Strafrecht overig
gevangenisstraf 4 jaren, met aftrek voorarrest, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren…
Rechtbank Oost-Brabant, 3 november 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:7775 · Rechtbank Oost-Brabant · 3 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbobr-2026-7775
Zaakgegevens
Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 3 november 2026
- Datum publicatie
- 3 november 2026
- Zaaknummer
- 71-109159-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2026:7775
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
gevangenisstraf 4 jaren, met aftrek voorarrest, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met dadelijk uitvoerbaar verklaarde bijzondere voorwaarden en de maatregel ex artikel 38z Sr voor poging tot aanranding van < 12 jarigen en bezit (virtuele) kinderporno.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 71.109159.26
Datum uitspraak: 03 november 2026
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1971] ,
wonende te [adres] ,
thans gedetineerd te: [vestigingsplaats] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 augustus 2026 en 20 oktober 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 1 juli 2026.
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 20 oktober 2026 ex artikel 314a Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is aangepast, is aan verdachte ten laste gelegd dat:
t.a.v. feit 1
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 juli 2025 tot en met 4 oktober 2025 te Rijen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met
een of meer anderen, althans alleen,
met een of meer onbekend gebleven kind(eren) beneden de leeftijd van twaalf jaren,
een of meer seksuele handelingen te (laten) verrichten, die al dan niet bestond(en) of (mede) bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van dat/die onbekend gebleven kind(eren), door
(telkens) via [platform] , en/of een andere (video)chatdienst op het internet,
(telkens) (live) contact te zoeken met een meerderjarige en/of
(telkens) die meerderjarige te vragen of die meerderjarige een dochter, althans kind, ter beschikking had ‘om een show mee te doen’ en/of
(telkens) die meerderjarige te vragen om in een exclusieve, niet openbare online omgeving dat/die kind(eren) te tonen en/of
(telkens) (daarmee/daardoor) al dan niet tegen betaling te vragen (een) kind(eren) te ontkleden en/of (naakt) voor de camera te laten verschijnen, en/of
(telkens) die meerderjarige te vragen het (onblote) geslachtsdeel van dat/die kind(eren) (goed/duidelijk) in beeld te brengen, en/of
(telkens) die meerderjarige te vragen (voor die camera) seksuele handelingen met dat/die kind(eren) te verrichten, te weten (telkens) het met de hand(en) en/of vinger(s) en/of mond en/of tong betasten van het (ontblote) geslachtsdeel van dat/die kind(eren) en/of het likken van de vagina en/of schaamlippen en/of clitoris van dat/die kind(eren) en/of het met een voorwerp betasten van de clitoris van dat/die kind(eren),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;
t.a.v. feit 2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 augustus 2025 tot en met 10 augustus 2025 te Rijen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met een of meer kind(eren), te weten een meisje (met een geschatte leeftijd van 4 tot 7 jaar) op 9 augustus 2025 en/of een jongen (met een geschatte leeftijd van 1 tot 3 jaar) op 10 augustus 2025, althans een of meer kind(eren), beneden de twaalf jaren,
een of meer seksuele handelingen heeft (laten) verricht(en), die al dan niet bestond(en) of (mede) bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van dat/die onbekend gebleven kind(eren),
immers heeft hij, verdachte,
(telkens) via [platform] , en/of een andere (video)chatdienst op het internet,
(telkens) (live) contact gezocht met een meerderjarige en/of
(telkens) die meerderjarige gevraagd of die meerderjarige een dochter, althans kind, ter beschikking had ‘om een show mee te doen’ en/of
(telkens) die meerderjarige gevraagd om in een exclusieve, niet openbare online omgeving dat/die kind(eren) te tonen en/of
(telkens) al dan niet tegen betaling die meerderjarige heeft gevraagd een kind(eren) te ontkleden en/of (naakt) voor de camera te laten verschijnen, en/of
