Strafrecht overig

Vrijspraak van het voorhanden hebben van ruim 21 kilo cocaïne en van voorbereidingshandelingen voor het…

Rechtbank Rotterdam, 13 mei 2026

Zaakgegevens

Op 13 mei 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Dordrecht
Datum uitspraak
13 mei 2026
Datum publicatie
18 juni 2026
Zaaknummer
10/292081-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:7051
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak van het voorhanden hebben van ruim 21 kilo cocaïne en van voorbereidingshandelingen voor het bewerken en vervaardigen van drugs, omdat het ten laste gelegde medeplegen niet is bewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/292081-24

Datum uitspraak: 13 mei 2026

Datum zitting: 29 april 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

ingeschreven op het adres

[adres] [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. Y. Moszkowicz

Officier van justitie: mr. M. Vollebregt

Kern van het vonnis

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het voorhanden hebben van ruim 21 kilo cocaïne en van voorbereidingshandelingen voor het bewerken en vervaardigen van drugs, omdat het ten laste gelegde medeplegen niet is bewezen.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met (een) ander(en) ruim 21 kilo cocaïne voorhanden heeft gehad en zich samen met (een) ander(en) schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor het bewerken en vervaardigen van drugs.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1.

hij op of omstreeks 10 september 2024 te Capelle aan den IJssel, althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te

weten

het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van

een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen de navolgende voorwerpen:

- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 21,20 kilogram cocaïne, althans een

hoeveelheid van een stof bevattende cocaïne, en/of

- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 600 kilogram procaïne , althans een

hoeveelheid van een stof bevattende procaïne en/of

- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 1,768 kilogram cafeïne, althans een

hoeveelheid van een stof bevattende cafeïne en/of

- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 1,920 kilogram fenacetine, althans een

hoeveelheid van een stof bevattende fenacetine en/of

- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 3 liter aceton, althans een hoeveelheid van

een stof bevattende aceton en/of

- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 12 liter zoutzuur, althans een hoeveelheid

van een stof bevattende zoutzuur en/of

- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 1 liter ammonia, althans een hoeveelheid

van een stof bevattende ammonia en/of

- een of meerdere verpakkingsmaterialen, zoals (plastice) bakken en/of

(verhuis)dozen en/of plastic folie en/of jerrycans en/of bigshoppers en/of

puinzakken en/of

- één sealmachine en/of

- één of meerdere vergieten en/of

- één of meerdere emmers en/of

- één of meerdere maatbekers en/of

- één of meerdere drukspuiten en/of

- één of meerdere betonmixers en/of

- één of meerdere haspels en/of

- één of meerdere drooghekken en/of

- één of meerdere opklapbare schragen en/of

- één of meerdere geprinte logo's,

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachten mededader(s)

wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd

was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

2.

hij, op of omstreeks 10 september 2024 te Capelle aan den IJssel, althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

aanwezig heeft gehad

ongeveer 21,20 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne, zijnde cocaïne

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

2 Vrijspraak

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor beide feiten. De verdachte had een sleutel van het bedrijfspand en daarmee de beschikkingsmacht over de drugs en de goederen. De wetenschap daarvan is gebleken uit de berichten die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van beide feiten en heeft rechtmatigheidsverweren naar voren gebracht ten aanzien van de chats, op basis waarvan door het OM wordt afgeleid dat verdachte met anderen communiceert en wetenschap had van de aanwezigheid van de drugs.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Vrijspraak van feit 1 en feit 2

Uit het dossier blijkt dat de politie de verdachte voor het bedrijfspand waar de drugs opgeslagen lag, heeft aangetroffen en dat de verdachte in het bezit was van een sleutel van de toegangsdeur van dat pand. Voorts is er onderzoek gedaan naar de inhoud van de telefoon die bij de verdachte in beslag is genomen.

Door de officier van justitie wordt aan de verdachte ten laste gelegd dat hij de feiten, zowel het voorhanden hebben van verdovende middelen als het plegen van de voorbereidingshandelingen mede heeft gepleegd. Dat wil zeggen dat moet komen vast te staan dat verdachte in een bewuste en nauwe samenwerking aan die feiten en/of aan de planning daarvan een actieve bijdrage van enig gewicht heeft geleverd.

Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting kan een bewuste en nauwe samenwerking als hiervoor bedoeld niet worden vastgesteld. Het aldaar voor het pand aanwezig zijn en het in bezit hebben van een sleutel is daartoe onvoldoende.

Ook indien op basis van de inhoud van de in de telefoon aangetroffen chats zou kunnen worden vastgesteld, dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van drugs en over de komst van de politie communiceerde met anderen, kan daaruit niet de hiervoor beschreven rol van een mededader blijken. Om die reden behoeven de verweren over de rechtmatigheid van het verkrijgen van die chats geen bespreking.

De conclusie is dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich als mededader heeft schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van de verdovende middelen en aan het plegen van de voorbereidingshandelingen. De rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

3 Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

4 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Joele, voorzitter,

en mrs. A.M.H. Geerars en J. Langeveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Loggen, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 mei 2026.

Mr. A.M.H. Geerars is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.