Strafrecht overig

Wrakingsverzoek. De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek. Verzoeker is door de…

Zaakgegevens

Op 26 juli 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
26 juli 2024
Datum publicatie
14 november 2024
Zaaknummer
C/10/681400 / HA RK 24-592
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:11369
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Wrakingsverzoek. De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek. Verzoeker is door de wrakingskamer in de gelegenheid gesteld om toe te lichten welke feiten of omstandigheden zich hebben voorgedaan waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Verzoeker heeft geen toelichting gegeven. Daardoor is het wrakingsverzoek van verzoeker feitelijk niet gemotiveerd.

Uitspraak

Inhoudsopgave

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer

zaak- en rekestnummer: C/10/681400 / HA RK 24-592

Beslissing van 26 juli 2024

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

woonplaats: Rotterdam,

hierna te noemen: verzoeker.

strekkende tot de wraking van

mr. G.P. van de Beek,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de strafzaak tegen verzoeker. Deze strafzaak heeft het parketnummer 10/048483-24. Het dossier van deze strafzaak is ter beschikking gesteld aan de wrakingskamer.

1.2.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het wrakingsverzoek van verzoeker, op 20 juni 2024 mondeling gedaan tijdens de terechtzitting in de hiervoor onder 1.1. genoemde zaak;

  • het proces-verbaal van de hiervoor genoemde terechtzitting;

  • de brief van 3 juli 2024 van de wrakingskamer aan verzoeker.

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.

Verzoeker heeft tijdens de terechtzitting op 20 juni 2024 gezegd dat (1) zijn recht op privacy is geschonden door het voorlezen van de adresgegevens door de politierechter, (2) hij denkt dat het niet volgens de regels is gegaan en hij de rechter daarom wil wraken en (3) hij schriftelijk wil laten weten waaruit blijkt dat de politierechter bevooroordeeld is. Gelet op deze laatste opmerking is verzoeker bij brief van 3 juli 2024 door de wrakingskamer in de gelegenheid gesteld om vóór 15 juli 2024 toe te lichten welke feiten of omstandigheden zich hebben voorgedaan waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Verzoeker heeft niet op die brief gereageerd. Daardoor is het wrakingsverzoek van verzoeker feitelijk niet gemotiveerd. Gelet daarop wordt het wrakingsverzoek met toepassing van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van de Rechtbank Rotterdam, zonder een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek, niet-ontvankelijk verklaard.

2.2.

Overigens is het wrakingsverzoek ongegrond voor zover de grondslag is gelegen in het feit dat de rechter de adresgegevens van verzoeker als verdachte heeft gecontroleerd. De rechter is daartoe namelijk verplicht gelet op art. 273 lid 1 Sv in samenhang met art. 27a lid 1 Sv.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door mr. M. de Geus, voorzitter, mr. M.G.L. de Vette en mr. W.J.M. Diekman, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2024.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.