(telkens) die meerderjarige gevraagd het (onblote) geslachtsdeel van dat/die kind(eren) (goed/duidelijk) in beeld te brengen, en/of
(telkens) die meerderjarige gevraagd (voor die camera) seksuele handelingen met dat/die kind(eren) te verrichten, te weten (telkens) het met de hand(en) en/of vinger(s) en/of mond en/of tong betasten van het (ontblote) geslachtsdeel van dat/die kind(eren) en/of het likken van de vagina en/of schaamlippen en/of clitoris van dat/die kind(eren) en/of het met een voorwerp betasten van de clitoris van dat/die kind(eren) en/of het in de mond nemen van de penis van dat kind;
t.a.v. feit 3
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 oktober 2023 tot en met 29 april 2026 te Rijen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens
(in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 30 juni 2024 artikel 240b lid 1. en 2 jo. artikel 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud))
afbeeldingen en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verworven en/of in bezit gehad en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 29 april 2026 artikel 252 jo. Artikel 254 lid 1
onder a en onder c Wetboek van Strafrecht (nieuw))
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten een of meer afbeeldingen en/of visuele weergaven en/of gegevensdragers (bevattende afbeeldingen en/of weergaven), te weten:
- GSM Samsung S23 Ultra, IBN-code A.O1
- HDD Seagate, IBN-code B.1O
- HDD WIJ Black, IBN-code B.12
waarop te zien is dat:
het eigen lichaam van die persoon oraal en! of vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of penis
en/of
een ander persoon door die persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een voorwerp en/of mond/tong en/of penis (zie PV ZBRBC26O48-45, bijlage III/toonmap weergave #01, #02, #03, #04, #05 en #08)
en/of
het geslachtsdeel van die persoon met de vinger/hand en/of met een voorwerp en/of met de mond/tong wordt/worden aangeraakt en/of
het geslachtsdeel en/of de borsten van een andere persoon met de mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon (zie PV ZBRBC26O48-45, bijlage III/toonmap weergave #03, #05 #06, #07 en #08)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of onnatuurlijke voorwerpen en/of sadomasochistische elementen aanwezig zijn (zie PVZBRBC26O48-45, bijlage III/toonmap weergave #03, #09, #10, #11 en en #12)
en/of
bij en/of op het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of zichtbaar wordt gemaakt (zie PV ZBRBC26O48-45, bijlage III/toonmap weergave #03)
terwijl van het begaan van dit feit (telkens) een beroep of gewoonte werd gemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze hierna in
de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
De formele voorvragen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.
De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft op gronden als verwoord in zijn schriftelijke requisitoir tot een bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten gerekwireerd.
Het standpunt van de verdediging.
De raadsman heeft op gronden als verwoord in zijn pleitnota vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten bepleit. De verweren zullen – voor zover nodig – bij de beoordeling van de rechtbank worden besproken.
Het oordeel van de rechtbank.
Inleiding.
Homeland Security Investigations (hierna: HSI) heeft op 3 maart 2026 informatie gedeeld met het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme van de Landelijke Opsporing en Interventie (hierna: Team Landelijke Opsporing) over een gebruiker van [platform] . [platform] is een platform voor seksuele diensten van volwassenen. Via het platform [platform] zou een gebruiker participeren in het seksueel misbruik van minderjarigen tussen de 0 en 8 jaar in de periode tussen 27 juli 2025 en 4 oktober 2025.
In de periode tussen 29 en 31 december 2025 heeft een account met gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam] ’ gebruik gemaakt van [platform] . Verdachte heeft ter zitting erkend gebruiker “ [gebruikersnaam] ” te zijn. In de chats maakte ‘ [gebruikersnaam] ’ gebruik van de zin "hi bb, do you have a cute daughter to do show with in exclusive?" en verwees hij naar MS Teams: "we can do on Teams".
