Strafrecht overig
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en…
Rechtbank Rotterdam, 12 januari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:6925 · Rechtbank Rotterdam · 12 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-6925
Zaakgegevens
Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 12 januari 2026
- Datum publicatie
- 16 juni 2026
- Zaaknummer
- 10/213994-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:6925
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, afpersing en bedreiging. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 48 maanden.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummer: 10/213994-25
Datum uitspraak: 12 januari 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteland] op [geboortedatum] 2001,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres], [postcode] [plaatsnaam],
raadsvrouw mr. D.V. Garib, advocaat te Rotterdam.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 15 december 2025 en 12 januari 2026.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3 Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. R.P.L. van Loon heeft gevorderd:
-
bewezenverklaring van de drie ten laste gelegde feiten;
-
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.
4 Waardering van het bewijs
Bewijswaardering
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht de verdachte integraal vrij te spreken wegens het ontbreken van de voor het medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. Ten aanzien van het tweede ten laste gelegde feit is voorts aangevoerd dat het handelen van de verdachte niet gericht was op wederrechtelijke bevoordeling. Niet kan worden bewezen dat de verdachte hiervan wetenschap had. Evenmin kan worden bewezen dat hierbij sprake is geweest van het slaan van de aangevers met een vuurwapen. Enkel de aangevers verklaren over de aanwezigheid van een vuurwapen en hun verklaringen komen niet met elkaar overeen.
Ten aanzien van het derde ten laste gelegde feit is tevens aangevoerd dat de verdachte geen bedreigingen heeft geuit tegen de aangevers en is opnieuw gewezen op de omstandigheid dat enkel de aangevers verklaren over een vuurwapen.
Beoordeling
Betrouwbaarheid verklaringen aangevers
Hoewel de verdediging er terecht op heeft gewezen dat de verklaringen van de aangevers op onderdelen niet geheel overeenkomen en de officier van justitie in zijn requisitoir aandacht heeft besteed aan de vermoedelijke reden waarom de aangevers tijdens het opnemen van hun verklaringen niet steeds het achterste van hun tong hebben laten zien bij de politie, zal de rechtbank de verklaringen van de aangevers bezigen voor het bewijs van de drie ten laste gelegde feiten. De verklaringen zijn aannemelijk daar waar deze zien op de wijze waarop de aangevers naar het adres van de verdachte zijn (over)gebracht en in een kamer op dit adres terecht zijn gekomen. De verklaringen stroken met elkaar als het gaat om wat de aangevers eenmaal in die kamer is overkomen. Zij passen voorts bij de bevindingen van het arrestatieteam dat op 11 juli 2025 in de middag een instap/inval op het adres van de verdachte heeft gedaan. Het arrestatieteam heeft na die instap/inval onder meer aan de recherche bevestigd dat er een gijzeling gaande was geweest en dat de verdachte er met een vuurwapen via het balkon vandoor was gegaan. De recherche trof vervolgens op dit adres in een kamer met het nummer 4 twee vastgebonden grotendeels ontklede mannen aan. Twee getuigen hebben bevestigd dat kamer 4 de kamer van de verdachte is.
Medeplegen
Uit de verklaringen van de aangevers [aangever 1] en [aangever 2] volgt genoegzaam dat de verdachte – die door hen wordt beschreven als ‘verdachte 2’ respectievelijk ‘jongen 2’ en die zij herkennen op twee aan hen getoonde foto’s – een bijdrage van voldoende gewicht aan de drie ten laste gelegde feiten heeft geleverd, zodat hij in weerwil van hetgeen hierover is aangevoerd door de verdediging, telkens heeft te gelden als medepleger. Dat de verdachte zichzelf enkel herkent op één van de twee door de politie aan de aangevers getoonde foto’s doet aan het vorenstaande niet af.
