Strafrecht overig
In een kantoorgebouw (ook wel bekend als de 'toren') hebben in 2007 diverse sloop- en renovatiewerkzaamheden…
Rechtbank Utrecht, 6 december 2010
ECLI:NL:RBUTR:2010:BO6391 · Rechtbank Utrecht · 6 december 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-utrecht/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbutr-2010-bo6391
Zaakgegevens
Op 6 december 2010 heeft de Rechtbank Utrecht in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank UtrechtRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 december 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 16-995372-08
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBUTR:2010:BO6391
Samenvatting
In een kantoorgebouw (ook wel bekend als de 'toren') hebben in 2007 diverse sloop- en renovatiewerkzaamheden plaats gevonden waarbij asbest is vrijgekomen. De werkzaamheden zijn niet conform de geldende wetgeving uitgevoerd. Diverse bedrijven zijn direct of indirect betrokken geweest bij de werkzaamheden.
Adviesbureau is vrijgesproken omdat deze rechtspersoon zich niet heeft bezig gehouden met het opmaken van vrijgaverapporten noch met het al dan niet valselijk invullen van rapportage eindcontrole na asbestsanering.
=> vrijspraak alle feiten
Uitspraak
RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
parketnummer: 16-995372-08 [P]
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 december 2010
in de strafzaak tegen
[verdachte],
gevestigd te [woonplaats], [adres].
Raadsman: mr. J. van Kollenburg, advocaat te Etten-Leur.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 8 november 2010, 15 november 2010, 17 november 2010 en 22 november 2010, waarbij de officieren van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat:
Feit 1: het aan de schuld van verdachte te wijten is dat in het pand aan de [adres] te [woonplaats] in vereniging asbest(vezels) in de bodem en/of lucht werd(en) gebracht waarvan gevaar voor de openbare gezondheid en/of levensgevaar voor anderen te duchten was.
Feit 2: verdachte in vereniging geschriften valselijk heeft opgemaakt of vervalst met het oogmerk om deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of te doen gebruiken door anderen.
3 De voorvragen
De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officieren van justitie ontvankelijk zijn in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
4.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officieren van justitie hebben ter terechtzitting gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten aangezien [bedrijf 1] had moeten worden gedagvaard in plaats van [verdachte]
4.2 Het standpunt van de verdediging
De verdediging is met de officieren van justitie van mening dat verdachte van de ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken omdat [A] namens [bedrijf 1] en niet namens [verdachte] een veertiental containments in het gebouw aan de [adres] te [woonplaats] heeft vrijgegeven. [verdachte] is op geen enkele wijze bij deze zaak betrokken geweest, aldus de raadsman.
4.3 Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal [verdachte] van de ten laste gelegde feiten vrijspreken omdat deze rechtspersoon zich niet heeft bezig gehouden met het opmaken van vrijgaverapporten noch met het al dan niet valselijk invullen van rapportages eindcontrole na asbestsanering ten behoeve van het pand aan de [adres].
5 De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Krol, voorzitter, mr. M.P. Gerrits-Janssens en mr. M.S. Koppert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.T. Bouwman-Everhardus, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 december 2010.