Strafrecht overig

Veroordeling voor voorhanden hebben vuurwapen en munitie in sportschool en medeplegen van schuldwitwassen van…

Rechtbank Rotterdam, 13 april 2026

Zaakgegevens

Op 13 april 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
13 april 2026
Datum publicatie
30 juli 2026
Zaaknummer
10-187854-21 en 10-170737-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9329
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling voor voorhanden hebben vuurwapen en munitie in sportschool en medeplegen van schuldwitwassen van € 250.000. Procesafspraken. Gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10-187854-21 en 10-170737-22

Datum uitspraak: 13 april 2026

Datum zitting: 13 april 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. D.J. van Rinsum

Officier van justitie: mr. M.L.M. Kuiper

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – een pistool en munitie voorhanden heeft gehad en dat hij zich samen met een ander heeft schuldig gemaakt aan schuldwitwassen van een geldbedrag van ruim € 250.000.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

10-187854-21

hij op of omstreeks 13 juli 2021 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk/type Walther P 22, kaliber .22 lr, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 39, althans een of meer, patro(o)n(en) van het kaliber .22 lr voorhanden heeft gehad;

10-170737-22

hij op of omstreeks tijdstippen in de periode van 01 januari 2019 tot en met 13 juli 2021,

te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of anderen,

althans alleen, meermalen, althans éénmaal, (van) een of meer (contante) geldbedrag(en):

- een (contant) geldbedrag van in totaal EUR 120.940,- , althans enig geldbedrag en/of

- een (contant) geldbedrag van in totaal EUR 133.830, -, althans enig geldbedrag,

-de herkomst en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verbogen

en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die geldbedrag(en) was/waren en/of

-heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik van heeft gemaakt,

terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf.

2 Procesafspraken

Het Openbaar Ministerie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, hebben

procesafspraken gemaakt over de afdoening van de strafzaken. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de (totstandkoming van de) procesafspraken. De procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door de verdachte, zijn raadsman en de officier van justitie is ondertekend. Voorafgaand aan de zitting heeft de officier van justitie de overeenkomst aan de rechtbank verstrekt.

De procesafspraken houden in dat de verdachte de reeds ingediende onderzoekswensen zal intrekken en afziet van het indienen van nieuwe onderzoekswensen, het tenlastegelegde niet betwist dan wel dat tegen een bewezenverklaring geen verweer wordt gevoerd, hij verklaart dat alle onder hem en/of ten laste van hem in beslag genomen voorwerpen aan hem toebehoren en daar afstand van te doen ten behoeve van de Staat en aanwezig is op de zitting waarop de afspraken door de rechtbank worden behandeld. Verder houden de procesafspraken in dat de officier van justitie ter terechtzitting zal rekwireren tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten en de volgende straffen zal vorderen: een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 240 uur, bij niet voldoen te vervangen door 120 dagen hechtenis. De officier van justitie zal ter terechtzitting ook rekwireren tot opheffing van de voorlopige hechtenis en onttrekking aan het verkeer van het pistool en de munitie. Het Openbaar Ministerie ziet af van het instellen van een ontnemingsvordering tegen de verdachte. Ook zien beide partijen af van het instellen van hoger beroep indien de strafoplegging door de rechtbank conform de procesafspraken

plaatsvindt, ten aanzien van de verdachte behoudens voor zover een beslissing van de rechtbank omtrent een (thans nog niet ingediende) vordering benadeelde partij anders zou nopen.

3 Bewijs

3.1.

Vordering van de officier van justitie en standpunt van de verdediging

De officier van justitie heeft overeenkomstig de procesafspraken gevorderd dat het ten laste gelegde bewezen wordt verklaard.

De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweren gevoerd.

3.2.

Oordeel van de rechtbank

3.2.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Nu de verdediging geen bewijsverweren heeft gevoerd en de rechtbank het ten laste gelegde op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen acht, zullen de feiten zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewezen is dat de verdachte:

10-187854-21

op 13 juli 2021 te Rotterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk/type Walther P 22, kaliber .22 lr, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 39, patronen van het kaliber .22 lr voorhanden heeft gehad;

10-170737-22

in de periode van 01 januari 2019 tot en met 13 juli 2021, te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, van meer (contante) geldbedragen:

- een (contant) geldbedrag van in totaal EUR 120.940,- , en

- een (contant) geldbedrag van in totaal EUR 133.830, -,

- de herkomst en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die geldbedragen was/waren en/of

-heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of gebruik van heeft gemaakt,

terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden, dat die voorwerpen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk en/of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf.

