Strafrecht overig
Afwijzing verzoek tot beëindiging van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel.
Rechtbank Rotterdam, 18 maart 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7164 · Rechtbank Rotterdam · 18 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-7164
Zaakgegevens
Op 18 maart 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 18 maart 2026
- Datum publicatie
- 22 juni 2026
- Zaaknummer
- 10/292724-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:7164
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing verzoek tot beëindiging van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummer: 10/292724-24
Datum uitspraak: 18 maart 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) in de zaak tegen de veroordeelde:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
gedetineerd in [naam PI],
raadsman mr. P.M. Iwema, advocaat te Rotterdam.
De oudste rechter deelt mee dat de veroordeelde schriftelijk afstand heeft gedaan van het recht om vandaag bij de behandeling van de zaak aanwezig te zijn.
De raadsman verklaart door de niet verschenen veroordeelde uitdrukkelijk te zijn gemachtigd hem op de terechtzitting te verdedigen. De rechtbank stemt daarmee in.
1 Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 14 januari 2025 is aan de veroordeelde opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren. De tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is op 13 maart 2025 aangevangen; vanaf die datum verblijft de veroordeelde in [naam PI] (hierna: de PI).
2 Procesverloop
Op 29 januari 2026 is door de griffie van de rechtbank ontvangen een namens de veroordeelde gedaan verzoek als bedoeld in artikel 6:6:14, eerste lid, Sv tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel. Op 16 februari 2026 heeft de directeur van de inrichting waar de veroordeelde verblijft een verklaring afgegeven omtrent de stand van de uitvoering van het verblijfsplan van de veroordeelde. De zaak is behandeld op de openbare terechtzitting van 4 maart 2026. De officier van justitie mr. K. Broere, en de raadsman van de veroordeelde, mr. P.M. Iwema, zijn gehoord. Tevens is als deskundige gehoord [naam], casemanager van de PI.
3 Standpunten van partijen
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.
De raadsman heeft beëindiging van de ISD-maatregel bepleit. Daartoe is aangevoerd dat de veroordeelde vanaf de start van het traject aan alles heeft meegewerkt wat hem is aangeboden. Het vaststellen van het trajectplan heeft een half jaar vertraging opgelopen, die de veroordeelde niet kan worden verweten. Daarna bleek een aanpassing in het trajectplan noodzakelijk omdat de veroordeelde als gevolg van plasangst niet aan de bij de klinieken geldende standaardprocedure bij urinecontroles kan voldoen. Gelet op het feit dat het traject buiten de schuld van de veroordeelde met grote vertraging op gang is gekomen, dient de ISD-maatregel te worden beëindigd.
4 Beoordeling
Uit de verklaring van de plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de PI van 16 februari 2026 omtrent de stand van de uitvoering van het verblijfsplan van de veroordeelde en het verhandelde op zitting, blijkt dat beëindiging van de maatregel naar verwachting zal leiden tot onveiligheid, ernstige (drank-/ drugs)overlast en/of verloedering van het publieke domein. Dit is gebaseerd op het volgende. In het verleden hebben er meerdere incidenten op het gebied van fysiek geweld plaatsgevonden. Binnen het huidige traject is ingezet op een medicamenteuze behandeling van de ADHD en heeft de veroordeelde succesvol de CoVa- en de leefstijltraining gevolgd. De komende periode zal er nog verdere behandeling moeten plaatsvinden en zal verder moeten worden gewerkt aan de re-integratie van de veroordeelde. Het risico op (gewelds)recidive wordt ingeschat als matig.
Het trajectplan is met vertraging van de grond gekomen als gevolg van een omstandigheid die weliswaar in de persoon van de veroordeelde is gelegen, maar waar de veroordeelde geen (groot) verwijt van kan worden gemaakt. Echter, de daaropvolgende noodzakelijke aanpassing van het trajectplan heeft met instemming van de veroordeelde plaatsgevonden. De behandeling van de veroordeelde verloopt thans voortvarend en vindt binnen de PI plaats. Naar verwachting zal de veroordeelde binnen twee maanden de overstap kunnen maken naar een passende woonvorm – desgewenst in Harderwijk – alwaar de behandeling ambulant kan worden voortgezet.
Gelet op het voorgaande (de noodzaak tot verdere behandeling en werken aan de re-integratie van de veroordeelde enerzijds en de gevolgen bij beëindiging van de maatregel anderzijds) is voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel nog altijd vereist. Er zit nog altijd voortgang in de behandeling en er is al met al geen grond om tot beëindiging van de maatregel over te gaan.
5 Beslissing
De rechtbank:
-
wijst af het verzoek tot beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders;
-
bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt voortgezet.
Deze beslissing is gegeven door:
mr. P. Joele, voorzitter,
mr. N.M. Ketelaar en mr. J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Loggen, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.