Op 29 april 2026 is verdachte aangehouden en zijn er gegevensdragers bij hem in beslag genomen. Hierop zijn door het Team Landelijke Opsporing visuele weergaven (waarvan twee dubbelingen) aangetroffen die door hen zijn aangemerkt als kinderpornografisch.
Feit 1 (medeplegen pogingen aanranding)
Bij een voltooide aanranding moet worden bewezen dat een ontuchtige handeling daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Uit arresten van de Hoge Raad volgt dat ook sprake kan zijn van ontucht (met een minderjarige) in het geval geen lichamelijke aanraking tussen de dader en de desbetreffende minderjarige heeft plaatsgevonden, maar wel sprake was van een zekere mate van interactie tussen de dader en de minderjarige: het zogeheten ‘interactiecriterium’. In de jurisprudentie wordt dit interactiecriterium hoofdzakelijk in verband gebracht met het ontuchtig handelen zoals beschreven in de artikelen 247 en 249 van het wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) (oud). In de onderhavige zaak is het onder 1 ten laste gelegde toegesneden op artikel 249 en 250 Sr (nieuw). Deze artikelen zijn op dezelfde wijze geredigeerd, waardoor de rechtbank aanleiding ziet om aan te sluiten bij de hiervoor aangehaalde jurisprudentie. Voor de vaststelling van een strafbare poging is vereist dat er gedragingen zijn verricht die kunnen worden beschouwd als een begin van een uitvoering. Dat is het geval bij gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvormen zijn gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf. De vraag of sprake is van zulke gedragingen, laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Het komt aan op een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval.
Uit het dossier volgt dat er 24 [platform] -accounts zijn onderzocht door HSI. De gebruiker van deze accounts heeft in de periode van 27 juli 2025 tot 4 oktober 2025 met verschillende personen via [platform] (seksueel) contact gezocht. Hierbij werd verzocht om een exclusieve seksshow te doen, al dan niet op MS Teams waarbij de gebruiker aangaf een voorkeur te hebben voor kinderen tussen de 0 en 8 jaar. Het was de opzet dat daarvoor door de gebruiker werd betaald. Ook werd in bepaalde gevallen verzocht om expliciete seksuele handelingen met minderjarigen die de leeftijd van twaalf jaar nog niet hebben bereikt, waaronder het oraal betasten van het geslachtsdeel van de minderjarige.
Verdachte heeft bekend dat hij de gebruiker is geweest van vijf tot tien van de 24 accounts die door HSI zijn onderzocht. Hij stelde dan de vraag: "hi bb, do you have a cute daughter to do show with in exclusive?" Ook heeft verdachte verklaard dat hij met een show bedoelde dat hij aan het tegenaccount vroeg om een seksshow te doen met haar kind. Er was derhalve sprake van interactie tussen verdachte en de moeder met kind. Volgens verdachte werd een seksshow door de moeder bijna elke keer geweigerd.
Naar het oordeel van de rechtbank kan vastgesteld worden dat de door verdachte gedane feitelijke handelingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht waren op het medeplegen van ontucht met minderjarigen. Pogingen tot het medeplegen van aanranding kunnen daarom wettig en overtuigend bewezen worden.
De verdediging heeft het verweer gevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te stellen dat verdachte de gebruiker was van alle 24 accounts. De omstandigheden waarop HSI tot de conclusie komt dat dit wel het geval is, zijn volgens de verdediging onvoldoende specifiek en onderscheidend. Anders dan de officier van justitie is naar het oordeel van de rechtbank niet vast komen te staan dat verdachte de gebruiker is geweest van alle 24 accounts. Daartoe overweegt de rechtbank dat het gebruik van VPN en de overlappende modus operandi met betrekking tot taalgebruik en benaderingswijze niet dusdanig onderscheidend is, dat hieruit zonder meer die conclusie kan worden getrokken.