De [aangever 1] heeft, kort gezegd, verklaard dat hij op 10 juli 2025 met zijn vriend (de [aangever 2]) met de auto in Rotterdam terecht was gekomen en dat, toen hij op enig moment alleen op straat was, er een man tegen hem aanliep, dat hij toen een pistool in zijn rug voelde, waardoor hij niet veel meer kon en zo een woning in werd meegenomen. Hij moest in de woning een kamer in en zijn kleding uittrekken en hij werd vervolgens vastgebonden. Hierna werd door verdachte 2 een pistool tegen zijn hoofd gezet en werd de trekker overgehaald, zonder dat er op dat moment kennelijk kogels in zaten, wat de aangever op dat moment niet wist. Hierna zijn verdachte 2 en verdachte 1 zijn vriend gaan halen. Verdachte 2 bleef de hele tijd bij hen. Toen de aangever op enig moment zijn handen wat losser had, zei verdachte 2 “Als je nog een keer iets losser probeert te maken, dan krijg je hem.” Hij stond met het pistool en maakte hen de hele tijd extra bang met zijn handelingen. De aangever is geslagen met het pistool, zij het minder vaak dan zijn vriend.
De [aangever 1] heeft een gedetailleerde beschrijving van alle vier de bij de ontvoering betrokken verdachten gegeven. De [aangever 2] heeft, kort gezegd, verklaard dat er op enig moment toen hij alleen in de auto zat, twee jongens die hij niet kende bij hem de auto instapten en dat jongen 2 een vuurwapen tegen zijn achterhoofd zette en daarbij uitsprak dat hij hem zou neerschieten als hij niet zou meewerken en dat hij moest meelopen. In de woning waar hij naartoe werd gebracht, zag hij in een kamer zijn vriend (de [aangever 1]) vastgebonden op de grond. Verder heeft de aangever verklaard dat jongen 2 hem zei dat hij (aangever) zijn kleding moest uitdoen, waarna hij door jongen 2 werd vastgebonden aan zijn handen en voeten. Via een andere jongen met wie werd gebeld, werd informatie uitgevraagd aan de aangever. De jongens zeiden dat hij loog en dat ze hem zouden gaan mishandelen, zodat de aangever eerlijk zou zeggen dat hij geld had. Omdat de jongens hem niet geloofden, heeft jongen 2 de aangever (ook) een klap in zijn gezicht met het pistool gegeven. De aangever werd links zodanig op zijn hoofd geslagen dat hij is omgevallen. Jongen 1 heeft zijn telefoon, hun geld en een gouden ring weggenomen. Jongen 2 bleef de hele tijd bij hen in de kamer. Verder heeft de aangever verklaard dat hij meerdere keren door jongen 2 is geslagen met zijn pistool. Ook [aangever 2] heeft alle vier de bij de ontvoering betrokken verdachten beschreven.
Wetenschap wederrechtelijke bevoordeling
Hetgeen is aangevoerd door de verdediging over het gebrek aan wetenschap bij de verdachte van de wederrechtelijke bevoordeling wordt door de rechtbank verworpen, reeds om de reden dat hij op 10 en 11 juli 2025 nagenoeg niet van de zijde van de aangevers is geweken.
Vuurwapen
Het verweer dat er geen sprake zou zijn geweest van een vuurwapen wordt verworpen. Hierboven heeft de rechtbank reeds overwogen waarom zij de verklaringen van de aangevers in combinatie met overige bevindingen die zich in het dossier bevinden, bezigt voor het bewijs. Evenals de officier van justitie betrekt zij daarbij ook de tweede foto van de verdachte die getoond is aan de aangevers.
Ten overvloede
De rechtbank merkt op dat ten aanzien van de drie ten laste gelegde feiten overigens geen verweer is gevoerd ten aanzien van het plegen.