4 Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

10-187854-21

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

10-170737-22


medeplegen van schuldwitwassen, meermalen gepleegd

4.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5 Straffen

5.1.

Procesafspraken

De rechtbank heeft tijdens de zitting met de verdachte de procesafspraken besproken die hij en zijn raadsman met de officier van justitie zijn overeengekomen. Daarbij zijn de vrijwilligheid van de procesafspraken, de bewustheid van de verdachte ten aanzien van de (inhoud van de) procesafspraken en de (mogelijke) gevolgen van de procesafspraken aan de orde gesteld. De rechtbank is geen partij bij de procesafspraken en is niet gehouden tot naleving daarvan.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte weloverwogen en vrijwillig ingestemd met de procesafspraken en is hij zich bewust van de inhoud van de gemaakte afspraken, de procedure en de (mogelijke) gevolgen daarvan. Ook overigens is sprake van een eerlijk proces en voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt.

5.2.

Eis van de officier van justitie en standpunt van de verdediging

De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 89 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 240 uur, bij niet voldoen te vervangen door 120 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft het aantal dagen voorwaardelijke gevangenisstraf tijdens de zitting bijgesteld omdat op zitting is gebleken dat de verdachte langer in voorlopige hechtenis heeft gezeten.

De verdediging heeft naar voren gebracht dat de gemaakte procesafspraken recht doen aan de situatie en heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken geen strafmaatverweren gevoerd.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

5.3.1.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft in een ruimte van zijn sportschool een vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie leidt vaak tot het gebruik van die vuurwapens en vormt daardoor een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Daarnaast brengt vuurwapenbezit ernstige gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich. Ook heeft de verdachte zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan schuldwitwassen van geldbedragen van in totaal ruim € 250.000, door dit geld via zijn bedrijfsrekening en persoonlijke rekening door te storten naar de medeverdachte of contant op te nemen, terwijl hij moest vermoeden dat deze gelden een illegale herkomst hadden. Witwassen tast de integriteit van het financiële en economische verkeer in ernstige mate aan en vormt daarmee een ernstige bedreiging voor de legale economie. De verdachte en zijn medeverdachte hebben slechts hun eigen financiële gewin voor ogen gehad. Daarom dient hiertegen streng te worden opgetreden.

5.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 24 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte heeft verklaard dat hij zijn leven weer goed heeft opgepakt en weer aan het werk is gegaan in de petrochemie. Ondanks zijn goede baan heeft de verdachte nog altijd veel last van de gevolgen van het strafbare handelen in de vorm van schuldenproblematiek. De verdachte heeft ervoor gekozen om geen schuldsanering aan te vragen, maar om zijn schulden af te betalen, waar hij nog steeds mee bezig is.

5.3.3.

Oplegging straffen

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

De rechtbank houdt er in het voordeel van de verdachte rekening mee dat de verdachte zich inmiddels goed bewust is van het kwalijke van zijn handelen. Hij is gemotiveerd en op de goede weg om zijn leven weer positief vorm te geven. Ook houdt de rechtbank rekening met de ouderdom van de feiten. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank een onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf opleggen dat gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. Dit voorwaardelijke deel heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Nu de verdachte zich sinds zijn vrijlating niet meer aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, ziet de rechtbank – anders dan door de officier van justitie in overeenstemming met de procesafspraken is gevorderd – aanleiding om hieraan een proeftijd van één jaar te verbinden.

De rechtbank vindt daarnaast oplegging van een taakstraf van 240 uur passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

6 In beslag genomen voorwerpen

6.1.

Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat het in beslag genomen vuurwapen en de munitie worden onttrokken aan het verkeer.

De verdediging heeft de rechtbank verzocht de gemaakte procesafspraken te volgen.

6.2.

Oordeel van de rechtbank

6.2.1.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank beslist dat het in beslag genomen pistool, van het merk/type Walther P 22, kaliber .22 lr, en de in beslag genomen munitie worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het onder parketnummer 10-187854-21 ten laste gelegde strafbare feit is met betrekking tot het pistool, van het merk/type Walther P 22, kaliber .22 lr, en de munitie gepleegd.

7 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 47, 57 en 420quater van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen van 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

8 Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 180 (honderdtachtig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 89 (negenentachtig) dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 1 (één) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

In beslag genomen voorwerpen

verklaart voor het onder parketnummer 10-187854-21 ten laste gelegde feit onttrokken aan het verkeer het pistool, van het merk/type Walther P 22, kaliber .22 lr, en munitie;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

9 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L. Feraaune, voorzitter,

en mrs. J. van de Klashorst en E. Kranendonk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 april 2026.