Strafrecht overig

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de haar tenlastegelegde feiten heeft…

Rechtbank Utrecht, 15 december 2010

Zaakgegevens

Op 15 december 2010 heeft de Rechtbank Utrecht in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
15 december 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
16/440548-10 [P]
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBUTR:2010:BO8085
E-mail

Samenvatting

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de haar tenlastegelegde feiten heeft bedaan. Zij heeft een pand gehuurd voor haar echtgenoot, maar niet gebleken is dat zij wist of had moeten weten dat er een hennepplantage in dit pand was opgezet en dat er elektriciteit buiten de meter om werd gebruikt. De rechtbank spreekt de verdachte dan ook vrij.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/440548-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 december 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1967] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats].

raadsman mr. G.W.L.A.M. Koppen, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 1 december 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair: samen met anderen hennep heeft gekweekt.

subsidiair: behulpzaam is geweest bij het kweken van hennep.

Feit 2 primair: samen met anderen elektriciteit heeft gestolen.

subsidiair: behulpzaam is geweest bij het stelen van elektriciteit.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten niet wettig en overtuigend bewezen en verzoekt om verdachte hiervan vrij te spreken.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is met de officier van justitie van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzoekt derhalve verdachte vrij te spreken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de haar tenlastegelegde feiten heeft begaan. Uit de zich in het dossier bevindende stukken blijkt met betrekking tot verdachte uitsluitend dat het pand op de [adres] te [plaats] door haar is gehuurd. Haar echtgenoot, en medeverdachte [medeverdachte], zou hier een in- en exportbedrijf in kappersproducten beginnen. Uit het dossier, de ter terechtzitting door de raadsman van verdachte overgelegde stukken en de verklaring van verdachte ter terechtzitting is niet gebleken dat verdachte wist of had moeten weten dat er een hennepplantage in dit pand was opgezet en dat er elektriciteit buiten de meter om werd gebruikt. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken.

5 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2, primair en subsidiair ten laste gelegde feiten;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert, voorzitter, mr. N.E.M. Kranenbroek en mr. C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.E. Braam-van Toll, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 15 december 2010.