiair, 8 subsidiair, 9 subsidiair, 10 en 11 subsidiair, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vierentwintig (24) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat acht (8) maanden van de hiervoor genoemde gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
-
de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op - de door de reclassering te bepalen en dagen en tijdstippen - afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte zal zich (voor de eerste afspraak) binnen zeven dagen nadat de proeftijd is ingegaan, melden bij de Reclassering Nederland (adres: Marconistraat 2 Rotterdam);
-
de verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie COVA van de reclassering of een naar het oordeel van de reclassering meer geschiktere vorm van training of behandeling, zolang de reclassering de training/behandeling nodig vindt;
-
de verdachte gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, verblijft in een door de reclassering te bepalen instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang. De verdachte zal zich houden aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
-
de verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
-
de verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen; de verdachte geeft inzicht in zijn financiën en schulden;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
-
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
-
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor alle feiten:
telefoon, merk Apple, kleur paars. [goednummer 1] ;
telefoon, merk Apple, kleur rood. [goednummer 2] ;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-110805-22)
beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie van 100 dagen, zoals opgelegd in het vonnis van de meervoudige kamer van Rotterdam van 19 augustus 2022;
Vorderingen benadeelde partijen
[benadeelde partij 1]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] te betalen een bedrag van € 2.820,89, (zegge: tweeduizendachthonderdtwintig euro en negenentachtig eurocent) als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 15 december 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] aan de staat € 2.820,89 (zegge: tweeduizendachthonderdtwintig euro en negenentachtig eurocent) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 15 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 28 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[benadeelde partij 2]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro) als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 15 december 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] aan de staat € 500,- (zegge: vijfhonderd euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 15 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 2 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[benadeelde partij 3]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3] te betalen een bedrag van € 204,48 (zegge: tweehonderdvier euro en achtenveertig eurocent) als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 10 december 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] aan de staat € 204,48 (zegge: tweehonderdvier euro en achtenveertig eurocent] te betalen, en de wettelijke rente vanaf 10 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 2 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[benadeelde partij 4]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), aan de benadeelde partij [benadeelde partij 4] te betalen een bedrag van € 1.167,-, (zegge: elfhonderd zevenenzestig euro) als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 6 december 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] aan de staat € 1.167,-- (zegge: elfhonderd zevenenzestig euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 6 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 12 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[benadeelde partij 5]
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 5] niet ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
[benadeelde partij 7]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), aan de benadeelde partij [benadeelde partij 7] te betalen een bedrag van € 5.353,- (zegge: vijfduizenddriehonderddrieënvijftig euro) als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 8 december 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] aan de staat € 5.353,- (zegge: vijfduizenddriehonderddrieënvijftig euro) te betalen, en de wettelijke rente vanaf 8 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 51 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
10 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.F. Koekebakker, voorzitter,
en mrs. M.J.E. Spoormaker en J.K. Tempel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. U. Ramdihal-Poeran, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 2 november 2026.
De oudste en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage volledige gewijzigde tenlasteleggingen
Aan de verdachte wordt (met doornummering van de feiten door de rechtbank) ten laste gelegd dat
onder parketnummer 10-030147-26
1
hij op of omstreeks 29 januari 2026 te [plaats 9] ,
althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meerdere bankpassen,
- die [slachtoffer 1] heeft gebeld en/of zich (vervolgens) voor heeft gedaan als medewerker
van de ABN AMRO bank en/of
- die [slachtoffer 1] heeft verteld dat er vermoedelijk bankpas fraude was gepleegd met zijn
bankpas en/of
- die [slachtoffer 1] heeft verteld dat hij zijn bankpassen in een envelop moest stoppen
en/of
- die [slachtoffer 1] heeft verteld dat er een koerier naar zijn woning zou komen en/of
(vervolgens) die [slachtoffer 1] een code voor de koerier heeft gegeven en/of
- zich naar de woning van die [slachtoffer 1] heeft bewogen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1]
