Strafrecht overig

Afwijzing van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling, waarmee de maatregel tot een einde komt.

Rechtbank Rotterdam, 15 mei 2026

Zaakgegevens

Op 15 mei 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
15 mei 2026
Datum publicatie
26 juni 2026
Zaaknummer
10.660184.10
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:7426
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling, waarmee de maatregel tot een einde komt.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10.660184.10

Datum uitspraak: 15 mei 2026

Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[de ter beschikking gestelde] (hierna: de ter beschikking gestelde),

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres], [postcode] [plaatsnaam],

raadsman mr. J.J.A.P. van Breukelen, advocaat te Arnhem.

1 Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 4 november 2010 is de terbeschikkingstelling van [de ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen. De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van – kort gezegd – twee verkrachtingen, diefstal, (meerdere pogingen tot) diefstal voorafgegaan van geweld en/of bedreiging met geweld op de openbare weg, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 2 mei 2013. Bij beslissing van deze rechtbank van 16 mei 2023 is de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd en bij beslissing van 7 mei 2025 is de terbeschikkingstelling verlengd met één jaar.

2 Procesverloop

De rechtbank heeft op 16 maart 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 15 mei 2026 behandeld. De officier van justitie mr. J.B. Wooldrik, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman en - als deskundige - [naam 1], werkzaam bij Reclassering Nederland, zijn gehoord.

3 Adviezen

Advies psychiater

Psychiater [naam 2] adviseert in het rapport van 5 december 2025 de terbeschikkingstelling niet te verlengen. Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en vermijdende kenmerken, die dankzij de behandeling en innerlijke rijping behoorlijk is verbleekt. Er is sprake van ADHD van het gecombineerde type en vanuit het oogpunt van forensische relevantie is het nodig om een ongespecificeerde parafiele stoornis (langdurig in remissie) en een stoornis in cannabisgebruik (in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving) te classificeren. De situatie ten tijde van de indexdelicten is inmiddels, dankzij de behandeling en inzet van de ter beschikking gestelde, duidelijk veranderd. De antisociale karakterkenmerken zijn verbleekt, de copingvaardigheden zijn verbeterd en er zijn geen aanwijzingen voor seksuele preoccupatie, seksualiseren van spanningen of gerichtheid op verkrachtings- of gewelddadige seks. ADHD is adequaat onder controle dankzij de medicatie en de ter beschikking gestelde is langdurig abstinent van cannabis en andere middelen. Er is sprake van voldoende stabiliteit op alle belangrijke leefgebieden. Dankzij de positieve verandering die opgetreden is tijdens het TBS-behandeltraject wordt ingeschat dat het risico op zowel seksueel gewelddadig als gewelddadig gedrag in algemene zin aanvaardbaar laag is geworden. De inschatting is dat er geen extern kader nodig is voor het risicomanagement, dat de ter beschikking gestelde de nodige ondersteuning op vrijwillige basis zal aanvaarden en dat hij medicatietrouw zal blijven.

Advies reclassering

De reclassering adviseert in het rapport van 19 februari 2026 de terbeschikkingstelling niet te verlengen en deze onvoorwaardelijk te beëindigen. In het afgelopen jaar heeft de ter beschikking gestelde structureel werk gevonden en zijn financiën zelfstandig beheerd, hetgeen positief is verlopen. Hij heeft aangetoond om te kunnen gaan met de geboden vrijheden en verantwoordelijkheden en zelfstandig te kunnen wonen, zij het met sturing vanuit de woonbegeleiding en reclassering. Daarnaast heeft hij zijn schematherapie succesvol afgerond en neemt hij zijn medicatie trouw in. De ter beschikking gestelde geeft zelf aan structureel ondersteuning nodig te blijven hebben en wenst die voort te zetten, ook na beëindiging van de maatregel. In de afgelopen maanden heeft de reclassering zich meer op de achtergrond gepositioneerd, hetgeen goed verloopt. In de komende periode zal deze rol verder worden overgedragen aan de woonbegeleiding, waarmee nauw wordt samengewerkt. Humanitas Homerun kan, als de maatregel onvoorwaardelijk wordt beëindigd, de begeleiding op adequate wijze voortzetten en kan tijdig interveniëren. Dit zal dan plaats moeten vinden binnen een Wmo-kader. De ter beschikking gestelde heeft zijn leefgebieden op orde en toont over een lange tijd een stabiel beeld. De monitoring vanuit de reclassering wordt niet langer als noodzakelijk geacht.

Op de terechtzitting gegeven advies

De deskundige [naam 1] heeft haar advies op de terechtzitting toegelicht. Zij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat de reclassering in de maanden na het advies nog meer naar de achtergrond is geraakt en dat dat nog steeds heel goed gaat. Binnenkort gaat de ter beschikking gestelde tekenen voor een jaarcontract bij zijn werk. De Wmo-indicatie is inmiddels verleend en kan direct volgen na de beëindiging van de tbs-maatregel.

4 Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.

Standpunt van de ter beschikking gestelde

De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben afwijzing van de vordering bepleit.

5 Beoordeling

De ter beschikking gestelde heeft zijn positieve ontwikkeling in het afgelopen jaar wederom voortgezet en de reclassering heeft zich daarbij steeds meer op de achtergrond gehouden. Gelet op de inhoud van de rapporten en hetgeen ter zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat er thans geen noodzaak meer bestaat om de maatregel tot terbeschikkingstelling te verlengen. Omdat het recidiverisico in alle opzichten aanvaardbaar laag is, is een beëindiging van de maatregel in dit geval aangewezen. Er zijn op dit moment voldoende beschermende factoren in het leven van de ter beschikking gestelde die mogelijk maken dat hij zijn leven verder kan vormgeven zonder de maatregel. De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling om die reden af, waarmee de maatregel tot een einde komt.

6 Beslissing

De rechtbank:

wijst af de vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling.

Deze beslissing is genomen door mr. W.A.F. Damen, voorzitter,

en mrs. W.J. de Veld en L.B. Esser, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,

uitgesproken is op de openbare terechtzitting van 15 mei 2026.

De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.