Verdachte heeft verklaard dat het enkel bij chatten is gebleven en dat hij geen livebeelden heeft bekeken of aangezet. Zodra iemand via de chat zou aangeven een seksshow met een minderjarige te willen doen, zou hij het gesprek afkappen zo verklaarde verdachte. De rechtbank vindt deze verklaring van verdachte niet aannemelijk geworden. Gelet op de verklaringen van verdachte ter terechtzitting en bij de politie heeft er wel degelijk videocontact plaatsgevonden en heeft hij telkens gevraagd om een seksshow met een jong kind. Dit werd door het tegenaccount geweigerd. Voor een geslaagd beroep op vrijwillige terugtred is geen plaats.
Vrijspraak pogingen verkrachting
Vervolgens moet de rechtbank de vraag beantwoorden of tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van de eveneens onder feit 1 ten laste gelegde pogingen tot seksueel binnendringen van het lichaam. Die vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. In het dossier zijn niet de volledige chatgesprekken opgenomen die door de 24 accounts gevoerd zijn. Er zijn slechts fragmenten in processen-verbaal neergelegd. Deze fragmenten zien niet op verzoeken tot het binnendringen van het lichaam, maar behelzen verzoeken met betrekking tot het doen van seksuele handelingen.
De tenlastegelegde pogingen tot binnendringen van het lichaam zijn daarmee naar het oordeel van de rechtbank niet vast komen te staan zodat verdachte daarvan partieel wordt vrijgesproken.
Feit 2 (medeplegen aanranding/verkrachting 9 en 10 augustus 2025)
De rechtbank overweegt dat verdachte weliswaar heeft bekend gebruik te hebben gemaakt van een aantal van de 24 onderzochte accounts, maar dat hij niet heeft geconcretiseerd welke accounts het precies betrof. Ook heeft verdachte verklaard dat zijn handelingen zich hebben beperkt tot ‘dirty talk’ en dat het nooit daadwerkelijk tot seksuele handelingen met minderjarigen is gekomen.
Zoals hiervoor al gesteld, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker was van alle 24 accounts. Dat verdachte op 9 en 10 augustus 2025 gebruik heeft gemaakt van de twee accounts is daarom niet met zekerheid te stellen.
De rechtbank is daarom van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een bewezenverklaring te komen van dat wat onder feit 2 aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Feit 3 ((gewoonte) bezit kinderporno)
Onbetwist is dat de door de politie onderzochte gegevensdragers aan verdachte toebehoren. De verdediging heeft zich echter – kort gezegd – op het standpunt gesteld dat het bij verdachte aangetroffen materiaal niet als kinderpornografisch kan worden aangemerkt, nu – met uitzondering van afbeelding 9 – daar geen echte kinderen of minderjarigen op te zien zijn. Het betreffen ofwel afbeeldingen van (speelgoed)poppen die een evident onrealistisch karakter hebben en geen, althans geen herkenbare, gelijkenis vertonen met echte kinderen ofwel gaat het om sterk bewerkte, onrealistische beelden. Op afbeelding 9 is weliswaar een naakte minderjarige te zien, maar er kan niet gesproken worden van een seksuele gedraging, houding of handeling, noch heeft de foto een onmiskenbaar seksuele strekking.
Juridisch kader
Virtueel kinderpornografisch materiaal, dat betrekking heeft op een visuele weergave waarbij een kind dat de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt schijnbaar is betrokken, valt eveneens onder de reikwijdte van de strafbaarstelling van artikel 240b Sr (oud) en 252 Sr (nieuw). Vereist is dat het een realistisch weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking betreft. Het bestanddeel ‘schijnbaar is betrokken’ brengt dus mee dat onder deze strafbepaling(en) ook is begrepen een realistische afbeelding van een niet-bestaand kind in de zin dat de afbeelding niet van echt te onderscheiden is. Ook virtuele weergaven, waarbij afbeeldingen (digitaal) zijn gemanipuleerd of waarbij sprake is van seksuele handelingen met een (anatomisch correcte) kindersekspop, vallen hier dus onder.