een code heeft verteld en/of
- een envelop van die [slachtoffer 1] in ontvangst heeft genomen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op of omstreeks 15 december 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een
dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of
het teniet doen van een inschuld, te weten
- een telefoon en/of
- een of meerdere ringen en/of
- een of meerdere kettingen en/of
- een pinpas en/of bijbehorende pincode en/of
- een horloge en/of
- een of meer sieraden,
door
- die [slachtoffer 2] te bellen en/of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van de
politie en/of
- die [slachtoffer 2] te vertellen dat er inbrekers in de wijk lopen en dat er iemand naar die
[slachtoffer 2] zou komen om haar deursloten te controleren en/of
- zich naar de woning van die [slachtoffer 2] te bewegen en/of (vervolgens) de woning van
die [slachtoffer 2] te betreden en/of
- een telefoon en/of een of meerdere ringen en/of een pinpas en/of bijbehorende
pincode en/of een horloge en/of een of meer sieraden van die [slachtoffer 2] mee te nemen
en/of
- die [slachtoffer 2] te vertellen dat de spullen tijdelijk mee moesten worden genomen om
foto's te maken en dat de spullen snel weer terug zouden worden gebracht;
3
hij op of omstreeks 15 december 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van 500 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te
nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de pinpas van die [slachtoffer 3] en/of met de pinpas en/of pincode van die [slachtoffer 3] een geldbedrag op te nemen;
4 primair
hij op of omstreeks 10 december 2025 te [plaats 6] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of
door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst,
het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het
teniet doen van een inschuld, te weten
- een of meerdere ringen en/of
- een armband en/of
- een ketting en/of
- een bankpas,
door
- die [slachtoffer 4] te bellen en/of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van de
politie en/of
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat er vannacht een poging inbraak bij haar in de buurt was
gedaan en dat medewerker van de politie [naam] bij die [slachtoffer 4] aan de deur zou
komen om de sieraden van die [slachtoffer 4] te wegen en er foto's van te maken en/of
- zich naar de woning van die [slachtoffer 4] te bewegen en/of (vervolgens) de woning van
die [slachtoffer 4] te betreden en/of
- die [slachtoffer 4] (telefonisch) te vertellen dat de ramen nagekeken moesten worden aan
de voor- en achterkant van haar woning en/of (vervolgens) een of meerdere ringen
en/of een armband en/of een ketting en/of een bankpas van die [slachtoffer 4] mee te
nemen;
4 subsidiair
hij op of omstreeks 10 december 2025 te [plaats 6] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan [adres 5] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,
- een of meerdere ringen en/of
- een armband en/of
- een ketting en/of
- een bankpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
5
hij op of omstreeks 13 december 2025 te [plaats 7] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van 500 euro en/of een geldbedrag van 200 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun
bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de pinpas van die [slachtoffer 5] en/of met de pinpas en/of pincode van die [slachtoffer 5] een geldbedrag op te nemen;
onder parketnummer: 10-124051-26
6 primair
hij op of omstreeks 6 december 2025 te [plaats 7] . althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/tof een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten
- een contant geldbedrag van 1000 euro en/ of - een of meerdere kettingen en/of
- een of meerdere armbanden en/of
- een ring,
door
- die [slachtoffer 6] te bellen en/of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van de politie en/of
- die [slachtoffer 6] te vertellen dat er afgelopen nacht meerdere inbraken in de buurt waren geweest en/of
- die [slachtoffer 6] te vertellen dat een medewerker van de politie langs zou komen om voorlichting te geven en/of
- zich naar de woning van die [slachtoffer 6] te bewegen en/of (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 6] te betreden en/of
- een contant geldbedrag van 1000 euro en/ of een Of meerdere kettingen en/of een of meerdere armbanden en/of ring van die [slachtoffer 6] weg te nemen;
6 subsidiair
hij op of omstreeks 6 december 2025 te [plaats 7] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan [adres 6] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond
- een contant geldbedrag van 1000 euro en/of
- een of meerdere kettingen en/of
- een of meerdere armbanden en/of
- een ring, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
7 primair
hij op of omstreeks 24 januari 2026 te [plaats 8] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld. te weten
- een of meerdere sieraden en/of
- een geldbedrag van 90 euro en/of
- een bankpas,
door
- die [slachtoffer 7] te bellen en/of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van de politie en/of
- die [slachtoffer 7] te vertellen dat de sloten van haar deur gecontroleerd zouden worden en /of
- zich naar de woning van die [slachtoffer 7] te bewegen en/of (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 7] te betreden en/of
- een of meerdere sieraden en/of een contant geldbedrag van 90 euro en/of een bankpas van die [slachtoffer 7] weg te nemen;
7 subsidiair
hij op of omstreeks 24 januari 2026 te [plaats 8] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan [adres 7] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,
- een of meerdere sieraden en/of
- een contant geldbedrag van 90 euro en/of
- een bankpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
8 primair