Conclusie
Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2025 tot en met 11 juli 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk van hun de vrijheid heeft beroofd
en/of beroofd gehouden,
hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk met (dreiging van) geweld in een pand aan
de Jan Kruijffstraat heeft/hebben getrokken en/of geduwd, en
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] geheel en/of gedeeltelijk van hun kleding heeft/hebben
ontdaan en/of laten ontdoen, en
- de armen/handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan elkaar heeft/hebben
vastgebonden en/of vastgebonden heeft/hebben gehouden, en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (vervolgens) heeft/hebben vastgehouden in een
woning/pand te Rotterdam;
2
hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2025 tot en met 11 juli 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere
telefoons en/of een geldbedrag (van in totaal ongeveer 200 EUR) en/of een ring
en/of pasjes,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
een derde toebehoorde(n),
door
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:
*“We gaan je mishandelen als je niet eerlijk zegt dat je geld hebt”, en/of
* “Als je nog een keer iets losser probeert te maken, dan krijg je hem”, althans
woorden van gelijke aard of strekking, en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal, al dan niet met een
vuurwapen, in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht te slaan;
3
hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2025 tot en met 11 juli 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[slachtoffer 1] en/of F. [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,
althans met zware mishandeling,
door
- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) te richten op het hoofd, altans het
lichaam, van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) de trekker over te halen,
en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:
* “Als je niet meewerkt en meeloopt schiet ik je neer op straat”, en/of
* “We gaan je mishandelen als je niet eerlijk zegt dat je geld hebt”, althans woorden
van gelijke dreigende aard of strekking;
Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5 Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
-
Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;
-
Afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
-
Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6 Strafbaarheid verdachte
Beoordeling
Door de directeur van de Penitentiaire Inrichting (hierna: PI) is op enig moment tijdens de voorlopige hechtenis van de verdachte beslist dat hij verplicht wordt tot het ondergaan van een onvrijwillige geneeskundige behandeling, als bedoeld in artikel 46d, aanhef en onder a, van de Penitentiaire beginselenwet en de verdachte is overgeplaatst van [naam PI] naar het [naam centrum]. Hierop heeft de verdediging verzocht om een zogenoemd trajectconsult. De officier van justitie heeft aan dit verzoek gevolg gegeven.
De verdachte is op 11 december 2025 gezien door [naam], GZ-psycholoog, als rapporteur verbonden aan het Nederland Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie ter beantwoording van de vraag of een Pro Justitia onderzoek naar de geestvermogens van de verdachte geïndiceerd is. In de rapportage van het consult is neergelegd dat er aanwijzingen worden gezien voor psychopathologie in de vorm van psychotische problematiek en trauma gerelateerde klachten. Wanneer gekeken wordt naar de aard en modus operandi (alsook het ogenschijnlijke opportune karakter) van het ten laste gelegde, wordt doorwerking van de vermoede problematiek niet erg aannemelijk geacht. Dit leidt ertoe dat onvoldoende meerwaarde wordt gezien in Pro Justitia onderzoek.
Bij deze stand van zaken wijst de rechtbank het voorwaardelijk geformuleerde verzoek van de verdediging om aanvullende rapportage over de verdachte uit te laten brengen af.
Nu de voorlopige diagnostische conclusies van de deskundige worden gedragen door haar bevindingen, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt zij die tot de hare. De rechtbank stelt daarmee vast dat doorwerking van de vermoede problematiek van de verdachte ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte niet hebben beïnvloed. De door de verdediging kort voor de terechtzitting overgelegde stukken doen hieraan niet af.