Afbeelding #1
Uit het dossier volgt dat bij afbeelding #1, anatomisch correcte kindersekspoppen worden gepenetreerd, terwijl foto’s getoond worden van echte kinderen. Uit de aard van de afbeelding blijkt dat de aanwezigheid van de foto’s niet min of meer toevallig is, maar (deels) het onderwerp vormt van de afbeelding. De afbeelding heeft hiermee een onmiskenbaar seksuele lading gekregen. De enkele omstandigheid dat de kinderen op deze foto’s niet naakt zijn afgebeeld en zelf geen seksuele handelingen verrichten, maakt dit niet anders.
Afbeeldingen #2 tot en met #8
De rechtbank stelt vast dat bij de afbeeldingen, genummerd #2 tot en met #8, geen echte kinderen betrokken zijn, maar steeds sprake is van een volwassene die seksuele handelingen (inclusief binnendringen) verricht bij of met een (speelgoed)pop of een kindersekspop. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of bij deze afbeeldingen sprake is van een realistische weergave, waardoor sprake is van de schijnbare betrokkenheid van een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt.
Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat bij de afbeeldingen #4, #6, #7 en #8 aanstonds zichtbaar is dat sprake is van een speelgoedpop en dat dus geen sprake is van een realistische weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, zodat verdachte voor het bezit van deze vier afbeeldingen partieel wordt vrijgesproken.
Dit geldt niet voor de afbeeldingen #2, #3 en #5. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van de schijnbare betrokkenheid van een kind. Daarbij heeft de rechtbank gekeken naar de uiterlijke kenmerken van het desbetreffende voorwerp (de poppen) en onmiskenbaar vastgesteld dat sprake is van anatomisch correcte (seks)poppen die de uiterlijke verschijningsvorm hebben van een kind jonger dan achttien jaren. De rechtbank is dan ook van oordeel dat voor deze poppen geldt dat deze eerder geassocieerd worden met een kind dan met een volwassene, zodat de gemiddelde kijker kan menen dat de (seks)poppen een lichaam, of lichaamsdeel van een minderjarige moeten voorstellen. De rechtbank heeft daarom geen aanleiding aan de inhoud van de gebruikte bewijsmiddelen te twijfelen.
Afbeelding #9
Hoewel betwist kan worden of op afbeelding #9 een gedraging te zien is van expliciet seksuele aard, strekt de afbeelding naar het oordeel van de rechtbank tot het opwekken van seksuele prikkeling. Daarbij heeft de rechtbank gelet op de wijze waarop de jongen is afgebeeld, waarbij de nadruk ligt op zijn naakte geslachtsdeel/schaamstreek.
Afbeeldingen #10 tot en met #12
Bij de afbeeldingen #10 tot en met #12 is sprake van afbeeldingen die (digitaal) zijn gemanipuleerd. Dat aan de naakte lichamen van de kinderen lichaamskenmerken zijn toegevoegd die passen bij een volwassene, staat naar het oordeel van de rechtbank niet in de weg aan de vaststelling dat sprake is van een uiterlijke verschijningsvorm van een kind.
Conclusie en vrijspraak van het gewoonte maken van het bezit
De rechtbank acht bewezen dat verdachte kinderporno in zijn bezit heeft gehad, maar zal hem vrijspreken voor het bezit van de afbeeldingen #4, #6, #7 en #8. Verdachte wordt ook vrijgesproken van het strafverzwarende element dat hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Voor de rechtbank is daarbij niet de lange periode, maar het in (gering) aantal aangetroffen visuele weergaven doorslaggevend.
De bewijsmiddelen.
Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is als bijlage bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
De bewezenverklaring.
Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte;
t.a.v. feit 1
op tijdstippen in de periode van 27 juli 2025 tot en met 4 oktober 2025 te Rijen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf meermalen tezamen en in vereniging met een ander,
met onbekend gebleven kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaren, een of meer seksuele handelingen te (laten) verrichten door
telkens via [platform]
telkens live contact te zoeken met een meerderjarige en
telkens die meerderjarige te vragen of die meerderjarige een dochter ter beschikking had ‘om een show mee te doen’ en/of
telkens die meerderjarige te vragen om in een exclusieve, niet openbare online omgeving dat kind te tonen en/of
telkens al dan niet tegen betaling te vragen een kind te ontkleden en/of naakt voor de camera te laten verschijnen, en/of
telkens die meerderjarige te vragen voor die camera seksuele handelingen met dat kind te verrichten, te weten met de mond en tong betasten van het ontblote geslachtsdeel van dat kind en/of het likken van de vagina van dat kind
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;
t.a.v. feit 3
hij op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2023 tot en met 29 april 2026 te Rijen, althans in Nederland, meermalen, telkens
(in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 30 juni 2024 artikel 240b lid 1. en 2 jo. artikel 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud))
afbeeldingen en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verworven en in bezit gehad en
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 29 april 2026 artikel 252 jo. Artikel 254 lid 1
onder a en onder c Wetboek van Strafrecht (nieuw))
visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten een of meer afbeeldingen en/of visuele weergaven en/of gegevensdragers (bevattende afbeeldingen en/of weergaven), te weten:
- GSM Samsung S23 Ultra, IBN-code A.O1
- HDD Seagate, IBN-code B.1O
- HDD WIJ Black, IBN-code B.12
waarop te zien is dat:
het eigen lichaam van die persoon oraal en/of vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of penis
en/of
een ander persoon door die persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een voorwerp en/of mond/tong en/of penis (zie PV ZBRBC26O48-45, bijlage III/toonmap weergave #01, #02, #03 en #05)
en/of
het geslachtsdeel van die persoon met de vinger/hand en/of met een voorwerp en/of met de mond/tong wordt/worden aangeraakt en/of
het geslachtsdeel en/of de borsten van een andere persoon met de mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon (zie PV ZBRBC26O48-45, bijlage III/toonmap weergave #03, #05)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of onnatuurlijke voorwerpen en/of sadomasochistische elementen aanwezig zijn (zie PVZBRBC26O48-45, bijlage III/toonmap weergave #03, #09, #10, #11 en #12)
en/of
bij en/of op het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of zichtbaar wordt gemaakt (zie PV ZBRBC26O48-45, bijlage III/toonmap weergave #03)
De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.
De strafbaarheid van de feiten.
Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.
Oplegging van straf en maatregel.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 5 jaar, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast vordert de officier van justitie om aan verdachte de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr op te leggen.
Het standpunt van de verdediging.
De verdediging verzoekt om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte waaronder de situatie van zijn partner. Bij een bewezenverklaring is verzocht de onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot een zo kort mogelijke duur en daarnaast een voorwaardelijk deel op te leggen, waaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meerdere malen medeplegen van poging tot aanranding van kinderen die jonger zijn dan twaalf jaar. Verdachte heeft die feiten op afstand gepleegd via een webcamverbinding en chatservice. Hij wilde de zeer jonge slachtoffers laten misbruiken door onder andere hun eigen ouders. Verdachte heeft er met zijn gedragingen voor gezorgd dat kinderen met deze werkwijze gedwongen worden om deel uit te maken van een afschuwelijk verdienmodel. Hierin worden jonge kinderen – wiens gezinnen vaak financieel afhankelijk zijn van deze inkomsten – voor een webcam gezet om seksshows te doen voor volwassenen in de hoop daar geld voor te krijgen. Algemeen bekend is daarnaast dat kinderen door betrokkenheid bij seksueel misbruik psychische schade kunnen oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Daarnaast heeft verdachte, door het in bezit hebben van kinderporno, ook indirect bijgedragen aan het in stand houden en bevorderen van verder seksueel misbruik van kinderen.