hij op of omstreeks 24 januari 2026 te [plaats 3] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/ of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of
het teniet doen van een inschuld, te weten een of meerdere ringen,
door
- die [slachtoffer 8] bellen en/ of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van
de politie en/of
- die [slachtoffer 8] te vertellen dat er was ingebroken in de straat en dat er iemand
zou komen om te controleren of de woning van die [slachtoffer 8] goed beveiligd is
en/of
- zich naar de woning van die [slachtoffer 8] te bewegen en/of (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 8] te betreden en/ of
- een of meerdere ringen van die [slachtoffer 8] weg te nemen;
8 subsidiair
hij op of omstreeks 24 januari 2026 te [plaats 3] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan [adres 8] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meerdere ringen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
9 primair
hij op of omstreeks 19 december 2025 te [plaats 4] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of
door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed. het verlenen van
een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld
en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meerdere sieraden
door
- zich naar de woning van die [slachtoffer 9] te bewegen en/of (vervolgens) zich voor
te doen als medewerker van de politie en/of medewerker van het wijkteam en/of
(vervolgens) de woning van die [slachtoffer 9] te betreden en/of
- die [slachtoffer 9] te vertellen dat er m het huis van die [slachtoffer 9] gekeken zou
worden of alles veilig was opgeborgen en/of
- een of meerdere sieraden van die [slachtoffer 9] weg te nemen;
9 subsidiair
hij op of omstreeks 19 december 2025 te [plaats 4] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan [adres 9] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,
een of meerdere sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
10
hij op of omstreeks B december 2025 te [plaats 10] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en lof van een valse hoedanigheid en/of
door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 10] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een
dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of
het teniet doen van een inschuld, te weten
- een of meerdere sieraden en/of
- een bankpas en/of
- een e-reader en/of
- een geldbedrag van 700 euro,
door
- die [slachtoffer 10] bellen en/of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van de
Rabobank en/of
- die [slachtoffer 10] te vertellen dat er een verdachte transactie was geweest vanaf haar
bankrekening en dat haar adres was aangetroffen in een boekje van een
aangehouden man en/of
- zich naar de woning van die [slachtoffer 10] te bewegen en/of (vervolgens) de woning
van die [slachtoffer 10] te betreden en/of
- een of meerdere sieraden en/of een bankpas en/ of een e-reader en/of een
geldbedrag van 700 euro van die [slachtoffer 10] weg te nemen;
11 primair
hij op of omstreeks 26 januari 2026 te [plaats 5] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 11] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten
- een of meerdere horloges en/of
- een of meerdere sieraden,
door
- die [slachtoffer 11] bellen en/of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van de politie en/of
- die [slachtoffer 11] te waarschuwen dat er mannen op zoek zijn naar sieraden en/of - zich naar de woning van die [slachtoffer 11] te bewegen en/of (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 11] te betreden en/of
- een of meerdere horloges en/of een of meerdere sieraden van die [slachtoffer 11] weg te nemen;
11 subsidiair
hij op of omstreeks 26 januari 2026 te [plaats 5] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan [adres 4] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,
- een of meerdere horloges en/of
- een of meerdere sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De feitnummers corresponderen met de zaaknummers in het dossier [dossiernaam] . Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1] in PV 1, p 1 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2] in PV 1, p 1 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] in PV 1, p 8 e.v. Deskundigenrapport forensisch DNA-onderzoek in PV 1, p 2 e.v. Procesverbaalnummer [proces-verbaalnummer 4] in PV 1, p 1 e.v. Documentcode [code 3] in PV 1, p 5 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5] in PV 1, p 1 e.v. Documentcode [code 4] in PV 1., p 1 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6] , p. 15. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 7] in PV 1, p 1 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 8] in PV 1, p 1 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 9] in PV 1, p 26 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 10] in PV 1, p 1 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 11] in PV 1, p 10 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 12] in PV 2, p 1 e.v. Documentcode [code 5] in PV 2, p 46 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1] in PV 2, p 1 e.v. . Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 13] in PV 2, p 1 e.v. Proces-verbaalnummer BVH-nummer [proces-verbaalnummer 14] in PV 2, p 14 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 15] in PV 2, p 1 e.v. Documentcode [code 5] in PV 2, p 6 e.v. Documentcode [code 6] in PV 2, p 20 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 16] in PV 2. p 1 e.v. Proces-verbaal nummer [proces-verbaalnummer 17] in PV 2, p 14 e.v. Documentcode [code 7] in PV 2, p 17 e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 18] in PV 2, p 1. e.v. Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 19] in PV 2, p 4 e.v. Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut in PV 2, p 6 e.v.