Conclusie
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7 Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich (samen met anderen) schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, afpersing en een bedreiging. Dit zijn zeer ernstige feiten. De verdachte heeft met één van zijn mededaders de slachtoffers onder dreiging van een (op een) pistool (gelijkend voorwerp) gedwongen om naar zijn kamerwoning te gaan. Aldaar heeft de verdachte hen zich laten ontkleden, heeft de verdachte hen aldus vastgebonden en heeft de verdachte hen diverse malen geslagen met voornoemd voorwerp. Dit alles is voor de aangevers, getuige ook hetgeen zij hierover in hun aangiftes hebben verklaard, zeer beangstigend geweest. Zij dachten dat zij in die kamer hun leven zouden laten. Met zijn handelen heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van beide slachtoffers. Daarnaast brengen geweldsdelicten als deze sterke gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg in de samenleving in het algemeen. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 november 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder in dit land van het Koninkrijk der Nederlanden is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportage
Uit de hierboven reeds aangehaalde rapportage van de psycholoog voornoemd volgt dat zij voorts meent dat de verdachte gebaat is bij behandeling en begeleiding (bijvoorbeeld voor eigen welzijn). De reclassering kan de verdachte begeleiden naar passende interventies, begeleiding en/of behandeling. Daarbij kan de reeds betrokken begeleiding (de rechtbank begrijpt: vanuit organisatie Timon) opgeschaald worden. Op basis van het dossier komt niet naar voren dat er eerder sprake is geweest van reclasseringsbemoeienis, waardoor dit als passende stap wordt gezien.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een lange gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.
De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste straf onvoldoende recht doet aan de ernst van deze strafzaak. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om een gevangenisstraf op te leggen die hoger is dan die door de officier van justitie is gevorderd. Als gevolg daarvan is de periode die gemoeid is met de voorwaardelijke invrijheidstelling eveneens langer, wat de reclassering meer mogelijkheden/handvatten biedt om de verdachte tegen het einde van zijn detentieperiode verantwoord te laten resocialiseren in de samenleving en hem daarbij te begeleiden.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden. De rechtbank zal daarbij, anders dan betoogd door de verdediging, geen strafvermindering toepassen om de reden dat het bevel beperkingen (in de visie van de verdediging) te laat zou zijn opgeheven. Dit laatste is namelijk niet het geval geweest. Op 16 juli 2025 is een bevel beperkingen voor een periode van maximaal twee weken uitgevaardigd. Dit bevel is op
16 juli 2025 aan de verdachte uitgereikt en de verdachte heeft geweigerd om de akte van uitreiking te tekenen. Het bevel beperkingen is vervolgens op 29 juli 2025 met maximaal twee weken verlengd. Deze verlenging is een dag later, op 30 juli 2025, aan de verdachte uitgereikt en de verdachte heeft opnieuw geweigerd om de akte van uitreiking te tekenen. Op 4 augustus 2025 is het bevel beperkingen door de officier van justitie opgeheven.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de PI, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
8 Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 47, 57, 282, 285 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
9 Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
10 Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele, voorzitter,
en mrs. D. van der Sluis en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2025 tot en met 11 juli 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd
en/of beroofd gehouden,
hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk met (dreiging van) geweld in een pand aan
de Jan Kruijffstraat heeft/hebben getrokken en/of geduwd,
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] geheel en/of gedeeltelijk van hun kleding heeft/hebben
ontdaan en/of laten ontdoen,
- de armen/handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan elkaar heeft/hebben
vastgebonden en/of vastgebonden heeft/hebben gehouden, en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (vervolgens) heeft/hebben vastgehouden in een
woning/pand te Rotterdam;
( art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2025 tot en met 11 juli 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere
telefoons en/of een geldbedrag (van in totaal ongeveer 200 EUR) en/of een ring
en/of pasjes,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
een derde toebehoorde(n),
door
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:
*“We gaan je mishandelen als je niet eerlijk zegt dat je geld hebt”, en/of
* “Als je nog een keer iets losser probeert te maken, dan krijg je hem”, althans
woorden van gelijke aard of strekking, en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal, al dan niet met een
vuurwapen, in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht te slaan;
( art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht,
art 317 lid 3 Wetboek van Strafrecht )
3
hij in of omstreeks de periode van 10 juli 2025 tot en met 11 juli 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,
althans met zware mishandeling,
door
- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) te richten op het hoofd, altans het
lichaam, van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) de trekker over te halen,
en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:
* “Als je niet meewerkt en meeloopt schiet ik je neer op straat”, en/of
* “We gaan je mishandelen als je niet eerlijk zegt dat je geld hebt”, althans woorden
van gelijke dreigende aard of strekking;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)