De persoon van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank heeft acht geslagen op het Pro Justitia-rapport over verdachte van 20 juli 2026, opgemaakt door M. de Klerk en M. Steenbreker, beiden GZ-psycholoog. Verdachte heeft deels meegewerkt aan het onderzoek. De deskundigen concluderen dat er voldoende zicht is verkregen op de persoon van verdachte om te kunnen stellen dat er sprake is van een pedofiele stoornis van het niet-exclusieve type. Gezien het structurele karakter van deze problematiek, kan gesteld worden dat deze stoornis aanwezig was ten tijde van het tenlastegelegde. Ondanks dat er sprake is van gelijktijdigheid van de pedofiele stoornis en het tenlastegelegde, is er geen zicht verkregen op de mate van de keuzevrijheid van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde. Er kan dan ook door de deskundigen geen uitspraak worden gedaan over de mate van toerekenbaarheid ten aanzien van de tenlastegelegde feiten. Aangezien er geen uitspraak kan worden gedaan over de mate van toerekenen, kan er door de deskundigen ook geen uitspraak worden gedaan over het interventieadvies. Verder concluderen de deskundigen dat het risico gemiddeld is dat verdachte opnieuw wordt aangeklaagd of veroordeeld voor een zedendelict.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 9 oktober 2026. Uit de rapportage volgt dat verdachte tijdens het reclasseringsonderzoek informatie heeft verstrekt over onderwerpen rondom seksualiteit en intimiteit. Bij het bespreken hiervan was hij op momenten voorzichtig in zijn informatieverstrekking. Dit lijkt mede samen te hangen met gevoelens van schaamte en spanning. Hierdoor kon tijdens het psychologisch onderzoek niet over alle relevante onderwerpen een volledig beeld worden verkregen. De rapport vermeldt het volgende over de inschatting van de risico’s:
“ Inschatting risico's
Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld – hoog
Het risico op letsel wordt ingeschat als gemiddeld.
Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag.
Toelichting
Risico op recidive -> gemiddeld - hoog
(…) Het verdient aanbeveling dat betrokkene behandeling ontvangt gericht op het vergroten van zijn inzicht in de invloed van zijn stoornis op zijn gedrag, alsmede op het versterken van zijn probleemoplossende vaardigheden. Betrokkene dient zijn huidige gedragspatroon te doorbreken en nieuwe coping vaardigheden aan te leren, teneinde de kans op recidive te verminderen. Van belang is om alert te zijn op de beperkte grip die betrokkene op zichzelf en zijn gedrag kan hebben. Een seksuele drang / fantasie (wellicht veroorzaakt door zijn diagnose) kan ertoe leiden dat hij actief op zoek gaat naar dergelijke prikkels. Wij verwachten dat een forensische (klinische) behandeling hier nadrukkelijk aandacht aan kan besteden, aangezien dit een duidelijk risico verhogende factor vormt.
Risico op letsel -> gemiddeld
(…) De reclassering signaleert mogelijke zorgen ten aanzien van het ziektebesef en inzicht in zijn eigen functioneren. Hoewel betrokkene zijn diagnoses formeel lijkt te accepteren, lijkt de betekenis daarvan onvoldoende bij hem door te dringen. Hij heeft moeite om zijn problematiek te verwerken en hier betekenis aan te geven. De reclassering ziet bij betrokkene genoeg aanwijzingen voor intrinsieke motivatie, waardoor mogelijkheden voor gedragsverandering aanwezig worden geacht. Om recidive in de toekomst te voorkomen, is het van belang dat wordt gewerkt aan duurzame gedragsverandering. Het vergroten van het probleem- en ziekte-inzicht vormt hierbij een belangrijk aandachtspunt. (…)
De reclassering meent in haar rapportage dat een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden tot de mogelijkheden kan behoren:
-
Meldplicht bij de reclassering
-
Ambulante behandeling
-
Dagbesteding
-
Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
-
Geven van openheid
De reclassering adviseert een dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden en het toezicht. Daarnaast adviseert de reclassering om de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr als mogelijkheid te betrekken. Dit biedt de mogelijkheid om ook op de langere termijn toezicht en voorwaarden te continueren indien dit noodzakelijk wordt geacht. Gezien de duur van het tenlastegelegde gedrag, het heimelijke karakter daarvan en de aard en ernst van de verdenking, acht de reclassering het van belang dat een langduriger toezichtkader beschikbaar kan zijn indien blijkt dat dit nodig is om het recidiverisico te beperken.
De op te leggen straf.
Gevangenisstraf en bijzondere voorwaarden
De rechtbank is alles afwegend van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr, waarvan 1 jaar voorwaardelijk een passende straf is. Om de kans op herhaling van ernstige strafbare feiten te verkleinen en verdachte de benodigde hulp en begeleiding te bieden, verbindt de rechtbank aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf alle door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. De rechtbank zal, om het recidivegevaar te verkleinen en om de motivatie van verdachte gedurende een langere periode vast te houden en hem optimaal te laten profiteren van de hulp en begeleiding van de reclassering, een proeftijd van 3 jaren opleggen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte weer een dergelijk misdrijf zal begaan, gelet op de pedofiele stoornis die bij verdachte is vastgesteld. Daarom zal zij bevelen dat de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
De rechtbank zal aldus een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat verdachte wordt vrijgesproken van (een poging tot) het medeplegen van verkrachting van minderjarigen. De rechtbank is van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr
De rechtbank is van oordeel dat het opleggen van de door de reclassering geadviseerde maatregel noodzakelijk is om de mogelijkheid te scheppen om, na de detentie, het dan bestaande recidiverisico in kaart te brengen en toezicht op verdachte te houden. Dit ook om te zorgen dat verdachte na zijn detentie niet onbehandeld terugkeert in de maatschappij. Aan de wettelijke voorwaarden voor de oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel is voldaan. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon en waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. De oplegging is bovendien in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen.
De rechtbank zal dan ook naast de gevangenisstraf aan verdachte de maatregel opleggen als bedoeld in artikel 38z Sr. De rechtbank merkt op dat de maatregel pas ten uitvoer kan worden gelegd na een daartoe strekkende vordering van het Openbaar Ministerie en een daaropvolgende beslissing van de rechtbank.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14e, 38z, 45, 47, 57 (oud), 240b (oud), 249, 252, 254 Wetboek van Strafrecht.
DE UITSPRAAK
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart het ten laste gelegde onder feit 1 en feit 3 bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
feit 1
medeplegen van poging tot aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaar, meermalen gepleegd
feit 3
een afbeelding bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd
en
een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbare seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straf en maatregel.
t.a.v. feit 1 en feit 3:
Een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 1 jaar voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaren.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
1. Meldplicht bij reclassering.
Dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak.
2. Ambulante behandeling.
Dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling en diagnostiek. De behandeling is gericht op eventuele psychische problematiek en seksueel overschrijdend gedrag. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken en/of meewerkt aan diagnostiek.
3. Dagbesteding.
De veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van dagbesteding met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
4. Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.
Dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
1.digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
2.digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
3.geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4.inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden
benaderd en die betrokkene in gebruik heeft.
Betrokkene werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die betrokkene in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past betrokkene de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van betrokkene zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van
betrokkene.
5. Geven van openheid.
De veroordeelde geeft de reclassering openheid over het aangaan en onderhouden van (partner)relaties en verleent de reclassering toestemming om relevante referenten uit zijn (sociale) netwerk te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn (sociale) netwerk.
Geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden zoals hiervoor genoemd en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:
-meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs
ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
-meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het
zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, beveelt de rechter, gelet op artikel 14e Wetboek van Strafrecht dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. I.C. Meuris, voorzitter,
mr. J.G. Vos en mr. E.H. Groen, leden,
in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,
en is uitgesproken op 03 november 2026.